Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:9420
2026-06-29
Civiel recht
C/10/721326 / FA RK 26-4707
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wvggz. Zorgmachtiging. Is het verstrekken van een sleutel aan de ambulante hulpverleners zodat die zichzelf binnen kunnen laten een minder bezwarend alternatief? Rb. verwerpt dit verweer en verleent een machtiging voor 6 maanden.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2021:818 Hoge Raad 04-06-2021
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.715 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
29 juni 2026C/10/721326 / FA RK 26-4707Zaak-/rekestnummer: C/10/721326 / FA RK 26-4707
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 29 juni 2026 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] 1963, [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats] ,
op dit moment verblijvende in [naam instelling] , kliniek [afdeling] te [plaats] ,
advocaat mr. H. Vrijhof te Rotterdam.
1Procesverloop
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 10 juni 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring opgesteld door [persoon A] , psychiater, van 8 juni 2026;
de niet-ingevulde zorgkaart;
het zorgplan van 11 mei 2026;
de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
de relevante politiegegevens van betrokkene;
het bericht dat er geen relevante strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 29 juni 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;
[persoon B] , psychiater, en [persoon C] , arts (hierna: de behandelaars), beiden verbonden aan Antes.
1.3
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
2Beoordeling
2.1
Bij beschikking van deze rechtbank van 18 juni 2025 is op grond van artikel 6:4 Wvggz een zorgmachtiging verleend tot en met 18 juni 2026. De officier heeft op 10 juni 2026 een verzoek ingediend voor een aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden.
2.2
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.
2.3
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat betrokkene een uitgebreide psychiatrische voorgeschiedenis heeft, waarbij zij meerdere malen is opgenomen. Betrokkene is momenteel opgenomen nadat zij haar medicatie in de thuissituatie had geweigerd. Dit heeft geleid tot een psychotische ontregeling. Bij betrokkene was sprake van angst en achterdocht. Ook sloot betrokkene zich in de thuissituatie af, opende de deur niet voor de ambulante hulpverlening en wantrouwde hen. Daarbij at en dronk betrokkene nauwelijks. Tijdens de mondelinge behandeling lichten de behandelaars toe dat sinds de huidige opname bij betrokkene sprake is van een duidelijk verbetering. Betrokkene is rustig aanwezig op de afdeling, accepteert de voorgeschreven medicatie en de psychotische symptomen zijn afgenomen. Daarnaast functioneert betrokkene beter binnen de aangeboden structuur en zij maakt op verantwoorde wijze gebruik van haar verlof. De behandelaars geven aan dat het perspectief van betrokkene ligt in een beschermde woonvorm. Daar kan de voor betrokkene noodzakelijk structuur, begeleiding en ondersteuning worden geboden. Hierover zullen zij in gesprek gaan met betrokkene en met haar broer. Voor dit laatste heeft betrokkene tijdens de mondelinge behandeling toestemming gegeven.
2.4
Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
2.5
Namens betrokkene wordt door de advocaat aangevoerd dat betrokkene zich niet verzet tegen het verlenen van een zorgmachtiging. Betrokkene geeft echter de voorkeur aan voortzetting van de behandeling in de thuissituatie, met ondersteuning van ambulante hulpverlening. Uit de medische verklaring blijkt echter dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren.
De behandelaars verklaren dat betrokkene tijdens een eerdere klinische opname naar huis is gegaan, omdat zij dacht dat zij was ontslagen uit de kliniek. Daarvan was echter geen sprake. De politie heeft betrokkene vervolgens moeten assisteren bij haar terugkeer naar de kliniek. Daarnaast is in verleden is gebleken dat een vrijwillig ambulant behandeltraject onvoldoende toereikend was. Betrokkene liet de ambulante hulpverlening niet binnen vanwege haar wantrouwen, dat voortkwam uit haar psychotische ontregeling. De behandelaars lichten toe dat hierdoor niet kan worden vertrouwd op de bereidheid van betrokkene om de noodzakelijke zorg vrijwillig te accepteren en dat een ambulant behandeltraject zonder verplichte zorg onvoldoende waarborgen biedt om ernstig nadeel af te wenden.
