Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:9502
2026-07-01
Civiel recht
C/10/722083/HA RK 26-614
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wrakingsverzoek; verzoek niet-ontvankelijk
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.955 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
Wrakingskamer
zaaknummer: C/10/722083/HA RK 26-614
Beslissing van 1 juli 2026
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. S.A. van Egmond,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
1De procedure
1.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter die op 24 juni 2026 onder zaak-/rekestnummer C/10/720556/FA RK 26-4326 mondeling heeft beslist op het verzoek van de officier van justitie om verlening van een zorgmachtiging ten aanzien van verzoeker.
1.2.
Het verloop van de wrakingsprocedure blijkt uit:
de schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 24 juni 2026;
het wrakingsverzoek van 24 juni 2026.
2De ontvankelijkheid van het verzoek
2.1.
Wraking is een middel om de onpartijdigheid van de rechter te verzekeren. Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is toegekend aan een partij die wil voorkomen dat een rechter (nog langer) bemoeienis met de zaak heeft. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter al een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.
2.2.
De wrakingskamer stelt vast dat de rechter reeds op 24 juni 2026 – na afloop van de mondelinge behandeling – mondeling direct uitspraak heeft gedaan op het verzoek om verlening van een zorgmachtiging ten aanzien van verzoeker. Daarmee is de behandeling van de hoofdzaak door de rechter geëindigd. De schriftelijke uitwerking en ondertekening van de mondelinge beslissing is van 26 juni 2026. Blijkens de schriftelijke uitwerking was verzoeker aanwezig bij de mondelinge behandeling en uitspraak op 24 juni 2026. De wrakingskamer heeft eveneens op 24 juni 2026, om 16:32 uur, per e-mail het wrakingsverzoek van verzoeker ontvangen. Dat is dus nadat de rechter had beslist op het verzoek. Hieruit volgt dat de rechter de hoofdzaak niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking is gedaan.
2.3.
Gelet op het voorgaande is verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de rechter. Verzoeker wordt op die grond, met toepassing van artikel 39 lid 3 Rv en artikel 8, lid 2, aanhef en onder d, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek. Dat betekent dat er ook geen nadere inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek zal plaatsvinden en dat geen zitting wordt gelast. Zoals hiervoor in 2.1 al is vermeld kan het doel van wraking immers niet meer worden bereikt, omdat de hoofdzaak is geëindigd. De overige (subsidiaire) verzoeken van verzoeker, waaronder toevoeging van zijn wrakingsverzoek aan het Wvggz-procesdossier, laat de wrakingskamer onbesproken omdat zij niet bevoegd is daarover te oordelen.
3De beslissing
De rechtbank:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter, en mr. K.A. Baggerman en mr. C. Sikkel, rechters, in aanwezigheid van mr. B. Tijssen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Wrakingskamer
zaaknummer: C/10/722083/HA RK 26-614
Beslissing van 1 juli 2026
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. S.A. van Egmond,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
1De procedure
1.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter die op 24 juni 2026 onder zaak-/rekestnummer C/10/720556/FA RK 26-4326 mondeling heeft beslist op het verzoek van de officier van justitie om verlening van een zorgmachtiging ten aanzien van verzoeker.
1.2.
Het verloop van de wrakingsprocedure blijkt uit:
de schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 24 juni 2026;
het wrakingsverzoek van 24 juni 2026.
2De ontvankelijkheid van het verzoek
2.1.
Wraking is een middel om de onpartijdigheid van de rechter te verzekeren. Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is toegekend aan een partij die wil voorkomen dat een rechter (nog langer) bemoeienis met de zaak heeft. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter al een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.
2.2.
De wrakingskamer stelt vast dat de rechter reeds op 24 juni 2026 – na afloop van de mondelinge behandeling – mondeling direct uitspraak heeft gedaan op het verzoek om verlening van een zorgmachtiging ten aanzien van verzoeker. Daarmee is de behandeling van de hoofdzaak door de rechter geëindigd. De schriftelijke uitwerking en ondertekening van de mondelinge beslissing is van 26 juni 2026. Blijkens de schriftelijke uitwerking was verzoeker aanwezig bij de mondelinge behandeling en uitspraak op 24 juni 2026. De wrakingskamer heeft eveneens op 24 juni 2026, om 16:32 uur, per e-mail het wrakingsverzoek van verzoeker ontvangen. Dat is dus nadat de rechter had beslist op het verzoek. Hieruit volgt dat de rechter de hoofdzaak niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking is gedaan.
2.3.
Gelet op het voorgaande is verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de rechter. Verzoeker wordt op die grond, met toepassing van artikel 39 lid 3 Rv en artikel 8, lid 2, aanhef en onder d, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek. Dat betekent dat er ook geen nadere inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek zal plaatsvinden en dat geen zitting wordt gelast. Zoals hiervoor in 2.1 al is vermeld kan het doel van wraking immers niet meer worden bereikt, omdat de hoofdzaak is geëindigd. De overige (subsidiaire) verzoeken van verzoeker, waaronder toevoeging van zijn wrakingsverzoek aan het Wvggz-procesdossier, laat de wrakingskamer onbesproken omdat zij niet bevoegd is daarover te oordelen.
3De beslissing
De rechtbank:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter, en mr. K.A. Baggerman en mr. C. Sikkel, rechters, in aanwezigheid van mr. B. Tijssen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.