Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:8495

2026-04-21 Civiel recht; Arbeidsrecht 12135126 VV EXPL 26-139
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-04-21
Publicatiedatum
2026-07-13
Rechtsgebied
Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure
Kort geding
Zaaknummer
12135126 VV EXPL 26-139
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; AR-Updates.nl 2026-1159; VAAN-AR-Updates.nl 2026-1159

Inhoudsindicatie

Vonnis in kort geding. Arbeidszaak. Afwijzing eis tot wedertewerkstelling.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.072 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


locatie Rotterdam



zaaknummer: 12135126 VV EXPL 26-139



datum uitspraak: 21 april 2026




Vonnis in kort geding van de kantonrechter




in de zaak van





[eiser]
,
woonplaats: [woonplaats],
eiser,
gemachtigde: mr. A. Kloet,



tegen




Mach technology staff B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde,
gemachtigden: mr. R. Simons en mr. A. Dagistan.



De partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘Mach’ genoemd.





1De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:


de dagvaarding van 13 maart 2026, met bijlagen 1 tot en met 6;


de e-mail van Mach, met bijlagen 1 tot en met 3 en een begeleidende brief;


de spreekaantekeningen van Mach.





1.2.

Op 7 april 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken met [eiser] en met

[naam ] (CEO) voor Mach en met de gemachtigden.






2De beoordeling



Waar gaat de zaak over?




2.1.

[eiser] is sinds 6 december 2021 bij Mach in dienst op grond van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Hij is werkzaam als (titulair) algemeen directeur tegen een loon van € 11.706,- bruto per maand, exclusief 8% vakantiegeld en overige emolumenten. Op 6 januari 2026 is aan [eiser] meegedeeld dat Mach de arbeidsovereenkomst met hem wil beëindigen middels een vaststellingsovereenkomst en dat hij per direct vrijgesteld werd van zijn werkzaamheden. Op 8 januari 2026 heeft Mach hem een vaststellingsovereenkomst aangeboden. [eiser] heeft het aanbod niet aanvaard.



2.2.

[eiser] eist - verkort weergegeven - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Mach te veroordelen tot:


wedertewerkstelling van hem, met een dwangsom van 500,- per dag;


betaling van de proceskosten en nakosten, met rente





2.3.
Mach is het hiermee niet eens.



Wat vindt de kantonrechter





Afwijzing eis




2.4.
De eis van [eiser] wordt afgewezen. De reden hiervoor is dat bij afweging van de belangen van partijen het belang van [eiser] bij wedertewerkstelling op dit moment minder zwaar weegt dan het belang van Mach bij voortzetting van de non-actiefstelling.



2.5.
Onderkend wordt dat [eiser] op grond van de arbeidsovereenkomst in beginsel recht heeft om te worden toegelaten tot zijn werkplek om zijn functie uit te oefenen. Hierop wordt een inbreuk gemaakt door hem dit te beletten. De non-actiefstelling levert ook reputatieschade op. Het heeft grote impact op [eiser], nu en mogelijk ook in de toekomst.



2.6.
Hier staat tegenover dat Mach heeft aangevoerd dat haar andere directieleden en de aandeelhouders te kennen hebben gegeven dat onvoldoende vertrouwen is in een verdere succesvolle samenwerking met [eiser]. In de kern zit dit in - in de visie van Mach - onder de maat presteren door [eiser], zonder hierin te verbeteren, en moeilijke omgang met feedback hierover, wat de verstandhouding en samenwerking onder druk heeft gezet. Er is sprake van een onwerkbare verhouding. Het indienen van een verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst is uitgesteld in de hoop hierover met [eiser] een regeling te kunnen treffen, aldus Mach.



2.7.
Over dat laatste wordt overwogen dat, op basis van het dossier en wat ter zitting naar voren is gebracht, niet uitgesloten wordt geacht dat een eventueel verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst het beoogde resultaat zal kunnen hebben. Veel is nog onvoldoende duidelijk (onderbouwd) maar ter zitting is wel naar voren gekomen dat met [eiser] gesproken is over tegenvallende resultaten en over hoe dat kan verbeteren. Ook staat vast dat tussen hem en CEO [naam ] (leidinggevende) verschil van inzicht bestaat over de bedrijfsvoering en op welke wijze resultaten moeten worden bereikt. Zonder meer kan dit niet worden geduid als disfunctioneren dat tot een einde van het dienstverband moet leiden, maar naar het zich thans laat aanzien heeft het de verstandhouding tussen betrokkenen geen goed gedaan. Erkend is dat op 31 oktober 2025 een discussie tussen [eiser] en [naam ] is geweest waarbij de gemoederen flink zijn opgelopen. Verder is aangevoerd dat [eiser] in een gesprek met [naam ] in december 2025 zelf gevraagd heeft of hij er nog vertrouwen in had. Onvoldoende weersproken is dat [eiser] vervolgens boos geworden is toen [naam ] antwoordde de samenwerking soms als een worsteling te ervaren, dat [eiser] geroepen heeft dat het zo niet meer hoefde voor hem, en daarna weggelopen is.



2.8.
Tegen deze achtergrond wordt aan het belang van Mach om de non-actiefstelling te handhaven meer gewicht toegekend. Duidelijk is dat op het hoogste niveau bij Mach thans geen vertrouwen bestaat in de samenwerking met [eiser]. Dit is niet uitgepraat. Dit vertrouwen op dit hoge niveau als algemeen directeur met de daaraan verbonden grote verantwoordelijkheden is echter van groot belang voor een behoorlijke samenwerking. Daarbij komt dat uit hetgeen [eiser] ter zitting heeft verklaard volgt dat hij, ondanks hetgeen hiervoor is overwogen, geen enkel beletsel ziet in verdere samenwerking. Het maakt dat terugkeer van [eiser] in zijn functie van algemeen directeur nu niet opportuun is, want als de samenwerking tussen betrokkenen op dit niveau problematisch is, dan doet dit af aan het goed functioneren, wat kan leiden tot verdere problemen voor de onderneming en haar personeel. Of de samenwerking in de toekomst wel weer (goed) mogelijk zal zijn, kan betwijfeld worden, gelet op het opgezegde vertrouwen en omdat, zoals [eiser] terecht opmerkt, de situatie zijn reputatie geschaad heeft. De non-actiefstelling heeft al diffamerende werking gehad, wat met wedertewerkstelling niet meteen weg is. Bij dit oordeel weegt verder in het voordeel van Mach en in het nadeel van [eiser] mee dat Mach het loon van € 11.706,- bruto per maand is blijven betalen, wat afdoet aan het (spoedeisend) belang van [eiser]. Met de loonbetaling zal Mach in beginsel moeten doorgaan zolang het dienstverband voortduurt.



Proceskosten




2.9.
De proceskosten komen voor rekening van [eiser], omdat hij ongelijk krijgt. De kantonrechter begroot de kosten die [eiser] aan Mach moet betalen op € 865,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.009,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.



Uitvoerbaar bij voorraad




2.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Mach dat eist en [eiser] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.





3De beslissing
De kantonrechter:


3.1.
wijst de eisen van [eiser] af;



3.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, die aan de kant van Mach worden begroot op € 1.009,-;



3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
465




Op de d, g, h, of i-grond van artikel 7:669 lid 3 BW.


Artikel 237 Rv


Artikel 233 Rv