Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:9214
2026-03-12
Civiel recht
C/10/ 716229 KG RK 26-283
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
benoeming maritiem gerechtsdeskundige”?
Citeert (1)
- ECLI:NL:RBROT:2024:13333 Rechtbank Rotterdam 13-12-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (23.402 tekens)
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/ 716229 KG RK 26-283
Beschikking van de voorzieningenrechter van 12 maart 2026
in de zaak van
de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging
PACIFIC BASIN SG PTE LTD,
gevestigd te Singapore,
verzoekster,
advocaat mr. H.C.A. van der Houven van Oordt te Rotterdam,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RIETLANDEN TERMINALS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
advocaat mr. A. van Hal te Rotterdam,
2. de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging
OCEAN-FRONT SHIPPING SINGAPORE PTE LTD.,
gevestigd te Singapore,
advocaat mr. J.J. van de Velde te Rotterdam,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EUROPEAN METAL RECYCLING B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
niet verschenen,
4. de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging
DAVA PTE LTD.,
gevestigd te Singapore,
advocaat mr. K.L.A. van Waasbergen,
verweersters.
Partijen worden hierna Pacific, Rietlanden, Ocean-front en EMR genoemd.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift van 11 maart 2026, met 3 producties (houdende een ‘Letter of protest’ van 5 maart 2026, een e-mailbericht van LBH Agency-NL aan Dimitris Lemos van 6 maart 2026 en een overzicht met de contactgegevens van de belanghebbenden en hun experts);
het verweerschrift van mr. Van Hal namens Rietlanden van 11 maart 2006;
de spreekaantekeningen van mr. Van de Velde;
de mondelinge behandeling, gehouden op 12 maart 2026.
1.2.
Bij de mondelinge behandeling zijn mr. Van der Houven van Oordt, mr. B.T. Pos en [naam 1], expert van Pacific, voor Pacific verschenen. Verder zijn verschenen
mr. Van de Velde voor Ocean en mr. Van Hal voor Rietlanden en mr. Van Waasbergen voor DAVA Pte Ltd. te Singapore (hierna DAVA).
1.3.
Vervolgens is de beschikking vanwege de spoedeisendheid bepaald op heden.
2De feiten
2.1.
Ocean-Front is eigenaar van het zeeschip MBS TAISHA met IMO-nummer: [nummer] (hierna aangeduid als ‘het schip’).
Ocean-Front heeft het schip in bevrachting gegeven aan DAVA Pte Ltd. te Singapore die het schip heeft vervracht aan Pacific. Pacific heeft vervolgens het schip op haar beurt in reisbevrachting gegeven aan EMR voor het vervoer van een lading ‘scrap’ van Nederland naar Turkije/Egypte.
2.2.
Op of omstreeks 5 maart 2026 heeft zich een incident voorgedaan waarbij schade is ontstaan aan het schip. Tijdens het beladen van het schip aan de terminal van Rietlanden is een gat ontstaan in een bunkertank waardoor een forse hoeveelheid bunkerolie in het ruim is gestroomd en de daar al geladen lading scrap ernstig heeft verontreinigd.
2.3.
Het schip ligt nu voor anker bij de terminal van Rietlanden. De planning is dat het schip kort na 13 maart 2026 uit zal varen.
3Het geschil
3.1.
Pacific verzoekt dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad - op alle dagen en uren - te verklaren beschikking, een gerechtelijk onderzoek zal gelasten door een maritiem gerechtsdeskundige type ‘volledig’, aan boord van het schip MBS TAISHA en op de terminal van Rietlanden, naar de aard en de oorzaak van het incident waarbij in het ruim een gat is ontstaan in de bunkertank en als gevolg waarvan de lading in het ruim is verontreinigd door bunkerolie en ook overige schade is veroorzaakt en:
de [naam 2] NIVRE-re aanstelt als maritiem gerechtsdeskundige;
gelast dat verweersters door de maritiem gerechtsdeskundige worden opgeroepen voor en uitgenodigd worden om aanwezig te zijn bij het onderzoek aan boord van het schip en op de terminal;
de maritiem gerechtsdeskundige opdraagt om ook de door verzoekster en de verweersters aangestelde experts uit te nodigen om aanwezig te zijn bij zijn onderzoek en hen gelegenheid te bieden om vragen te stellen en suggesties te doen ten aanzien van de uitvoering van het onderzoek en ten aanzien van het horen van bemanningsleden en overige getuigen op de terminal;
de maritiem gerechtsdeskundige opdraagt om gespecificeerd antwoord te geven op de in het rekest opgenomen vragen;
bepaalt dat verweersters én de bemanning van de MBS TAISHA zijn gehouden om aan de maritiem gerechtsdeskundige alle verlangde informatie, documenten en gegevens op eerste verzoek te verstrekken, alle relevante getuigen beschikbaar te stellen en verklaringen af te laten leggen, en ook overigens alle medewerking te verlenen aan het onderzoek, een en ander op straffe van een door de verweersters onmiddellijk aan verzoekster te verbeuren dwangsom van € 200.000,-;
bepaalt dat de maritiem gerechtsdeskundige onmiddellijk contact op dient te nemen met Bureau Voorzieningenrechter op telefoonnummer +[telefoonnummer 1] (buiten kantooruren met de voorzieningenrechter van dienst op telefoonnummer +[telefoonnummer 2]) wanneer hij problemen ondervindt tijdens de uitvoering van het onderzoek en/of anderszins behoefte heeft aan nadere aanwijzingen tijdens het onderzoek;
kosten rechtens.
