Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:8126
2026-03-12
Civiel recht; Verbintenissenrecht
11792218 CV EXPL 25-2750
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Aanneming van werk. Consumentenrecht van toepassing. Terrasoverkapping is opgeleverd en moet worden betaald. Geen verrekening van schade. Vordering toegewezen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (13.231 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Dordrecht
zaaknummer: 11792218 CV EXPL 25-2750
datum uitspraak: 12 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser] , die handelt onder de naam [handelsnaam],
gevestigd: [vestigingsplaats] ,
eiser,
gemachtigde: [naam gemachtigde] (De Leeuw Incasso & Juristen),
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1De procedure
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 3 juli 2025, met bijlagen;
het antwoord.
1.2.
Op 26 januari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: [eiser] , de gemachtigde van [eiser] en [gedaagde] . Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[gedaagde] heeft bij [eiser] een offerte aangevraagd voor de levering van een terrasoverkapping inclusief led spotjes. [eiser] heeft op 16 januari 2025 per e-mail een offerte aan [gedaagde] gestuurd. Op de offerte staat – voor zover relevant – vermeld:
“Wij bieden u graag een op maat gemaakte offerte aan. De totale prijs bedraagt
€ 10.750 inclusief btw en montage
.
Na uw akkoord plannen wij een afspraak voor het inmeten. Tijdens deze afspraak bespreken we alle details ter plaatse. Wij verzoeken u vriendelijk om
50% van het bedrag vooraf
over te maken op onderstaand rekeningnummer.
Na afronding van de werkzaamheden dient het resterende bedrag
ter plaatse
te worden voldaan.”
2.2.
[gedaagde] heeft de offerte op 17 januari 2025 geaccepteerd en op 25 januari 2025 heeft hij 50% van de totale prijs aanbetaald, zijnde € 5.375,00.
2.3.
De terrasoverkapping is op 7 maart 2025 door [eiser] opgeleverd. [gedaagde] verbleef op dat moment in het buitenland. [eiser] heeft via Whatsapp een aantal foto’s van het eindresultaat aan [gedaagde] opgestuurd. [gedaagde] heeft daarop gereageerd met de mededeling dat hij het restantbedrag aan [eiser] zal overmaken. Ook op 26 maart 2025 en op 7 april 2025 heeft [gedaagde] de restantbetaling per Whatsapp-bericht toegezegd.
3Het geschil
3.1.
[eiser] eist – na eisvermindering - om [gedaagde] :
te veroordelen tot betaling van € 5.375,00 in hoofdsom, te vermeerderen met rente;
te veroordelen tot betaling van € 882,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;
te veroordelen tot betaling van € 1.500,40 aan kosten voor het opstellen van de dagvaarding;
te veroordelen in de proceskosten;
het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
[eiser] legt aan zijn vordering het volgende ten grondslag. Op 17 januari 2025 is tussen partijen een overeenkomst gesloten voor de realisatie van een terrasoverkapping inclusief led spotjes. Het werk is opgeleverd. [gedaagde] moet daarom zijn betalingsverplichting nakomen en het restantbedrag van € 5.375,00 betalen.
3.3.
[gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vordering. [gedaagde] voert als verweer dat hij op 18 april 2025 heeft geconstateerd dat zijn tuinverlichting beschadigd was, diverse planten waren vernield en dat het slot van de terrasoverkapping niet correct functioneerde. De schade die [gedaagde] hierdoor heeft geleden bedraagt in totaal € 3.883,90. [gedaagde] wil [eiser] betalen als zijn schade in redelijkheid wordt gecompenseerd.
4De beoordeling
Consumentenrecht is van toepassing
4.1
Het gaat in deze zaak om een overeenkomst tussen een professioneel handelende partij en een consument. De kantonrechter moet in verband met consumentenbescherming ambtshalve (dat wil zeggen: uit zichzelf) onderzoeken of [eiser] heeft voldaan aan zijn verplichting om [gedaagde] voldoende informatie te geven toen hij de overeenkomst sloot. Daarvoor is het belangrijk om eerst vast te stellen om wat voor soort consumentenovereenkomst het in deze zaak gaat.
4.2.
