Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:9552

2026-06-18 Civiel recht C/10/719225 / KG ZA 26-433
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-06-18
Publicatiedatum
2026-08-04
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Kort geding
Zaaknummer
C/10/719225 / KG ZA 26-433
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Kort geding. Meewerken verkoop. Partijen hebben samen een woning gekocht. De vrouw vordert in conventie medewerking aan de verkoop via een makelaar. De man vordert in reconventie ook medewerking aan de verkoop, maar aan een door hem uitgekozen partij. De man vordert ook (mee)betaling aan gemaakte kosten. De vorderingen in conventie worden toegewezen, de vorderingen in reconventie worden afgewezen. De voorgestelde verkoop door de man was tegen een niet-conforme laatprijs en hij heeft onvoldoende gesteld voor toewijzing van een geldvordering in kort geding.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (20.698 tekens)
RECHTBANK Rotterdam


Team handel en haven




Zaaknummer: C/10/719225 / KG ZA 26-433




Vonnis in kort geding van 18 juni 2026




in de zaak van





[naam vrouw]
,
wonende te [woonplaats] ,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat: mr. M.P. Kloppenburg,



tegen





[naam man]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
advocaat: mr. H. Devkinandan.



Partijen worden hierna genoemd de vrouw en de man.






1De zaak in het kort


1.1.
Partijen hebben samen een woning gekocht toen zij een relatie hadden. De relatie is inmiddels geëindigd en de vrouw wil dat de woning wordt verkocht. Zij vordert daarom dat de man daar medewerking aan moet verlenen. De man stelt zelf ook vorderingen in. De man wil inmiddels namelijk ook dat de woning wordt verkocht, maar dan aan een potentiële koper die hij zelf stelt te hebben gevonden. De man vordert ook geld van de vrouw vanwege de eigenaarslasten die hij heeft betaald. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de vrouw toe en de vorderingen van de man af.






2De procedure


2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 8 mei 2026 met producties 1 tot en met 9;- producties 10 en 11 van de vrouw;
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met productie A;- de mondelinge behandeling van 4 juni 2026.





3De feiten


3.1.
Partijen hadden voorheen een affectieve relatie. Zij hebben begin 2021 een nieuwbouwwoning in aanbouw gekocht, gelegen aan de [adres] te Rotterdam, waartoe zij een hypothecaire lening afsloten op naam van beide partijen. De notariële levering vond plaats op 21 juni 2021 en oplevering van de woning aan partijen vond plaats medio 2022, nadat de affectieve relatie tussen partijen al was geëindigd.



3.2.
Geen van partijen heeft de woning betrokken. De man heeft tot begin 2026 de (meeste) vaste lasten van de woning voldaan.



3.3.
De hypotheeknemer heeft bij brief van 16 april 2026 gemeld dat er een achterstand bestond van € 6.647,14 en dat indien de achterstand niet wordt ingelopen zij kan overgaan tot het opeisen van de hypotheek en het registeren van de man en de vrouw bij het BKR vanwege de betalingsachterstand. De vrouw heeft vervolgens twee maandtermijnen aan de hypotheeknemer voldaan.



3.4.
De vrouw heeft bij brief van 22 april 2026 een voorstel aan de man gedaan voor het verkopen van de woning onder begeleiding van een door de man uit drie te kiezen makelaar. De man heeft dit geweigerd.






4De vorderingen



In conventie




4.1.
De vrouw vordert - samengevat - dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:


I. De man veroordeelt zijn volledige medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning te Rotterdam aan de [adres] , op straffe van verbeurte van een dwangsom,
II. voor het geval de man weigerachtig blijft de onder I genoemde medewerking te
verlenen, te bepalen dat het in deze zaak te wijzen vonnis daarvoor in de plaats treedt.




4.2.
De man voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de vrouw, met veroordeling van de vrouw in de kosten van deze procedure.



In reconventie





4.3.
De man vordert in reconventie – samengevat – dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:


I. de vrouw veroordeelt tot medewerking aan verkoop van de echtelijke woning aan de door de man aan te wijzen potentiële koper, dan wel vervangende toestemming te verlenen voor verkoop van de woning aan de potentiële koper,
II. de vrouw veroordeelt om € 94.102,59 euro uit de overwaarde van de verkoop te betalen aan de man,
III. de vrouw veroordeelt in de algehele (proces-)kosten van deze procedure.




4.4.
De vrouw voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de man met veroordeling van de man in de kosten van deze procedure.






5De beoordeling



Gezamenlijke behandeling conventie en reconventie




5.1.
De vorderingen in conventie en in reconventie worden vanwege hun samenhang gezamenlijk behandeld.



Spoedeisend belang





5.2.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat een partij daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.



