Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:9389
2026-07-29
Civiel recht; Verbintenissenrecht
C/10/711966 / HA ZA 25-1117
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Vonnis in incident. Vrijwaring. De partij die in vrijwaring wordt opgeroepen is tevens één van de eisers in de hoofdzaak. De rechtbank begrijpt de incidentele vordering zo dat deze (alleen) wordt ingesteld in de hoofdzaak tussen gedaagde en de eiseres die niet wordt opgeroepen in vrijwaring. De incidentele vordering wordt op dit punt toegewezen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.313 tekens)
RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/711966 / HA ZA 25-1117
Vonnis in incident van 29 juli 2026
in de zaak van
1VATTITUDE B.V.,
te Zwijndrecht,2. SIMA CHARTERS B.V.,
te Maassluis,
eisende partijen in de hoofdzaak,
verwerende partijen in het incident,
advocaat: mr. J.J. van de Velde,
tegen
1NEPTUNE SHIPYARDS B.V.,
te Hardinxveld-Giessendam,
advocaat: mr. H.W. ten Katen,
eisende partij in het incident,2. HAISMA SCHEEPS- & INDUSTRIEMOTOREN B.V.,
te Harlingen,
advocaat: mr. H.A. Groeneveld,3. OLTHOF ENGINE SERVICE B.V.,
te Capelle aan den IJssel,
advocaat: mr. V.R. Pool,
gedaagde partijen in de hoofdzaak.
Partijen worden hierna Vattitude, Sima, (eisers in de hoofdzaak gezamenlijk) Vattitude c.s., Neptune, Haisma, Olthof en (gedaagden in de hoofdzaak gezamenlijk) Neptune c.s. genoemd.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 16 juni 2025, met producties 1 tot en met 10;
- de conclusie van antwoord van Haisma, met producties 1 en 2;
- de akte vermindering van eis tevens akte aanvulling grondslag;
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van Neptune (art. 210 lid 1 Rv);
- de brief van deze rechtbank van 1 mei 2026 met daarin een oproep voor de mondelinge behandeling van 9 oktober 2026;
- de conclusie van antwoord van Olthof, met producties 1 tot en met 7;
- de conclusie van antwoord in vrijwaringsincident.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2De vordering in de hoofdzaak
2.1.
In de hoofdzaak hebben Vattitude c.s. - na vermindering van eis - gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Neptune c.s. hoofdelijk, dan wel Neptune, dan wel Haisma, dan wel Olthof veroordeelt om aan Vattitude c.s., dan wel Vattitude, dan wel Sima, te betalen: de reparatiekosten en bijkomende kosten van € 186.173,89, vermeerderd met de wettelijke rente, en de expertisekosten van € 18.002,00, vermeerderd met de wettelijke rente, met veroordeling van Neptune c.s. in de (na)kosten van deze procedure.
2.2.
Vattitude c.s. hebben onder meer gesteld dat zij mede namens verzekeraars krachtens last en volmacht optreden.
2.3.
Haisma voert verweer en concludeert tot het niet-ontvankelijk verklaren van Vattitude c.s. in hun vorderingen, dan wel hen deze te ontzeggen, met veroordeling van Vattitude c.s. in de (na)kosten van deze procedure.
2.4.
Olthof voert verweer en concludeert tot het niet-ontvankelijk verklaren van Vattitude c.s. in hun vorderingen, althans deze af te wijzen, met veroordeling van Vattitude c.s. in de (na)kosten van deze procedure, vermeerderd met de wettelijke rente.
2.5.
Neptune heeft nog niet op de dagvaarding gereageerd.
3Het geschil in het incident
3.1.
In het incident vordert Neptune dat het haar, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, 1) wordt toegestaan Vattitude in vrijwaring op te roepen en te dagvaarden tegen een door de rechtbank te bepalen terechtzitting, ten einde op de eis tot vrijwaring te antwoorden en voort te procederen, met veroordeling van Vattitude in de (na)kosten van het incident en dat de rechtbank bepaalt dat 2) de vrijwaringszaak zal worden gevoegd met de hoofdzaak en 3) Neptune pas in de hoofdzaak inhoudelijk voor antwoord zal hoeven te concluderen nadat Vattitude in de vrijwaringszaak heeft geantwoord.
3.2.
Neptune legt aan deze vordering het volgende ten grondslag. Op grond van artikel 9 tot en met 13 van de aannemingsovereenkomst tussen Neptune en Vattitude, dient Vattitude Neptune te vrijwaren "ter zake van (schade ten gevolge van) onjuist- of onvolkomenheden [...] in de tekeningen". Vattitude en Sima stellen immers dat de schade het gevolg is van een uitlijningsfout. Al zou sprake zijn van een uitlijningsfout, is deze fout het gevolg van het ontwerp en/of de tekeningen en/of de instructies (voor inbouw) door Vattitude.
