Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:9173

2026-06-10 Civiel recht; Insolventierecht HO RK 26/308
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-06-10
Publicatiedatum
2026-07-28
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
HO RK 26/308
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

WHOA-zaak; tijdelijke voorziening afkoelingsperiode

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.241 tekens)
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM


Team Insolventies – meervoudige kamer




tijdelijke voorziening afkoelingsperiode




zaak/rekestnummer: C/10/720974 HO RK 26/308



uitspraakdatum: 10 juni 2026



beschikking op het ingekomen verzoekschrift tot het afkondigen van een afkoelingsperiode ex artikel 376 Faillissementswet (Fw) in de besloten akkoordprocedure van:



de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid


[verzoekster],

statutair gevestigd te Rotterdam,
hierna te noemen: verzoekster,
advocaat: mr. M. Kooiman, kantoorhoudende te Rotterdam.






1De procedure


1.1.
Verzoekster heeft op 4 juni 2026 een verklaring ex artikel 370 lid 3 Fw ter griffie gedeponeerd.



1.2.
Verzoekster heeft gekozen voor een besloten akkoordprocedure buiten faillissement.



1.3.
Verzoekster heeft op 5 juni 2026 ter griffie een verzoekschrift, met acht bijlagen, ingediend tot het afkondigen van een afkoelingsperiode ex artikel 376 Fw voor een periode van vier maanden.



1.4.

Verzoekster heeft als belanghebbenden aangeduid:
- Huntsman Holland B.V.;
- ING Bank N.V.






2Het verzoek


2.1.
Verzoekster doet een verzoek tot het afkondigen van een afkoelingsperiode ex artikel 376 Fw.



2.2.
Verzoekster is voornemens een akkoord als bedoeld in artikel 370 lid 1 Fw aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster doet de toezegging om binnen een termijn van twee maanden een dergelijk akkoord aan te bieden.



2.3.
Verzoekster heeft een (spoedeisend) belang bij een afkoelingsperiode, omdat een schuldeiser, te weten Huntsman Holland B.V., het faillissement van verzoekster heeft aangevraagd en deze aanvraag op 16 juni 2026 op de rol staat om te worden behandeld. In verband met de snelheid waarmee een beslissing genomen moet worden, dient deze schuldeisers niet op het verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode te worden gehoord, aldus verzoekster.





3De beoordeling



Rechtsmacht en bevoegdheid




3.1.
De rechtbank stelt allereerst vast dat het verzoek een afkoelingsperiode af te kondigen het eerste verzoek is in deze procedure. Dat betekent dat de rechtbank dient vast te stellen voor welk soort procedure, zoals bedoeld in artikel 369 lid 6 Fw, is gekozen bij de voorbereiding van het akkoord. Vervolgens dient de rechtbank te beoordelen of aan haar rechtsmacht en relatieve bevoegdheid toekomen om van het verzoek kennis te nemen.



3.2.
Verzoekster heeft blijkens de startverklaring gekozen voor een besloten akkoordprocedure.



3.3.
Verzoekster is statutair gevestigd en kantoorhoudende in Rotterdam. Gezien het bepaalde in artikel 369 lid 7 aanhef en onder b Fw juncto artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht om het verzoek in behandeling te nemen. Uit artikel 262 Rv volgt verder dat deze rechtbank bevoegd is van het verzoek kennis te nemen.



Afkoelingsperiode





3.4.
De rechtbank zal de behandeling van het verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode bepalen op donderdag 18 juni 2026 om 15:00 uur.



3.5.
Gelet op de gestelde spoedeisendheid zal, bij wijze van tussenbeslissing, een afkoelingsperiode, zoals in het dictum omschreven, voorlopig worden verleend.



3.6.
Nu een afkoelingsperiode gelet op de lopende faillissementsaanvraag met name Huntsman Holland B.V. haar belangen treft, zal zij in de gelegenheid worden gesteld op het verzoek te worden gehoord alvorens een eindbeslissing wordt gegeven. Huntsman Holland B.V. kan daartoe uiterlijk 16 juni 2026 voor 13 uur een zienswijze indienen bij de rechtbank en kan desgewenst bij de zitting van 18 juni 2026 aanwezig zijn.





4De beslissing


De rechtbank:


- kondigt bij wijze van tijdelijke voorziening per heden een afkoelingsperiode af zoals bedoeld in artikel 376 Fw voor de periode totdat bij eindbeslissing op het verzoek is beslist, die inhoudt:


- dat elke bevoegdheid van derden tot verhaal op goederen die tot het vermogen van verzoekster behoren of tot opeising van goederen die zich in de macht van verzoekster bevinden, niet kan worden uitgeoefend dan met machtiging van de rechtbank, mits die derden geïnformeerd zijn over de afkondiging van de afkoelingsperiode of op de hoogte zijn van het feit dat een akkoord wordt aangeboden, en



- dat de behandeling van het door Huntsman Holland B.V. jegens verzoekster ingediende verzoek tot faillietverklaring wordt geschorst;


- bepaalt dat de behandeling van het verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode zal plaatsvinden ter zitting van de rechtbank Rotterdam op donderdag 18 juni om 15:00 uur
via een online videoverbinding, voor de rechters mr. C.G.E. Prenger (voorzitter), mr. J.C.A.T. Frima en mr. P.J. Neijt;

- bepaalt dat verzoekster onverwijld aan Huntsman Holland B.V. een kopie van deze beschikking zal toezenden en haar wijst op de mogelijkheid om via een bij de griffier van de rechtbank Rotterdam op te vragen link deel te nemen aan de zitting en een zienswijze te geven, welke zienswijze uiterlijk 16 juni 2026 voor 15:00 uur door de rechtbank dient te zijn ontvangen;

- houdt iedere verdere beslissing aan.


Deze beschikking is gegeven door mr. C.G.E. Prenger, voorzitter, mr. J.C.A.T. Frima en
mr. P.J. Neijt, rechters, en in aanwezigheid van mr. S. Verberne-van Ree, griffier, in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.





De griffier is buiten staat deze


beschikking mede te ondertekenen.