Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:8629
2026-03-05
Strafrecht
10/711028-18
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
verlenging voorwaardelijke beëindiging PIJ
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (13.502 tekens)
Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 10/711028-18
Datum uitspraak: 5 maart 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige raadkamer voor strafzaken, met betrekking tot de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna PIJ-maatregel) van
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres], [postcode] in [plaatsnaam],
raadsvrouw mr. L.A.E. Timmer, advocaat te Rotterdam.
1Procesverloop
Op 19 februari 2019 heeft de rechtbank de PIJ-maatregel van de veroordeelde gelast.
De PIJ-maatregel is opgelegd ter zake van in de woning bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen, bedreiging met zware mishandeling en bedreiging met zware mishandeling en/of bedreiging met brandstichting. De termijn van de PIJ-maatregel is gestart op 6 maart 2019.
Op 10 december 2024 heeft deze rechtbank de PIJ-maatregel verlengd met 112 dagen.
Op 4 maart 2025 is de PIJ-maatregel van rechtswege voorwaardelijk beëindigd. De voorwaardelijke beëindiging loopt tot 4 maart 2026.
Op 12 februari 2026 heeft de rechtbank van het Openbaar Ministerie een vordering tot verlenging van de voorwaardelijke beëindiging ontvangen, tevens inhoudende een verzoek tot het vaststellen van bijzondere voorwaarden.
Bij die vordering zijn gevoegd:
het advies van Reclassering Fivoor (hierna: de reclassering) van 13 februari 2026;
het voortgangsverslag van de reclassering van 19 december 2025.
Op de openbare zitting van 5 maart 2026 is de vordering behandeld. Gehoord zijn:
- de officier van justitie, mr. C. de Bruijn;
- de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw;
- de deskundige [naam 1], reclasseringswerker bij Reclassering Nederland;
- [naam 2], ambulante hulpverlener bij Zorg en Daad.
2Standpunt van partijen
2.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel met één jaar en vaststelling van de bijzondere voorwaarden, zoals voorgesteld bij eerdergenoemd rapport van de reclassering.
2.2.
Standpunt van de veroordeelde
De veroordeelde en zijn raadsvrouw hebben ingestemd met de vordering van de officier van justitie. De veroordeelde is bereid zich aan de gestelde voorwaarden te houden.
3Adviezen
3.1.
Advies GGZ-reclassering Fivoor
Het advies van 13 februari 2026 houdt onder meer het volgende in.
De kans op recidive wordt als hoog ingeschat. Op basis van het verloop van de PIJ-maatregel wordt ingeschat dat langdurige inzet van zorg, begeleiding en bescherming noodzakelijk blijft. Zonder deze inzet wordt een recidive, al dan niet gepaard gaand met geweld, onvermijdelijk geschat. De risico's worden met name gezien in de aanwezige psychische- en persoonlijkheidsproblematiek, het ontbreken van ziekte-besef en -inzicht, het middelengebruik en beïnvloedbaarheid van de veroordeelde. Hierdoor is er sprake van complexe problematiek. Tegelijkertijd laat de veroordeelde binnen de mogelijkheden van de PIJ-maatregel een kleine groei zien, met name op het gebied van sociale vaardigheden en emotieregulatie. Desondanks blijken zijn vaardigheden om spanning te kunnen reguleren nog onvoldoende, op momenten waarop hij het overzicht verliest. Er is daarnaast sprake van een licht verstandelijke beperking, een depressieve stoornis met hypomaan gedrag, een ernstige stoornis in cannabisgebruik en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale en afhankelijke trekken.
De veroordeelde heeft zich de afgelopen periode grotendeels gehouden aan de gestelde bijzondere voorwaarden die gelden binnen de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel. Hij is positief in contact met zowel de reclassering als de begeleiders van Zorg en Daad. De verblijfstatus van de veroordeelde bemoeilijkt de inzet van passende zorg. Het is tevens niet mogelijk gebleken om in het kader van de voorwaarden behorende bij de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel een passende vervolgplek voor de veroordeelde te vinden. Het verlengen van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel biedt de mogelijkheid om het huidige betrokken professionele netwerk, bestaande uit onder andere de combinatie van reclassering en Zorg en Daad, te behouden. Op deze manier blijft er voorlopig zicht op de veroordeelde en kan er ingegrepen worden indien noodzakelijk wordt bevonden.