5.3.
Partijen bevinden zich momenteel in een impasse ten aanzien van de verkoop van de woning. Het is duidelijk dat er een knoop moet worden doorgehakt over het verdere traject, nu partijen het niet eens kunnen worden over de wijze van verkoop. Het uitgangspunt bij een vordering tot medewerking aan verkoop van een gemeenschappelijk goed is dat niemand kan worden gedwongen om in een onverdeelde gemeenschap te blijven zitten. De relatie van partijen is al ruim vier jaar geleden verbroken en de woning staat sinds oplevering medio 2022 leeg, dus ook al bijna vier jaar. Reeds vanwege dit tijdsverloop hebben partijen voldoende spoedeisend belang bij hun vorderingen, waarbij nog komt dat de man stelt de eigenaarslasten niet meer te kunnen voldoen en beide partijen er belang bij hebben dat een executoriale verkoop wordt voorkomen.



De vordering van de man tot medewerking van de vrouw aan door hem beoogde verkoop wordt afgewezen





5.4.
Partijen zijn het (inmiddels) met elkaar eens dat de woning moet worden verkocht. In geschil is enkel de wijze waarop dit moet gebeuren. De man heeft ter zitting kenbaar gemaakt dat hij heeft gesproken met een particuliere belegger die de woning wil overnemen voor een bedrag van € 455.000,-. De vrouw is het niet met die door de man voorgestane verkoop eens, omdat ze ten eerste niet weet over welke koper het gaat en ten tweede vermoedt dat het om een kennis van de man gaat die een deel van een hogere werkelijke prijs ‘zwart’ aan uitsluitend de man gaat betalen.



5.5.

De vordering van de man wordt afgewezen. Daarvoor is het volgende redengevend.
De man heeft niet, althans onvoldoende, inzichtelijk gemaakt dat er daadwerkelijk een potentiële koper is die bereid is de woning te kopen en onder welke voorwaarden een dergelijke verkoop zou geschieden. Bovendien heeft de vrouw voldoende aannemelijk gemaakt dat de door de man voorgestane verkoopprijs te laag is. De vrouw voert aan dat in 2024 (toen de man eerst wel, maar later niet meer, bereid was mee te werken aan verkoop via een makelaar) de vraagprijs voor de woning was vastgesteld op € 519.000,- en dat de woningprijzen sindsdien zijn gestegen. De man heeft daar enkel tegenovergesteld dat die vraagprijs uitging van een woning met een gemonteerde keuken en dat de vraagprijs van de woning, die nog geen gemonteerde keuken heeft, maar alleen een keuken die in de woning klaar staat om gemonteerd te worden, toen onder de vijf ton zou zijn uitgekomen. Verder zijn volgens de man vooral zijn huidige financiële omstandigheden (geen werk, geen inkomen) redengevend voor zijn akkoord met de lage verkoopprijs van € 455.000.
Omdat de door de man voorgestelde laatprijs van € 455.000,- ruim onder de vraagprijs van 2024 ligt en aangenomen mag worden dat een marktconforme vraagprijs gelet op de ontwikkelingen van de markt nu hoger zal liggen, terwijl een openbare verkoop veruit de voorkeur verdient om een zo hoog mogelijke opbrengst te bewerkstelligen, is er geen enkele aanleiding om de vrouw te veroordelen tot medewerking aan de verkoop die de man beoogt. Ook de man heeft overigens belang bij een zo hoog mogelijke opbrengst voor de woning.




Ook de geldvordering van de man wordt afgewezen





5.6.
De man vordert dat de vrouw direct bij de overdracht van de woning de helft van de door hem betaalde lasten van de woning moet voldoen. Ook deze vordering van de man wordt afgewezen. Daar is het volgende redengevend voor.



5.7.
Met betrekking tot een geldvordering in kort geding is terughoudendheid bij toewijzing op zijn plaats en moet de eisende partij feiten en/of omstandigheden stellen die meebrengen dat een zodanige voorziening vanwege onverwijlde spoed gerechtvaardigd is.



5.8.

