Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:9504

2026-04-30 Strafrecht 10-122522-21
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-04-30
Publicatiedatum
2026-08-03
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
10-122522-21
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Jeugdstrafrecht. Vordering verlenging PIJ-maatregel met 3 (drie) maanden toegewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (15.476 tekens)
Rechtbank Rotterdam


Team Jeugd



Parketnummer: 10-122522-21
Datum uitspraak: 30 april 2026



Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige raadkamer voor strafzaken, met betrekking tot de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: PIJ-maatregel) van:


[veroordeelde] (hierna: veroordeelde),
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2004,
ingeschreven in de basisregistratie personen (en verblijvende) op het adres van de Rijks Justitiële Jeugdinrichting (RJJI) [naam RJJI] aan de:

[adres] , [postcode] te [plaats] , hierna: de inrichting,
raadsman mr. W.J. Oomkes, advocaat te Vlaardingen.




1Procesverloop
Op 24 februari 2022 heeft de rechtbank de PIJ-maatregel van de veroordeelde opgelegd ter zake van twee diefstallen met (bedreiging met) geweld in vereniging gepleegd, twee keer handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, medeplegen van een poging tot doodslag, openlijke geweldpleging tegen personen en diefstal door middel van verbreking in vereniging gepleegd. De termijn van de PIJ-maatregel is gestart op 9 mei 2022.


Op 23 oktober 2025 heeft deze rechtbank de PIJ-maatregel laatstelijk verlengd met zes maanden.



Op 24 februari 2026 heeft de rechtbank van het Openbaar Ministerie een vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel ontvangen.
Bij die vordering zijn gevoegd:
- het advies van het hoofd van de inrichting waar de veroordeelde verblijft, gedateerd 17 februari 2026, inclusief de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde over de periode van 7 april 2025 tot 12 januari 2026;



Op de zitting van 30 april 2026 is de vordering in het openbaar behandeld.



Gehoord zijn:
- de officier van justitie, mr. A.H.A. de Bruijne;
- de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman;
- de ouders van de veroordeelde;
- de deskundige [deskundige 1], als GZ-psycholoog/behandelcoördinator verbonden aan de inrichting;
- de deskundige [deskundige 2] , als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland.




2Standpunt van partijen

2.1.


Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zitting haar vordering gewijzigd en geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de PIJ-maatregel met drie maanden. Dit is korter dan gevorderd op de initiële vordering van twaalf maanden. De reden hiervan is dat het voor het verloop van de behandeling en de ontwikkeling van de veroordeelde van belang is om zo spoedig mogelijk weer met alle partijen bij elkaar te komen en een plan van aanpak te bespreken. In die tijd kan er in navolging van de meest recente adviezen van de psychiater en psycholoog ingezet worden op plaatsing bij een forensisch psychiatrische kliniek (hierna: FPK). De officier van justitie zal de inrichting dan ook vragen om de veroordeelde bij een FPK aan te melden, zodat er – gelet op het advies van de inrichting om te onderzoeken of het juist mogelijk is om de veroordeelde binnen de Very Intensive Care afdeling (hierna: de VIC afdeling) van de inrichting te plaatsen – een tweesporenbeleid gevolgd kan worden. Ook zal in die tijd een verandering plaatsvinden in de medicatie van de veroordeelde. Over drie maanden kan dan op zitting gekeken worden naar de voortgang van de aanvragen en welke uitstroommogelijkheid het beste bij de verschillende adviezen en medische situatie van de veroordeelde aansluit.



2.2.


Standpunt van de veroordeelde

De veroordeelde en zijn raadsman hebben zich niet verzet tegen verlenging van de termijn van de PIJ-maatregel met drie maanden. Het is in het belang van de veroordeelde om over drie maanden bij elkaar te komen om te kijken naar de vervolgstappen. De veroordeelde heeft de wens om binnen een FPK geplaatst te worden.





3Adviezen

3.1.


Advies inrichting

Het advies van 17 februari 2026 houdt onder meer het volgende in.




Actuele diagnose

Bij de veroordeelde is sprake van een obsessief compulsieve persoonlijkheid met autistiforme kenmerken, waarbij de psychiatrische problematiek op de voorgrond staat. Daarnaast wordt ook gedacht aan een schizofrene ontwikkeling, waarbij het psychiatrisch beeld nog verder moet worden uitgekristalliseerd.




