Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:7025

2026-01-27 Strafrecht 10/134522-25 en 10/400881-24
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-01-27
Publicatiedatum
2026-06-17
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
10/134522-25 en 10/400881-24
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Jeugdstrafrecht. Veroordeling van oplichting, witwassen, diefstal en openlijk geweld. Oplegging van een werkstraf.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (46.084 tekens)
Rechtbank Rotterdam


Team jeugd



Parketnummers: 10/134522-25 en 10/400881-24 (gevoegd ttz)
Datum uitspraak: 27 januari 2026
Tegenspraak



Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:





[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2008,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres], [postcode] te [plaatsnaam],
raadsman: mr. W.J. van Bel, advocaat te Rotterdam.




1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 13 januari 2025.



2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. Op de terechtzitting is de tenlastelegging met parketnummer 10/134522-25 overeenkomstig de vordering van de officier van justitie gewijzigd. De tekst van de (gewijzigde) tenlastelegging(en) is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.



3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. D.P.L. ter Laak heeft gevorderd:


bewezenverklaring van het ten laste gelegde;


veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 140 uren met aftrek van voorarrest, subsidiair 70 dagen vervangende jeugddetentie, waarvan 60 uur voorwaardelijk, subsidiair 30 dagen vervangende jeugddetentie, met een proeftijd van twee jaar en met de bijzondere voorwaarden zoals door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) voorgesteld, met toevoeging van de voorwaarde dat de verdachte zich inspant voor een positieve vrijetijdsbesteding en minus de voorwaarde dat de verdachte geen contact heeft met de slachtoffers.






4Waardering van het bewijs
Parketnummer 10/134522-25

4.1.

Feit 1 – Bewijswaardering

4.1.1.1. Standpunt officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het onder parketnummer 10/134522-25 onder 1 ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard. Ten aanzien van de [aangeefster] verwijst de officier van justitie naar de aangifte van de [aangeefster] en het proces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer 1] In het proces-verbaal staat een beschrijving van de gesprekken die zijn gevonden op de telefoon waarvan de verdachte ter zitting heeft verklaard dat het zijn telefoon is en waar alleen hij gebruik van maakt. Op pagina 2 beschrijft de verbalisant een chat die uit de naam van [naam] met de [aangeefster] is gevoerd, waarin een foto van het rijbewijs van [naam] is gestuurd. Deze foto is ook aangetroffen op de telefoon van de verdachte. Daarnaast staan op de telefoon meerdere gesprekken waarin betaalverzoeken worden gestuurd vanuit het rekeningnummer [rekeningnummer]. Dat rekeningnummer kan dus worden gekoppeld aan de telefoon van de verdachte en is hetzelfde rekeningnummer waarnaar de [aangeefster] geld heeft overgemaakt.
Voor de bewezenverklaring van het onderdeel “een of meer anderen” verwijst de officier van justitie naar de aangifte van [aangever] en de chat die met de aangever is gevoerd via het account “[accountnaam]”, die op de telefoon van de verdachte gevonden is.

4.1.1.2. Beoordeling

De verdachte heeft bekend dat hij de aangevers die in de tenlastelegging onder gedachtestreepjes 1 tot en met 5 worden genoemd, heeft opgelicht. Ten aanzien van deze aangevers zal het feit zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

Ten aanzien van [aangeefster] en “een of meer anderen”

De rechtbank overweegt dat als uitgangspunt heeft te gelden dat de persoon achter een gebruikersnaam op een telefoon ook degene is die de telefoon en de daarop geïnstalleerde applicaties ook daadwerkelijk heeft gebruikt, tenzij er aanwijzingen zijn voor het tegendeel. Als de verdachte als de gebruiker van een telefoon kan worden geïdentificeerd en die aanwijzingen voor het tegendeel niet onmiddellijk blijken, kan het op de weg van de verdachte liggen om daarop te wijzen.



