Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:8630
2026-04-10
Strafrecht
10/211235-22
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
verlenging PIJ
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (13.293 tekens)
Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 10/211235-22
Datum uitspraak: 10 april 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige raadkamer voor strafzaken, met betrekking tot de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna PIJ-maatregel) van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2004,
hierna: de veroordeelde,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres van [naam PI], [adres PI],
hierna: de inrichting,
raadsman mr. H.J. Ruysendaal, advocaat te Rotterdam.
1Procesverloop
Op 13 april 2023 heeft de rechtbank de PIJ-maatregel van de veroordeelde gelast.
De PIJ-maatregel is opgelegd ter zake van poging tot diefstal, voorafgegaan van geweld en
bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal
gemakkelijk te maken, het handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens
en munitie en mishandeling.
De termijn van de PIJ-maatregel is gestart op 29 april 2023. Op 1 mei 2025 heeft deze rechtbank de PIJ-maatregel verlengd met twaalf maanden.
Op 24 februari 2026 heeft de rechtbank van het Openbaar Ministerie een vordering tot
verlenging van de PIJ-maatregel ontvangen. Bij die vordering is gevoegd het advies van het hoofd van de inrichting waar de veroordeelde verblijft, van 13 februari 2026, inclusief de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde over de periode van 27 januari 2025 tot 9 december 2025 (het negende en tiende YOUTURN Perspectiefplan).
Op de zitting van 10 april 2026 is de vordering in het openbaar behandeld.
Gehoord zijn:
de officier van justitie, mr. M.L. Goudzwaard;
de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman;
de moeder;
de deskundige [naam], als Forensisch Orthopedagoog/behandelcoördinator verbonden aan de inrichting.
2Standpunt van partijen
2.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de PIJ-maatregel met negen maanden. Een verlenging van de PIJ-maatregel is noodzakelijk om een passende vervolgplek voor de veroordeelde te vinden, het Scholings- en Trainingsprogramma (STP) te kunnen doorlopen, en het traject zorgvuldig af te ronden. Hoewel de veroordeelde zijn behandelplafond heeft bereikt, heeft hij nog langdurig begeleiding nodig om het recidiverisico te beperken. Een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel, zoals door de raadsman is bepleit, zou te veel risico’s met zich meebrengen, omdat er daarvoor te weinig beschermende factoren zijn. Ondanks dat de veroordeelde zijn medicatie trouw inneemt en het op dit moment relatief goed met hem gaat, blijft zijn situatie erg kwetsbaar.
2.2.
Standpunt van de veroordeelde
De veroordeelde en zijn raadsman hebben primair verzocht de vordering van de officier van justitie af te wijzen en de PIJ-maatregel voorwaardelijk te beëindigen. Subsidiair wordt verzocht de maatregel met zes maanden te verlengen. Daartoe is aangevoerd dat de veroordeelde inmiddels is uitbehandeld. De veroordeelde neemt zijn medicatie trouw in, heeft inzicht in de risicofactoren en heeft handvatten gekregen hoe daarmee om te gaan. De veroordeelde gaat met (semi-begeleid)verlof naar huis en is in afwachting van een vervolgplek. Een verlenging van negen maanden enkel om een vervolgplek te realiseren is naar de mening van de raadsman te lang.
3Adviezen
3.1.
Advies inrichting
Het advies van 13 februari 2026 houdt onder meer het volgende in.
Actuele diagnose
Bij de veroordeelde is sprake van een ongespecificeerde neurobiologische ontwikkelingsstoornis, een normoverschrijdende gedragsstoornis, met begin in de adolescentie en een stoornis in het gebruik van cannabis in een gereguleerde omgeving (matig, en in vroege remissie).
Verloop behandeling
De veroordeelde verblijft sinds 2 juni 2023 op de Very Intensive Care afdeling (VIC).
Binnen de VIC-afdeling wordt er gezien dat de veroordeelde zich blijvend inzet binnen het dagprogramma en de aangeboden interventies. De veroordeelde stelt zich hierin begeleidbaar op door vragen te stellen en de gemaakte afspraken na te komen. Dit beeld wordt ook gezien tijdens de begeleide verloven, die de veroordeelde invult met het bezoeken van zijn familie, bezoek aan Rotterdam Zuidplein voor praktische zaken (bijvoorbeeld kleding kopen) en de fitness in de sportschool. Er wordt ingeschat dat het voor de veroordeelde haalbaar is om binnen de kaders van de medicamenteuze behandeling en duidelijke afspraken te starten met semi-begeleide verloven. De inzet van een volledig onbegeleid verlof traject wordt vanuit de veroordeelde zijn kernproblematiek als niet passend gezien.
