Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:7712
2026-06-12
Bestuursrecht
ROT 25/3779 en ROT 25/3840
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wht, beroepen ongegrond, private schulden terecht niet overgenomen, beroep op hardheidsclausule slaagt niet.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2025:628 Raad van State 19-02-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.670 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummers: ROT 25/3779 en ROT 25/3840
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2026 in de zaken tussen
[eiseres], uit [plaatsnaam], eiseres
(gemachtigde: mr. N. Idrissi),
en
de minister van Financiën, de minister
(gemachtigde: mr. K. Bingöl).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van eiseres om haar op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) te compenseren voor door haar betaalde private schulden.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister dit verzoek terecht heeft afgewezen.
Procesverloop
2. Met een besluit van 2 augustus 2024 (het primaire besluit I) heeft de minister het verzoek van eiseres om haar compensatie te verlenen voor een schuld aan Vismans Deurwaarders (ROT 25/3840), afgewezen.
3. Met een besluit van 9 augustus 2024 (het primaire besluit II) heeft de minister het verzoek van eiseres om haar schulden aan Vijfhuize Bedrijfsadvies en Van Hoek & Partners (ROT 25/3779) op grond van de Wht te compenseren, afgewezen.
4. Met besluiten van 25 maart 2025 en 27 maart 2025 op de bezwaren van eiseres (de bestreden besluiten) heeft de minister de primaire besluiten gehandhaafd.
5. Eiseres heeft beroepen ingesteld tegen de bestreden besluiten.
6. De minister heeft op de beroepen gereageerd met verweerschriften.
7. De rechtbank heeft de beroepen op 27 maart 2026 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van de bestreden besluiten
8. Eiseres is aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de minister verzocht om compensatie voor door haar betaalde private schulden. Bij het primaire besluit I heeft de minister dit verzoek afgewezen ten aanzien van de schuld aan Vismans Deurwaarders van € 4.763,73,-. Bij het primaire besluit II heeft de minister dit verzoek afgewezen ten aanzien van de schulden aan Vijfhuize Bedrijfsadvies van € 9.176,56 en Van Hoek & Partners van € 2.942,54.
9. Eiseres heeft tegen de primaire besluiten bezwaar gemaakt. De minister heeft de primaire besluiten in bezwaar gehandhaafd.
Wettelijk kader
10. De minister neemt op aanvraag een schuld over van een aanvrager die in aanmerking komt voor een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 van de Wht. De schulden die worden overgenomen, zijn ontstaan na 31 december 2005, waren voor 1 juni 2021 opeisbaar en zijn niet voldaan op het tijdstip waarop de aanvraag wordt gedaan.
11. De minister verleent compensatie voor een al afgeloste schuld die op grond van artikel 4.1 van de Wht voor overneming in aanmerking zou komen als deze niet voldaan was. De compensatie wordt verleend indien de geldschuld is voldaan na ontvangst van, kort gezegd, het forfaitaire bedrag van € 30.000,-.
Beoordeling van de bestreden besluiten
12. De rechtbank moet beoordelen of de minister het verzoek van eiseres om compensatie te verlenen voor de genoemde betaalde schulden, terecht heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
Schuld aan Vismans Deurwaarders
13. Volgens de minister kan voor de schuld aan Vismans Deurwaarders geen compensatie worden verleend omdat het gaat om een zakelijke schuld op naam van een B.V. en omdat niet is gebleken dat de schuld na de ontvangst van het forfaitaire bedrag (op 26 april 2021) van € 30.000,- is voldaan.
14. Eiseres heeft over deze schuld het volgende toegelicht. Het gaat om een schuld op naam van [bedrijf] Eiseres heeft toegelicht dat deze B.V. op naam stond van haar vader. Haar eigen bedrijf was failliet gegaan en bij de doorstart is gekozen voor deze constructie. Hoewel het een schuld van deze B.V. betrof, was eiseres hiervoor wel persoonlijk aansprakelijk. Dit is zo afgesproken. De schuldeiser heeft de schuld ook bij eiseres opgeëist. Dat blijkt uit een e-mail van 8 november 2018, die eiseres ter zitting heeft overgelegd. Eiseres heeft de schuld vervolgens voldaan. Volgens eiseres moet voor deze schuld daarom compensatie worden verleend.