De verdachte heeft aangevoerd dat meer mensen gebruik hebben gemaakt van de bedoelde applicaties en dat de inloggegevens tussen meer personen werden gedeeld. Omdat het zo lang geleden is weet hij niet meer om welke inloggegevens het is gegaan en wie die andere personen zijn geweest. De rechtbank stelt vast dat de door de verdachte bekende feiten alle in een korte periode in januari 2024 zijn gepleegd terwijl het feit tegen [aangeefster], waarbij een kopie van een rijbewijs van [naam] werd gebruikt, in september 2024 is gepleegd. In de door de verdachte bekende feiten werd een bankrekening gebruikt die op naam van de verdachte stond, terwijl in het feit tegen [aangeefster] een andere bankrekening werd gebruikt. Daar komt bij dat wanneer inloggegevens van accounts worden gedeeld meerdere mensen op verschillende apparaten kunnen inloggen op hetzelfde account en vanuit dat account ook chats kunnen voeren. Daarom kan niet worden uitgesloten dat op de telefoon van de verdachte binnen een account ook de gesprekken te zien zijn die andere mensen hebben gevoerd uit naam van dat account. De rechtbank kan daarom niet wettig en overtuigend bewijzen dat de verdachte het gesprek met [aangeefster] heeft gevoerd.
Over het onderdeel “een of meer anderen” en de aangifte van [aangever] overweegt de rechtbank dat uit het dossier blijkt dat ook het account “[accountnaam]” gebruikt is om betalingen te laten doen op rekeningen van twee medeverdachten en deze betalingen en bijbehorende chats, waaronder die die betrekking hebben op de aangifte van [aangever], hebben plaatsgevonden in oktober 2024. Ook hierbij kan de rechtbank niet vaststellen dat het de verdachte is geweest die de chat met [aangever] heeft gevoerd.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat het deel van de tenlastelegging dat ziet op [aangeefster] en “een of meer anderen” niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. De verdachte zal hiervan daarom partieel worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het medeplegen

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid bij een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezen verklaard, indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met (een) ander(en) gericht op het gezamenlijk uitvoeren van het delict.



De verdachte heeft verklaard dat hij en zijn mededaders gezamenlijk gebruik maakten van dezelfde accounts op Marktplaats en Facebook Marketplace. Ook kreeg hij van anderen de foto’s van identiteitsbewijzen opgestuurd die hij heeft gebruikt bij de oplichting. De rechtbank is daarom van oordeel dat de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten is komen vast te staan.


4.1.2.


Conclusie

Het onder parketnummer 10/134522-25 onder 1 is wettig en overtuigend bewezen.




4.2.


Feit 2 – bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder parketnummer 10/134522-25 onder 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.



4.3.

Feit 3 – Vrijspraak


4.3.1.


Standpunt officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het onder parketnummer 10/134522-25 onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Uit het proces-verbaal met nummer PL1700-2024387706-2 blijkt dat de foto van het rijbewijs van [naam] is aangetroffen op de telefoon van de verdachte. Dit samengenomen met de aangifte van [naam] brengt de officier van justitie tot de conclusie dat het rijbewijs ook daadwerkelijk door de verdachte is gebruikt. Daar komt bij dat [naam] nadeel heeft ondervonden, omdat hij door dit voorval door [aangeefster] is beschuldigd van oplichting.



4.3.2.


Beoordeling

De rechtbank stelt vast dat de foto van het rijbewijs van [naam] op de telefoon van de verdachte stond en dat deze foto is gebruikt in de chat met [aangeefster]. De rechtbank kan echter niet vaststellen dat het de verdachte is geweest die deze chat heeft gevoerd en daarin de foto heeft gestuurd, omdat de accounts van waaruit de gesprekken werden gevoerd door meerdere mensen werden gebruikt. De rechtbank verwijst voor de verdere motivering naar de beoordeling onder 4.1.1.3.



4.3.3.


Conclusie

Het onder feit 3 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.




4.4.

Feit 4 – Bewijswaardering


4.4.1.


Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder parketnummer 10/134522-25 onder 4 ten laste gelegde. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat niet is voldaan aan de vereisten voor medeplegen. Uit de beschrijving van de camerabeelden in het proces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer 2] komt naar voren dat de verdachte er enkel naast heeft gestaan. De medeverdachte neemt de pas over van de verdachte, steekt de pas in de geldautomaat en haalt de pas er ook weer uit. Dit alles gebeurt zonder overleg met de verdachte.