De man heeft diverse posten opgevoerd met geen, althans een zeer summiere onderbouwing.
Daarbij is ter zitting gebleken dat de man zijn vordering niet op de helft van de eigenaarslasten heeft begroot (wat op zichzelf terecht zou kunnen zijn als hij die eigenaarslasten volledig heeft gedragen) maar op alle (beweerdelijk door hem gedragen) eigenaarslasten van de woning. Volgens de advocaat van de man betreft het hier een vergissing.
Maar het is ook onduidelijk gebleven of alle opgevoerde posten daadwerkelijk betrekking hebben op de gezamenlijke woning, nu dit zonder nadere toelichting niet volgt uit de overgelegde rekeningafschriften.Van de kosten voor de overlijdensrisicoverzekering zijn geen facturen overgelegd, zodat onduidelijk is of de in rekening gebrachte kosten uitsluitend betrekking hebben op de gezamenlijke woning.
Over de VvE-kosten voert de vrouw aan dat deze, anders dan de man doet voorkomen, deels onbetaald zijn gebleven en dat zij daarom een deel heeft voldaan, zodat onduidelijk is wat de daadwerkelijke hoogte van het over en weer verschuldigde bedrag is.
Van de kosten voor de nutsvoorzieningen is onduidelijk gebleven of en zo ja, hoeveel restitutie van betaalde voorschotbedragen heeft plaatsgevonden, zodat onduidelijk is wat de daadwerkelijke hoogte is van het door de man betaalde bedrag. Ten aanzien van de betalingen aan de hypotheekverstrekker is onduidelijk gebleven of sprake is geweest van hypotheekrenteaftrek, wie dat voordeel heeft genoten en wat de exacte omvang daarvan is. De hoogte van deze vordering is dus ook onzeker.
Daarbij komt dat partijen verdeeld zijn over de periode gedurende welke de eigenaarslasten gedeeld moeten worden. De vrouw stelt dat zij al jaren probeert om met de man tot verkoop van de woning te komen, maar dat de man daaraan niet heeft willen meewerken, en voorts, dat de man eerder zei zelf de woning te zullen betrekken. De eigenaarslasten moeten daarom voor een zekere periode geheel voor zijn rekening komen, aldus de vrouw.
Volgens de man zou de vrouw hem hebben verhinderd de woning te betrekken - hetgeen de man overigens niet heeft toegelicht of onderbouwd - reden waarom hij vindt dat alle kosten gedurende de gehele periode na oplevering en tot aan levering aan de kopers, voor de helft voor rekening van de vrouw moeten komen.




5.9.

Het is, kortom, in dit kort geding niet duidelijk geworden en evenmin vast te stellen welk deel van de vordering van de man in aanmerking zou kunnen komen voor toewijzing. Een geldvordering kan in kort geding enkel worden toegewezen wanneer de vordering voldoende aannemelijk is. Dat is niet het geval.

De man wordt veroordeeld medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning





5.10.
De vrouw vordert dat de man wordt veroordeeld om medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning via van een makelaar.



5.11.
Partijen zijn het erover eens dat de vrouw noch de man beschikt over voldoende financiële middelen om de eigenaarslasten van de woning te (blijven) voldoen of de ander uit te kopen, zodat uitsluitend tot verdeling kan worden gekomen door verkoop aan een derde. De hypotheeknemer heeft kenbaar gemaakt dat zij voornemens is om tot opeising van de hypotheek over te gaan indien de betalingsachterstand blijft toenemen, in welk geval een executieverkoop en negatieve BKR registratie niet is uitgesloten. De vrouw heeft ook voldoende aannemelijk gemaakt dat zij eerder heeft aangedrongen op de verkoop van de woning en dat de man – mede in aanmerking genomen de omstandigheid dat de man de woning onder de kennelijke marktwaarde wenst te verkopen – daar (onvoldoende) medewerking aan wil verlenen.



5.12.
Gelet op het voorgaande wordt de vordering van de vrouw toegewezen.



Geen dwangsom voor alle veroordelingen





5.13.
De vordering dat de man medewerking dient te verlenen op straffe van verbeurte van een dwangsom wordt toegewezen waar het gaat om de medewerking van de man aan alle feitelijke handelingen (niet: rechtshandelingen) die nodig zijn om tot verkoop van de woning te komen, zoals het meewerken aan het maken van foto’s, het meewerken aan de plaatsing van een advertentie van een woning op internet en in de krant van de makelaar, het plaatsen van een bord in de tuin en affiches op de ramen, en meedoen en meewerken aan bezichtigingen en de woning in ordentelijke staat brengen en houden.



5.14.
Een prikkel tot nakoming is voor wat betreft de rechtshandelingen die de man moet verrichten niet nodig, omdat dit vonnis in de plaats daarvan treedt als de man weigerachtig blijft die rechtshandelingen te verrichten.



Makelaar bepaalt zo nodig de vraag- en laatprijs





5.15.
Gelet op de discussie tussen partijen over de hoogte van de vraag- en laatprijs van de woning, zal de voorzieningenrechter bepalen dat als en zodra partijen het hierover niet eens worden, het advies van de makelaar doorslaggevend zal zijn.



Keuze voor makelaar





5.16.
Partijen hebben op zitting geen overeenstemming weten te bereiken over de keuze voor een makelaar om de verkoop te begeleiden. De man heeft ter zitting geen voorkeur voor een makelaar kenbaar willen maken. De door de man naar voren gebrachte bezwaren tegen de drie door de vrouw voorgestelde makelaars zijn van onvoldoende gewicht. De voorzieningenrechter zal daarom bepalen dat de man in de gelegenheid wordt gesteld om een van de drie door de vrouw voorgestelde (en in het dictum genoemde) makelaars te kiezen binnen de hierna in het dictum aangegeven termijn, en dat, indien hij nalaat tijdig die keuze te maken tegenover de vrouw, de vrouw één van de door haar voorgestelde makelaars mag kiezen.



