Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:9432
2026-06-17
Civiel recht
C/10/720222 / JE RK 26-1000
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Toets van de Raad op grond van artikel 1:265j BW ontbreekt. Verwijzing naar HR 24-03-23, ECLI:NL:HR:2023:454.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2023:454 Hoge Raad 24-03-2023
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (12.219 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/720222 / JE RK 26-1000
Datum uitspraak: 17 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] ,
[minderjarige 3]
, geboren op [geboortedatum 3] 2019 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [voornaam minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam vader]
,
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat mr. N. Schiettekatte kantoorhoudende te Rotterdam,
[persoon A] ,
hierna te noemen de tante vaderszijde (vz), tevens de pleegmoeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[persoon B]
,
hierna te noemen de dochter van de pleegmoeder.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 22 mei 2026;
het bericht van de moeder, ontvangen op 10 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon C] ;
- de dochter van de pleegmoeder.
1.3.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in de gelegenheid gesteld hun mening te geven.
2De feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] .
2.2.
[voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] verblijven bij de pleegmoeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 maart 2026 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] verlengd tot 6 juli 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij voornoemde beschikking de machtiging verlengd om [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 6 juli 2026.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De huidige jeugdbeschermer is pas net betrokken en heeft alle betrokkenen opgebeld om kennis te maken. De moeder heeft toen aangegeven geen contact te willen. Een van de doelen van de ondertoezichtstelling is dat de kinderen kunnen verwerken dat zij geen contact hebben met de moeder. [voornaam minderjarige 2] heeft eerder speltherapie gehad. Nu wordt gekeken of voor haar EMDR of creatieve therapie kan worden ingezet. Het nieuws dat de moeder blijkbaar opnieuw zwanger is zou bij de kinderen veel kunnen triggeren. Het is belangrijk om te kijken hoe de zwangerschap van de moeder (als het klopt dat zij zwanger is) op een goede manier met de kinderen kan worden gedeeld. Toewijzing van het verzoek van de GI is noodzakelijk omdat de moeder niet achter de machtiging tot uithuisplaatsing staat. De vader en het pleeggezin werken goed samen en zijn liefdevol.
4De standpunten
4.1.
Namens en door de vader is ter zitting geen verweer gevoerd tegen de verlenging van de maatregelen. Tussen de vader en het pleeggezin gaat het goed en is er sprake van gedeeld opvoederschap. De gezagsbeslissingen komen moeilijk tot stand vanwege het ontbreken van contact met de moeder. Het belang van de kinderen staat voorop. De moeder is niet bereikbaar. De Raad doet om die reden onderzoek naar het gezag van de moeder. De toetsing van de Raad ontbreekt, maar daar heeft de vader geen bezwaar tegen, omdat het gezagsonderzoek loopt. De vader heeft urgentie gekregen om een woning aan te vragen. Omdat dit moeizaam verloopt, zal de vader hierin worden ondersteund. De vader wil dichter bij het pleeggezin gaan wonen, zodat het praktisch is voor de zorg voor de kinderen. Het is niet duidelijk of de moeder echt zwanger is, gezien berichten die zij eerder op het internet heeft geplaatst. De vader wil daarom voorzichtig omgaan met het nieuws en het niet te snel aan de kinderen vertellen.
4.2.
De dochter van de pleegmoeder heeft ter zitting kenbaar gemaakt dat de samenwerking met de vader heel goed verloopt. De vader is betrokken, daar is het pleeggezin blij mee. De moeder heeft al langer dan een jaar niets laten weten. De kinderen hebben zich neergelegd bij het feit dat zij geen contact hebben met hun moeder. Zij denken nog wel aan haar.
4.3.
De moeder heeft schriftelijk laten weten dat zij niet bij de zitting aanwezig kan zijn. De moeder wil dat de uithuisplaatsing eindigt. Zij heeft begrepen dat de kinderen bij haar willen wonen. Het gaat goed met haar. Zij verwacht een kind en heeft alle stress en zorgen achter zich gelaten. Zij krijgt steun van haar partner. Zij wil niet samenwerken met de GI.