Deze vrijwaringsplicht geldt voor de aanspraken van Sima, maar ook van de (gesubrogeerde) verzekeraars.
Daarnaast is Vattitude op grond van artikel 33 van de aannemingsovereenkomst gehouden Neptune te vrijwaren: "Opdrachtgever zal Opdrachtnemer en zijn werknemers vrijwaren van iedere aanspraak van derden in verband met de uitvoering van de overeenkomst door Opdrachtnemer".
In het geval dat de vermeende vordering van verzekeraars of Sima wordt toegewezen, dan dient Vattitude Neptune dus te vrijwaren voor diezelfde vorderingen, aldus steeds Neptune.
3.3.
Vattitude c.s. voeren verweer en concluderen tot het niet-ontvankelijk verklaren van Neptune, dan wel de incidentele vordering af te wijzen, met veroordeling van Neptune in de (na)kosten van het incident.
4De boordeling in het incident
4.1.
De incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring is tijdig en vóór alle weren genomen. Ingevolge artikel 210 lid 1 Rv kan de gedaagde een derde partij in vrijwaring oproepen indien hij meent hiertoe gronden te hebben. Voldoende is dat gedaagde in de hoofdzaak genoegzaam stelt dat tussen hem en de derde partij een rechtsverhouding bestaat krachtens welke de derde partij verplicht is de nadelige gevolgen van een veroordeling van gedaagde in de hoofdzaak te dragen.
4.2.
Het staat op gespannen voet met het systeem van de wet dat een gedaagde de eisende partij in vrijwaring oproept, nu de vrijwaring juist ziet op de situatie dat een partij in de hoofdzaak de nadelige gevolgen van verlies in de hoofdzaak kan afwentelen op een derde. In de hoofdzaak is Vattitude eisende partij en (in die zin) geen derde. Hetzelfde geldt voor een vordering van de verzekeraars die (uitsluitend) zijn gesubrogeerd in de rechten van Vattitude.
Gezien de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring waarin Neptune stelt dat Vattitude haar dient te vrijwaren in het geval dat de vermeende vordering van verzekeraars of Sima wordt toegewezen, begrijpt de rechtbank de incidentele vordering van Neptune daarom zo dat deze (alleen) wordt ingesteld in de hoofdzaak tussen Sima en Neptune.
4.3.
De rechtbank oordeelt dat Neptune onder verwijzing naar de artikelen 9 tot en met 13 en artikel 33 van de overeenkomst tussen haar en Vattitude met betrekking tot vrijwaring, voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat zij voor de vordering van Sima mogelijk (deels) regres kan nemen op Vattitude.
De discussie omtrent het door Vattitude gevoerde verweer, dat erop neerkomt dat geen sprake is van een situatie waarin zij op grond van artikel 9 van de overeenkomst gehouden is om Neptune te vrijwaren, zal in de vrijwaringsprocedure gevoerd kunnen worden. Dat Sima volgens Vattitude hetzelfde vordert als Vattitude, en dat daarom geen sprake is van een situatie zoals omschreven in artikel 33 van de overeenkomst waarin Neptune dient te worden gevrijwaard van iedere aanspraak van derden die meer of anders zijn dan die van Vattitude, staat toewijzing van de incidentele vordering ook niet in de weg. Dit sluit immers niet uit dat in de hoofdzaak een vordering van Sima zou kunnen worden toegewezen waarvoor Vattitude, op grond van één van de andere artikelen van de overeenkomst, Neptune dient te vrijwaren.
4.4.
De incidentele vordering wordt dan ook toegewezen.
4.5.
Neptune heeft tevens geconcludeerd tot voeging van de hoofdzaak en de vrijwaringszaak. Momenteel is er echter nog geen dagvaarding in vrijwaring betekend en is ook (nog) geen sprake van een ter rolle ingeschreven vrijwaringszaak. De vordering tot voeging van Neptune is in dat licht prematuur en is in dit stadium van de procedure niet mogelijk
4.6.
Het verzoek van Neptune om pas in de hoofdzaak inhoudelijk voor antwoord te hoeven concluderen nadat Vattitude in de vrijwaringszaak heeft geantwoord is niet onderbouwd en de rechtbank ziet hier ook geen grond voor. Dit verzoek wordt daarom afgewezen.
4.7.
Vattitude zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De rechtbank begroot deze kosten op € 653,00 (1 punt x tarief II) aan salaris voor de advocaat en € 189,00 aan nakosten (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing).
