Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:9549

2026-06-18 Civiel recht C/10/720135 / KG ZA 26-490
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-06-18
Publicatiedatum
2026-08-04
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Kort geding
Zaaknummer
C/10/720135 / KG ZA 26-490
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Kort geding. Ontruiming (krakers). Toewijzing. Eisende partij heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de woning op korte termijn gaat gebruiken voor renovatie en verhuur. Als woningcorporatie heeft zij belang het beschikbaar stellen van de woning voor de daarvoor bestemde doelgroep.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (14.096 tekens)
RECHTBANK Rotterdam


Team handel en haven




Zaaknummer: C/10/720135 / KG ZA 26-490




Vonnis in kort geding van 18 juni 2026




in de zaak van




STICHTING WOONSTAD ROTTERDAM,
gevestigd te Rotterdam,
eisende partij,
advocaat: mr. R. van der Hoeff,



tegen



1. HIJ/ZIJ DIE VERBLIJFT/VERBLIJVEN TE ( [postcode] ) ROTTERDAM AAN DE [adres],
verschenen in persoon,2. [persoon A],
zonder bekende woon-/of verblijfplaats,
niet verschenen.



Partijen worden hierna Woonstad, de krakers en [persoon A] genoemd.





1De zaak in het kort


1.1.
Woonstad is erfpachter van grond met daarop een woning. De woning is gekraakt door meerdere personen. Woonstad wil noodzakelijk onderhoud aan de woning verrichten en de woning opnieuw gaan verhuren, maar krijgt geen toegang tot de woning. Zij vordert daarom ontruiming van de woning. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen toe.






2De procedure


2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 27 mei 2026 met producties 1 tot en met 8;
- de overgelegde advertentie in Trouw van 30 mei 2026;- de mondelinge behandeling van 4 juni 2026.






3De feiten


3.1.
Woonstad is erfpachter van de grond met daarop de woning aan het adres [adres] te Rotterdam (hierna: de woning).



3.2.
De woning is verhuurd geweest tot 2023. De woning is daarna leeg komen te staan in afwachting van een door Havensteder gewenste verkoop van het hele pand. Die was echter afhankelijk van de opstelling van de huurder van nummer [huisnummer X] . Toen die huurder niet aan vertrek meewerkte heeft Havensteder haar voornemen om het pand te verkopen laten varen.



3.3.
De woning is op enig moment gekraakt. In de woning verblijven meerdere personen. Woonstad heeft een van deze personen gesproken, die heeft kenbaar gemaakt [persoon A] te heten. Het is Woonstad niet gelukt om contact met de personen in de woning te onderhouden.



3.4.
Woonstad is thans voornemens de woning opnieuw te verhuren. De woning beschikt niet over verwarming en er is sinds 2023 geen onderhoud gepleegd, terwijl onderhoud, onder andere aan de in de woning aanwezige geiser, noodzakelijk is. Woonstad beschikt over een (vaste) aannemer die op korte termijn na de ontruiming van de woning kan starten met de werkzaamheden.






4Het geschil


4.1.
Woonstad vordert samengevat - ontruiming van het pand aan [adres] te Rotterdam:



de krakers en [persoon A] , ieder afzonderlijk, te veroordelen om de woning te ( [postcode] ) Rotterdam aan de [adres] , binnen drie dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis, met alle personen en/of roerende zaken die zich van hunnentwege in de woningen bevinden, te ontruimen en te verlaten en ontruimd te houden;


te bepalen dat het vonnis tot een jaar na de dag waarop het is uitgesproken dan wel is bekrachtigd ten uitvoer kan worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in de woning te ( [postcode] ) Rotterdam aan de [adres] , bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet;


de krakers en [persoon A] , hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen in de kosten van het geding, daaronder begrepen het salaris en de verschotten van de advocaat van Woonstad, inclusief de nakosten indien de krakers niet vrijwillig meewerken aan de veroordeling.