3.2.
Pacific stelt dat zij ter bescherming van haar rechtspositie er recht op en belang bij heeft dat de precieze toedracht van het incident en de achterliggende oorzaken daarvan worden vastgesteld door onderzoek aan boord en op de terminal en door het horen van alle relevante getuigen. Pacific vreest dat cruciaal bewijs verloren gaat, indien niet direct onderzoek aan boord van het schip en op de terminal plaatsvindt door een onafhankelijke gerechtsdeskundige met de volledige medewerking van Ocean-Front en Rietlanden.
Dit geldt te meer volgens Pacific, nu haar expert tot op dit moment zeer beperkte medewerking van Ocean-Front en Rietlanden ervaart bij zijn onderzoek naar de toedracht van het incident.
Rietlanden
3.3.
Rietlanden maakt geen bezwaar tegen het benoemen van een maritiem gerechtsdeskundige en refereert zich wat betreft de benoeming van [naam 2] aan het oordeel van de voorzieningenrechter.
Wel heeft Rietlanden bezwaar tegen de vraagstelling, de onbegrensde medewerkingsplicht aan de maritieme gerechtsdeskundige en de oplegging van een dwangsom.
3.4.
Wat betreft de vraagstelling verzoekt Rietlanden primair dat volstaan wordt met één vraag zijnde: ‘Wat is – feitelijk en technisch – de oorzaak van het voorval waarbij schade is ontstaan aan de bunkertank van de “MBS Taishi” en bunkerolie in het ruim is gestroomd?’.
Subsidiair verzoekt Rietlanden om, kort gezegd, een minder normatieve vraagstelling op te nemen en verzoekt zij te beschikken dat ook andere vertegenwoordigers van partijen zoals advocaten bij het onderzoek aanwezig mogen zijn.
Ocean-Front
3.5.
Ocean-Front maakt geen bezwaar tegen het benoemen van een maritiem gerechtsdeskundige en refereert zich aan het oordeel van de voorzieningenrechter. Ook tegen de persoon van de te benoemen maritiem gerechtsdeskundige heeft Ocean-Front geen bezwaar.
3.6.
Ocean-Front heeft wel bezwaar tegen de door Pacific voorgestelde vraag sub C en verzoekt de voorzieningenrechter om deze vraag niet voor te leggen aan de gerechtsdeskundige, omdat de vraag niet relevant is voor het onderzoek naar de oorzaak van het incident. Ocean-Front stelt in dit verband dat de bemanning niet is betrokken bij het laden, nu dat wordt uitgevoerd door de stuwadoors van Rietlanden en daarom dus ook geen maatregelen kan nemen in het kader van het veilig laten verlopen van het laden.
3.7.
Ocean-Front heeft eveneens bezwaar tegen het in randnummer 10 van het verzoekschrift opgenomen verzoek dat ‘verweersters aan de gerechtsdeskundige alle vereiste en door de deskundige noodzakelijk geachte documenten dienen te verstrekken’ en stelt dat de deskundige per document dient toe te lichten waarom het relevant is voor het onderzoek naar de oorzaak van het incident en hierover de rechter dient te contacteren indien hierover tussen partijen discussie ontstaat.
Tot slot verzoekt Ocean-Front om te bepalen dat de advocaten van partijen aanwezig mogen zijn tijdens het onderzoek om de rechten van hun cliënten te kunnen waarborgen.
DAVA
3.8.
DAVA heeft geen bezwaar tegen de benoeming van een maritiem gerechtsdeskundige en evenmin tegen de persoon van de te benoemen deskundige en refereert zich aan het oordeel van de voorzieningenrechter.
4De beoordeling
4.1.
Deze zaak heeft een internationaal karakter, nu zowel Pacific als Ocean-Front gevestigd zijn in Singapore en Rietlanden en EMR in Nederland. De voorzieningenrechter dient daarom ambtshalve te beoordelen of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt.
4.2.
De voorzieningenrechter heeft ten aanzien van de tegen Rietland en EMR ingestelde vordering rechtsmacht op grond van artikel 4 en/of 35 Brussel I Bis-Vo, nu zij woonplaats hebben in Nederland. Ten aanzien van de tegen Ocean-Front ingestelde vordering heeft de voorzieningenrechter rechtsmacht op grond van artikel 3 Rv.
Daarbij wijzen de leden 1 sub f en 4 van artikel 625 Rv de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam aan om kennis te nemen van verzoeken betreffende schade veroorzaakt aan boord van een schip.
Voor wat betreft de aard van het verzoek biedt artikel 196 e.v. Rv in dit geval voldoende grondslag. Daarbij is nog daargelaten dat artikel 8:495 BW jo. artikel 633 Rv die grondslag ook bieden.
Dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam bevoegd is, is ook niet in geschil.
4.3.
Op de zitting hebben partijen onder meer besproken dat een onderzoek door een maritiem gerechtsdeskundige wenselijk is en hebben zij gedebatteerd over de vraagstelling, de omvang van de ‘medewerkingsplicht’ aan de deskundige, de wenselijkheid van de aanwezigheid van de advocaten bij het onderzoek en de noodzaak van oplegging van een dwangsom en de hoogte daarvan.
4.4.
Pacific heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter spoedeisend belang bij het verzamelen van bewijs en het instellen van een onderzoek naar de oorzaak van het incident aan boord van het schip door een onafhankelijke derde, in de zin van een deskundige ‘volledig’ in de zin van het rapport ‘Afkoersen op vaste maritieme gerechtsdeskundigen’.