Geadviseerd wordt om de termijn van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel na 4 maart 2026 met een jaar te verlengen, met als bijzondere voorwaarden:
Meldplicht bij de reclassering
Ambulante behandeling
Ambulante begeleiding
Meewerken aan middelencontrole
Alcoholverbod
Drugsverbod
Begeleid wonen of maatschappelijke opvang
Inspanningsverplichting met betrekking tot het behouden van een zinvolle en structurele dagbesteding
Inzage geven in financiën en indien nodig schuldhulpverlening
Inzage geven in persoonlijke relaties.
Ook dient de veroordeelde mee te werken aan het toezicht door de reclassering zoals nader is uitgewerkt in voornoemd rapport.
3.2.
Ter zitting gegeven adviezen
[naam 1], reclasseringsmedewerker bij Reclassering Nederland, heeft ter zitting naar
voren gebracht dat, hoewel het inmiddels beter gaat met de veroordeelde, er nog steeds zorgen worden gezien op meerdere leefgebieden. Een verlenging van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel, in combinatie met de genoemde bijzondere voorwaarden, kan bijdragen aan het verder toewerken naar een stabiele toekomst. De veroordeelde wil graag een eigen woonplek, maar dit is vanwege de korte inschrijfduur voor een sociale huurwoning en het ontbreken van een WLZ-indicatie niet mogelijk gebleken. Om die reden is de voorwaarde begeleid wonen als voorwaarde geadviseerd. In maart 2026 kan betrokkene opnieuw een aanvraag doen voor een WLZ-indicatie. Met een WLZ-indicatie kan de veroordeelde sneller naar een woonplek met intensieve ambulante begeleiding worden begeleid.
4Beoordeling
De voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel is ingegaan op 4 maart 2025 en zal eindigen op 4 maart 2026.
Uit het dossier en wat er is besproken ter terechtzitting blijkt dat de veroordeelde zich de afgelopen periode grotendeels heeft gehouden aan de bijzondere voorwaarden in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel zijn gesteld. Hij onderhoudt positief contact met zowel de reclassering als de begeleiders van Zorg en Daad, volgt ambulante behandeling en werkt mee aan zijn dagbesteding. Desondanks wordt vanwege zijn psychische- en persoonlijkheidsproblematiek, de kans op recidive nog altijd als hoog ingeschat. De reclassering benadrukt dat de veroordeelde langdurige en intensieve begeleiding en behandeling nodig heeft om tot gedragsverandering te komen en stabiliteit te creëren. Sinds de start van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel verblijft de veroordeelde bij zijn vader. Deze plek wordt niet als een passende woonplek gezien, mede vanwege de toenemende spanningen tussen de veroordeelde en zijn vader. De veroordeelde heeft de wens geuit om zelfstandig te wonen en is aangemeld bij een begeleide woonvorm.
Vanwege het ontbreken van een WLZ-indicatie is het tot op heden nog niet gelukt om een passende vervolgplek voor de veroordeelde te vinden. Het is daarom van belang dat de hulpverlening betrokken blijft en dat de zoektocht naar een geschikte woonplek en voortzetting van de huidige hulpverleningstraject wordt voortgezet.
Alle betrokkenen zijn het met elkaar eens dat de voorwaardelijke beëindiging wordt verlengd met de (hieronder) genoemde voorwaarden.
Gelet op het bepaalde in artikel 6:6:32, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is de maximale duur van de voorwaardelijke beëindiging nog niet bereikt. De rechtbank zal daarom de termijn van de voorwaardelijke beëindiging verlengen voor de duur van een jaar. Dit betekent dat de PIJ-maatregel op 4 maart 2027 onvoorwaardelijk zal eindigen.