Verloop behandeling

Naar aanleiding van het Landelijk Casus Overleg van 31 oktober 2025 is geadviseerd om tot een FOBA-plaatsing over te gaan en via die route in te zetten op (dwang)medicatie/ behandeling. Op 4 november 2025 is de veroordeelde overgeplaatst naar de FOBA. Gedurende deze opname liet de veroordeelde gedragingen zien die deden denken aan een psychotisch toestandsbeeld. Ten aanzien van de eerdere opname bij de FOBA waren duidelijke verschillen te zien. Sinds november is de veroordeelde gestart met medicamenteuze behandelingen en heeft de veroordeelde weer contact met zijn beide ouders. Er lijkt sprake van herstel in contact en initiatiefname. Daarnaast lijken de psychotische symptomen door de medicamenteuze behandeling af te nemen. De veroordeelde is om die reden op 12 januari 2026 overgeplaatst naar een andere afdeling. Binnen die afdeling wordt hij uitgedaagd op verdere stabilisatie. Op korte termijn zal ook nog worden gestart met de inzet van psycho-educatie gericht op psychose om het ziektebesef en -inzicht te vergroten.

Gevaar voor herhaling

Ondanks de vooruitgang die de veroordeelde heeft laten zien, wordt de kans op gewelddadig recidive als hoog ingeschat.




Verder behandeltraject en –perspectief

Gelet op de ontwikkeling van de veroordeelde wordt momenteel ingezet op stabilisatie op de nieuwe groep. Afhankelijk van hoe dat gaat, wordt gekeken naar wat een passende vervolgafdeling of -plek is. Daarbij kan worden gedacht aan een doorstroom naar een VIC plaatsing binnen de inrichting of plaatsing in een FPK. Ook zal blijvend worden ingezet op medicamenteuze behandeling en het starten van psycho-educatie.




Advies

Het advies luidt de termijn van de PIJ-maatregel te verlengen met twaalf maanden.



3.2.


Rapport psychiater en psycholoog (dubbelrapportage)

Het rapport van 13 december 2025 en aanvullende rapport van 6 april 2026 van psychiater G.C.G.M. Broekman en psycholoog D. van Luijk, houden onder meer het volgende in.



Bij de veroordeelde kan worden gesproken van een chronisch psychotische stoornis in de vorm van schizofrenie. De eerdere diagnostische hypotheses kunnen door de huidige omstandigheden niet worden onderzocht. De kans op gewelddadig recidive wordt momenteel hoog geacht. De huidige ontwikkeling van de veroordeelde is van negatieve invloed op de recidivekans. Het risico vloeit voort uit de schizofrenie en niet langer vanuit een antisociale persoonlijkheidsproblematiek. Voor de veroordeelde is wel positief dat hij een steunend netwerk heeft. Zijn ouders zijn betrokken. Gelet op de huidige ontwikkeling en de aard van de psychiatrische problematiek is een behandelsetting binnen de forensische GGZ voor volwassenen passender dan een verdere voortzetting van de behandeling binnen een RJJI. Er is meer ruimte voor maatwerk, meer mogelijkheden op het gebied van dagbesteding en vrijheid in beweging over het terrein van de forensische GGZ. Daarnaast is er behoefte aan een langdurig behandeltraject dat weliswaar minder beveiligd kan en hoeft te zijn, maar nog steeds voldoende structuur biedt voor de veroordeelde. Hierbij wordt gedacht aan een uitstroom binnen de klinische GGZ. Dit biedt meer flexibiliteit in de intensiteit van de zorg en maakt een geleidelijke overgang naar een minder beveiligde setting (reguliere klinische GGZ) mogelijk.



In het overleg dat de psychiater met de psychiater van de inrichting heeft gehad op 19 maart jl. gaf de psychiater van de inrichting aan dat het voor veroordeelde beter en fijner zal zijn om binnen een FPK te verblijven en hier verder te gaan herstellen. De door de behandelcoördinator van de veroordeelde en inrichting geadviseerde stap om de veroordeelde vanaf de FOBA door te plaatsen naar een VIC-afdeling wordt begrepen, maar niet ondersteund. Het zal onvoldoende recht doen aan de behandelbehoefte van de veroordeelde en situatie (zijn reeds succesvol doorlopen behandeltraject binnen de PIJ-maatregel en het feit dat de schizofrenie ook niet is veroorzaakt door bijvoorbeeld middelengebruik). De schizofrenie is chronisch van aard en het risico op gewelddadig gedrag zal om die reden onder de huidige omstandigheden niet snel afnemen. Een langdurige verlenging van de PIJ-maatregel kan juist contraproductief werken en het herstel niet ten goede komen. De inrichting blijkt bij schizofrenie niet de juiste behandelomgeving te zijn.



De psychiater en psycholoog adviseren de termijn van de PIJ-maatregel in hun eerste rapport te verlengen met zes maanden. In het aanvullende rapport wordt geadviseerd om de veroordeelde zo spoedig mogelijk over te plaatsen naar een FPK door de huidige PIJ-maatregel nog éénmaal te verlengen, met als doel een zorgvuldige en goed voorbereide overgang naar de forensische GGZ te realiseren. Gedurende zijn plaatsing daar kan vervolgens worden geëvalueerd of de PIJ-maatregel kan worden beëindigd en worden omgezet naar een WvGGZ.



3.3.