4.4.2.


Beoordeling

De rechtbank stelt het volgende vast.



Op 6 oktober 2024 is om 15:07 uur geprobeerd een geldbedrag te pinnen met een van de aangeefster gestolen, doorzichtige, creditcard bij de geldautomaat aan de Oranjeboomstraat te Rotterdam. Vaststaat dat de verdachte samen met de medeverdachte op 6 oktober 2024 rond 15:00 uur kwam aanrijden bij de geldautomaat aan de Oranjeboomstraat te Rotterdam. Bij deze geldautomaat heeft de verdachte een aantal pasjes uit zijn jaszak gehaald en één van deze pasjes aan de medeverdachte gegeven. Zowel de verdachte als de medeverdachte hebben handelingen verricht aan de pinautomaat. De medeverdachte heeft om 15:07 uur een doorzichtige kaart in de geldautomaat gestopt en heeft op dat moment geprobeerd te pinnen. Deze feiten vertellen naar het oordeel van de rechtbank het verhaal dat de verdachte en de medeverdachte samen hebben geprobeerd geld op te nemen met de gestolen, doorzichtige, creditcard van de aangeefster.



De verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat de creditcard gestolen was. Hij wist ook niet hoe de pasjes in zijn jaszak terecht waren gekomen. De rechtbank acht deze verklaring niet aannemelijk. Uit de gedragingen van de verdachte blijkt dat hij heel goed wist dat er pasjes in zijn zak zaten en dan heeft hij ook heeft geweten hoe deze in zijn zak zijn gekomen. Het kan niet anders of de verdachte heeft geweten dat wat hij en de medeverdachte deden niet pluis was en daarmee heeft hij opzet gehad op de poging tot diefstal met een valse sleutel. Dat hij niet precies heeft geweten van welk misdrijf de pasjes afkomstig waren, maakt dit niet anders (gerechtshof Den Haag, 7 september 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2964).



De rechtbank is op basis van de bewijsmiddelen verder van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte is komen vast te staan. Zij zijn samen naar de geldautomaat gereden. De verdachte heeft een aantal pasjes uit zijn jaszak gehaald en een kaart aan de medeverdachte gegeven die heeft geprobeerd daarmee te pinnen. Ook de verdachte heeft handelingen bij de pinautomaat verricht. Uiteindelijk zijn de verdachte en de medeverdachte ook samen weggereden op de scooter. Naar de uiterlijke verschijningsvorm kan niet anders worden geoordeeld dan dat sprake is van medeplegen.



4.4.3.


Conclusie

Het onder parketnummer 10/134522-25 onder 4 ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.





Parketnummer 10/400881-24





4.5.


Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder parketnummer 10/400881-24 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.



4.6.


Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/134522-25 onder 4 ten laste gelegde heeft begaan.



In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/134522-25 onder 1 en 2 en het onder parketnummer 10/400881-24 ten laste gelegde heeft begaan.



De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:




Parketnummer 10/134522-25




1.
hij in of omstreeks de periode van 8 januari 2024 tot en met 25 februari 2025
te Rotterdam, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door
listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

- [slachtoffer 1] en/of
- [slachtoffer 2] en/of
- [slachtoffer 3] en/of
- [slachtoffer 4] en/of
- [slachtoffer 5] en/of

- [slachtoffer 6] en/of



een of meer anderen,

heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter

beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen


van een inschuld,

te weten afgifte van een of meerdere geldbedragen, door (telkens):

- op Facebook Marketplace en/of Marktplaats een of meer goederen aan te bieden,

terwijl deze goederen niet in het bezit en/of gebruik van verdachte en/of zijn
mededaders wasren en/of

- wanneer bovengenoemde perso(o)n(en) reageerde(n) op de advertentie voor

voornoemde goederen, hierop te reageren onder een valse naam en/of een
bijbehorend e-mailadres en/of

- verzendbewijzen te sturen en/of te doen alsof voornoemde goederen zijn
verzonden;