Als zodanig zal de genoemde [naam 2] (NIVRE-re) worden benoemd. Ter zitting is bevestigd dat hij in staat en bereid is als zodanig op te treden.
4.5.
Pacific heeft verzocht om in ieder geval de onderstaande vragen aan de maritieme gerechtsdeskundige te stellen:
Kan u de toedracht van het incident reconstrueren en daarbij alle achterliggende oorzaken identificeren en benoemen die hebben geleid tot het gat in de bunkertank en de daarop volgende contaminatie van de lading scrap in het ruim van de MBS TAISHI?
Zijn er aanwijzingen dat de beschadigde bunkertank reeds was beschadigd voordat werd begonnen met het laden van de lading scrap aan boord van de MBS TAISHI?
Welke maatregelen zijn voorafgaand aan de belading getroffen aan boord van het schip om de belading van het schip veilig te laten verlopen?
Voldeed de betreffende walkraan waarmee het schip werd beladen aan alle toepasselijke (veiligheids)voorschriften en was de walkraan onderhouden volgens alle daaraan te stellen eisen?
Wie was de kraanbestuurder van de walkraan en was deze volgens de geldende eisen en normeringen voldoende getraind én bevoegd om de walkraan te opereren? Voldeed de kraanmachinist van de betreffende kraan ten tijde van het incident aan de toepasselijke normen ter zake van werk- en rusttijden?
Welke maatregelen zijn door Rietlanden getroffen om incidenten als deze te voorkomen en welke instructies zijn in dat verband door Rietlanden verstrekt aan deze kraanmachinist?
Alle nadere vragen die de deskundige relevant en opportuun acht.
4.6.
Zoals hiervoor onder rechtsoverwegingen 3.3-3.6 is aangegeven, hebben Rietlanden en Ocean-Front bezwaar tegen de vraagstelling.
4.7.
Met Pacific is de rechtbank van oordeel dat in deze zaak niet kan worden volstaan met - zoals door Rietlanden primair is verzocht en bepleit - het stellen van een enkele algemene vraag luidend “Wat is – feitelijk en technisch – de oorzaak van het voorval waarbij schade is ontstaan aan de bunkertank van de “MBS Taishi” en bunkerolie in het ruim is gestroomd?”, nu gelet op de aard van de mogelijk te entameren vervolgprocedure(s) en het arrest van de Hoge Raad in de zaak [naam 3] deze algemeen geformuleerde vraag mogelijk te weinig concrete informatie oplevert en problemen kan geven bij een mogelijk te entameren vervolgprocedure.
Pacific heeft dan ook een voldoende en concreet belang bij het vaststellen van de achterliggende oorzaken.
4.8.
Wel is de rechtbank van oordeel dat de vraagstelling van Pacific op punten gekleurd en sturend is, althans in die zin kan worden begrepen, en dat het in het belang van alle partijen is dat de vragen niet normatief, maar zo neutraal en feitelijk mogelijk worden geformuleerd.
Nu Rietlanden ter zitting heeft aangegeven dat zij zich wat betreft haar subsidiaire standpunt kan vinden in een vraagstelling overeenkomstig die in de zaak ‘Athens’ - en Pacific zelf naar deze zaak verwijst en stelt dat haar vragen vrijwel identiek zijn aan de vragen in die zaak - leidt de rechtbank hieruit af dat ook Pacific geen bezwaar heeft tegen aanpassing van de vraagstelling langs de lijnen van de zaak ‘Athens’.
De voorzieningenrechter zal daarom de door Pacific voorgestelde vragen herformuleren op de hieronder aangegeven wijze en deze vragen aan de maritiem gerechtsdeskundige voorleggen. Er zullen daarbij - zoals ter zitting besproken - twee vragen worden toegevoegd met betrekking tot de rol van de (mogelijk) aanwezige bulldozer in het ruim en de rol en de aanwezigheid van de bemanning van het schip.
4.9.
Aan het bezwaar van Ocean-Front tegen vraag C gaat de rechtbank (dus) voorbij, nu ook deze vraag voor wat betreft de toedracht van het incident relevant kan zijn.
4.10.
Aan de maritiem gerechtsdeskundige zullen de volgende vragen ter beantwoording worden voorgelegd:
Kunt u de toedracht van het incident reconstrueren en daarbij alle achterliggende oorzaken identificeren en benoemen die hebben geleid tot het gat in de bunkertank en de daarop volgende contaminatie van de lading scrap in het ruim van de MBS TAISHI?
Hoe was de staat van de (bij het incident beschadigde) bunkertank voordat werd begonnen met het laden van de lading scrap aan boord van de MBS TAISHI?
Welke communicatie en/of afstemming heeft voor en tijdens de uitvoering van de operationele werkzaamheden plaatsgevonden tussen EMR en/of Rietlanden en (de bemanning van) het schip? Zijn er werkafspraken gemaakt? Zo ja, welke opvolging is aan die werkafspraken gegeven? Heeft (de bemanning van) het schip maatregelen getroffen vooafgaand aan de belading?
Welke veiligheids- en onderhoudsvoorschriften golden voor de walkraan? Zijn die voorschriften opgevolgd? Hoe was de staat van de walkraan?
Welke instructies en/of protocollen waren van toepassing op de uitvoering van operationele werkzaamheden door de walkraan, zowel in het algemeen als in dit geval? Daarbij kan onder meer aan de orde komen: de persoon van de kraanmachinist, of hij/zij voldoende gecertificeerd was, wie de werkgever was van de kraanmachinist, of aan toepasselijke werk- en rusttijdenregelgeving was voldaan en of, en zo ja welke, instructies zijn verstrekt aan de kraanmachinist.