De rechtbank heeft om die reden nog onvoldoende vertrouwen in de bereidheid van betrokkene om de noodzakelijke zorg op vrijwillige basis te blijven accepteren en verwerpt het verweer van de advocaat.
2.6
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles;
het beperken van de bewegingsvrijheid;
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken;
het opnemen in een accommodatie.
2.7
De andere door de officier verzochte vorm van verplichte zorg, te weten het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen,
wordt door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzaak daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd.
2.8
Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De advocaat voert aan dat betrokkene gevoelig is voor veranderingen in haar omgeving en dat wisselingen in de begeleiding ertoe kunnen leiden dat zij, uit achterdocht, de ambulante hulpverlening de toegang tot haar woning weigert. Ook voert de advocaat aan dat de psychische toestand van betrokkene snel kan verslechteren indien zij haar medicatie niet gebruikt. Volgens de advocaat kan met aanvullende ambulante hulpverlening, zoals het beschikbaar stellen van een huissleutel aan de ambulante hulpverlening, worden voorkomen dat betrokkene opnieuw zorg zal mijden. De behandelaars hebben echter gemotiveerd toegelicht dat dit niet haalbaar is. Betrokkene vertrouwt tijdens een psychose niemand en laat hen dan ook niet verder toe in het huis. Dit verweer wordt daarom verworpen. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.9
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Aangezien de officier het verzoekschrift niet conform artikel 6:6 lid 2 Wvggz uiterlijk vier weken voor het verstrijken van de voorgaande zorgmachtiging bij de rechtbank heeft ingediend en de voorgaande zorgmachtiging inmiddels al is komen te vervallen, zal de zorgmachtiging gelet op de Hoge Raad uitspraak van 4 juni 2021 (ECLI:NL:HR:2021:818), worden verleend voor de afwijkende duur van zes maanden met ingang van vandaag.
3Beslissing
De rechtbank:
3.1
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
3.2
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.6. kunnen worden getroffen;
3.3
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 december 2026;
3.4
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 29 juni 2026 mondeling gegeven door mr. E.M. Moerman, rechter, in tegenwoordigheid van J. Dam, griffier, en op 10 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Team familie
29 juni 2026C/10/721326 / FA RK 26-4707Zaak-/rekestnummer: C/10/721326 / FA RK 26-4707
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 29 juni 2026 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] 1963, [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats] ,
op dit moment verblijvende in [naam instelling] , kliniek [afdeling] te [plaats] ,
advocaat mr. H. Vrijhof te Rotterdam.
1Procesverloop
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 10 juni 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
de medische verklaring opgesteld door [persoon A] , psychiater, van 8 juni 2026;
de niet-ingevulde zorgkaart;
het zorgplan van 11 mei 2026;
de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
de relevante politiegegevens van betrokkene;
het bericht dat er geen relevante strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 29 juni 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;
[persoon B] , psychiater, en [persoon C] , arts (hierna: de behandelaars), beiden verbonden aan Antes.
1.3
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
2Beoordeling
2.1
Bij beschikking van deze rechtbank van 18 juni 2025 is op grond van artikel 6:4 Wvggz een zorgmachtiging verleend tot en met 18 juni 2026. De officier heeft op 10 juni 2026 een verzoek ingediend voor een aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden.
2.2
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.
2.3
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat betrokkene een uitgebreide psychiatrische voorgeschiedenis heeft, waarbij zij meerdere malen is opgenomen. Betrokkene is momenteel opgenomen nadat zij haar medicatie in de thuissituatie had geweigerd. Dit heeft geleid tot een psychotische ontregeling. Bij betrokkene was sprake van angst en achterdocht. Ook sloot betrokkene zich in de thuissituatie af, opende de deur niet voor de ambulante hulpverlening en wantrouwde hen. Daarbij at en dronk betrokkene nauwelijks. Tijdens de mondelinge behandeling lichten de behandelaars toe dat sinds de huidige opname bij betrokkene sprake is van een duidelijk verbetering. Betrokkene is rustig aanwezig op de afdeling, accepteert de voorgeschreven medicatie en de psychotische symptomen zijn afgenomen. Daarnaast functioneert betrokkene beter binnen de aangeboden structuur en zij maakt op verantwoorde wijze gebruik van haar verlof. De behandelaars geven aan dat het perspectief van betrokkene ligt in een beschermde woonvorm. Daar kan de voor betrokkene noodzakelijk structuur, begeleiding en ondersteuning worden geboden. Hierover zullen zij in gesprek gaan met betrokkene en met haar broer. Voor dit laatste heeft betrokkene tijdens de mondelinge behandeling toestemming gegeven.