2.
hij in of omstreeks de periode van 8 januari 2024 tot en met 9 januari 2025
te Rotterdam, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,


één of meerdere voorwerpen (geldbedragen ad in totaal EUR 1150,-)

- heeft verworven en/of

- heeft overgedragen en/of


- heeft omgezet en/of

- voorhanden heeft gehad en/of

- de vindplaats heeft verborgen,


terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden,
dat dit voorwerp c.q. die voorwerpen,

geheel of gedeeltelijk,


onmiddellijk en/of middellijk,

afkomstig was c.q. waren uit enig misdrijf en/of uit enig eigen misdrijf;



4.
hij op of omstreeks 6 oktober 2024 te Rotterdam
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 7],

in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s)

toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te
eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of
dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door
middel van een valse sleutel
te weten een of meer pinpas(sen) en/of een creditcard op naam van voornoemde

[slachtoffer 7], tot het gebruik waartoe hij, verdachte, en/of zijn mededaders niet
gerechtigd waren,

- voornoemde pinpas (sen) en/of creditcard in de geldautomaat heeft/hebben
gestopt en/of
- een pincode heeft/hebben ingevoerd
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;



Parketnummer 10/400881-24




hij op of omstreeks 13 september 2024 te Rotterdam,
openlijk, te weten, op de kruising van de Vuurplaat met de Spoorweghaven, in elk

geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,
in vereniging
geweld heeft gepleegd tegen
een persoon, door hem meermalen:

- tegen het hoofd en/of het gezicht en/of de romp en/of het lichaam te
slaan/ en stompen en/of
- tegen het hoofd en/of de benen en/of het lichaam te trappen en/of
- aan/tegen het lichaam te duwen/trekken;


Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.





5Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:



Parketnummer 10/134522-25

Feit 1:

Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;




Feit 2:

Eenvoudig witwassen;




Feit 4:

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;





Parketnummer 10/400881-24


openlijk in vereniging geweld plegen tegen een persoon.




Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.




6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.



7Motivering straf

7.1.


Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.



7.2.


Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich op vijftienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten.



Allereerst heeft de verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan oplichting van meerdere slachtoffers. Op Marktplaats en Facebook Marketplace zijn nepaccounts aangemaakt met gebruik van namen en adresgegevens van andere personen. Met deze accounts werden via advertenties goederen, zoals een IPhone en een Playstation, aangeboden. Bij de verkoop werden nep foto’s gestuurd van het versturen van het pakket bij een pakketpunt, waarna de slachtoffers bedragen hebben overgemaakt via een Tikkie in de veronderstelling dat de goederen daadwerkelijk waren opgestuurd. Bij aankomst van het pakket bleken er stenen of puin in het pakket te zitten. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij heeft geprobeerd om tientallen personen op deze manier te misleiden. Daarmee heeft de verdachte laten zien dat hij alleen maar uit is geweest op zijn eigen financieel gewin. De verdachte heeft op geen enkel moment stil gestaan – of willen staan – bij de gevolgen die zijn handelen voor de slachtoffers heeft gehad. Hij dacht alleen maar aan het geld dat hij over de ruggen van de slachtoffers kon verdienen. Daarnaast wordt het vertrouwen ondermijnd dat particulieren online moeten kunnen hebben in platforms als Marktplaats. De rechtbank neemt dit de verdachte kwalijk.



Vervolgens heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het eenvoudig witwassen door geld uit het oplichten te verwerven en op die manier ook voorhanden te hebben.



Ook heeft de verdachte zich met anderen schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal van een geldbedrag doordat hij met een gestolen creditcard heeft geprobeerd te pinnen. Omdat een verkeerde pincode is ingetoetst is het bij een poging gebleven.



Tot slot heeft de verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een openlijke geweldpleging in Rotterdam. Bij de openlijke geweldpleging is het slachtoffer meermalen geslagen, gestompt en geschopt tegen zijn lichaam, waaronder ook tegen het hoofd, zelfs nadat hij door het geweld al op de grond terecht was gekomen. De verdachte en zijn medeverdachten hebben met hun handelen een forse inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. De incidenten moeten buitengewoon bedreigend zijn geweest en moeten bij het slachtoffer, naast pijn en letsel, ook grote gevoelens van angst en onveiligheid hebben opgeroepen. Bovendien vergroten feiten als deze in de samenleving levende gevoelens van angst en onveiligheid, vooral omdat het geweld op de openbare weg heeft plaatsgevonden.