Waar bevond zich de bij het beladen van het schip gebruikte bulldozer voor en ten tijde van het incident? Welke werkzaamheden heeft de bulldozer verricht?
Waar bevond de bemanning zich voor en ten tijde van het incident?
Zijn er andere punten die u relevant en opportuun acht?
4.11.
Aan het verzoek van Ocean-Front om de advocaten desgewenst aanwezig te laten zijn tijdens het onderzoek komt de rechtbank wel tegemoet, nu partijen hierbij belang hebben en er onvoldoende zwaarwegende beletselen zijn om hiervan af te zien.
4.12.
De bezwaren tegen de verstrekking op verzoek van de gerechtsdeskundige van alle vereiste en noodzakelijk geachte documenten worden niet gehonoreerd, nu het in beginsel aan de maritiem gerechtsdeskundige is om te bepalen welke documenten hij nodig heeft voor de juiste uitvoering van de aan hem opgedragen taak. Daarbij past niet dat de gerechtsdeskundige steeds eerst de relevantie van het document voor het onderzoek aan de advocaten en/of partijen moet toelichten, alvorens hem deze documenten worden verstrekt.
Daarbij overweegt de voorzieningenrechter dat indien de deskundige stukken nodig heeft die hij niet krijgt en die snel nodig zijn in verband met het te verrichten onderzoek, hij zich kan verstaan met de in de beslissing aan te wijzen rechter.
4.13.
De verzochte oplegging van een dwangsom wordt afgewezen, omdat niet aannemelijk is dat verweersters niet zullen meewerken aan het onderzoek.
Ter zitting is immers door Rietlanden en Ocean-Front aangegeven dat ook zij belang hebben bij het onderzoek - nu er nog geen enkele duidelijkheid bestaat over het incident - en dat hun cliënten hun medewerking aan het onderzoek zullen verlenen. Van een weigerachtige opstelling is de voorzieningenrechter bovendien ook niet gebleken.
4.14.
Het voorschot wordt, naar het gebruikelijke tarief, voldaan door verzoekster.
4.15.
Voor een proceskostenveroordeling wordt, nu partijen het allen eens zijn over de wenselijkheid van het benoemen van een maritiem gerechstdeskundige, geen aanleiding gezien.
5De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1.
beveelt een gerechtelijk onderzoek naar de oorzaak van het incident als omschreven in het verzoekschrift,
5.2.
benoemt tot deskundige die het onderzoek zal verrichten;
[naam 2] NIVRE-re
Doldrums B.V., [adres]
Telefoon: + [telefoonnummer 3]
E-mail: [e-mailadres]
5.3.
beveelt partijen om volledige medewerking te verlenen aan de deskundige, waaronder het geven van toegang tot het schip MBS TAISHI;
5.4.
gelast dat verweersters door de maritiem gerechtsdeskundige worden opgeroepen voor en uitgenodigd worden om aanwezig te zijn bij het onderzoek aan boord van het schip en op de terminal;
5.5.
draagt de maritiem gerechtsdeskundige op om ook de door verzoekster en de verweersters aangestelde experts uit te nodigen om aanwezig te zijn bij zijn onderzoek en hen gelegenheid te bieden om vragen te stellen en suggesties te doen ten aanzien van de uitvoering van het onderzoek en ten aanzien van het horen van bemanningsleden en overige getuigen op de terminal;
5.6.
draagt de maritiem gerechtsdeskundige op om gespecificeerd antwoord te geven op bovenstaande (geherformuleerde) vragen;
5.7.
bepaalt dat verweersters én de bemanning van de MBS TAISHI zijn gehouden om aan de maritiem gerechtsdeskundige alle door hem verlangde informatie, documenten en gegevens op eerste verzoek te verstrekken, alle relevante getuigen beschikbaar te stellen en verklaringen af te laten leggen, en ook overigens alle medewerking te verlenen aan het onderzoek;
5.8.
bepaalt dat de maritiem gerechtsdeskundige onmiddellijk contact op dient te nemen met Bureau Voorzieningenrechter op telefoonnummer +[telefoonnummer 1] (buiten kantooruren met de voorzieningenrechter van dienst op telefoonnummer +[telefoonnummer 2]) wanneer hij problemen ondervindt tijdens de uitvoering van het onderzoek en/of anderszins behoefte heeft aan nadere aanwijzingen tijdens het onderzoek;
5.9.
wijst mr. Th. Veling aan als rechter die beschikbaar is voor ruggenspraak en het nemen van een beslissing als tijdens het onderzoek geschillen rijzen tussen de deskundige en betrokken personen of partijen:
5.10.
staat de experts en advocaten van partijen toe om desgewenst bij het onderzoek aanwezig te zijn voor zover de deskundige dat aanvaardbaar acht;
5.11.
bepaalt dat de deskundige wordt voorzien van de ‘Leidraad deskundigen in maritieme civiele zaken’ en dat het rapport in overeenstemming daarmee zal worden opgemaakt;
5.12.
bepaalt dat verzoekster aan de griffier van deze rechtbank het voorschot dient te voldoen op de kosten van de deskundige, dat wordt bepaald op € 7.500,00;
5.13.
bepaalt dat verzoekster voornoemd bedrag dient te betalen overeenkomstig de
betalingsinstructies van het LDCR;
5.14.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad op alle dagen en uren;
5.15.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Th. Veling op 12 maart 2026.