15. De rechtbank volgt eiseres niet in dit standpunt. Uit het dossier volgt dat het gaat om een schuld van een B.V. Voor het standpunt van eiseres dat zij persoonlijk voor deze schuld aansprakelijk was, geeft het dossier onvoldoende aanknopingspunten. Ook uit de e-mail van 8 november 2018 kan niet worden afgeleid dat eiseres persoonlijk aansprakelijk was voor deze schuld. Weliswaar heeft de schuldeiser in deze e-mail eiseres benaderd om de schuld te voldoen, maar dat is onvoldoende om te concluderen dat eiseres ook daadwerkelijk voor de schuld aansprakelijk was. Ook de stelling van eiseres dat zij de schuld heeft voldaan, geeft geen aanleiding voor die conclusie. Nu er niet van kan worden uitgegaan dat de schuld aan Vismans Deurwaarders een schuld van eiseres was, behoefde de minister eiseres voor het betalen van deze schuld niet te compenseren.
16. Overigens heeft eiseres geen betaalbewijzen overgelegd waaruit blijkt dat zij de schuld aan Vismans Deurwaarders heeft betaald. Hierdoor is niet vast te stellen dat zij de schuld na de ontvangst van het forfaitaire bedrag heeft betaald, zodat ook om deze reden niet kan worden vastgesteld dat voldaan is aan de voorwaarden voor compensatie.
Schuld aan Vijfhuize Bedrijfsadvies
17. Volgens de minister kan voor de schuld aan Vijfhuize Bedrijfsadvies geen compensatie worden verleend omdat het gaat om een schuld op naam van een B.V. en omdat de schuld niet na de ontvangst van het forfaitaire bedrag van € 30.000,- is voldaan.
18. Eiseres heeft over deze schuld toegelicht dat ook deze schuld op naam stond van [bedrijf] Eiseres was echter persoonlijk aansprakelijk voor deze schuld. Dit volgt uit een hypotheekakte van 16 september 2019, waarin in verband met deze schuld een hypotheekrecht op de woning van eiseres is gevestigd. De woning van eiseres is vervolgens verkocht, omdat de schuld niet betaald kon worden. Uit de nota van afrekening van de notaris van 14 april 2020 volgt dat de schuld op die datum via de afrekening bij de notaris is betaald.
19. De rechtbank is van oordeel dat, ook als uit de hypotheekakte moet worden geconcludeerd dat eiseres persoonlijk aansprakelijk was voor deze schuld, niet voldaan is aan de voorwaarden voor compensatie. De schuld is namelijk niet voldaan na de ontvangst van het forfaitaire bedrag. Eiseres heeft het forfaitaire bedrag op 26 april 2021 ontvangen terwijl, afgaande op de nota van afrekening, de schuld aan Vijfhuize Bedrijfsadvies op 14 april 2020 is voldaan. De minister behoefde eiseres daarom voor het betalen van deze schuld niet te compenseren.
Schuld aan Van Hoek & Partners
20. Ook voor de schuld Van Hoek & Partners behoefde de minister eiseres niet te compenseren. Uit het dossier (waaronder de bankafschriften van eiseres) blijkt dat deze schuld is voldaan in de periode van 1 november 2017 tot en met 1 oktober 2019. Dat is voordat eiseres het forfaitaire bedrag heeft ontvangen. Er is dus niet voldaan aan het vereiste dat de schuld is betaald na de ontvangst van het forfaitaire bedrag.
Hardheidsclausule
21. Eiseres heeft ook een beroep gedaan op de hardheidsclausule. Artikel 9.1, tweede lid, van de Wht bepaalt dat de minister kan afwijken van artikel 4.3 van de Wht voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat de bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
22. Eiseres heeft toegelicht dat zij door de onterechte terugvorderingen zakelijk en privé in grote problemen is gekomen en dat het voor haar nog steeds heel pijnlijk is dat zij haar appartement is kwijtgeraakt. De rechtbank heeft geen enkele reden om dit in twijfel te trekken. Toch is de rechtbank van oordeel dat de minister de hardheidsclausule niet heeft hoeven toepassen. De schuldenregeling in de Wht is niet bedoeld voor het compenseren van de materiële en immateriële schade als gevolg van de toeslagenaffaire. Daarvoor zijn de herstelmaatregelen in de Wht bedoeld. Toepassing van de hardheidsclausule in het kader van de schuldenregeling is bedoeld voor bijzondere situaties waarin sprake is van ernstige en actuele omstandigheden die samenhangen met het niet overnemen van schulden (of het niet compenseren voor al betaalde schulden). Dat dit soort omstandigheden zich in het geval van eiseres voordoen, is niet aannemelijk geworden.
Conclusie en gevolgen
23. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van mr. L.A. van der Velden, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 4.1, eerste lid, van de Wht.