5De beslissing
De rechtbank
in het incident
5.1.
staat toe dat Vattitude door Neptune wordt gedagvaard tegen de rolzitting van 9 september 2026;
5.2.
veroordeelt Vattitude in de kosten van het incident, aan de zijde van Neptune, begroot op € 842,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Neptune niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst al het andere af;
in de hoofdzaak
5.5.
verwijst de zaak naar de rol van 9 september 2026 voor conclusie van antwoord aan de zijde van Neptune;
5.6.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.L. Spierings en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.
3597/2459
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/711966 / HA ZA 25-1117
Vonnis in incident van 29 juli 2026
in de zaak van
1VATTITUDE B.V.,
te Zwijndrecht,2. SIMA CHARTERS B.V.,
te Maassluis,
eisende partijen in de hoofdzaak,
verwerende partijen in het incident,
advocaat: mr. J.J. van de Velde,
tegen
1NEPTUNE SHIPYARDS B.V.,
te Hardinxveld-Giessendam,
advocaat: mr. H.W. ten Katen,
eisende partij in het incident,2. HAISMA SCHEEPS- & INDUSTRIEMOTOREN B.V.,
te Harlingen,
advocaat: mr. H.A. Groeneveld,3. OLTHOF ENGINE SERVICE B.V.,
te Capelle aan den IJssel,
advocaat: mr. V.R. Pool,
gedaagde partijen in de hoofdzaak.
Partijen worden hierna Vattitude, Sima, (eisers in de hoofdzaak gezamenlijk) Vattitude c.s., Neptune, Haisma, Olthof en (gedaagden in de hoofdzaak gezamenlijk) Neptune c.s. genoemd.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 16 juni 2025, met producties 1 tot en met 10;
- de conclusie van antwoord van Haisma, met producties 1 en 2;
- de akte vermindering van eis tevens akte aanvulling grondslag;
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van Neptune (art. 210 lid 1 Rv);
- de brief van deze rechtbank van 1 mei 2026 met daarin een oproep voor de mondelinge behandeling van 9 oktober 2026;
- de conclusie van antwoord van Olthof, met producties 1 tot en met 7;
- de conclusie van antwoord in vrijwaringsincident.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2De vordering in de hoofdzaak
2.1.
In de hoofdzaak hebben Vattitude c.s. - na vermindering van eis - gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Neptune c.s. hoofdelijk, dan wel Neptune, dan wel Haisma, dan wel Olthof veroordeelt om aan Vattitude c.s., dan wel Vattitude, dan wel Sima, te betalen: de reparatiekosten en bijkomende kosten van € 186.173,89, vermeerderd met de wettelijke rente, en de expertisekosten van € 18.002,00, vermeerderd met de wettelijke rente, met veroordeling van Neptune c.s. in de (na)kosten van deze procedure.
2.2.
Vattitude c.s. hebben onder meer gesteld dat zij mede namens verzekeraars krachtens last en volmacht optreden.
2.3.
Haisma voert verweer en concludeert tot het niet-ontvankelijk verklaren van Vattitude c.s. in hun vorderingen, dan wel hen deze te ontzeggen, met veroordeling van Vattitude c.s. in de (na)kosten van deze procedure.
2.4.
Olthof voert verweer en concludeert tot het niet-ontvankelijk verklaren van Vattitude c.s. in hun vorderingen, althans deze af te wijzen, met veroordeling van Vattitude c.s. in de (na)kosten van deze procedure, vermeerderd met de wettelijke rente.
2.5.
Neptune heeft nog niet op de dagvaarding gereageerd.
3Het geschil in het incident
3.1.
In het incident vordert Neptune dat het haar, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, 1) wordt toegestaan Vattitude in vrijwaring op te roepen en te dagvaarden tegen een door de rechtbank te bepalen terechtzitting, ten einde op de eis tot vrijwaring te antwoorden en voort te procederen, met veroordeling van Vattitude in de (na)kosten van het incident en dat de rechtbank bepaalt dat 2) de vrijwaringszaak zal worden gevoegd met de hoofdzaak en 3) Neptune pas in de hoofdzaak inhoudelijk voor antwoord zal hoeven te concluderen nadat Vattitude in de vrijwaringszaak heeft geantwoord.
3.2.
Neptune legt aan deze vordering het volgende ten grondslag. Op grond van artikel 9 tot en met 13 van de aannemingsovereenkomst tussen Neptune en Vattitude, dient Vattitude Neptune te vrijwaren "ter zake van (schade ten gevolge van) onjuist- of onvolkomenheden [...] in de tekeningen". Vattitude en Sima stellen immers dat de schade het gevolg is van een uitlijningsfout. Al zou sprake zijn van een uitlijningsfout, is deze fout het gevolg van het ontwerp en/of de tekeningen en/of de instructies (voor inbouw) door Vattitude.
Deze vrijwaringsplicht geldt voor de aanspraken van Sima, maar ook van de (gesubrogeerde) verzekeraars.