Met betrekking tot de medicamenteuze behandeling blijkt dat de veroordeelde een externe gestructureerde omgeving nodig heeft om hier trouw aan te kunnen blijven. De veroordeelde is sinds de laatste gerechtelijke uitspraak, tegen het advies van het behandelteam, gestopt met de inname van zijn medicatie. Hierdoor kon hij minder goed controle over zijn emoties behouden. Dit heeft geleid tot meer verbale en incidenteel fysieke agressie (richting spullen). Deze situaties hebben ertoe geleid dat de veroordeelde het belang van de medicamenteuze behandeling beter in kon gaan zien. Echter blijft deze visie tot dusver instabiel. De veroordeelde heeft de aansturing van een externe omgeving nodig om medicatietrouw te blijven.
Gevaar voor herhaling
Het risico op geweld wordt binnen de huidige fase van het behandeltraject en verblijvend op een VIC-afdeling ingeschat op matig. Zodra de kaders van de PIJ-maatregel wegvallen, ontstaat een hoog recidiverisico. De veroordeelde is gebaat bij sturing vanuit zijn omgeving, hij heeft een vertrouwde en stabiele volwassene nodig om de juiste keuzes te maken. De voornaamste risico’s worden blijvend gezien binnen het sociale- en het individuele domein, samenhangend met zijn kernproblematiek.
Verder behandeltraject en –perspectief
De veroordeelde oefent middels semi-begeleide verlofmomenten gefaseerd met meer zelfstandigheid. Verwacht wordt dat de veroordeelde ongeveer zes maanden nodig heeft voor deze fase, alvorens hij zou kunnen uitstromen naar een vervolgplek om aan zijn STP (gedurende 6 maanden) te beginnen. De doorstroom zal afhankelijk zijn van beschikbare plekken en wachtlijsten. Bij een zo gunstig mogelijk verloop wordt ingeschat dat de veroordeelde op zijn vroegst in januari 2027 in aanmerking zou komen voor een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel. Dit maakt dat geadviseerd wordt om de PIJ-maatregel met negen maanden te verlengen.
3.2.
Ter zitting gegeven adviezen
Deskundige [naam] heeft ter zitting het verlengingsadvies van de inrichting toegelicht.
Zij heeft onder meer verklaard dat de veroordeelde zich goed inzet voor zijn behandeling en dat hij complimenten verdient voor de stappen die hij heeft gezet. Hij is inmiddels gestart met semi-begeleid verlof. Ten opzichte van het begin van zijn verblijf is sprake van een duidelijke groei van de veroordeelde. De veroordeelde functioneert op een beneden gemiddeld niveau, waardoor hij moeite heeft met complexe situaties en begeleiding nodig heeft bij het reguleren van spanning en emoties. Hij verblijft in een gestructureerde omgeving waarin hij wordt ondersteund in zijn ontwikkeling. Ook de medicatie vormt een belangrijke beschermende factor. Er wordt ingeschat dat het behandelplafond ten aanzien van het verlagen van de risicofactoren is bereikt. Dit brengt met zich mee dat met het oog op het recidiverisico moet worden toegewerkt naar een vervolgplek waar voldoende bescherming kan worden geboden. Verlenging van de PIJ-maatregel is noodzakelijk om een passende vervolgplek te vinden en het STP te kunnen starten. De deskundige handhaaft het advies om de maatregel met negen maanden te verlengen. De hoop is dat op korte termijn een passende vervolgplek in de vorm van beschermd wonen wordt gevonden voor de veroordeelde en dat het STP dan kan starten.
4Beoordeling
Een PIJ-maatregel kan op grond van artikel 6:6:31, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) juncto artikel 77s, eerste lid, sub b en c, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) slechts verlengd worden indien de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Daarnaast dient de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van die maatregel te eisen en dient de maatregel in het belang te zijn van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde. Aan deze drie voorwaarden moet worden voldaan om tot een verlenging van de maatregel te kunnen komen.
De rechtbank is van oordeel dat aan deze voorwaarden is voldaan. De maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. De veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist de verlenging van de maatregel.
