Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:7754
2026-06-12
Civiel recht; Insolventierecht
NL:TZ:2610475:R-RK
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
gedwongen schuldregeling afgewezen. Weigering is niet onredelijk. Voor de verstrekte lening is een borg gesteld. Deze borgstelling vervalt, op grond van artikel 6:160 lid 1 BW jo. artikel 7:851 lid 1 BW, als verweerster instemt met het akkoord
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (7.391 tekens)
RECHTBANK Rotterdam
Team Insolventie
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 12 juni 2026
in de zaak van:
[naam 1]
,
wonende te [straatnaam] , [postcode] [woonplaats] ,
verzoeker,
1De procedure
Verzoeker heeft op 23 april 2026, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a lid 1 Faillissementswet ingediend om een drietal schuldeisers, te weten:
Nationale Nederlanden, wier vordering in behandeling is bij Soda;
Qredits Microfinanciering Nederland, hierna te noemen: Qredits;
Parkmobile/Easypark, hierna te noemen Parkmobile;
die weigeren mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Qredits heeft voorafgaand aan de zitting, op 11 mei 2026, een reactie op het verzoek van verzoeker ingediend.
Ter zitting van 5 juni 2026 zijn verschenen en gehoord:
verzoeker;
de heer [naam 2] , werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening).
De weigerende schuldeisers zijn, hoewel daartoe opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.
2Het verzoek
Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift vijftien schuldeisers, waarvan twee preferente en dertien concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 98.282,40 van verzoeker te vorderen. Verzoeker heeft bij brief van 2 februari 2026 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, inhoudende een betaling van 8,63% aan de preferente schuldeisers en 4,32% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoeker is gebaseerd op voortzetting van zijn Ziektewet-uitkering. De aangeboden regeling voorziet in uitkering van een prognosepercentage. Dat betekent dat de afloscapaciteit eventueel nog hoger of nog lager zal kunnen uitvallen. Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat hij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden. Verzoeker heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en zijn vaste lasten worden inmiddels door zijn budgetbeheerder voldaan.
Twaalf schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Nationale Nederlanden, Qredits en Parkmobile stemmen hier niet mee in. Nationale Nederlanden heeft een vordering van € 13.726,85 op verzoeker, Qredits heeft een vordering van € 14.701,77 op verzoeker en Parkmobile heeft drie vorderingen op verzoeker die in totaal door schuldhulpverlening zijn geschat op € 350,00. In totaal belopen de vorderingen van deze weigerende schuldeisers 29,4% van de totale schuldenlast.
3Het verweer
Qredits heeft in haar reactie uiteengezet dat zij aan verzoeker een microkrediet heeft verstrekt waarvoor zijn ex-partner zich borg heeft gesteld voor een bedrag van € 20.000,- plus rente en kosten. Uit hoofde van deze borg incasseert Qredits maandelijks een bedrag van € 424,45 van de ex-partner van verzoeker. Indien Qredits instemt met de minnelijke schuldregeling, vervalt haar vordering op de borg, terwijl de borgstelling bij een wettelijke schuldsaneringsregeling wel in stand blijft op grond van artikel 300 Fw. Dit verschil is voor Qredits cruciaal en vormt een zwaarwegend belang om niet akkoord te gaan. Het door verzoeker aangeboden percentage van 4,32% van de vordering van € 14.701,77 komt neer op € 634,40. De opbrengst via het incasseren bij de borg biedt een aanzienlijk beter resultaat.
Soda heeft namens Nationale Nederlanden in haar contacten met schuldhulpverlening uitsluitend laten weten dat Nationale Nederland niet akkoord gaat met de schuldregeling. Parkmobile heeft niet gereageerd.
Hoewel behoorlijk opgeroepen hebben Nationale Nederlanden en Parkmobile geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid hun standpunten schriftelijk of ter zitting toe te lichten.
4De beoordeling
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Nationale Nederlanden, Qredits en Parkmobile bij hun weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Nationale Nederlanden, Qredits en Parkmobile in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt.
Vooropgesteld wordt dat de vorderingen van Nationale Nederlanden, Qredits en Parkmobile een aanzienlijk aandeel vormen in de totale schuldenlast van 29,4%.
De huidige vordering van Qredits bedraagt met 15% een aanzienlijk deel van de totale schuldenlast. Dat brengt mee dat niet snel kan worden geoordeeld dat het onredelijk is dat Qredits heeft geweigerd met de schuldregeling in te stemmen. In dit geval is van belang dat voor de verstrekte lening een borgtocht is afgegeven. Op grond van artikel 6:160 lid 1 jo. artikel 7:851 lid 1 BW eindigt de borgtocht als Qredits akkoord gaat met de minnelijke schuldregeling. Dat is anders bij toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Dan blijft op grond van artikel 300 Fw de borgtocht wel in stand. Het bedrag dat Qredits van de borg nog kan incasseren is vele malen hoger dan het door verzoeker aangeboden percentage in de minnelijke schuldregeling. De rechtbank is daarom van oordeel dat het niet onredelijk is dat Qredits heeft geweigerd met de schuldregeling in te stemmen.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van Qredits en van Nationale Nederlanden en Parkmobile als weigerende schuldeisers zwaarder wegen dan die van verzoeker of de overige schuldeisers. Het verzoek om Nationale Nederlanden, Qredits en Parkmobile te bevelen in te stemmen met de door verzoeker aangeboden schuldregeling wordt daarom afgewezen.
De rechtbank zal bij afzonderlijke beslissing op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling beslissen.