1182/1980
HR 06-03-1953, ECLI:NL:HR:1953: 207, S&S 2024, 37
Rb. Rotterdam 13-12-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:13333, S&S 2025, 42
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/ 716229 KG RK 26-283
Beschikking van de voorzieningenrechter van 12 maart 2026
in de zaak van
de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging
PACIFIC BASIN SG PTE LTD,
gevestigd te Singapore,
verzoekster,
advocaat mr. H.C.A. van der Houven van Oordt te Rotterdam,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RIETLANDEN TERMINALS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
advocaat mr. A. van Hal te Rotterdam,
2. de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging
OCEAN-FRONT SHIPPING SINGAPORE PTE LTD.,
gevestigd te Singapore,
advocaat mr. J.J. van de Velde te Rotterdam,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EUROPEAN METAL RECYCLING B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
niet verschenen,
4. de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging
DAVA PTE LTD.,
gevestigd te Singapore,
advocaat mr. K.L.A. van Waasbergen,
verweersters.
Partijen worden hierna Pacific, Rietlanden, Ocean-front en EMR genoemd.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift van 11 maart 2026, met 3 producties (houdende een ‘Letter of protest’ van 5 maart 2026, een e-mailbericht van LBH Agency-NL aan Dimitris Lemos van 6 maart 2026 en een overzicht met de contactgegevens van de belanghebbenden en hun experts);
het verweerschrift van mr. Van Hal namens Rietlanden van 11 maart 2006;
de spreekaantekeningen van mr. Van de Velde;
de mondelinge behandeling, gehouden op 12 maart 2026.
1.2.
Bij de mondelinge behandeling zijn mr. Van der Houven van Oordt, mr. B.T. Pos en [naam 1], expert van Pacific, voor Pacific verschenen. Verder zijn verschenen
mr. Van de Velde voor Ocean en mr. Van Hal voor Rietlanden en mr. Van Waasbergen voor DAVA Pte Ltd. te Singapore (hierna DAVA).
1.3.
Vervolgens is de beschikking vanwege de spoedeisendheid bepaald op heden.
2De feiten
2.1.
Ocean-Front is eigenaar van het zeeschip MBS TAISHA met IMO-nummer: [nummer] (hierna aangeduid als ‘het schip’).
Ocean-Front heeft het schip in bevrachting gegeven aan DAVA Pte Ltd. te Singapore die het schip heeft vervracht aan Pacific. Pacific heeft vervolgens het schip op haar beurt in reisbevrachting gegeven aan EMR voor het vervoer van een lading ‘scrap’ van Nederland naar Turkije/Egypte.
2.2.
Op of omstreeks 5 maart 2026 heeft zich een incident voorgedaan waarbij schade is ontstaan aan het schip. Tijdens het beladen van het schip aan de terminal van Rietlanden is een gat ontstaan in een bunkertank waardoor een forse hoeveelheid bunkerolie in het ruim is gestroomd en de daar al geladen lading scrap ernstig heeft verontreinigd.
2.3.
Het schip ligt nu voor anker bij de terminal van Rietlanden. De planning is dat het schip kort na 13 maart 2026 uit zal varen.
3Het geschil
3.1.
Pacific verzoekt dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad - op alle dagen en uren - te verklaren beschikking, een gerechtelijk onderzoek zal gelasten door een maritiem gerechtsdeskundige type ‘volledig’, aan boord van het schip MBS TAISHA en op de terminal van Rietlanden, naar de aard en de oorzaak van het incident waarbij in het ruim een gat is ontstaan in de bunkertank en als gevolg waarvan de lading in het ruim is verontreinigd door bunkerolie en ook overige schade is veroorzaakt en:
de [naam 2] NIVRE-re aanstelt als maritiem gerechtsdeskundige;
gelast dat verweersters door de maritiem gerechtsdeskundige worden opgeroepen voor en uitgenodigd worden om aanwezig te zijn bij het onderzoek aan boord van het schip en op de terminal;
de maritiem gerechtsdeskundige opdraagt om ook de door verzoekster en de verweersters aangestelde experts uit te nodigen om aanwezig te zijn bij zijn onderzoek en hen gelegenheid te bieden om vragen te stellen en suggesties te doen ten aanzien van de uitvoering van het onderzoek en ten aanzien van het horen van bemanningsleden en overige getuigen op de terminal;
de maritiem gerechtsdeskundige opdraagt om gespecificeerd antwoord te geven op de in het rekest opgenomen vragen;
bepaalt dat verweersters én de bemanning van de MBS TAISHA zijn gehouden om aan de maritiem gerechtsdeskundige alle verlangde informatie, documenten en gegevens op eerste verzoek te verstrekken, alle relevante getuigen beschikbaar te stellen en verklaringen af te laten leggen, en ook overigens alle medewerking te verlenen aan het onderzoek, een en ander op straffe van een door de verweersters onmiddellijk aan verzoekster te verbeuren dwangsom van € 200.000,-;
bepaalt dat de maritiem gerechtsdeskundige onmiddellijk contact op dient te nemen met Bureau Voorzieningenrechter op telefoonnummer +[telefoonnummer 1] (buiten kantooruren met de voorzieningenrechter van dienst op telefoonnummer +[telefoonnummer 2]) wanneer hij problemen ondervindt tijdens de uitvoering van het onderzoek en/of anderszins behoefte heeft aan nadere aanwijzingen tijdens het onderzoek;
kosten rechtens.
3.2.