5Beslissing
De rechtbank:
verlengt de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voor de duur van een jaar;
stelt, naast de van rechtswege geldende voorwaarden als bedoeld in artikel 77t, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als bijzondere voorwaarden gedurende de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen vast dat de veroordeelde:
1. zal meewerken aan het toezicht door de reclassering, dat onder andere inhoudt, dat hij:
zich gedurende de termijn van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel op door de reclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo vaak en zo lang de reclassering dat noodzakelijk acht;
zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om de veroordeelde te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
de reclassering zal helpen aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;
mee zal werken aan huisbezoeken;
inzicht zal geven in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners aan de reclassering;
zich niet zal vestigen op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;
zal meewerken aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met de veroordeelde, als dat van belang is voor het reclasseringstoezicht;
2. niet naar het buitenland zal gaan of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering en het Openbaar Ministerie;
3. zich zal laten begeleiden en behandelen door Zorg en Daad of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering dat nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;
4. zal meewerken aan de controle van het gebruik van soft en harddrugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering of de behandelende instantie kunnen urineonderzoek gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd.
5. geen harddrugs zal gebruiken en hij zal meewerken aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd.
6. geen alcohol zal gebruiken en hij zal meewerken aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd.
7. zal verblijven in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering en tevens meewerkt aan de noodzakelijke vervolgstappen ten aanzien van het organiseren van een passende vervolgplaats, zoals het aanvragen van een WLZ/WMO-indicatie en/of urgentie;
8. zich zal inspannen voor het behouden van een zinvolle en structurele dagbesteding;
9. inzage zal geven in zijn financiën en indien nodig meewerkt aan schuldhulpverlening;
10. inzage zal geven in zijn persoonlijke relaties;
geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van
voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Deze beschikking is gegeven door mr. K.T.F. Chocolaad-de Bos, voorzitter, tevens kinderrechter, en mrs. L. Feraaune en E.M. Rocha, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias, griffier,
en is in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2026.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening en de veroordeelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. (art.6:6:37 Sv)
Team jeugd
Parketnummer: 10/711028-18
Datum uitspraak: 5 maart 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige raadkamer voor strafzaken, met betrekking tot de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna PIJ-maatregel) van
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres], [postcode] in [plaatsnaam],
raadsvrouw mr. L.A.E. Timmer, advocaat te Rotterdam.
1Procesverloop
Op 19 februari 2019 heeft de rechtbank de PIJ-maatregel van de veroordeelde gelast.
De PIJ-maatregel is opgelegd ter zake van in de woning bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen, bedreiging met zware mishandeling en bedreiging met zware mishandeling en/of bedreiging met brandstichting. De termijn van de PIJ-maatregel is gestart op 6 maart 2019.
Op 10 december 2024 heeft deze rechtbank de PIJ-maatregel verlengd met 112 dagen.
Op 4 maart 2025 is de PIJ-maatregel van rechtswege voorwaardelijk beëindigd. De voorwaardelijke beëindiging loopt tot 4 maart 2026.
Op 12 februari 2026 heeft de rechtbank van het Openbaar Ministerie een vordering tot verlenging van de voorwaardelijke beëindiging ontvangen, tevens inhoudende een verzoek tot het vaststellen van bijzondere voorwaarden.
Bij die vordering zijn gevoegd:
het advies van Reclassering Fivoor (hierna: de reclassering) van 13 februari 2026;
het voortgangsverslag van de reclassering van 19 december 2025.
Op de openbare zitting van 5 maart 2026 is de vordering behandeld. Gehoord zijn:
- de officier van justitie, mr. C. de Bruijn;
- de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw;
- de deskundige [naam 1], reclasseringswerker bij Reclassering Nederland;
- [naam 2], ambulante hulpverlener bij Zorg en Daad.
2Standpunt van partijen
2.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel met één jaar en vaststelling van de bijzondere voorwaarden, zoals voorgesteld bij eerdergenoemd rapport van de reclassering.