Uit de adviezen en wat ter terechtzitting is besproken blijkt dat de veroordeelde een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt en nog steeds doormaakt. Hij stelt zich begeleidbaar op en is gemotiveerd om toe te werken naar meer zelfstandigheid. In dat kader is de veroordeelde gestart met semi-begeleid verlof naar huis. Er is bij hem meer bewustwording ontstaan ten aanzien van de invloed van zijn gedrag en zijn medicatiegebruik. De veroordeelde heeft daarbij wel sturing nodig. Het plan voor de veroordeelde is dat hij dat gaat krijgen in een beschermd wonen setting en leert omgaan met meer vrijheden door zes maanden het STP te volgen. Dit is ook de gebruikelijke gang van zaken aan het einde van een PIJ-maatregel. Een abrupte overgang naar een voorwaardelijke beëindiging waarbij er geen passende woonplek voor de veroordeelde is, zou een te hoog recidiverisico met zich meebrengen.
De verlenging van de PIJ-maatregel is ook in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde. Er wordt op dit moment gezocht naar een passende vervolgplek, waar de veroordeelde middels het STP gefaseerd kan oefenen met meer zelfstandigheid. Een zorgvuldige overgang naar een passende woonplek en het doorlopen van het STP is nodig om het traject van de PIJ-maatregel van de veroordeelde goed af te ronden. Dat de veroordeelde zijn behandelplafond binnen de setting van de inrichting heeft bereikt en daar alleen nog wacht op een passende vervolgplek, betekent niet dat de maatregel voorwaardelijk beëindigd dient te worden. Een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel zou op dit moment een te grote stap zijn voor de veroordeelde met teveel risico’s voor zijn verdere ontwikkeling. Omdat de verwachting is dat een geschikte vervolgplek op zijn vroegst in de zomer van 2026 is gevonden en het STP nog 6 maanden in beslag zal nemen, vindt de rechtbank een kortere verlenging dan 9 maanden, zoals namens de veroordeelde subsidiair is verzocht, niet passend.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie toewijzen.
Gevolg gevend aan het bepaalde in artikel 6:6:31, tweede lid, Sv, geeft de rechtbank aan dat de maatregel, gelet op de ingangsdatum, de huidige expiratiedatum en de verlenging bij deze beslissing (en behoudens verdere verlenging), op 13 januari 2027 voorwaardelijk zal eindigen en op 13 januari 2028 onvoorwaardelijk zal eindigen.
5Beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen
met negen maanden;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. N. Doorduijn, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. A.L. Pöll en R. van den Wildenberg, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias, griffier,
en is in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening en de veroordeelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. (art.6:6:37 Sv)
Team jeugd
Parketnummer: 10/211235-22
Datum uitspraak: 10 april 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige raadkamer voor strafzaken, met betrekking tot de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna PIJ-maatregel) van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2004,
hierna: de veroordeelde,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres van [naam PI], [adres PI],
hierna: de inrichting,
raadsman mr. H.J. Ruysendaal, advocaat te Rotterdam.
1Procesverloop
Op 13 april 2023 heeft de rechtbank de PIJ-maatregel van de veroordeelde gelast.
De PIJ-maatregel is opgelegd ter zake van poging tot diefstal, voorafgegaan van geweld en
bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal
gemakkelijk te maken, het handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens
en munitie en mishandeling.
De termijn van de PIJ-maatregel is gestart op 29 april 2023. Op 1 mei 2025 heeft deze rechtbank de PIJ-maatregel verlengd met twaalf maanden.
Op 24 februari 2026 heeft de rechtbank van het Openbaar Ministerie een vordering tot
verlenging van de PIJ-maatregel ontvangen. Bij die vordering is gevoegd het advies van het hoofd van de inrichting waar de veroordeelde verblijft, van 13 februari 2026, inclusief de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde over de periode van 27 januari 2025 tot 9 december 2025 (het negende en tiende YOUTURN Perspectiefplan).
Op de zitting van 10 april 2026 is de vordering in het openbaar behandeld.
Gehoord zijn:
de officier van justitie, mr. M.L. Goudzwaard;
de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman;
de moeder;
de deskundige [naam], als Forensisch Orthopedagoog/behandelcoördinator verbonden aan de inrichting.
2Standpunt van partijen
2.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de PIJ-maatregel met negen maanden. Een verlenging van de PIJ-maatregel is noodzakelijk om een passende vervolgplek voor de veroordeelde te vinden, het Scholings- en Trainingsprogramma (STP) te kunnen doorlopen, en het traject zorgvuldig af te ronden. Hoewel de veroordeelde zijn behandelplafond heeft bereikt, heeft hij nog langdurig begeleiding nodig om het recidiverisico te beperken. Een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel, zoals door de raadsman is bepleit, zou te veel risico’s met zich meebrengen, omdat er daarvoor te weinig beschermende factoren zijn. Ondanks dat de veroordeelde zijn medicatie trouw inneemt en het op dit moment relatief goed met hem gaat, blijft zijn situatie erg kwetsbaar.