Pacific stelt dat zij ter bescherming van haar rechtspositie er recht op en belang bij heeft dat de precieze toedracht van het incident en de achterliggende oorzaken daarvan worden vastgesteld door onderzoek aan boord en op de terminal en door het horen van alle relevante getuigen. Pacific vreest dat cruciaal bewijs verloren gaat, indien niet direct onderzoek aan boord van het schip en op de terminal plaatsvindt door een onafhankelijke gerechtsdeskundige met de volledige medewerking van Ocean-Front en Rietlanden.
Dit geldt te meer volgens Pacific, nu haar expert tot op dit moment zeer beperkte medewerking van Ocean-Front en Rietlanden ervaart bij zijn onderzoek naar de toedracht van het incident.
Rietlanden
3.3.
Rietlanden maakt geen bezwaar tegen het benoemen van een maritiem gerechtsdeskundige en refereert zich wat betreft de benoeming van [naam 2] aan het oordeel van de voorzieningenrechter.
Wel heeft Rietlanden bezwaar tegen de vraagstelling, de onbegrensde medewerkingsplicht aan de maritieme gerechtsdeskundige en de oplegging van een dwangsom.
3.4.
Wat betreft de vraagstelling verzoekt Rietlanden primair dat volstaan wordt met één vraag zijnde: ‘Wat is – feitelijk en technisch – de oorzaak van het voorval waarbij schade is ontstaan aan de bunkertank van de “MBS Taishi” en bunkerolie in het ruim is gestroomd?’.
Subsidiair verzoekt Rietlanden om, kort gezegd, een minder normatieve vraagstelling op te nemen en verzoekt zij te beschikken dat ook andere vertegenwoordigers van partijen zoals advocaten bij het onderzoek aanwezig mogen zijn.
Ocean-Front
3.5.
Ocean-Front maakt geen bezwaar tegen het benoemen van een maritiem gerechtsdeskundige en refereert zich aan het oordeel van de voorzieningenrechter. Ook tegen de persoon van de te benoemen maritiem gerechtsdeskundige heeft Ocean-Front geen bezwaar.
3.6.
Ocean-Front heeft wel bezwaar tegen de door Pacific voorgestelde vraag sub C en verzoekt de voorzieningenrechter om deze vraag niet voor te leggen aan de gerechtsdeskundige, omdat de vraag niet relevant is voor het onderzoek naar de oorzaak van het incident. Ocean-Front stelt in dit verband dat de bemanning niet is betrokken bij het laden, nu dat wordt uitgevoerd door de stuwadoors van Rietlanden en daarom dus ook geen maatregelen kan nemen in het kader van het veilig laten verlopen van het laden.
3.7.
Ocean-Front heeft eveneens bezwaar tegen het in randnummer 10 van het verzoekschrift opgenomen verzoek dat ‘verweersters aan de gerechtsdeskundige alle vereiste en door de deskundige noodzakelijk geachte documenten dienen te verstrekken’ en stelt dat de deskundige per document dient toe te lichten waarom het relevant is voor het onderzoek naar de oorzaak van het incident en hierover de rechter dient te contacteren indien hierover tussen partijen discussie ontstaat.
Tot slot verzoekt Ocean-Front om te bepalen dat de advocaten van partijen aanwezig mogen zijn tijdens het onderzoek om de rechten van hun cliënten te kunnen waarborgen.
DAVA
3.8.
DAVA heeft geen bezwaar tegen de benoeming van een maritiem gerechtsdeskundige en evenmin tegen de persoon van de te benoemen deskundige en refereert zich aan het oordeel van de voorzieningenrechter.
4De beoordeling
4.1.
Deze zaak heeft een internationaal karakter, nu zowel Pacific als Ocean-Front gevestigd zijn in Singapore en Rietlanden en EMR in Nederland. De voorzieningenrechter dient daarom ambtshalve te beoordelen of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt.
4.2.
De voorzieningenrechter heeft ten aanzien van de tegen Rietland en EMR ingestelde vordering rechtsmacht op grond van artikel 4 en/of 35 Brussel I Bis-Vo, nu zij woonplaats hebben in Nederland. Ten aanzien van de tegen Ocean-Front ingestelde vordering heeft de voorzieningenrechter rechtsmacht op grond van artikel 3 Rv.
Daarbij wijzen de leden 1 sub f en 4 van artikel 625 Rv de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam aan om kennis te nemen van verzoeken betreffende schade veroorzaakt aan boord van een schip.
Voor wat betreft de aard van het verzoek biedt artikel 196 e.v. Rv in dit geval voldoende grondslag. Daarbij is nog daargelaten dat artikel 8:495 BW jo. artikel 633 Rv die grondslag ook bieden.
Dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam bevoegd is, is ook niet in geschil.
4.3.
Op de zitting hebben partijen onder meer besproken dat een onderzoek door een maritiem gerechtsdeskundige wenselijk is en hebben zij gedebatteerd over de vraagstelling, de omvang van de ‘medewerkingsplicht’ aan de deskundige, de wenselijkheid van de aanwezigheid van de advocaten bij het onderzoek en de noodzaak van oplegging van een dwangsom en de hoogte daarvan.
4.4.
Pacific heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter spoedeisend belang bij het verzamelen van bewijs en het instellen van een onderzoek naar de oorzaak van het incident aan boord van het schip door een onafhankelijke derde, in de zin van een deskundige ‘volledig’ in de zin van het rapport ‘Afkoersen op vaste maritieme gerechtsdeskundigen’.
Als zodanig zal de genoemde [naam 2] (NIVRE-re) worden benoemd. Ter zitting is bevestigd dat hij in staat en bereid is als zodanig op te treden.