2.2.
Standpunt van de veroordeelde
De veroordeelde en zijn raadsvrouw hebben ingestemd met de vordering van de officier van justitie. De veroordeelde is bereid zich aan de gestelde voorwaarden te houden.
3Adviezen
3.1.
Advies GGZ-reclassering Fivoor
Het advies van 13 februari 2026 houdt onder meer het volgende in.
De kans op recidive wordt als hoog ingeschat. Op basis van het verloop van de PIJ-maatregel wordt ingeschat dat langdurige inzet van zorg, begeleiding en bescherming noodzakelijk blijft. Zonder deze inzet wordt een recidive, al dan niet gepaard gaand met geweld, onvermijdelijk geschat. De risico's worden met name gezien in de aanwezige psychische- en persoonlijkheidsproblematiek, het ontbreken van ziekte-besef en -inzicht, het middelengebruik en beïnvloedbaarheid van de veroordeelde. Hierdoor is er sprake van complexe problematiek. Tegelijkertijd laat de veroordeelde binnen de mogelijkheden van de PIJ-maatregel een kleine groei zien, met name op het gebied van sociale vaardigheden en emotieregulatie. Desondanks blijken zijn vaardigheden om spanning te kunnen reguleren nog onvoldoende, op momenten waarop hij het overzicht verliest. Er is daarnaast sprake van een licht verstandelijke beperking, een depressieve stoornis met hypomaan gedrag, een ernstige stoornis in cannabisgebruik en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale en afhankelijke trekken.
De veroordeelde heeft zich de afgelopen periode grotendeels gehouden aan de gestelde bijzondere voorwaarden die gelden binnen de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel. Hij is positief in contact met zowel de reclassering als de begeleiders van Zorg en Daad. De verblijfstatus van de veroordeelde bemoeilijkt de inzet van passende zorg. Het is tevens niet mogelijk gebleken om in het kader van de voorwaarden behorende bij de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel een passende vervolgplek voor de veroordeelde te vinden. Het verlengen van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel biedt de mogelijkheid om het huidige betrokken professionele netwerk, bestaande uit onder andere de combinatie van reclassering en Zorg en Daad, te behouden. Op deze manier blijft er voorlopig zicht op de veroordeelde en kan er ingegrepen worden indien noodzakelijk wordt bevonden.
Geadviseerd wordt om de termijn van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel na 4 maart 2026 met een jaar te verlengen, met als bijzondere voorwaarden:
Meldplicht bij de reclassering
Ambulante behandeling
Ambulante begeleiding
Meewerken aan middelencontrole
Alcoholverbod
Drugsverbod
Begeleid wonen of maatschappelijke opvang
Inspanningsverplichting met betrekking tot het behouden van een zinvolle en structurele dagbesteding
Inzage geven in financiën en indien nodig schuldhulpverlening
Inzage geven in persoonlijke relaties.
Ook dient de veroordeelde mee te werken aan het toezicht door de reclassering zoals nader is uitgewerkt in voornoemd rapport.
3.2.
Ter zitting gegeven adviezen
[naam 1], reclasseringsmedewerker bij Reclassering Nederland, heeft ter zitting naar
voren gebracht dat, hoewel het inmiddels beter gaat met de veroordeelde, er nog steeds zorgen worden gezien op meerdere leefgebieden. Een verlenging van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel, in combinatie met de genoemde bijzondere voorwaarden, kan bijdragen aan het verder toewerken naar een stabiele toekomst. De veroordeelde wil graag een eigen woonplek, maar dit is vanwege de korte inschrijfduur voor een sociale huurwoning en het ontbreken van een WLZ-indicatie niet mogelijk gebleken. Om die reden is de voorwaarde begeleid wonen als voorwaarde geadviseerd. In maart 2026 kan betrokkene opnieuw een aanvraag doen voor een WLZ-indicatie. Met een WLZ-indicatie kan de veroordeelde sneller naar een woonplek met intensieve ambulante begeleiding worden begeleid.