2.4
Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
2.5
Namens betrokkene wordt door de advocaat aangevoerd dat betrokkene zich niet verzet tegen het verlenen van een zorgmachtiging. Betrokkene geeft echter de voorkeur aan voortzetting van de behandeling in de thuissituatie, met ondersteuning van ambulante hulpverlening. Uit de medische verklaring blijkt echter dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren.
De behandelaars verklaren dat betrokkene tijdens een eerdere klinische opname naar huis is gegaan, omdat zij dacht dat zij was ontslagen uit de kliniek. Daarvan was echter geen sprake. De politie heeft betrokkene vervolgens moeten assisteren bij haar terugkeer naar de kliniek. Daarnaast is in verleden is gebleken dat een vrijwillig ambulant behandeltraject onvoldoende toereikend was. Betrokkene liet de ambulante hulpverlening niet binnen vanwege haar wantrouwen, dat voortkwam uit haar psychotische ontregeling. De behandelaars lichten toe dat hierdoor niet kan worden vertrouwd op de bereidheid van betrokkene om de noodzakelijke zorg vrijwillig te accepteren en dat een ambulant behandeltraject zonder verplichte zorg onvoldoende waarborgen biedt om ernstig nadeel af te wenden.
De rechtbank heeft om die reden nog onvoldoende vertrouwen in de bereidheid van betrokkene om de noodzakelijke zorg op vrijwillige basis te blijven accepteren en verwerpt het verweer van de advocaat.
2.6
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles;
het beperken van de bewegingsvrijheid;
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken;
het opnemen in een accommodatie.
2.7
De andere door de officier verzochte vorm van verplichte zorg, te weten het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen,
wordt door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzaak daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd.
2.8
Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De advocaat voert aan dat betrokkene gevoelig is voor veranderingen in haar omgeving en dat wisselingen in de begeleiding ertoe kunnen leiden dat zij, uit achterdocht, de ambulante hulpverlening de toegang tot haar woning weigert. Ook voert de advocaat aan dat de psychische toestand van betrokkene snel kan verslechteren indien zij haar medicatie niet gebruikt. Volgens de advocaat kan met aanvullende ambulante hulpverlening, zoals het beschikbaar stellen van een huissleutel aan de ambulante hulpverlening, worden voorkomen dat betrokkene opnieuw zorg zal mijden. De behandelaars hebben echter gemotiveerd toegelicht dat dit niet haalbaar is. Betrokkene vertrouwt tijdens een psychose niemand en laat hen dan ook niet verder toe in het huis. Dit verweer wordt daarom verworpen. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.9
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Aangezien de officier het verzoekschrift niet conform artikel 6:6 lid 2 Wvggz uiterlijk vier weken voor het verstrijken van de voorgaande zorgmachtiging bij de rechtbank heeft ingediend en de voorgaande zorgmachtiging inmiddels al is komen te vervallen, zal de zorgmachtiging gelet op de Hoge Raad uitspraak van 4 juni 2021 (ECLI:NL:HR:2021:818), worden verleend voor de afwijkende duur van zes maanden met ingang van vandaag.
3Beslissing
De rechtbank:
3.1
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
3.2
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.6. kunnen worden getroffen;
3.3
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 december 2026;
3.4
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 29 juni 2026 mondeling gegeven door mr. E.M. Moerman, rechter, in tegenwoordigheid van J. Dam, griffier, en op 10 juli 2026 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.