4.5.
Pacific heeft verzocht om in ieder geval de onderstaande vragen aan de maritieme gerechtsdeskundige te stellen:
Kan u de toedracht van het incident reconstrueren en daarbij alle achterliggende oorzaken identificeren en benoemen die hebben geleid tot het gat in de bunkertank en de daarop volgende contaminatie van de lading scrap in het ruim van de MBS TAISHI?
Zijn er aanwijzingen dat de beschadigde bunkertank reeds was beschadigd voordat werd begonnen met het laden van de lading scrap aan boord van de MBS TAISHI?
Welke maatregelen zijn voorafgaand aan de belading getroffen aan boord van het schip om de belading van het schip veilig te laten verlopen?
Voldeed de betreffende walkraan waarmee het schip werd beladen aan alle toepasselijke (veiligheids)voorschriften en was de walkraan onderhouden volgens alle daaraan te stellen eisen?
Wie was de kraanbestuurder van de walkraan en was deze volgens de geldende eisen en normeringen voldoende getraind én bevoegd om de walkraan te opereren? Voldeed de kraanmachinist van de betreffende kraan ten tijde van het incident aan de toepasselijke normen ter zake van werk- en rusttijden?
Welke maatregelen zijn door Rietlanden getroffen om incidenten als deze te voorkomen en welke instructies zijn in dat verband door Rietlanden verstrekt aan deze kraanmachinist?
Alle nadere vragen die de deskundige relevant en opportuun acht.
4.6.
Zoals hiervoor onder rechtsoverwegingen 3.3-3.6 is aangegeven, hebben Rietlanden en Ocean-Front bezwaar tegen de vraagstelling.
4.7.
Met Pacific is de rechtbank van oordeel dat in deze zaak niet kan worden volstaan met - zoals door Rietlanden primair is verzocht en bepleit - het stellen van een enkele algemene vraag luidend “Wat is – feitelijk en technisch – de oorzaak van het voorval waarbij schade is ontstaan aan de bunkertank van de “MBS Taishi” en bunkerolie in het ruim is gestroomd?”, nu gelet op de aard van de mogelijk te entameren vervolgprocedure(s) en het arrest van de Hoge Raad in de zaak [naam 3] deze algemeen geformuleerde vraag mogelijk te weinig concrete informatie oplevert en problemen kan geven bij een mogelijk te entameren vervolgprocedure.
Pacific heeft dan ook een voldoende en concreet belang bij het vaststellen van de achterliggende oorzaken.
4.8.
Wel is de rechtbank van oordeel dat de vraagstelling van Pacific op punten gekleurd en sturend is, althans in die zin kan worden begrepen, en dat het in het belang van alle partijen is dat de vragen niet normatief, maar zo neutraal en feitelijk mogelijk worden geformuleerd.
Nu Rietlanden ter zitting heeft aangegeven dat zij zich wat betreft haar subsidiaire standpunt kan vinden in een vraagstelling overeenkomstig die in de zaak ‘Athens’ - en Pacific zelf naar deze zaak verwijst en stelt dat haar vragen vrijwel identiek zijn aan de vragen in die zaak - leidt de rechtbank hieruit af dat ook Pacific geen bezwaar heeft tegen aanpassing van de vraagstelling langs de lijnen van de zaak ‘Athens’.
De voorzieningenrechter zal daarom de door Pacific voorgestelde vragen herformuleren op de hieronder aangegeven wijze en deze vragen aan de maritiem gerechtsdeskundige voorleggen. Er zullen daarbij - zoals ter zitting besproken - twee vragen worden toegevoegd met betrekking tot de rol van de (mogelijk) aanwezige bulldozer in het ruim en de rol en de aanwezigheid van de bemanning van het schip.
4.9.
Aan het bezwaar van Ocean-Front tegen vraag C gaat de rechtbank (dus) voorbij, nu ook deze vraag voor wat betreft de toedracht van het incident relevant kan zijn.
4.10.
Aan de maritiem gerechtsdeskundige zullen de volgende vragen ter beantwoording worden voorgelegd:
Kunt u de toedracht van het incident reconstrueren en daarbij alle achterliggende oorzaken identificeren en benoemen die hebben geleid tot het gat in de bunkertank en de daarop volgende contaminatie van de lading scrap in het ruim van de MBS TAISHI?
Hoe was de staat van de (bij het incident beschadigde) bunkertank voordat werd begonnen met het laden van de lading scrap aan boord van de MBS TAISHI?
Welke communicatie en/of afstemming heeft voor en tijdens de uitvoering van de operationele werkzaamheden plaatsgevonden tussen EMR en/of Rietlanden en (de bemanning van) het schip? Zijn er werkafspraken gemaakt? Zo ja, welke opvolging is aan die werkafspraken gegeven? Heeft (de bemanning van) het schip maatregelen getroffen vooafgaand aan de belading?
Welke veiligheids- en onderhoudsvoorschriften golden voor de walkraan? Zijn die voorschriften opgevolgd? Hoe was de staat van de walkraan?
Welke instructies en/of protocollen waren van toepassing op de uitvoering van operationele werkzaamheden door de walkraan, zowel in het algemeen als in dit geval? Daarbij kan onder meer aan de orde komen: de persoon van de kraanmachinist, of hij/zij voldoende gecertificeerd was, wie de werkgever was van de kraanmachinist, of aan toepasselijke werk- en rusttijdenregelgeving was voldaan en of, en zo ja welke, instructies zijn verstrekt aan de kraanmachinist.