5De beoordeling



Vorderingen tegen [persoon A] niet-ontvankelijk




5.1.

[persoon A] is gedagvaard, maar niet ter zitting verschenen. Ter zitting is gebleken dat een persoon met deze (exacte) naam niet op dit adres verblijft, maar – zo is ook ter zitting gebleken – wel mogelijk een persoon met een hierop lijkende (Poolse) naam. Voor herstel van de partijaanduiding is in deze procedure geen plaats, ook omdat [persoon A] niet is verschenen. De vordering tegen [persoon A] is daarom niet-ontvankelijk, aangezien een verkeerde partij, althans een niet-bestaand persoon is gedagvaard. De voorzieningenrechter merkt ten overvloede op dat een veroordeling van de krakers tot ontruiming ook werking heeft tegen de persoon met een op [persoon A] gelijkende naam als zijnde één van de personen die verblijft in de woning.



Verstekverlening





5.2.
Ter zitting is namens de krakers verschenen de heer [persoon B] , die ook de aan het adres van de woning betekende dagvaarding in persoon in ontvangst heeft genomen. Verder is niemand ter zitting verschenen. De voorzieningenrechter verleent gelet daarop verstek tegen de (overige) personen die verblijven in de woning, maar niet zijn verschenen tijdens de mondelinge behandeling, terwijl bij hun oproeping voor deze zaak alle wettelijke termijnen en regels zijn gevolgd. Omdat één van de krakers wel is verschenen, wordt dit vonnis op grond van artikel 140 lid 3 Rv tegenover alle (andere) krakers als een vonnis op tegenspraak beschouwd.



De krakers moeten de woning ontruimen





5.3.
Een eigenaar van een pand is in beginsel met uitsluiting van eenieder vrij om van het pand gebruik te maken en bevoegd om dit op te eisen van eenieder die het pand zonder recht in gebruik heeft. Door zonder toestemming van Woonstad de woning binnen te dringen en de woning in gebruik te nemen, handelen de krakers onrechtmatig tegenover Woonstad. Aan de andere kant geldt dat een ontruiming, in de situatie dat een kraker het pand gebruikt als woning zoals hier aan de orde, een aantasting vormt van het huisrecht van de kraker in de zin van artikel 8 lid 1 EVRM. Een dergelijke inbreuk moet proportioneel zijn in de zin van lid 2 van dat artikel. Het komt daarbij aan op een belangenafweging, waarbij de vraag of na de ontruiming langdurige leegstand van de woning te verwachten valt zwaar meeweegt. In kort geding geldt bovendien dat de eigenaar (hier: Woonstad) een spoedeisend belang moet hebben bij de ontruimingsvordering.



5.4.
De krakers hebben geen inhoudelijk verweer gevoerd. De voorzieningenrechter is van oordeel dat, in de gegeven omstandigheden, het belang van de krakers om het verblijf in en/of het gebruik van de woning voort te zetten, niet opweegt tegen het (spoedeisend) belang van Woonstad bij ontruiming van de woning op korte termijn. Woonstad heeft voldoende onderbouwd dat, gelet op het ontbreken van een verwarmingsinstallatie in de woning en de onmogelijkheid om de woning te inspecteren voor onderhoud of onderhoud te plegen, een gevaarlijke situatie kan ontstaan. Woonstad heeft ook voldoende aannemelijk gemaakt dat zij op korte termijn het nodige onderhoud in de woning zal en kan verrichten om de woning weer klaar te maken voor de verhuur, zodat de woning na ontruiming niet (opnieuw) langdurig leeg zal staan. Woonstad is verder op grond van de Woningwet verplicht om – kort samengevat – te zorgen voor betaalbare huurwoningen en deze passend toe te wijzen aan de daarvoor bestemde doelgroep. Het (spoedeisend) belang om aan deze verplichtingen te kunnen voldoen weegt mee bij de beoordeling van het spoedeisend belang. Alle belangen van Havensteder wegen tezamen in dit geval zwaarder dan het belang van de krakers om de woning te blijven gebruiken. Havensteder heeft gesteld dat uit meerdere observaties vanuit de buurt is gebleken dat er geen kinderen in de woning woonachtig zijn en de voorzieningenrechter is het tegendeel niet gebleken. [persoon B] vermeldde op zitting dat er in totaal drie volwassen bewoners (krakers) in de woning verblijven.