5De beoordeling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] noodzakelijk in het belang van hun verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Er zijn nog altijd zorgen over [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] . Er is al lange tijd geen contact tussen de ouders onderling, tussen de kinderen en de moeder en tussen de moeder en de GI. Er is geen zicht op de leefsituatie van de moeder. Zij wil niet in overleg met de GI, ook niet via derden, over de situatie en de toekomst van de kinderen. Om die redenen kunnen de kinderen niet bij haar wonen. De vader doet zijn best, maar kan op dit moment niet de volledige zorg voor de kinderen dragen. Hij werkt en is al lange tijd op zoek naar een passende woning voor hemzelf en de kinderen. De samenwerking tussen de vader en het pleeggezin en de omgang tussen hem en de kinderen verlopen goed. De vader en het pleeggezin stemmen regelmatig met elkaar af over wat de kinderen nodig hebben. Er is in feite een gedeeld opvoederschap. De kinderen zijn goed gehecht aan de vader en aan de leden van het pleeggezin. Zij doen er alles aan de kinderen te bieden wat zij nodig hebben.
5.3.
Omdat de moeder samen met de vader met het ouderlijk gezag over de kinderen is belast en de moeder het niet eens is met de machtiging tot uithuisplaatsing, is het niet mogelijk om de huidige situatie in het vrijwillig kader voort te zetten. De GI heeft de Raad voor de kinderbescherming, hierna te noemen de Raad, al enige tijd geleden verzocht om onderzoek te doen naar de gezagssituatie. Helaas zal dit onderzoek nog een aantal maanden op zich laat wachten.
5.4.
De kinderrechter verlengt op grond van het vorenstaande de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] voor de duur van een jaar. De kinderrechter verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5.5.
De kinderrechter constateert dat de toets van de Raad over het voortduren van de ondertoezichtstelling met uithuisplaatsing ontbreekt. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat deze bepaling in de wet is opgenomen omdat de kinderrechter bij het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling goed moet kunnen beoordelen of de ondertoezichtstelling nog steeds is aangewezen. Uit de hiervoor vermelde gronden volgt dat onder de huidige omstandigheden, met name het al lopende onderzoek van de Raad, een dergelijke toets geen meerwaarde heeft.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] tot 6 juli 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] in een voorziening voor pleegzorg tot 6 juli 2027;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. V. Versteeg als griffier, en op schrift gesteld op 2 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
Artikel 1:265j, derde lid, BW.
HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:454.
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/720222 / JE RK 26-1000
Datum uitspraak: 17 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] ,
[minderjarige 3]
, geboren op [geboortedatum 3] 2019 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [voornaam minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam vader]
,
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat mr. N. Schiettekatte kantoorhoudende te Rotterdam,
[persoon A] ,
hierna te noemen de tante vaderszijde (vz), tevens de pleegmoeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[persoon B]
,
hierna te noemen de dochter van de pleegmoeder.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 22 mei 2026;
het bericht van de moeder, ontvangen op 10 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon C] ;
- de dochter van de pleegmoeder.
1.3.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in de gelegenheid gesteld hun mening te geven.
2De feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] .
2.2.
[voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] verblijven bij de pleegmoeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 maart 2026 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] verlengd tot 6 juli 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij voornoemde beschikking de machtiging verlengd om [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 6 juli 2026.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De huidige jeugdbeschermer is pas net betrokken en heeft alle betrokkenen opgebeld om kennis te maken. De moeder heeft toen aangegeven geen contact te willen. Een van de doelen van de ondertoezichtstelling is dat de kinderen kunnen verwerken dat zij geen contact hebben met de moeder. [voornaam minderjarige 2] heeft eerder speltherapie gehad. Nu wordt gekeken of voor haar EMDR of creatieve therapie kan worden ingezet. Het nieuws dat de moeder blijkbaar opnieuw zwanger is zou bij de kinderen veel kunnen triggeren. Het is belangrijk om te kijken hoe de zwangerschap van de moeder (als het klopt dat zij zwanger is) op een goede manier met de kinderen kan worden gedeeld. Toewijzing van het verzoek van de GI is noodzakelijk omdat de moeder niet achter de machtiging tot uithuisplaatsing staat. De vader en het pleeggezin werken goed samen en zijn liefdevol.
4De standpunten
4.1.