Artikel 4.3, eerste lid en derde lid, aanhef en onder a, van de Wht.
Zie onder andere de uitspraak van de Afdeling van 12 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:628.
Bestuursrecht
zaaknummers: ROT 25/3779 en ROT 25/3840
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2026 in de zaken tussen
[eiseres], uit [plaatsnaam], eiseres
(gemachtigde: mr. N. Idrissi),
en
de minister van Financiën, de minister
(gemachtigde: mr. K. Bingöl).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van eiseres om haar op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) te compenseren voor door haar betaalde private schulden.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister dit verzoek terecht heeft afgewezen.
Procesverloop
2. Met een besluit van 2 augustus 2024 (het primaire besluit I) heeft de minister het verzoek van eiseres om haar compensatie te verlenen voor een schuld aan Vismans Deurwaarders (ROT 25/3840), afgewezen.
3. Met een besluit van 9 augustus 2024 (het primaire besluit II) heeft de minister het verzoek van eiseres om haar schulden aan Vijfhuize Bedrijfsadvies en Van Hoek & Partners (ROT 25/3779) op grond van de Wht te compenseren, afgewezen.
4. Met besluiten van 25 maart 2025 en 27 maart 2025 op de bezwaren van eiseres (de bestreden besluiten) heeft de minister de primaire besluiten gehandhaafd.
5. Eiseres heeft beroepen ingesteld tegen de bestreden besluiten.
6. De minister heeft op de beroepen gereageerd met verweerschriften.
7. De rechtbank heeft de beroepen op 27 maart 2026 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van de bestreden besluiten
8. Eiseres is aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de minister verzocht om compensatie voor door haar betaalde private schulden. Bij het primaire besluit I heeft de minister dit verzoek afgewezen ten aanzien van de schuld aan Vismans Deurwaarders van € 4.763,73,-. Bij het primaire besluit II heeft de minister dit verzoek afgewezen ten aanzien van de schulden aan Vijfhuize Bedrijfsadvies van € 9.176,56 en Van Hoek & Partners van € 2.942,54.
9. Eiseres heeft tegen de primaire besluiten bezwaar gemaakt. De minister heeft de primaire besluiten in bezwaar gehandhaafd.
Wettelijk kader
10. De minister neemt op aanvraag een schuld over van een aanvrager die in aanmerking komt voor een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 van de Wht. De schulden die worden overgenomen, zijn ontstaan na 31 december 2005, waren voor 1 juni 2021 opeisbaar en zijn niet voldaan op het tijdstip waarop de aanvraag wordt gedaan.
11. De minister verleent compensatie voor een al afgeloste schuld die op grond van artikel 4.1 van de Wht voor overneming in aanmerking zou komen als deze niet voldaan was. De compensatie wordt verleend indien de geldschuld is voldaan na ontvangst van, kort gezegd, het forfaitaire bedrag van € 30.000,-.
Beoordeling van de bestreden besluiten
12. De rechtbank moet beoordelen of de minister het verzoek van eiseres om compensatie te verlenen voor de genoemde betaalde schulden, terecht heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
Schuld aan Vismans Deurwaarders
13. Volgens de minister kan voor de schuld aan Vismans Deurwaarders geen compensatie worden verleend omdat het gaat om een zakelijke schuld op naam van een B.V. en omdat niet is gebleken dat de schuld na de ontvangst van het forfaitaire bedrag (op 26 april 2021) van € 30.000,- is voldaan.
14. Eiseres heeft over deze schuld het volgende toegelicht. Het gaat om een schuld op naam van [bedrijf] Eiseres heeft toegelicht dat deze B.V. op naam stond van haar vader. Haar eigen bedrijf was failliet gegaan en bij de doorstart is gekozen voor deze constructie. Hoewel het een schuld van deze B.V. betrof, was eiseres hiervoor wel persoonlijk aansprakelijk. Dit is zo afgesproken. De schuldeiser heeft de schuld ook bij eiseres opgeëist. Dat blijkt uit een e-mail van 8 november 2018, die eiseres ter zitting heeft overgelegd. Eiseres heeft de schuld vervolgens voldaan. Volgens eiseres moet voor deze schuld daarom compensatie worden verleend.