7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte


7.3.1.


Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 5 december 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.



7.3.2.


Rapportage


De Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd van 5 januari 2026. Dit rapport houdt, voor zover van belang, het volgende in.



Het algemeen recidiverisico en het totaal dynamisch risico profiel komen uit op laag. Uit het onderzoek komen meer beschermende factoren dan risicofactoren naar voren. De verdachte groeit op in een liefdevolle en stabiele thuissituatie, op school bestaan geen grote zorgen en de verdachte houdt zich overwegend aan regels en grenzen. De verdachte is een first-offender en gaf ten tijde van het gesprek met de Raad nog geen openheid over de delicten die ten laste zijn gelegd. Hierdoor heeft de Raad onvoldoende zicht gekregen op het delict gedrag van de verdachte. Het delictgedrag kan mogelijk voortkomen vanuit een negatieve beïnvloeding door de medeverdachten, wat deels wordt bevestigd door de jongerencoach. Om recidive te voorkomen is het van belang dat de verdachte meer eigen verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedrag en zich niet laat beïnvloeden door anderen. Sinds de betrokkenheid van de jongerencoach laat de verdachte zowel op school als in de thuissituatie positief gedrag zien en wordt de kans op recidive laag ingeschat.
Ten aanzien van de straf is een leerstraf niet passend, omdat de verdachte voldoende inzicht heeft in oorzaak en gevolgrelaties om de juiste keuze te maken in zijn eigen handelen. De verdachte lijkt meer gebaat bij een straf waardoor hij de consequenties van zijn gedrag kan ervaren en de begeleiding van de jongerencoach. De Raad adviseert daarom een deels voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen, onder de voorwaarden dat de verdachte zich inzet voor school of een dagbesteding, meewerkt aan een jongerencoach en geen contact heeft met de medeverdachten en/of slachtoffers.




7.4.


Conclusies van de rechtbank

Gelet op de leeftijd van de verdachte ten tijde van de strafbare feiten (15 jaar) is het jeugdstrafrecht van toepassing. In het jeugdstrafrecht ligt de nadruk minder op het straffen zelf, en meer op gedragsverandering, begeleiding en heropvoeding van minderjarigen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de fase van hun ontwikkeling.



Gezien de ernst van de feiten kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte echter aanleiding om daarvan af te zien. De verdachte is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten en hij heeft zich sinds de bewezenverklaarde feiten, inmiddels alweer een ruime tijd geleden, positief ontwikkeld. De verdachte volgt een opleiding, gaat binnenkort stage lopen en had in zijn vrije tijd een bijbaan. Ook heeft hij goed meegewerkt aan de hulpverlening in de vorm van een jongerencoach en staat hij ook in de toekomst open voor deze hulp. De verdachte is gemotiveerd voor de toekomst. De rechtbank ziet daarom met de officier van justitie en verdediging aanleiding om enkel een taakstraf, in de vorm van een werkstraf op te leggen. De rechtbank legt een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk op, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Het voorwaardelijk strafdeel dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Aangezien de verdachte inmiddels zeventien jaar is acht de rechtbank een proeftijd van één jaar voldoende. De rechtbank ziet geen aanleiding om een contactverbod op te leggen met de medeverdachten en/of slachtoffers. Niet is gebleken dat de verdachte contact heeft gelegd met de slachtoffers of tezamen met medeverdachten opnieuw strafbare feiten heeft gepleegd, terwijl de ten laste gelegde feiten al geruime tijd geleden zijn gepleegd.



Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.





8Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

8.1.

Benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4]


8.1.1.