Waar bevond zich de bij het beladen van het schip gebruikte bulldozer voor en ten tijde van het incident? Welke werkzaamheden heeft de bulldozer verricht?
Waar bevond de bemanning zich voor en ten tijde van het incident?
Zijn er andere punten die u relevant en opportuun acht?
4.11.
Aan het verzoek van Ocean-Front om de advocaten desgewenst aanwezig te laten zijn tijdens het onderzoek komt de rechtbank wel tegemoet, nu partijen hierbij belang hebben en er onvoldoende zwaarwegende beletselen zijn om hiervan af te zien.
4.12.
De bezwaren tegen de verstrekking op verzoek van de gerechtsdeskundige van alle vereiste en noodzakelijk geachte documenten worden niet gehonoreerd, nu het in beginsel aan de maritiem gerechtsdeskundige is om te bepalen welke documenten hij nodig heeft voor de juiste uitvoering van de aan hem opgedragen taak. Daarbij past niet dat de gerechtsdeskundige steeds eerst de relevantie van het document voor het onderzoek aan de advocaten en/of partijen moet toelichten, alvorens hem deze documenten worden verstrekt.
Daarbij overweegt de voorzieningenrechter dat indien de deskundige stukken nodig heeft die hij niet krijgt en die snel nodig zijn in verband met het te verrichten onderzoek, hij zich kan verstaan met de in de beslissing aan te wijzen rechter.
4.13.
De verzochte oplegging van een dwangsom wordt afgewezen, omdat niet aannemelijk is dat verweersters niet zullen meewerken aan het onderzoek.
Ter zitting is immers door Rietlanden en Ocean-Front aangegeven dat ook zij belang hebben bij het onderzoek - nu er nog geen enkele duidelijkheid bestaat over het incident - en dat hun cliënten hun medewerking aan het onderzoek zullen verlenen. Van een weigerachtige opstelling is de voorzieningenrechter bovendien ook niet gebleken.
4.14.
Het voorschot wordt, naar het gebruikelijke tarief, voldaan door verzoekster.
4.15.
Voor een proceskostenveroordeling wordt, nu partijen het allen eens zijn over de wenselijkheid van het benoemen van een maritiem gerechstdeskundige, geen aanleiding gezien.
5De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1.
beveelt een gerechtelijk onderzoek naar de oorzaak van het incident als omschreven in het verzoekschrift,
5.2.
benoemt tot deskundige die het onderzoek zal verrichten;
[naam 2] NIVRE-re
Doldrums B.V., [adres]
Telefoon: + [telefoonnummer 3]
E-mail: [e-mailadres]
5.3.
beveelt partijen om volledige medewerking te verlenen aan de deskundige, waaronder het geven van toegang tot het schip MBS TAISHI;
5.4.
gelast dat verweersters door de maritiem gerechtsdeskundige worden opgeroepen voor en uitgenodigd worden om aanwezig te zijn bij het onderzoek aan boord van het schip en op de terminal;
5.5.
draagt de maritiem gerechtsdeskundige op om ook de door verzoekster en de verweersters aangestelde experts uit te nodigen om aanwezig te zijn bij zijn onderzoek en hen gelegenheid te bieden om vragen te stellen en suggesties te doen ten aanzien van de uitvoering van het onderzoek en ten aanzien van het horen van bemanningsleden en overige getuigen op de terminal;
5.6.
draagt de maritiem gerechtsdeskundige op om gespecificeerd antwoord te geven op bovenstaande (geherformuleerde) vragen;
5.7.
bepaalt dat verweersters én de bemanning van de MBS TAISHI zijn gehouden om aan de maritiem gerechtsdeskundige alle door hem verlangde informatie, documenten en gegevens op eerste verzoek te verstrekken, alle relevante getuigen beschikbaar te stellen en verklaringen af te laten leggen, en ook overigens alle medewerking te verlenen aan het onderzoek;
5.8.
bepaalt dat de maritiem gerechtsdeskundige onmiddellijk contact op dient te nemen met Bureau Voorzieningenrechter op telefoonnummer +[telefoonnummer 1] (buiten kantooruren met de voorzieningenrechter van dienst op telefoonnummer +[telefoonnummer 2]) wanneer hij problemen ondervindt tijdens de uitvoering van het onderzoek en/of anderszins behoefte heeft aan nadere aanwijzingen tijdens het onderzoek;
5.9.
wijst mr. Th. Veling aan als rechter die beschikbaar is voor ruggenspraak en het nemen van een beslissing als tijdens het onderzoek geschillen rijzen tussen de deskundige en betrokken personen of partijen:
5.10.
staat de experts en advocaten van partijen toe om desgewenst bij het onderzoek aanwezig te zijn voor zover de deskundige dat aanvaardbaar acht;
5.11.
bepaalt dat de deskundige wordt voorzien van de ‘Leidraad deskundigen in maritieme civiele zaken’ en dat het rapport in overeenstemming daarmee zal worden opgemaakt;
5.12.
bepaalt dat verzoekster aan de griffier van deze rechtbank het voorschot dient te voldoen op de kosten van de deskundige, dat wordt bepaald op € 7.500,00;
5.13.
bepaalt dat verzoekster voornoemd bedrag dient te betalen overeenkomstig de
betalingsinstructies van het LDCR;
5.14.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad op alle dagen en uren;
5.15.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Th. Veling op 12 maart 2026.
1182/1980
HR 06-03-1953, ECLI:NL:HR:1953: 207, S&S 2024, 37
Rb. Rotterdam 13-12-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:13333, S&S 2025, 42