[eiser] heeft tijdens de zitting toegelicht dat er een configuratietool op zijn website staat, waar potentiële klanten globaal maten kunnen invoeren en op basis waarvan [eiser] dan een offerte maakt. Dat is in het geval van [gedaagde] ook zo gegaan. Daarnaast hebben partijen, vanaf het moment van het aanvragen van de offerte door [gedaagde] via de website tot het moment dat de overeenkomst is gesloten, uitsluitend gebruik gemaakt van communicatiemiddelen op afstand. Omdat de overeenkomst is gesloten in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand zonder gelijktijdige persoonlijke aanwezigheid van handelaar en consument en waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van een of meer middelen voor communicatie op afstand (artikel 6:230g sub e BW), is er sprake van een overeenkomst op afstand. Nu is vastgesteld dat gaat om een overeenkomst op afstand, dient te worden onderzocht of [eiser] aan zijn informatieverplichting heeft voldaan.
4.3.
Op grond van artikel 6:230m lid 1 BW moet de handelaar op duidelijke en begrijpelijke wijze informatie verstrekken aan de consument over onder meer de voornaamste kenmerken van de zaken of diensten, de identiteit van de handelaar, waar en hoe de handelaar kan worden bereikt, de totale prijs en eventuele verdere kosten. De kantonrechter heeft onderzocht of een deel van de eis moet worden afgewezen omdat [gedaagde] onvoldoende of onjuiste informatie heeft gekregen. Dat is niet het geval. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] voldoende informatie heeft gekregen. Hieronder wordt toegelicht of de eis van [eiser] ook wordt toegewezen.
[gedaagde] moet € 5.375,00 betalen
4.4.
Er is sprake van een overeenkomst van aanneming van werk (artikel 7:750 BW). Vaststaat namelijk dat partijen op 17 januari 2025 hebben afgesproken dat [eiser] een terrasoverkapping voor [gedaagde] realiseert voor een totaalbedrag van € 10.750,00. Ook staat vast dat [gedaagde] € 5.375,00 aan [eiser] heeft betaald en dat er € 5.375,00 van het totaalbedrag resteert. [eiser] heeft voldoende onderbouwd gesteld dat het werk op 7 maart 2025 is opgeleverd. Dit is door [gedaagde] niet betwist. Partijen hebben afgesproken dat het restantbedrag ter plaatse wordt voldaan na afronding van de werkzaamheden. Dit heeft [gedaagde] niet gedaan. [gedaagde] moet daarom nog een bedrag van € 5.375,00 aan [eiser] betalen, tenzij zijn verweer slaagt. Op dat punt wordt hieronder ingegaan.
[gedaagde] mag niet verrekenen
4.5.
De kantonrechter begrijpt de stelling van [gedaagde] zo, dat hij wil dat de vordering van [eiser] wordt verrekend met de schade die [gedaagde] stelt te hebben geleden als gevolg van tekortkomingen van [eiser] . Om bij een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis schadevergoeding te kunnen vorderen moet de schuldenaar schriftelijk in gebreke worden gesteld waarbij een redelijke mogelijkheid wordt geboden voor nakoming en nakoming binnen deze termijn uitblijft (artikelen 6:74 jo. 6:82 lid 1 BW), tenzij nakoming blijvend onmogelijk is.
4.6.
[gedaagde] heeft ter onderbouwing van zijn stellingen aangevoerd dat zijn tuinverlichting was beschadigd, dat beplanting was weggespit en dat het slot in de pui niet functioneerde. Ten aanzien van het slot in de pui geldt dat dit een tekortkoming is die zich leent voor herstel en waarvoor een ingebrekestelling nodig is. [gedaagde] heeft ter zitting toegelicht dat hij geen contact met [eiser] heeft opgenomen over het herstel omdat hij niks meer van (de gemachtigde van) [eiser] hoorde. [gedaagde] heeft [eiser] dan ook geen redelijke mogelijkheid geboden om het slot in de pui te herstellen. Dit betekent dat [gedaagde] voor het laten maken van het slot in de pui geen schadevergoeding van [eiser] kan vorderen. Voor de tuinverlichting en de beplanting geldt dat dit tekortkomingen zijn die zich niet lenen voor herstel, omdat zij geen onderdeel uitmaken van de oorspronkelijke verbintenis (het realiseren van een terrasoverkapping). Dat betekent dat [gedaagde] [eiser] geen mogelijkheid hoefde te bieden om tot herstel over te gaan en dat hij een schadevergoeding kan vorderen. [eiser] betwist de gestelde schade van [gedaagde] . Ter zitting heeft [eiser] aangevoerd dat de verlichting van [gedaagde] los in zijn tuin lag en dat [gedaagde] de beplanting zelf had moeten weghalen voor de werkzaamheden maar dat dit niet was gebeurd zodat [eiser] dit heeft gedaan. [gedaagde] heeft zijn stellingen niet nader onderbouwd. [gedaagde] heeft dan ook onvoldoende onderbouwd gesteld dat hij een vordering op [eiser] heeft die afdwingbaar is en mag worden verrekend met de vordering van [eiser] en daarom slaagt zijn verweer niet.