15. De rechtbank volgt eiseres niet in dit standpunt. Uit het dossier volgt dat het gaat om een schuld van een B.V. Voor het standpunt van eiseres dat zij persoonlijk voor deze schuld aansprakelijk was, geeft het dossier onvoldoende aanknopingspunten. Ook uit de e-mail van 8 november 2018 kan niet worden afgeleid dat eiseres persoonlijk aansprakelijk was voor deze schuld. Weliswaar heeft de schuldeiser in deze e-mail eiseres benaderd om de schuld te voldoen, maar dat is onvoldoende om te concluderen dat eiseres ook daadwerkelijk voor de schuld aansprakelijk was. Ook de stelling van eiseres dat zij de schuld heeft voldaan, geeft geen aanleiding voor die conclusie. Nu er niet van kan worden uitgegaan dat de schuld aan Vismans Deurwaarders een schuld van eiseres was, behoefde de minister eiseres voor het betalen van deze schuld niet te compenseren.
16. Overigens heeft eiseres geen betaalbewijzen overgelegd waaruit blijkt dat zij de schuld aan Vismans Deurwaarders heeft betaald. Hierdoor is niet vast te stellen dat zij de schuld na de ontvangst van het forfaitaire bedrag heeft betaald, zodat ook om deze reden niet kan worden vastgesteld dat voldaan is aan de voorwaarden voor compensatie.
Schuld aan Vijfhuize Bedrijfsadvies
17. Volgens de minister kan voor de schuld aan Vijfhuize Bedrijfsadvies geen compensatie worden verleend omdat het gaat om een schuld op naam van een B.V. en omdat de schuld niet na de ontvangst van het forfaitaire bedrag van € 30.000,- is voldaan.
18. Eiseres heeft over deze schuld toegelicht dat ook deze schuld op naam stond van [bedrijf] Eiseres was echter persoonlijk aansprakelijk voor deze schuld. Dit volgt uit een hypotheekakte van 16 september 2019, waarin in verband met deze schuld een hypotheekrecht op de woning van eiseres is gevestigd. De woning van eiseres is vervolgens verkocht, omdat de schuld niet betaald kon worden. Uit de nota van afrekening van de notaris van 14 april 2020 volgt dat de schuld op die datum via de afrekening bij de notaris is betaald.
19. De rechtbank is van oordeel dat, ook als uit de hypotheekakte moet worden geconcludeerd dat eiseres persoonlijk aansprakelijk was voor deze schuld, niet voldaan is aan de voorwaarden voor compensatie. De schuld is namelijk niet voldaan na de ontvangst van het forfaitaire bedrag. Eiseres heeft het forfaitaire bedrag op 26 april 2021 ontvangen terwijl, afgaande op de nota van afrekening, de schuld aan Vijfhuize Bedrijfsadvies op 14 april 2020 is voldaan. De minister behoefde eiseres daarom voor het betalen van deze schuld niet te compenseren.
Schuld aan Van Hoek & Partners
20. Ook voor de schuld Van Hoek & Partners behoefde de minister eiseres niet te compenseren. Uit het dossier (waaronder de bankafschriften van eiseres) blijkt dat deze schuld is voldaan in de periode van 1 november 2017 tot en met 1 oktober 2019. Dat is voordat eiseres het forfaitaire bedrag heeft ontvangen. Er is dus niet voldaan aan het vereiste dat de schuld is betaald na de ontvangst van het forfaitaire bedrag.
Hardheidsclausule
21. Eiseres heeft ook een beroep gedaan op de hardheidsclausule. Artikel 9.1, tweede lid, van de Wht bepaalt dat de minister kan afwijken van artikel 4.3 van de Wht voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat de bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
22. Eiseres heeft toegelicht dat zij door de onterechte terugvorderingen zakelijk en privé in grote problemen is gekomen en dat het voor haar nog steeds heel pijnlijk is dat zij haar appartement is kwijtgeraakt. De rechtbank heeft geen enkele reden om dit in twijfel te trekken. Toch is de rechtbank van oordeel dat de minister de hardheidsclausule niet heeft hoeven toepassen. De schuldenregeling in de Wht is niet bedoeld voor het compenseren van de materiële en immateriële schade als gevolg van de toeslagenaffaire. Daarvoor zijn de herstelmaatregelen in de Wht bedoeld. Toepassing van de hardheidsclausule in het kader van de schuldenregeling is bedoeld voor bijzondere situaties waarin sprake is van ernstige en actuele omstandigheden die samenhangen met het niet overnemen van schulden (of het niet compenseren voor al betaalde schulden). Dat dit soort omstandigheden zich in het geval van eiseres voordoen, is niet aannemelijk geworden.
Conclusie en gevolgen
23. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van mr. L.A. van der Velden, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 4.1, eerste lid, van de Wht.
Artikel 4.3, eerste lid en derde lid, aanhef en onder a, van de Wht.
Zie onder andere de uitspraak van de Afdeling van 12 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:628.