Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:8583

2026-07-02 Civiel recht; Personen- en familierecht C/10/714946 / FA RK 26-1244
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-07-02
Publicatiedatum
2026-07-14
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
C/10/714946 / FA RK 26-1244
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

IPR Engeland. De rechtbank concludeert dat in dit geval in Engeland naar Engels recht gezamenlijk gezag is ontstaan, welk gezag niet is gewijzigd na de komst van de man met de minderjarige naar Nederland. Verklaring voor recht dat sprake is van gezamenlijk gezag.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.829 tekens)
Rechtbank Rotterdam


Team familie



Zaaknummer / rekestnummer: C/10/714946 / FA RK 26-1244





Beschikking van 2 juli 2026 met betrekking tot een verklaring voor recht (gezag)




in de zaak van:





[naam man]
, hierna: de man,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat mr. F. Durdu te Rotterdam,



met als belanghebbende:


[naam vrouw] , hierna: de vrouw.
wonende te [woonplaats 2]






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


het verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 13 februari 2026;


het bericht met bijlage van de man van 23 februari 2026.





1.2.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 24 juni 2026. Daarbij zijn verschenen:


de man, bijgestaan door zijn advocaat;


de vrouw.





1.3.
De minderjarige [minderjarige 1] is, gelet op zijn leeftijd, uitgenodigd voor een gesprek met de kinderrechter. De minderjarige heeft hier schriftelijk op gereageerd.






2De vaststaande feiten


2.1.
De man en de vrouw hebben een affectieve relatie gehad.



2.2.

De man en de vrouw zijn de ouders van de minderjarigen:

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] ;

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats 2] .




2.3.
Deze procedure heeft alleen betrekking op [minderjarige 1] (hierna: de minderjarige).



2.4.
In elk geval de vrouw is van rechtswege belast met de uitoefening van het gezag over de minderjarige.



2.5.
De man heeft de Nederlandse nationaliteit. De vrouw en de minderjarige hebben de Engelse nationaliteit.






3De beoordeling



Rechtsmacht



3.1.1.
Omdat de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Nederland is gelegen, is de Nederlandse rechter op grond van artikel 7 van Brussel II-ter bevoegd te beslissen op het verzoek tot voorziening in het gezag over de minderjarige.



3.1.2.
Op grond van artikel 15 van het Haags kinderbeschermingsverdrag van 1996 zal de rechtbank Nederlands recht op het verzoek toepassen.



3.2.

Gezag



3.2.1.

De man verzoekt:
I. voor recht te verklaren dat hij naar Engels recht ‘parental responsibility’ heeft verkregen en derhalve gezamenlijk met de vrouw het ouderlijk gezag uitoefent over de minderjarige;
II. te bepalen dat deze verklaring voor recht kan dienen als titel voor erkenning van het gezag in Nederland;
III. althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in het belang van de minderjarige juist acht;
een en ander met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.




3.2.2.
De man woont in Nederland en de vrouw in Engeland. De man legt hierover uit dat zij onderling hebben afgesproken dat de minderjarige bij hem in Nederland verblijft. Volgens de man woont de minderjarige sinds november 2025 bij hem en gaat hij ook in Nederland naar school. De man geeft aan problemen te ondervinden bij de inschrijving van de minderjarige op zijn woonadres. Hij stelt dat de gemeente daartoe geen toestemming verleent, omdat hij volgens de gemeente geen ouderlijk gezag heeft over de minderjarige. Dit wordt door de man betwist. De man legt aan zijn verzoek ten grondslag dat hij naar Engels recht reeds gezamenlijk met de vrouw is belast met het gezag over de minderjarige. Een verklaring voor recht is volgens de man noodzakelijk om aan te sluiten bij de feitelijke gezinssituatie, nu hij is belast met de dagelijkse verzorging en opvoeding van de minderjarige. Daarnaast is dit volgens hem noodzakelijk zodat de minderjarige op zijn woonadres kan worden ingeschreven en een Burgerservicenummer kan krijgen.



3.2.3.
Tijdens de mondelinge behandeling is de vrouw als belanghebbende verschenen en is toegelicht dat zij het verzoek van de man ondersteunt.



3.2.4.
De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van artikel 16 lid 1 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 wordt de vraag of de ouders van rechtswege het gezamenlijk gezag hebben verkregen over de minderjarige beheerst door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van de minderjarige ten tijde van de geboorte. De minderjarige is geboren in [geboorteland] . Dit betekent dat de vraag of de man en de vrouw het gezamenlijk gezag hebben verkregen naar Engels recht moet worden beoordeeld.



3.2.5.
Uit de stukken en de toelichting daarop tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de man en de vrouw de geboorte van de minderjarige gezamenlijk hebben geregistreerd ná 1 december 2003. Hierdoor zijn de gegevens van beide ouders opgenomen in de geboorteakte van de minderjarige en heeft (naast de vrouw) ook de man de zogeheten ‘ouderlijke verantwoordelijkheid’ over de minderjarige verkregen. De ouderlijke verantwoordelijkheid naar Engels recht houdt in: alle rechten, plichten, gezagsrechten, verantwoordelijkheden en bevoegdheden die een ouder van een kind krachtens de wet ten aanzien van het kind en het vermogen van het kind heeft. Gelet op het voorgaande concludeert de rechtbank dat de man naar Engels recht reeds is belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige. Dit betekent dat de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. De rechtbank ziet het belang van de man bij de verzochte verklaring voor recht vanwege de problemen die hij nu ondervindt. De rechtbank zal daarom voor recht verklaren dat de man en de vrouw (naar Nederlands recht) gezamenlijk met het gezag over de minderjarige zijn belast.




3.3.

Proceskosten



Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.







4De beslissing


De rechtbank:



4.1.
verklaart voor recht dat [naam man] , geboren op [geboortedatum 3] te [geboorteplaats 3] ) en de vrouw gezamenlijk gezag uitoefenen over hun minderjarige kind: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] ;



4.2.
bepaalt dat van deze beslissing aantekening wordt gemaakt in het in artikel 1:244 BW genoemde openbare gezagsregister;



4.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;



4.4.
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;



4.5.
wijst af het meer of anders verzochte.










Deze beschikking is gegeven door mr. S.J. Huizenga, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. N.W.J. van der Veen, griffier, op 2 juli 2026.













































Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.
Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.