[gedaagde] moet incassokosten van € 643,75 betalen
4.7.
Als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt € 643,75 toegewezen. Dit is het bedrag dat staat in de brief van 19 april 2025 waarmee [gedaagde] de kans heeft gekregen om alsnog zonder extra kosten te betalen (artikel 6:96 lid 6 BW). Omdat [eiser] dit bedrag heeft genoemd, bestaat geen recht op een hogere vergoeding. Verder is aan alle voorwaarden voldaan om een vergoeding te krijgen.
[gedaagde] moet rente betalen
4.8.
De rente wordt toegewezen, omdat [eiser] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
Kosten voor het opstellen van de dagvaarding worden afgewezen
4.9.
[eiser] eist betaling door [gedaagde] van € 1.500,40 aan kosten voor het opstellen van de dagvaarding. Op de zitting heeft [eiser] desgevraagd als juridische grondslag voor deze vordering verwezen naar zijn algemene voorwaarden. Niet gesteld is dat er algemene voorwaarden op de overeenkomst tussen partijen van toepassing zijn en deze zijn ook niet ingediend. [eiser] heeft op dit punt dan ook te weinig gesteld en daarom wordt deze vordering reeds om die reden afgewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
4.10.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiser] moet betalen op:
€ 120,78 aan dagvaardingskosten;
€ 257,00 aan griffierecht;
€ 678,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 339,00);
€ 135,00 aan nakosten.
Dat is in totaal € 1.190,78. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
4.11.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
5De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 5.375,00, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 5.375,00 vanaf 8 maart 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 643,75 aan buitengerechtelijke incassokosten;
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden vastgesteld op € 1.190,78;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. D. Greve en in het openbaar uitgesproken.
67379 / 60669
locatie Dordrecht
zaaknummer: 11792218 CV EXPL 25-2750
datum uitspraak: 12 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser] , die handelt onder de naam [handelsnaam],
gevestigd: [vestigingsplaats] ,
eiser,
gemachtigde: [naam gemachtigde] (De Leeuw Incasso & Juristen),
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1De procedure
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 3 juli 2025, met bijlagen;
het antwoord.
1.2.
Op 26 januari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: [eiser] , de gemachtigde van [eiser] en [gedaagde] . Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[gedaagde] heeft bij [eiser] een offerte aangevraagd voor de levering van een terrasoverkapping inclusief led spotjes. [eiser] heeft op 16 januari 2025 per e-mail een offerte aan [gedaagde] gestuurd. Op de offerte staat – voor zover relevant – vermeld:
“Wij bieden u graag een op maat gemaakte offerte aan. De totale prijs bedraagt
€ 10.750 inclusief btw en montage
.
Na uw akkoord plannen wij een afspraak voor het inmeten. Tijdens deze afspraak bespreken we alle details ter plaatse. Wij verzoeken u vriendelijk om
50% van het bedrag vooraf
over te maken op onderstaand rekeningnummer.
Na afronding van de werkzaamheden dient het resterende bedrag
ter plaatse
te worden voldaan.”
2.2.
[gedaagde] heeft de offerte op 17 januari 2025 geaccepteerd en op 25 januari 2025 heeft hij 50% van de totale prijs aanbetaald, zijnde € 5.375,00.
2.3.
De terrasoverkapping is op 7 maart 2025 door [eiser] opgeleverd. [gedaagde] verbleef op dat moment in het buitenland. [eiser] heeft via Whatsapp een aantal foto’s van het eindresultaat aan [gedaagde] opgestuurd. [gedaagde] heeft daarop gereageerd met de mededeling dat hij het restantbedrag aan [eiser] zal overmaken. Ook op 26 maart 2025 en op 7 april 2025 heeft [gedaagde] de restantbetaling per Whatsapp-bericht toegezegd.