Namens en door de vader is ter zitting geen verweer gevoerd tegen de verlenging van de maatregelen. Tussen de vader en het pleeggezin gaat het goed en is er sprake van gedeeld opvoederschap. De gezagsbeslissingen komen moeilijk tot stand vanwege het ontbreken van contact met de moeder. Het belang van de kinderen staat voorop. De moeder is niet bereikbaar. De Raad doet om die reden onderzoek naar het gezag van de moeder. De toetsing van de Raad ontbreekt, maar daar heeft de vader geen bezwaar tegen, omdat het gezagsonderzoek loopt. De vader heeft urgentie gekregen om een woning aan te vragen. Omdat dit moeizaam verloopt, zal de vader hierin worden ondersteund. De vader wil dichter bij het pleeggezin gaan wonen, zodat het praktisch is voor de zorg voor de kinderen. Het is niet duidelijk of de moeder echt zwanger is, gezien berichten die zij eerder op het internet heeft geplaatst. De vader wil daarom voorzichtig omgaan met het nieuws en het niet te snel aan de kinderen vertellen.
4.2.
De dochter van de pleegmoeder heeft ter zitting kenbaar gemaakt dat de samenwerking met de vader heel goed verloopt. De vader is betrokken, daar is het pleeggezin blij mee. De moeder heeft al langer dan een jaar niets laten weten. De kinderen hebben zich neergelegd bij het feit dat zij geen contact hebben met hun moeder. Zij denken nog wel aan haar.
4.3.
De moeder heeft schriftelijk laten weten dat zij niet bij de zitting aanwezig kan zijn. De moeder wil dat de uithuisplaatsing eindigt. Zij heeft begrepen dat de kinderen bij haar willen wonen. Het gaat goed met haar. Zij verwacht een kind en heeft alle stress en zorgen achter zich gelaten. Zij krijgt steun van haar partner. Zij wil niet samenwerken met de GI.
5De beoordeling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] noodzakelijk in het belang van hun verzorging en opvoeding. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Er zijn nog altijd zorgen over [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] . Er is al lange tijd geen contact tussen de ouders onderling, tussen de kinderen en de moeder en tussen de moeder en de GI. Er is geen zicht op de leefsituatie van de moeder. Zij wil niet in overleg met de GI, ook niet via derden, over de situatie en de toekomst van de kinderen. Om die redenen kunnen de kinderen niet bij haar wonen. De vader doet zijn best, maar kan op dit moment niet de volledige zorg voor de kinderen dragen. Hij werkt en is al lange tijd op zoek naar een passende woning voor hemzelf en de kinderen. De samenwerking tussen de vader en het pleeggezin en de omgang tussen hem en de kinderen verlopen goed. De vader en het pleeggezin stemmen regelmatig met elkaar af over wat de kinderen nodig hebben. Er is in feite een gedeeld opvoederschap. De kinderen zijn goed gehecht aan de vader en aan de leden van het pleeggezin. Zij doen er alles aan de kinderen te bieden wat zij nodig hebben.
5.3.
Omdat de moeder samen met de vader met het ouderlijk gezag over de kinderen is belast en de moeder het niet eens is met de machtiging tot uithuisplaatsing, is het niet mogelijk om de huidige situatie in het vrijwillig kader voort te zetten. De GI heeft de Raad voor de kinderbescherming, hierna te noemen de Raad, al enige tijd geleden verzocht om onderzoek te doen naar de gezagssituatie. Helaas zal dit onderzoek nog een aantal maanden op zich laat wachten.
5.4.
De kinderrechter verlengt op grond van het vorenstaande de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] voor de duur van een jaar. De kinderrechter verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5.5.
De kinderrechter constateert dat de toets van de Raad over het voortduren van de ondertoezichtstelling met uithuisplaatsing ontbreekt. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat deze bepaling in de wet is opgenomen omdat de kinderrechter bij het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling goed moet kunnen beoordelen of de ondertoezichtstelling nog steeds is aangewezen. Uit de hiervoor vermelde gronden volgt dat onder de huidige omstandigheden, met name het al lopende onderzoek van de Raad, een dergelijke toets geen meerwaarde heeft.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] tot 6 juli 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] in een voorziening voor pleegzorg tot 6 juli 2027;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. V. Versteeg als griffier, en op schrift gesteld op 2 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
Artikel 1:265j, derde lid, BW.
HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:454.