Ter zitting gegeven adviezen




GZ-psycholoog R. Munnik heeft het verlengingsadvies ter zitting toegelicht. Zij heeft onder meer verklaard dat vanuit de inrichting voornamelijk wordt gekeken naar hoe het stabilisatieproces kan worden voortgezet. Het gaat momenteel met kleine stapjes, maar de veroordeelde gaat vooruit. De psycholoog heeft geadviseerd om te wisselen met de medicatie en dat zal volgende week worden opgepakt. Het vervolgplan is geheel afhankelijk van hoe de veroordeelde zicht verder ontwikkelt. Hij heeft de afgelopen tijd een gedragsommekeer gehad en daardoor moet opnieuw gekeken worden naar welke vervolgplaatsing passend is. Als de medicamenteuze verandering aanslaat, kan worden gekeken of de veroordeelde geplaatst kan worden op de VIC-afdeling en vanuit daar kan resocialiseren. Indien hij juist stagneert of hetzelfde blijft, dan zal gekeken moeten worden naar een plaatsing binnen de FPK. Ook is momenteel gestart met psycho-educatie en daar zet de veroordeelde zich momenteel ook voor in.




Reclasseringswerker [deskundige 2] heeft ter zitting naar voren gebracht dat zij zich kan vinden in de gegeven bevindingen en adviezen van deskundige R. Munnik. De Reclassering is momenteel op de achtergrond betrokken gebleven. De veroordeelde moet aan behandeling werken en er moet een plan komen. De VIC-afdeling en een plaatsing binnen de FPK kunnen allebei. De wachtlijsten zijn heel lang. Het is wellicht een idee om de veroordeelde voor beide plaatsingen aan te melden.





4Beoordeling
Een PIJ-maatregel kan op grond van artikel 6:6:31, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) juncto artikel 77s, eerste lid, sub b en c, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) slechts verlengd worden indien de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Daarnaast dient de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van die maatregel te eisen en dient de maatregel in het belang te zijn van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde. Aan deze drie voorwaarden moet worden voldaan om tot een verlenging van de maatregel te kunnen komen.


De rechtbank is van oordeel dat aan alle wettelijke vereisten voor verlenging van de PIJ-maatregel is voldaan. Dit heeft op de terechtzitting ook niet ter discussie gestaan. Dat verlenging van de PIJ-maatregel noodzakelijk is, staat dan ook vast. De vraag is vervolgens met welke termijn dit moet gebeuren. De rechtbank acht een verlenging van de PIJ-maatregel voor de verzochte drie maanden noodzakelijk en legt hierna uit waarom.



Uit de adviezen en wat ter terechtzitting is besproken, blijkt dat de PIJ-maatregel in eerste instantie goed verlopen is. Echter, sinds medio 2025 zijn er stevige tegenslagen geweest. De STP is meermaals opgestart en meer stilgelegd en er wordt veel zorgelijk gedrag gezien (langdurig aanstaren, slechte verzorging, alle kleding weggegooid, en hij komt soms verward, paniekerig over). Hij lijkt door de STP te zijn overvraagd, maar hij kan zich daarover niet goed uitlaten. Het beeld is in oktober 2025 verder verslechterd, waardoor geen functioneel gesprek meer mogelijk was. Uit de toelichting op zitting blijkt dat de medicatie op korte termijn wordt aangepast en de hoop is dat dit zal leiden tot een verbetering.



De grote vraag is welke kant het met de veroordeelde nu op moet. De instelling stuurt aan op een plaatsing op de VIC-afdeling, mits de medicatie goed aansluit. De onafhankelijke psychiater en psycholoog menen dat een FPK plaatsing beter voor veroordeelde is en hij en zijn ouders willen dit laatste ook. De rechtbank is van oordeel dat de veroordeelde voor zowel de VIC als de FPK aangemeld moet worden (een twee sporenbeleid, zoals ook door de officier van justitie is bepleit). Daarbij is ook meegewogen dat beide opties wachtlijsten kennen.



De rechtbank zal gelet op het voorgaande de PIJ-maatregel verlengen voor de duur van drie maanden. Dan kan over drie maanden bekeken worden of de medicatie is aangeslagen en wat de verdere mogelijkheden (VIC of FPK) zijn.



Gevolg gevend aan het bepaalde in artikel 6:6:31, tweede lid, Sv, geeft de rechtbank aan dat de maatregel, gelet op de ingangsdatum, de huidige expiratiedatum en de verlenging bij deze beslissing, op 30 juli 2026 voorwaardelijk zal eindigen en op 30 juli 2027 onvoorwaardelijk zal eindigen.




5Beslissing
De rechtbank:



verlengt de termijn van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen
met 3 (drie) maanden;




wijst af het meer of anders gevorderde of verzochte.



Deze beschikking is gegeven door mr. N. Doorduijn, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. E.M. Rocha en S. Putting, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. van Cortenberghe - van Dam, griffier,
en is in het openbaar uitgesproken op 30 april 2026.











Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening en de veroordeelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. (art.6:6:37 Sv)