Voorlopige verdeling koopopbrengst





5.17.
De vordering van de man om de vrouw te veroordelen tot betalen van het door de vrouw te dragen deel van de vaste lasten van de woning wordt afgewezen. Het is echter niet in geschil dat de vrouw nog wel een bedrag aan de man is verschuldigd. De voorzieningenrechter ziet, gelet op de wederzijdse belangen van partijen, aanleiding om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat partijen de notaris moeten verzoeken om het hierna aangegeven deel van het restant van de verkoopopbrengst in depot te houden totdat partijen tot overeenstemming zijn gekomen over welke verrekenposten er over en weer zijn, dan wel zulks in een bodemzaak zal zijn uitgemaakt. De uitbetaling van de koopopbrengst geschiedt dan op de volgende wijze:


van de koopsom wordt de volledige hypothecaire lening afgelost;


van de koopsom worden de kosten van de makelaar en de notaris en eventuele andere verkoopkosten voldaan;


een bedrag van € 50.000,-, of, zo er minder resteert na uitbetaling van het hiervoor genoemde, dat mindere bedrag, zal door de notaris in depot worden gehouden totdat in een bodemprocedure is bepaald welke verrekenvorderingen partijen over en weer op elkaar hebben waarna dienovereenkomstig aan partijen kan worden uitgekeerd, of partijen eenstemmig de notaris berichten welk deel van het depotbedrag aan de man respectievelijk de vrouw toekomt en hem eenstemmig de opdracht geven deze bedragen uit te betalen;


hetgeen na de reservering van het bovenstaande bedrag voor het depot nog resteert wordt direct voor de helft uitbetaald aan de man en voor de andere helft aan de vrouw.





5.18.
Het depotbedrag is bedoeld om de discussie over de bijdrage door de vrouw los te koppelen van de verkoop van de woning. Partijen kunnen in overleg kiezen voor een andere vorm van zekerheid.



Proceskosten





5.19.
In procedures tussen ex-partners die verband houden met de verdeling van de gemeenschap is het uitgangspunt dat de proceskosten worden gecompenseerd. Dat betekent dat partijen, zowel in conventie als in reconventie, de eigen proceskosten moeten dragen.






6De beslissing


De voorzieningenrechter




in conventie




6.1.
veroordeelt de man om onmiddellijk na betekening van dit vonnis mee te werken aan verkoop en levering van de woning gelegen te Rotterdam aan de [adres] aan een derde, waartoe:


de man binnen drie dagen na betekening van dit vonnis schriftelijk een keuze kenbaar moet maken aan de vrouw tussen Ooms Makelaars, VWB Makelaars en Toussaint Makelaardij, en bepaalt dat wanneer de man niet, of niet tijdig een keuze maakt, de vrouw de keuze uit deze makelaars mag maken,


de man de opdrachtovereenkomst met de makelaar binnen drie dagen na ontvangst daarvan dient te ondertekenen,


partijen het advies van de makelaar voor de vraag- en laatprijs en de te accepteren bieding moeten volgen indien en op het moment dat zij daarover onderling geen overeenstemming bereiken,


de man medewerking moet verlenen aan alle feitelijke handelingen die nodig zijn om tot verkoop van de woning te komen, op eerste verzoek van de makelaar, en bepaalt dat indien de man de medewerking aan deze feitelijke handelingen niet verleent, hij aan de vrouw een dwangsom verbeurt van € 100,- voor elke dag of gedeelte daarvan, tot een maximum van € 25.000,-,


partijen de kosten van de verkoop bij helfte zullen delen.





6.2.
bepaalt dat, indien de man de onder 6.1 bedoelde medewerking niet verleent, dit vonnis op de voet van artikel 3:300 lid 1 BW in de plaats treedt van de toestemming, instemmende wilsverklaring en/of handtekening van de man die noodzakelijk is voor het geven van de opdracht aan de makelaar, de opdracht aan de notaris, het ondertekenen van de koopovereenkomst en het passeren van de notariële leveringsakte met betrekking tot de woning,



6.3.
bepaalt dat de verkoopopbrengst wordt uitbetaald op de wijze zoals bepaald onder 5.17.,



6.4.
verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



6.5.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten in conventie draagt,



6.6.
wijst het meer of anders gevorderde af,




in reconventie





6.7.
wijst de vorderingen van de man af,



6.8.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten in reconventie draagt.


Dit vonnis is gewezen door mr. M. de Geus en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026.



4049 / 638




HR 14 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5519