Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:8988

2026-06-26 Civiel recht 12014372 CV EXPL 25-26704
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-06-26
Publicatiedatum
2026-07-23
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12014372 CV EXPL 25-26704
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Gedaagde moet kosten voor training betalen; online aangemeld; informatieplichten

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.460 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


locatie Rotterdam



zaaknummer: 12014372 CV EXPL 25-26704



datum uitspraak: 26 juni 2026




Vonnis van de kantonrechter




in de zaak van





[eiseres],

vestigingsplaats: Ede,
eiseres,
gemachtigde: Lambers Legal & Incasso,



tegen





[gedaagde],

woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die zelf procedeert.



Partijen worden hierna ‘[eiseres]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.





1De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:


de dagvaarding van 2 december 2025, met bijlagen;


het antwoord;


de repliek met een eiswijziging, met bijlagen.





1.2.

[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld te reageren op de repliek maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.





2De zaak in het kort


2.1.


[eiseres] is een opleidingscentrum. Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] zich online aangemeld voor de training ‘Bootcamp Monteur Koudetechniek in 20 dagen’ in de periode 17 oktober 2022 tot 22 november 2022. [eiseres] heeft [gedaagde] hiervoor op 19 oktober 2022 een factuur gestuurd voor een bedrag van € 6.946,61. [gedaagde] heeft de factuur niet betaald. Tijdens deze procedure heeft [eiseres] de hoofdsom verminderd tot een bedrag van
€ 2.778,64. Zij wil dat [gedaagde] dit bedrag betaalt en dat hij daarnaast wordt veroordeeld om een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten en rente te betalen.




2.2.

[gedaagde] vindt dat de vordering van [eiseres] moet worden afgewezen. Hij heeft zich niet aangemeld voor de training.


2.3.
De kantonrechter wijst de vordering van [eiseres] gedeeltelijk toe. Hierna wordt dit toegelicht.




3De beoordeling


3.1.
In deze zaak gaat het in de eerste plaats om de vraag of er een overeenkomst tot stand is gekomen en zo ja, of [gedaagde] de volledige kosten van de training moet betalen.



Overeenkomst




3.2.

[eiseres] heeft in reactie op de betwisting van [gedaagde] een uitdraai van de online inschrijving op 29 juli 2022 voor de training ‘Bootcamp koudetechniek’ overgelegd. Hierin staan allerlei persoonlijke gegevens vermeld, zoals het (huidige) adres van [gedaagde]. Ook heeft [eiseres] de bevestiging van de aanmelding die zij diezelfde dag naar [gedaagde] heeft gemaild en de uitnodiging voor de training met praktische informatie van 20 september 2022, in de procedure overgelegd. [gedaagde] heeft hierop niet gereageerd. Op basis van deze stellingen en stukken, die dus niet zijn weersproken, staat voldoende vast dat [gedaagde] zich heeft ingeschreven en daarmee opdracht heeft gegeven voor het verzorgen van de training. [gedaagde] heeft nog aangevoerd dat hij nooit daarvoor heeft getekend, maar ondertekening is voor totstandkoming van een overeenkomst van opdracht niet vereist. De kantonrechter is daarom van oordeel dat er een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen.



Informatieplichten




3.3.
De overeenkomst is online tot stand gekomen tussen [eiseres] als professionele dienstverlener en [gedaagde] als particulier. Het gaat dus om een consumentenovereenkomst. Om die reden moet de kantonrechter ambtshalve, dat betekent dat de kantonrechter ook zonder dat [gedaagde] daar een beroep op doet, moet kijken of aan de informatieplichten van artikel 6:230m BW en 6:230v BW is voldaan.



3.4.
In dit geval heeft [eiseres] in de reactie op het antwoord van [gedaagde] (de repliek) zelf al naar voren gebracht dat zij niet aan de informatieplichten heeft voldaan. Dat houdt volgens haar in dat de hoogste sanctie (categorie 5) uit de Richtlijn Sanctiemodel Informatieplichten moet worden toegepast. De eiswijziging houdt daarmee verband. De kantonrechter is met [eiseres] eens dat zij meerdere essentiële informatieplichten ernstig heeft geschonden en daarom de hoogste sanctie van 60% moet worden toegepast. De betalingsverplichting van [gedaagde] van € 6.946,61 wordt daarom met 60% verminderd.



Hoofdsom




3.5.
De gewijzigde hoofdsom van € 2.778,64 wordt gelet op het voorgaande toegewezen.



Rente




3.6.
De rente wordt toegewezen, omdat [eiseres] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. Daarom zit in het totale bedrag dat [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen de rente van € 526,61 die [eiseres] heeft berekend tot en met 2 december 2025. Daarnaast wordt rente vanaf 3 december 2025 toegewezen.



Buitengerechtelijke incassokosten




3.7.
De bepaling over de buitengerechtelijke incassokosten is oneerlijk in de zin Richtlijn 93/13/EEG. De bepaling wijkt in het nadeel van de consument af van de wettelijke regeling (artikel 6:96 BW). In artikel 6.5 van de algemene voorwaarden is namelijk vermeld dat [gedaagde] gehouden is tot volledige vergoeding van de buitengerechtelijke kosten en dat is meer dan volgens de wet dient te worden vergoed. Een bepaling die de handelaar recht kan geven op een hoger bedrag dan is toegestaan op grond van de wet is oneerlijk. Bovendien heeft [eiseres] pas recht op een vergoeding als een brief is gestuurd waarin [gedaagde] de kans heeft gekregen om binnen vijftien dagen na ontvangst van de brief alsnog zonder extra kosten te betalen (artikel 6:96 lid 6 BW). De door (de gemachtigde van) [eiseres] verzonden brieven voldoen niet aan de wet. De geëiste vergoeding voor buitengerechtelijke kosten wordt daarom afgewezen.



Proceskosten




3.8.
De kantonrechter ziet aanleiding om de proceskosten te compenseren, omdat slechts een deel van de oorspronkelijke vordering wordt toegewezen. Dat betekent dat elke partij de eigen kosten moet betalen.



Uitvoerbaar bij voorraad




3.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.





4De beslissing


De kantonrechter:



4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 3.305,25 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 2.778,64 vanaf 3 december 2025 tot de dag dat volledig is betaald;



4.2.
compenseert de proceskosten;



4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;



4.4.
wijst al het andere af.


Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. F.A. Hut en in het openbaar uitgesproken.
540