5De beslissing
De rechtbank:
- wijst af het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen.
Dit is de beslissing van mr. M.P. van Eeden-van Harskamp, rechter, in samenwerking met A.B.T. Fernandes Pedra, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026.
Team Insolventie
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 12 juni 2026
in de zaak van:
[naam 1]
,
wonende te [straatnaam] , [postcode] [woonplaats] ,
verzoeker,
1De procedure
Verzoeker heeft op 23 april 2026, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a lid 1 Faillissementswet ingediend om een drietal schuldeisers, te weten:
Nationale Nederlanden, wier vordering in behandeling is bij Soda;
Qredits Microfinanciering Nederland, hierna te noemen: Qredits;
Parkmobile/Easypark, hierna te noemen Parkmobile;
die weigeren mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Qredits heeft voorafgaand aan de zitting, op 11 mei 2026, een reactie op het verzoek van verzoeker ingediend.
Ter zitting van 5 juni 2026 zijn verschenen en gehoord:
verzoeker;
de heer [naam 2] , werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening).
De weigerende schuldeisers zijn, hoewel daartoe opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.
2Het verzoek
Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift vijftien schuldeisers, waarvan twee preferente en dertien concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 98.282,40 van verzoeker te vorderen. Verzoeker heeft bij brief van 2 februari 2026 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, inhoudende een betaling van 8,63% aan de preferente schuldeisers en 4,32% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoeker is gebaseerd op voortzetting van zijn Ziektewet-uitkering. De aangeboden regeling voorziet in uitkering van een prognosepercentage. Dat betekent dat de afloscapaciteit eventueel nog hoger of nog lager zal kunnen uitvallen. Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat hij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden. Verzoeker heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en zijn vaste lasten worden inmiddels door zijn budgetbeheerder voldaan.
Twaalf schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Nationale Nederlanden, Qredits en Parkmobile stemmen hier niet mee in. Nationale Nederlanden heeft een vordering van € 13.726,85 op verzoeker, Qredits heeft een vordering van € 14.701,77 op verzoeker en Parkmobile heeft drie vorderingen op verzoeker die in totaal door schuldhulpverlening zijn geschat op € 350,00. In totaal belopen de vorderingen van deze weigerende schuldeisers 29,4% van de totale schuldenlast.
3Het verweer
Qredits heeft in haar reactie uiteengezet dat zij aan verzoeker een microkrediet heeft verstrekt waarvoor zijn ex-partner zich borg heeft gesteld voor een bedrag van € 20.000,- plus rente en kosten. Uit hoofde van deze borg incasseert Qredits maandelijks een bedrag van € 424,45 van de ex-partner van verzoeker. Indien Qredits instemt met de minnelijke schuldregeling, vervalt haar vordering op de borg, terwijl de borgstelling bij een wettelijke schuldsaneringsregeling wel in stand blijft op grond van artikel 300 Fw. Dit verschil is voor Qredits cruciaal en vormt een zwaarwegend belang om niet akkoord te gaan. Het door verzoeker aangeboden percentage van 4,32% van de vordering van € 14.701,77 komt neer op € 634,40. De opbrengst via het incasseren bij de borg biedt een aanzienlijk beter resultaat.
Soda heeft namens Nationale Nederlanden in haar contacten met schuldhulpverlening uitsluitend laten weten dat Nationale Nederland niet akkoord gaat met de schuldregeling. Parkmobile heeft niet gereageerd.
Hoewel behoorlijk opgeroepen hebben Nationale Nederlanden en Parkmobile geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid hun standpunten schriftelijk of ter zitting toe te lichten.
4De beoordeling
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Nationale Nederlanden, Qredits en Parkmobile bij hun weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Nationale Nederlanden, Qredits en Parkmobile in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt.
Vooropgesteld wordt dat de vorderingen van Nationale Nederlanden, Qredits en Parkmobile een aanzienlijk aandeel vormen in de totale schuldenlast van 29,4%.
De huidige vordering van Qredits bedraagt met 15% een aanzienlijk deel van de totale schuldenlast. Dat brengt mee dat niet snel kan worden geoordeeld dat het onredelijk is dat Qredits heeft geweigerd met de schuldregeling in te stemmen. In dit geval is van belang dat voor de verstrekte lening een borgtocht is afgegeven. Op grond van artikel 6:160 lid 1 jo. artikel 7:851 lid 1 BW eindigt de borgtocht als Qredits akkoord gaat met de minnelijke schuldregeling. Dat is anders bij toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Dan blijft op grond van artikel 300 Fw de borgtocht wel in stand. Het bedrag dat Qredits van de borg nog kan incasseren is vele malen hoger dan het door verzoeker aangeboden percentage in de minnelijke schuldregeling. De rechtbank is daarom van oordeel dat het niet onredelijk is dat Qredits heeft geweigerd met de schuldregeling in te stemmen.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van Qredits en van Nationale Nederlanden en Parkmobile als weigerende schuldeisers zwaarder wegen dan die van verzoeker of de overige schuldeisers. Het verzoek om Nationale Nederlanden, Qredits en Parkmobile te bevelen in te stemmen met de door verzoeker aangeboden schuldregeling wordt daarom afgewezen.
De rechtbank zal bij afzonderlijke beslissing op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling beslissen.
5De beslissing
De rechtbank:
- wijst af het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen.
Dit is de beslissing van mr. M.P. van Eeden-van Harskamp, rechter, in samenwerking met A.B.T. Fernandes Pedra, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026.