Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:8776
2026-05-29
Civiel recht
C/10/716963 / KG ZA 26-285 (herstelvonnis)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Herstelvonnis van ECLI:NL:RBROT:2026:8775.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.829 tekens)
RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/716963 / KG ZA 26-285
Verbetervonnis in kort geding van 29 mei 2026
in de zaak van
[naam vrouw]
,
wonende in [woonplaats] ,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat: mr. A. Apistola,
tegen
[naam man]
,
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
advocaat: mr. F.O. Ligeon-Merton.
Partijen worden hierna de vrouw en de man genoemd.
1Het verzoek tot verbetering
1.1.
Bij bericht van 18 mei 2026 heeft mr. Ligeon-Merton namens de man verzocht om verbetering van het op 15 mei 2026 in deze zaak gewezen vonnis. Volgens de man bevat het vonnis een verschrijving, omdat in 5.7. van het vonnis de verkeerde beslissing (5.6. in plaats van 5.5. van het vonnis) uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.
1.2.
Bij bericht van 22 mei 2026 heeft mr. Apistola aan de voorzieningenrechter laten weten dat de vrouw bezwaar heeft tegen toewijzing van het verzoek. Volgens de vrouw is geen sprake van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent.
2De beoordeling
2.1.
Op grond van artikel 31 lid 1 Rv verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Daarbij gaat het om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing.
2.2.
Het verzoek van de man wordt toegewezen. Anders dan de vrouw stelt, is in dit geval sprake van een verschrijving die zich voor eenvoudig herstel leent. In 5.6. van het vonnis heeft de voorzieningenrechter de proceskosten tussen partijen gecompenseerd. Die kostencompensatie is in 5.7. van het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Duidelijk is dat het hier gaat om een verschrijving, omdat de uitvoerbaar bij voorraad verklaring van een kostencompensatie geen betekenis heeft. Bedoeld is om 5.5. van het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, waarin de vrouw is veroordeeld om haar medewerking te verlenen aan de inschrijving van de zoon van partijen op zijn feitelijke woonadres. Dit blijkt ook uit 4.10. van het vonnis, waarin is overwogen dat de administratieve situatie zo spoedig mogelijk in overstemming dient te worden gebracht met de feitelijke situatie.
3De beslissing
De voorzieningenrechter
3.1.
bepaalt dat 5.7. van het op 15 mei 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat
“verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.6. genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad,”
wordt gewijzigd in
“verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.5. genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad,”,
3.2.
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 29 mei 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 15 mei 2026,
3.3.
verzoekt de partij die de grosse heeft ontvangen, voor zover zij dit niet al heeft gedaan, de ontvangen grosse van het vonnis van 15 mei 2026 na ontvangst van dit verbetervonnis aan de griffie van de rechtbank terug te sturen.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2026. [2971/106]
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/716963 / KG ZA 26-285
Verbetervonnis in kort geding van 29 mei 2026
in de zaak van
[naam vrouw]
,
wonende in [woonplaats] ,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat: mr. A. Apistola,
tegen
[naam man]
,
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
advocaat: mr. F.O. Ligeon-Merton.
Partijen worden hierna de vrouw en de man genoemd.
1Het verzoek tot verbetering
1.1.
Bij bericht van 18 mei 2026 heeft mr. Ligeon-Merton namens de man verzocht om verbetering van het op 15 mei 2026 in deze zaak gewezen vonnis. Volgens de man bevat het vonnis een verschrijving, omdat in 5.7. van het vonnis de verkeerde beslissing (5.6. in plaats van 5.5. van het vonnis) uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.
1.2.
Bij bericht van 22 mei 2026 heeft mr. Apistola aan de voorzieningenrechter laten weten dat de vrouw bezwaar heeft tegen toewijzing van het verzoek. Volgens de vrouw is geen sprake van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent.
2De beoordeling
2.1.
Op grond van artikel 31 lid 1 Rv verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Daarbij gaat het om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing.
2.2.
Het verzoek van de man wordt toegewezen. Anders dan de vrouw stelt, is in dit geval sprake van een verschrijving die zich voor eenvoudig herstel leent. In 5.6. van het vonnis heeft de voorzieningenrechter de proceskosten tussen partijen gecompenseerd. Die kostencompensatie is in 5.7. van het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Duidelijk is dat het hier gaat om een verschrijving, omdat de uitvoerbaar bij voorraad verklaring van een kostencompensatie geen betekenis heeft. Bedoeld is om 5.5. van het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, waarin de vrouw is veroordeeld om haar medewerking te verlenen aan de inschrijving van de zoon van partijen op zijn feitelijke woonadres. Dit blijkt ook uit 4.10. van het vonnis, waarin is overwogen dat de administratieve situatie zo spoedig mogelijk in overstemming dient te worden gebracht met de feitelijke situatie.
3De beslissing
De voorzieningenrechter
3.1.
bepaalt dat 5.7. van het op 15 mei 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat
“verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.6. genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad,”
wordt gewijzigd in
“verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.5. genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad,”,
3.2.
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 29 mei 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 15 mei 2026,
3.3.
verzoekt de partij die de grosse heeft ontvangen, voor zover zij dit niet al heeft gedaan, de ontvangen grosse van het vonnis van 15 mei 2026 na ontvangst van dit verbetervonnis aan de griffie van de rechtbank terug te sturen.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2026. [2971/106]