De vorderingen

De volgende partijen hebben zich als benadeelde partij in het geding gevoegd ter zake van het onder parketnummer 10/134522-25 onder 1 tenlastegelegde feit:



de [benadeelde partij 1] vordert een bedrag van € 130,- aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;


de [benadeelde partij 2]vordert een bedrag van € 250,- aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;


de [benadeelde partij 3] vordert een bedrag van € 80,- aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;


de [benadeelde partij 4] heeft twee vorderingen tot schadevergoeding ingediend. De rechtbank leest het zo dat de tweede vordering de eerste vordering vervangt. De [benadeelde partij 4] vordert een bedrag van € 150,- aan materiële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en € 4,50 aan proceskosten.




8.1.2.


Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de gevorderde bedragen aan materiële schade van de hiervoor genoemde benadeelde partijen toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie heeft verzocht de [benadeelde partij 4] ten aanzien van de proceskosten niet-ontvankelijk te verklaren.



8.1.3.


Standpunt verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd.



8.1.4.


Beoordeling

Nu de benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] door het onder parketnummer 10/134522-25 onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoedingen door de verdachte niet zijn weersproken, zullen de vorderingen worden toegewezen.



De [benadeelde partij 4] zal ten aanzien van de gevorderde proceskosten niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.



De benadeelde partijen hebben gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedragen voor [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] vermeerderd worden met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2024 en de te vergoeden schadebedragen voor [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] vermeerderd worden met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2024.



Nu de vorderingen van de benadeelde partijen (in overwegende mate) zullen worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.



8.1.5.


Conclusie

De verdachte moet de [benadeelde partij 1] een schadevergoeding betalen van € 130,-, de [benadeelde partij 2] een schadevergoeding betalen van € 250,-, de [benadeelde partij 3] een schadevergoeding betalen van € 80,- en de [benadeelde partij 4] een schadevergoeding betalen van € 150,-.



Alle te vergoede bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.



Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.




8.2.



[benadeelde partij 5] [benadeelde partij 6] en [benadeelde partij 7]

Ter zake van het onder parketnummer 10/134522-25 onder 1 tenlastegelegde feit hebben zich verder in het geding gevoegd:



de [benadeelde partij 5], die een bedrag van € 140,- vordert aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;


de [benadeelde partij 6], die een bedrag van € 37,50 vordert aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;


de [benadeelde partij 7], die een bedrag van € 80,00 vordert aan materiële schade vordert, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.



8.2.1.


Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de gehele vordering van de [benadeelde partij 5] niet-ontvankelijk te verklaren, omdat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat de verdachte betrokken is geweest bij de oplichting.



De vordering van [benadeelde partij 6] acht de officier van justitie onvoldoende onderbouwd. Verzocht wordt daarom om ook die vordering niet-ontvankelijk te verklaren.



De officier van justitie acht de vordering van [benadeelde partij 7] wel voldoende onderbouwd en verzoekt de vordering daarom hoofdelijk toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.



8.2.2.


Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht de benadeelde partijen [benadeelde partij 5], [benadeelde partij 6] en [benadeelde partij 7] niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen.



8.2.3.


Beoordeling

De benadeelde partijen [benadeelde partij 5], [benadeelde partij 6] en [benadeelde partij 7] zullen in hun vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard, nu niet is komen vast te staan dat de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd rechtstreeks verband houdt met het onder parketnummer 10/134522-25 onder 1 tenlastegelegde feit. De verdachte zal immers worden vrijgesproken van de oplichting van [aangeefster] en “een of meer anderen” in de tenlastelegging. De vorderingen kunnen daarom slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.



8.2.4.


Conclusie

Nu de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 5], [benadeelde partij 6] en [benadeelde partij 7] niet-ontvankelijk zullen worden verklaard, zullen de benadeelde partijen worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.







9Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 36f, 45, 47, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 231b, 311, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.




10Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.