5.5.
Gelet op het voorgaande acht de voorzieningenrechter het onverenigbaar met het spoedeisend belang dat Woonstad bij de ontruiming heeft, om inlichtingen als bedoeld in artikel 557a lid 2 Rv in te winnen. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding om een termijn te bepalen waarin het vonnis niet ten uitvoer kan worden gelegd zoals bedoeld in artikel 557a lid 1 Rv. De door Woonstad gevorderde termijn van drie dagen sluit aan bij het bepaalde in artikel 555 lid 1 Rv en om een langere termijn is door de krakers niet verzocht, zodat geen langere termijn voor uitvoering van de ontruiming zal worden gegund. Daarbij wordt meegewogen dat in de praktijk de feitelijke tenuitvoerlegging van het vonnis pas op een later moment zal plaatsvinden wegens de (beperkte) beschikbaarheid van de politie en de deurwaarder.



5.6.
Woonstad vordert op de voet van artikel 557a lid 3 Rv dat de voorzieningenrechter bepaalt dat dit vonnis tot een jaar na de dag waarop het is uitgesproken, dan wel is bekrachtigd, ten uitvoer kan worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in de woning bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet. Deze bepaling is vooral bedoeld voor de situatie dat na een voltooide tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis de woning andermaal door een niet gerechtigde in gebruik genomen wordt. Dat tijdens zowel als na tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis (ook) andere personen, dan tegen wie de ontruiming is uitgesproken, aanwezig kunnen zijn in de woning volgt uit de omstandigheid dat de woning is gekraakt en dat (ook nu nog) niet volledig duidelijk is wie daar precies verblijven of zullen verblijven. Deze vordering wordt daarom toegewezen, echter beperkt tot een termijn van een half jaar, aangezien Woonstad stelt voortvarend met de inspectie en het onderhoud te zullen aanvangen waarna de woning opnieuw in de verhuur zal gaan. Een langere termijn acht de voorzieningenrechter dan niet nodig.



Proceskosten





5.7.
De vorderingen tegen [persoon A] zijn niet-ontvankelijk. Hoewel het niet waarschijnlijk is dat een persoon met deze naam bestaat, geldt ten aanzien van deze persoon dat Woonstad in het ongelijk is gesteld en dat Woonstad daarom ingevolge artikel 237-240 Rv wordt veroordeeld tot betaling van zijn proceskosten. De proceskosten van [persoon A] worden op nihil begroot, nu hij niet is verschenen in deze procedure.



5.8.
De krakers zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonstad worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


151,94







- griffierecht


€


735,00







- salaris advocaat


€


760,00







- nakosten


€


189,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


1.835,94












5.9.
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.





6De beslissing


De voorzieningenrechter



6.1.
verklaart Woonstad niet ontvankelijk in de vorderingen tegen [persoon A] ,



6.2.
veroordeelt Woonstad in de proceskosten van [persoon A] , begroot op € 0,-,



6.3.
veroordeelt de krakers om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het pand aan [adres] te Rotterdam te ontruimen en ontruimd te houden, met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Woonstad zijn, en de sleutels af te geven aan Woonstad,



6.4.
bepaalt dat deze veroordeling binnen een half jaar (van de in artikel 557a lid 3 Rv genoemde termijn van maximaal een jaar) ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet,



6.5.
veroordeelt de krakers hoofdelijk in de proceskosten van € 1.835,94, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als de krakers niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,



6.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



6.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.



Dit vonnis is gewezen door mr. M. de Geus en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026.



4049 / 638