Daarnaast is Vattitude op grond van artikel 33 van de aannemingsovereenkomst gehouden Neptune te vrijwaren: "Opdrachtgever zal Opdrachtnemer en zijn werknemers vrijwaren van iedere aanspraak van derden in verband met de uitvoering van de overeenkomst door Opdrachtnemer".
In het geval dat de vermeende vordering van verzekeraars of Sima wordt toegewezen, dan dient Vattitude Neptune dus te vrijwaren voor diezelfde vorderingen, aldus steeds Neptune.
3.3.
Vattitude c.s. voeren verweer en concluderen tot het niet-ontvankelijk verklaren van Neptune, dan wel de incidentele vordering af te wijzen, met veroordeling van Neptune in de (na)kosten van het incident.
4De boordeling in het incident
4.1.
De incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring is tijdig en vóór alle weren genomen. Ingevolge artikel 210 lid 1 Rv kan de gedaagde een derde partij in vrijwaring oproepen indien hij meent hiertoe gronden te hebben. Voldoende is dat gedaagde in de hoofdzaak genoegzaam stelt dat tussen hem en de derde partij een rechtsverhouding bestaat krachtens welke de derde partij verplicht is de nadelige gevolgen van een veroordeling van gedaagde in de hoofdzaak te dragen.
4.2.
Het staat op gespannen voet met het systeem van de wet dat een gedaagde de eisende partij in vrijwaring oproept, nu de vrijwaring juist ziet op de situatie dat een partij in de hoofdzaak de nadelige gevolgen van verlies in de hoofdzaak kan afwentelen op een derde. In de hoofdzaak is Vattitude eisende partij en (in die zin) geen derde. Hetzelfde geldt voor een vordering van de verzekeraars die (uitsluitend) zijn gesubrogeerd in de rechten van Vattitude.
Gezien de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring waarin Neptune stelt dat Vattitude haar dient te vrijwaren in het geval dat de vermeende vordering van verzekeraars of Sima wordt toegewezen, begrijpt de rechtbank de incidentele vordering van Neptune daarom zo dat deze (alleen) wordt ingesteld in de hoofdzaak tussen Sima en Neptune.
4.3.
De rechtbank oordeelt dat Neptune onder verwijzing naar de artikelen 9 tot en met 13 en artikel 33 van de overeenkomst tussen haar en Vattitude met betrekking tot vrijwaring, voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat zij voor de vordering van Sima mogelijk (deels) regres kan nemen op Vattitude.
De discussie omtrent het door Vattitude gevoerde verweer, dat erop neerkomt dat geen sprake is van een situatie waarin zij op grond van artikel 9 van de overeenkomst gehouden is om Neptune te vrijwaren, zal in de vrijwaringsprocedure gevoerd kunnen worden. Dat Sima volgens Vattitude hetzelfde vordert als Vattitude, en dat daarom geen sprake is van een situatie zoals omschreven in artikel 33 van de overeenkomst waarin Neptune dient te worden gevrijwaard van iedere aanspraak van derden die meer of anders zijn dan die van Vattitude, staat toewijzing van de incidentele vordering ook niet in de weg. Dit sluit immers niet uit dat in de hoofdzaak een vordering van Sima zou kunnen worden toegewezen waarvoor Vattitude, op grond van één van de andere artikelen van de overeenkomst, Neptune dient te vrijwaren.
4.4.
De incidentele vordering wordt dan ook toegewezen.
4.5.
Neptune heeft tevens geconcludeerd tot voeging van de hoofdzaak en de vrijwaringszaak. Momenteel is er echter nog geen dagvaarding in vrijwaring betekend en is ook (nog) geen sprake van een ter rolle ingeschreven vrijwaringszaak. De vordering tot voeging van Neptune is in dat licht prematuur en is in dit stadium van de procedure niet mogelijk
4.6.
Het verzoek van Neptune om pas in de hoofdzaak inhoudelijk voor antwoord te hoeven concluderen nadat Vattitude in de vrijwaringszaak heeft geantwoord is niet onderbouwd en de rechtbank ziet hier ook geen grond voor. Dit verzoek wordt daarom afgewezen.
4.7.
Vattitude zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De rechtbank begroot deze kosten op € 653,00 (1 punt x tarief II) aan salaris voor de advocaat en € 189,00 aan nakosten (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing).
5De beslissing
De rechtbank
in het incident
5.1.
staat toe dat Vattitude door Neptune wordt gedagvaard tegen de rolzitting van 9 september 2026;
5.2.
veroordeelt Vattitude in de kosten van het incident, aan de zijde van Neptune, begroot op € 842,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Neptune niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst al het andere af;
in de hoofdzaak
5.5.
verwijst de zaak naar de rol van 9 september 2026 voor conclusie van antwoord aan de zijde van Neptune;
5.6.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.L. Spierings en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.
3597/2459