3Het geschil
3.1.
[eiser] eist – na eisvermindering - om [gedaagde] :
te veroordelen tot betaling van € 5.375,00 in hoofdsom, te vermeerderen met rente;
te veroordelen tot betaling van € 882,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;
te veroordelen tot betaling van € 1.500,40 aan kosten voor het opstellen van de dagvaarding;
te veroordelen in de proceskosten;
het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
[eiser] legt aan zijn vordering het volgende ten grondslag. Op 17 januari 2025 is tussen partijen een overeenkomst gesloten voor de realisatie van een terrasoverkapping inclusief led spotjes. Het werk is opgeleverd. [gedaagde] moet daarom zijn betalingsverplichting nakomen en het restantbedrag van € 5.375,00 betalen.
3.3.
[gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vordering. [gedaagde] voert als verweer dat hij op 18 april 2025 heeft geconstateerd dat zijn tuinverlichting beschadigd was, diverse planten waren vernield en dat het slot van de terrasoverkapping niet correct functioneerde. De schade die [gedaagde] hierdoor heeft geleden bedraagt in totaal € 3.883,90. [gedaagde] wil [eiser] betalen als zijn schade in redelijkheid wordt gecompenseerd.
4De beoordeling
Consumentenrecht is van toepassing
4.1
Het gaat in deze zaak om een overeenkomst tussen een professioneel handelende partij en een consument. De kantonrechter moet in verband met consumentenbescherming ambtshalve (dat wil zeggen: uit zichzelf) onderzoeken of [eiser] heeft voldaan aan zijn verplichting om [gedaagde] voldoende informatie te geven toen hij de overeenkomst sloot. Daarvoor is het belangrijk om eerst vast te stellen om wat voor soort consumentenovereenkomst het in deze zaak gaat.
4.2.
[eiser] heeft tijdens de zitting toegelicht dat er een configuratietool op zijn website staat, waar potentiële klanten globaal maten kunnen invoeren en op basis waarvan [eiser] dan een offerte maakt. Dat is in het geval van [gedaagde] ook zo gegaan. Daarnaast hebben partijen, vanaf het moment van het aanvragen van de offerte door [gedaagde] via de website tot het moment dat de overeenkomst is gesloten, uitsluitend gebruik gemaakt van communicatiemiddelen op afstand. Omdat de overeenkomst is gesloten in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand zonder gelijktijdige persoonlijke aanwezigheid van handelaar en consument en waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van een of meer middelen voor communicatie op afstand (artikel 6:230g sub e BW), is er sprake van een overeenkomst op afstand. Nu is vastgesteld dat gaat om een overeenkomst op afstand, dient te worden onderzocht of [eiser] aan zijn informatieverplichting heeft voldaan.
4.3.
Op grond van artikel 6:230m lid 1 BW moet de handelaar op duidelijke en begrijpelijke wijze informatie verstrekken aan de consument over onder meer de voornaamste kenmerken van de zaken of diensten, de identiteit van de handelaar, waar en hoe de handelaar kan worden bereikt, de totale prijs en eventuele verdere kosten. De kantonrechter heeft onderzocht of een deel van de eis moet worden afgewezen omdat [gedaagde] onvoldoende of onjuiste informatie heeft gekregen. Dat is niet het geval. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] voldoende informatie heeft gekregen. Hieronder wordt toegelicht of de eis van [eiser] ook wordt toegewezen.
[gedaagde] moet € 5.375,00 betalen
4.4.
Er is sprake van een overeenkomst van aanneming van werk (artikel 7:750 BW). Vaststaat namelijk dat partijen op 17 januari 2025 hebben afgesproken dat [eiser] een terrasoverkapping voor [gedaagde] realiseert voor een totaalbedrag van € 10.750,00. Ook staat vast dat [gedaagde] € 5.375,00 aan [eiser] heeft betaald en dat er € 5.375,00 van het totaalbedrag resteert. [eiser] heeft voldoende onderbouwd gesteld dat het werk op 7 maart 2025 is opgeleverd. Dit is door [gedaagde] niet betwist. Partijen hebben afgesproken dat het restantbedrag ter plaatse wordt voldaan na afronding van de werkzaamheden. Dit heeft [gedaagde] niet gedaan. [gedaagde] moet daarom nog een bedrag van € 5.375,00 aan [eiser] betalen, tenzij zijn verweer slaagt. Op dat punt wordt hieronder ingegaan.