2.2.
Standpunt van de veroordeelde
De veroordeelde en zijn raadsman hebben primair verzocht de vordering van de officier van justitie af te wijzen en de PIJ-maatregel voorwaardelijk te beëindigen. Subsidiair wordt verzocht de maatregel met zes maanden te verlengen. Daartoe is aangevoerd dat de veroordeelde inmiddels is uitbehandeld. De veroordeelde neemt zijn medicatie trouw in, heeft inzicht in de risicofactoren en heeft handvatten gekregen hoe daarmee om te gaan. De veroordeelde gaat met (semi-begeleid)verlof naar huis en is in afwachting van een vervolgplek. Een verlenging van negen maanden enkel om een vervolgplek te realiseren is naar de mening van de raadsman te lang.
3Adviezen
3.1.
Advies inrichting
Het advies van 13 februari 2026 houdt onder meer het volgende in.
Actuele diagnose
Bij de veroordeelde is sprake van een ongespecificeerde neurobiologische ontwikkelingsstoornis, een normoverschrijdende gedragsstoornis, met begin in de adolescentie en een stoornis in het gebruik van cannabis in een gereguleerde omgeving (matig, en in vroege remissie).
Verloop behandeling
De veroordeelde verblijft sinds 2 juni 2023 op de Very Intensive Care afdeling (VIC).
Binnen de VIC-afdeling wordt er gezien dat de veroordeelde zich blijvend inzet binnen het dagprogramma en de aangeboden interventies. De veroordeelde stelt zich hierin begeleidbaar op door vragen te stellen en de gemaakte afspraken na te komen. Dit beeld wordt ook gezien tijdens de begeleide verloven, die de veroordeelde invult met het bezoeken van zijn familie, bezoek aan Rotterdam Zuidplein voor praktische zaken (bijvoorbeeld kleding kopen) en de fitness in de sportschool. Er wordt ingeschat dat het voor de veroordeelde haalbaar is om binnen de kaders van de medicamenteuze behandeling en duidelijke afspraken te starten met semi-begeleide verloven. De inzet van een volledig onbegeleid verlof traject wordt vanuit de veroordeelde zijn kernproblematiek als niet passend gezien.
Met betrekking tot de medicamenteuze behandeling blijkt dat de veroordeelde een externe gestructureerde omgeving nodig heeft om hier trouw aan te kunnen blijven. De veroordeelde is sinds de laatste gerechtelijke uitspraak, tegen het advies van het behandelteam, gestopt met de inname van zijn medicatie. Hierdoor kon hij minder goed controle over zijn emoties behouden. Dit heeft geleid tot meer verbale en incidenteel fysieke agressie (richting spullen). Deze situaties hebben ertoe geleid dat de veroordeelde het belang van de medicamenteuze behandeling beter in kon gaan zien. Echter blijft deze visie tot dusver instabiel. De veroordeelde heeft de aansturing van een externe omgeving nodig om medicatietrouw te blijven.
Gevaar voor herhaling
Het risico op geweld wordt binnen de huidige fase van het behandeltraject en verblijvend op een VIC-afdeling ingeschat op matig. Zodra de kaders van de PIJ-maatregel wegvallen, ontstaat een hoog recidiverisico. De veroordeelde is gebaat bij sturing vanuit zijn omgeving, hij heeft een vertrouwde en stabiele volwassene nodig om de juiste keuzes te maken. De voornaamste risico’s worden blijvend gezien binnen het sociale- en het individuele domein, samenhangend met zijn kernproblematiek.
Verder behandeltraject en –perspectief
De veroordeelde oefent middels semi-begeleide verlofmomenten gefaseerd met meer zelfstandigheid. Verwacht wordt dat de veroordeelde ongeveer zes maanden nodig heeft voor deze fase, alvorens hij zou kunnen uitstromen naar een vervolgplek om aan zijn STP (gedurende 6 maanden) te beginnen. De doorstroom zal afhankelijk zijn van beschikbare plekken en wachtlijsten. Bij een zo gunstig mogelijk verloop wordt ingeschat dat de veroordeelde op zijn vroegst in januari 2027 in aanmerking zou komen voor een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel. Dit maakt dat geadviseerd wordt om de PIJ-maatregel met negen maanden te verlengen.
3.2.
Ter zitting gegeven adviezen
Deskundige [naam] heeft ter zitting het verlengingsadvies van de inrichting toegelicht.