4Beoordeling
De voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel is ingegaan op 4 maart 2025 en zal eindigen op 4 maart 2026.
Uit het dossier en wat er is besproken ter terechtzitting blijkt dat de veroordeelde zich de afgelopen periode grotendeels heeft gehouden aan de bijzondere voorwaarden in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel zijn gesteld. Hij onderhoudt positief contact met zowel de reclassering als de begeleiders van Zorg en Daad, volgt ambulante behandeling en werkt mee aan zijn dagbesteding. Desondanks wordt vanwege zijn psychische- en persoonlijkheidsproblematiek, de kans op recidive nog altijd als hoog ingeschat. De reclassering benadrukt dat de veroordeelde langdurige en intensieve begeleiding en behandeling nodig heeft om tot gedragsverandering te komen en stabiliteit te creëren. Sinds de start van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel verblijft de veroordeelde bij zijn vader. Deze plek wordt niet als een passende woonplek gezien, mede vanwege de toenemende spanningen tussen de veroordeelde en zijn vader. De veroordeelde heeft de wens geuit om zelfstandig te wonen en is aangemeld bij een begeleide woonvorm.
Vanwege het ontbreken van een WLZ-indicatie is het tot op heden nog niet gelukt om een passende vervolgplek voor de veroordeelde te vinden. Het is daarom van belang dat de hulpverlening betrokken blijft en dat de zoektocht naar een geschikte woonplek en voortzetting van de huidige hulpverleningstraject wordt voortgezet.
Alle betrokkenen zijn het met elkaar eens dat de voorwaardelijke beëindiging wordt verlengd met de (hieronder) genoemde voorwaarden.
Gelet op het bepaalde in artikel 6:6:32, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is de maximale duur van de voorwaardelijke beëindiging nog niet bereikt. De rechtbank zal daarom de termijn van de voorwaardelijke beëindiging verlengen voor de duur van een jaar. Dit betekent dat de PIJ-maatregel op 4 maart 2027 onvoorwaardelijk zal eindigen.
5Beslissing
De rechtbank:
verlengt de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voor de duur van een jaar;
stelt, naast de van rechtswege geldende voorwaarden als bedoeld in artikel 77t, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als bijzondere voorwaarden gedurende de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen vast dat de veroordeelde:
1. zal meewerken aan het toezicht door de reclassering, dat onder andere inhoudt, dat hij:
zich gedurende de termijn van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel op door de reclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo vaak en zo lang de reclassering dat noodzakelijk acht;
zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om de veroordeelde te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
de reclassering zal helpen aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;
mee zal werken aan huisbezoeken;
inzicht zal geven in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners aan de reclassering;
zich niet zal vestigen op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;
zal meewerken aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met de veroordeelde, als dat van belang is voor het reclasseringstoezicht;
2. niet naar het buitenland zal gaan of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering en het Openbaar Ministerie;
3. zich zal laten begeleiden en behandelen door Zorg en Daad of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering dat nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;
4. zal meewerken aan de controle van het gebruik van soft en harddrugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering of de behandelende instantie kunnen urineonderzoek gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd.
5. geen harddrugs zal gebruiken en hij zal meewerken aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd.
6. geen alcohol zal gebruiken en hij zal meewerken aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd.
7. zal verblijven in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering en tevens meewerkt aan de noodzakelijke vervolgstappen ten aanzien van het organiseren van een passende vervolgplaats, zoals het aanvragen van een WLZ/WMO-indicatie en/of urgentie;
8. zich zal inspannen voor het behouden van een zinvolle en structurele dagbesteding;
9. inzage zal geven in zijn financiën en indien nodig meewerkt aan schuldhulpverlening;
10. inzage zal geven in zijn persoonlijke relaties;
geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van
voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Deze beschikking is gegeven door mr. K.T.F. Chocolaad-de Bos, voorzitter, tevens kinderrechter, en mrs. L. Feraaune en E.M. Rocha, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias, griffier,
en is in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2026.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening en de veroordeelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. (art.6:6:37 Sv)