[gedaagde] mag niet verrekenen
4.5.
De kantonrechter begrijpt de stelling van [gedaagde] zo, dat hij wil dat de vordering van [eiser] wordt verrekend met de schade die [gedaagde] stelt te hebben geleden als gevolg van tekortkomingen van [eiser] . Om bij een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis schadevergoeding te kunnen vorderen moet de schuldenaar schriftelijk in gebreke worden gesteld waarbij een redelijke mogelijkheid wordt geboden voor nakoming en nakoming binnen deze termijn uitblijft (artikelen 6:74 jo. 6:82 lid 1 BW), tenzij nakoming blijvend onmogelijk is.
4.6.
[gedaagde] heeft ter onderbouwing van zijn stellingen aangevoerd dat zijn tuinverlichting was beschadigd, dat beplanting was weggespit en dat het slot in de pui niet functioneerde. Ten aanzien van het slot in de pui geldt dat dit een tekortkoming is die zich leent voor herstel en waarvoor een ingebrekestelling nodig is. [gedaagde] heeft ter zitting toegelicht dat hij geen contact met [eiser] heeft opgenomen over het herstel omdat hij niks meer van (de gemachtigde van) [eiser] hoorde. [gedaagde] heeft [eiser] dan ook geen redelijke mogelijkheid geboden om het slot in de pui te herstellen. Dit betekent dat [gedaagde] voor het laten maken van het slot in de pui geen schadevergoeding van [eiser] kan vorderen. Voor de tuinverlichting en de beplanting geldt dat dit tekortkomingen zijn die zich niet lenen voor herstel, omdat zij geen onderdeel uitmaken van de oorspronkelijke verbintenis (het realiseren van een terrasoverkapping). Dat betekent dat [gedaagde] [eiser] geen mogelijkheid hoefde te bieden om tot herstel over te gaan en dat hij een schadevergoeding kan vorderen. [eiser] betwist de gestelde schade van [gedaagde] . Ter zitting heeft [eiser] aangevoerd dat de verlichting van [gedaagde] los in zijn tuin lag en dat [gedaagde] de beplanting zelf had moeten weghalen voor de werkzaamheden maar dat dit niet was gebeurd zodat [eiser] dit heeft gedaan. [gedaagde] heeft zijn stellingen niet nader onderbouwd. [gedaagde] heeft dan ook onvoldoende onderbouwd gesteld dat hij een vordering op [eiser] heeft die afdwingbaar is en mag worden verrekend met de vordering van [eiser] en daarom slaagt zijn verweer niet.
[gedaagde] moet incassokosten van € 643,75 betalen
4.7.
Als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt € 643,75 toegewezen. Dit is het bedrag dat staat in de brief van 19 april 2025 waarmee [gedaagde] de kans heeft gekregen om alsnog zonder extra kosten te betalen (artikel 6:96 lid 6 BW). Omdat [eiser] dit bedrag heeft genoemd, bestaat geen recht op een hogere vergoeding. Verder is aan alle voorwaarden voldaan om een vergoeding te krijgen.
[gedaagde] moet rente betalen
4.8.
De rente wordt toegewezen, omdat [eiser] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
Kosten voor het opstellen van de dagvaarding worden afgewezen
4.9.
[eiser] eist betaling door [gedaagde] van € 1.500,40 aan kosten voor het opstellen van de dagvaarding. Op de zitting heeft [eiser] desgevraagd als juridische grondslag voor deze vordering verwezen naar zijn algemene voorwaarden. Niet gesteld is dat er algemene voorwaarden op de overeenkomst tussen partijen van toepassing zijn en deze zijn ook niet ingediend. [eiser] heeft op dit punt dan ook te weinig gesteld en daarom wordt deze vordering reeds om die reden afgewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
4.10.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiser] moet betalen op:
€ 120,78 aan dagvaardingskosten;
€ 257,00 aan griffierecht;
€ 678,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 339,00);
€ 135,00 aan nakosten.
Dat is in totaal € 1.190,78. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
4.11.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
5De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 5.375,00, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 5.375,00 vanaf 8 maart 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 643,75 aan buitengerechtelijke incassokosten;
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden vastgesteld op € 1.190,78;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. D. Greve en in het openbaar uitgesproken.
67379 / 60669