Zij heeft onder meer verklaard dat de veroordeelde zich goed inzet voor zijn behandeling en dat hij complimenten verdient voor de stappen die hij heeft gezet. Hij is inmiddels gestart met semi-begeleid verlof. Ten opzichte van het begin van zijn verblijf is sprake van een duidelijke groei van de veroordeelde. De veroordeelde functioneert op een beneden gemiddeld niveau, waardoor hij moeite heeft met complexe situaties en begeleiding nodig heeft bij het reguleren van spanning en emoties. Hij verblijft in een gestructureerde omgeving waarin hij wordt ondersteund in zijn ontwikkeling. Ook de medicatie vormt een belangrijke beschermende factor. Er wordt ingeschat dat het behandelplafond ten aanzien van het verlagen van de risicofactoren is bereikt. Dit brengt met zich mee dat met het oog op het recidiverisico moet worden toegewerkt naar een vervolgplek waar voldoende bescherming kan worden geboden. Verlenging van de PIJ-maatregel is noodzakelijk om een passende vervolgplek te vinden en het STP te kunnen starten. De deskundige handhaaft het advies om de maatregel met negen maanden te verlengen. De hoop is dat op korte termijn een passende vervolgplek in de vorm van beschermd wonen wordt gevonden voor de veroordeelde en dat het STP dan kan starten.
4Beoordeling
Een PIJ-maatregel kan op grond van artikel 6:6:31, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) juncto artikel 77s, eerste lid, sub b en c, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) slechts verlengd worden indien de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Daarnaast dient de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van die maatregel te eisen en dient de maatregel in het belang te zijn van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde. Aan deze drie voorwaarden moet worden voldaan om tot een verlenging van de maatregel te kunnen komen.
De rechtbank is van oordeel dat aan deze voorwaarden is voldaan. De maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. De veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist de verlenging van de maatregel.
Uit de adviezen en wat ter terechtzitting is besproken blijkt dat de veroordeelde een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt en nog steeds doormaakt. Hij stelt zich begeleidbaar op en is gemotiveerd om toe te werken naar meer zelfstandigheid. In dat kader is de veroordeelde gestart met semi-begeleid verlof naar huis. Er is bij hem meer bewustwording ontstaan ten aanzien van de invloed van zijn gedrag en zijn medicatiegebruik. De veroordeelde heeft daarbij wel sturing nodig. Het plan voor de veroordeelde is dat hij dat gaat krijgen in een beschermd wonen setting en leert omgaan met meer vrijheden door zes maanden het STP te volgen. Dit is ook de gebruikelijke gang van zaken aan het einde van een PIJ-maatregel. Een abrupte overgang naar een voorwaardelijke beëindiging waarbij er geen passende woonplek voor de veroordeelde is, zou een te hoog recidiverisico met zich meebrengen.
De verlenging van de PIJ-maatregel is ook in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde. Er wordt op dit moment gezocht naar een passende vervolgplek, waar de veroordeelde middels het STP gefaseerd kan oefenen met meer zelfstandigheid. Een zorgvuldige overgang naar een passende woonplek en het doorlopen van het STP is nodig om het traject van de PIJ-maatregel van de veroordeelde goed af te ronden. Dat de veroordeelde zijn behandelplafond binnen de setting van de inrichting heeft bereikt en daar alleen nog wacht op een passende vervolgplek, betekent niet dat de maatregel voorwaardelijk beëindigd dient te worden. Een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel zou op dit moment een te grote stap zijn voor de veroordeelde met teveel risico’s voor zijn verdere ontwikkeling. Omdat de verwachting is dat een geschikte vervolgplek op zijn vroegst in de zomer van 2026 is gevonden en het STP nog 6 maanden in beslag zal nemen, vindt de rechtbank een kortere verlenging dan 9 maanden, zoals namens de veroordeelde subsidiair is verzocht, niet passend.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie toewijzen.
Gevolg gevend aan het bepaalde in artikel 6:6:31, tweede lid, Sv, geeft de rechtbank aan dat de maatregel, gelet op de ingangsdatum, de huidige expiratiedatum en de verlenging bij deze beslissing (en behoudens verdere verlenging), op 13 januari 2027 voorwaardelijk zal eindigen en op 13 januari 2028 onvoorwaardelijk zal eindigen.
5Beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen
met negen maanden;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. N. Doorduijn, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. A.L. Pöll en R. van den Wildenberg, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias, griffier,
en is in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening en de veroordeelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. (art.6:6:37 Sv)