11Beslissing
De rechtbank:


verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/134522-25 onder 3 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;



verklaart bewezen dat de verdachte de onder parketnummer 10/134522-25 onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde feiten en het onder parketnummer 10/400881-24 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;



verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;



stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;



verklaart de verdachte strafbaar;



legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 140 (honderdveertig) uren;



bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf groot 100 (honderd) uren, subsidiair 50 dagen vervangende jeugddetentie, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van hierna te melden voorwaarde;



beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 32 (tweeëndertig) uren te verrichten werkstraf resteren;



beveelt dat, voor het geval de veroordeelde het onvoorwaardelijke deel van de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 16 (zestien) dagen;



bepaalt dat de vervangende jeugddetentie ten uitvoer kan worden gelegd als vervangende hechtenis, indien de veroordeelde bij aanvang van de eventuele tenuitvoerlegging van de vervangende jeugddetentie de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt;



verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op (één) jaar;



tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;



stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;



stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich zal inzetten voor een zinvolle dagbesteding in de vorm van onderwijs en/of een stage en zich houdt aan de afspraken/regels/lesrooster;
-zal meewerken aan de begeleiding van een jongerencoach zolang Westcoaching dat nodig acht;


verklaart de benadeelde partijen [benadeelde partij 5], [benadeelde partij 6], en [benadeelde partij 7] niet-ontvankelijk in de vorderingen;



veroordeelt de verdachte, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen:


-aan [benadeelde partij 1] een bedrag van € 130,- (zegge: honderddertig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 11 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- aan [benadeelde partij 2] een bedrag van € 250,- (zegge: tweehonderdvijftig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 11 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- aan [benadeelde partij 3] een bedrag van € 80,- (zegge: tachtig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 16 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- aan [benadeelde partij 4] een bedrag van € 150,- (zegge: honderdvijftig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 16 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;


verklaart de [benadeelde partij 4] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;



veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partijen begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;



legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat te betalen:

- ten behoeve van de [benadeelde partij 1]: € 130,- (zegge: honderddertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
- ten behoeve van de [benadeelde partij 2]: € 250,- (zegge: tweehonderdvijftig), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
- ten behoeve van de [benadeelde partij 3]: € 80,- (zegge: tachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
- ten behoeve van de [benadeelde partij 4]: € 150,- (zegge: honderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;


verstaat dat betaling aan de benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4], tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partijen en omgekeerd.





Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.L.M. Boek, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. D.I. Hendriks-van Wel. en M.J.C. Spoormaker, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. B. de Pater, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 januari 2026.




Bijlage I




Tekst (gewijzigde) tenlastelegging(en)




Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat




Parketnummer 10/134522-25




1.
hij in of omstreeks de periode van 8 januari 2024 tot en met 25 februari 2025
te Rotterdam, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door
listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

- [slachtoffer 1] en/of
- [slachtoffer 2] en/of
- [slachtoffer 3] en/of
- [slachtoffer 4] en/of
- [slachtoffer 5] en/of
- [slachtoffer 6] en/of

een of meer anderen,
heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter
beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen
van een inschuld,
te weten afgifte van een of meerdere geldbedragen, door (telkens):

- op Facebook Marketplace en/of Marktplaats een of meer goederen aan te bieden,

terwijl deze goederen niet in het bezit en/of gebruik van verdachte en/of zijn
mededaders was en/of

- wanneer bovengenoemde perso(o)n(en) reageerde(n) op de advertentie voor

voornoemde goederen, hierop te reageren onder een valse naam en/of een
bijbehorend e-mailadres en/of

- verzendbewijzen te sturen en/of te doen alsof voornoemde goederen zijn
verzonden;


2.
hij in of omstreeks de periode van 8 januari 2024 tot en met 9 januari 2025
te Rotterdam, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
één of meerdere voorwerpen (geldbedragen ad in totaal EUR 1150,-)

- heeft verworven en/of
- heeft overgedragen en/of
- heeft omgezet en/of
- voorhanden heeft gehad en/of
- de vindplaats heeft verborgen,

terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden,
dat dit voorwerp c.q. die voorwerpen,
geheel of gedeeltelijk,
onmiddellijk en/of middellijk,
afkomstig was c.q. waren uit enig misdrijf en/of uit enig eigen misdrijf;



3.
hij in of omstreeks de periode 6 tot en met 9 september 2024,
te Rotterdam, althans in Nederland
opzettelijk en wederrechtelijk
identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een
ander te weten
(een afbeelding van) het rijbewijs ten name van [naam] heeft gebruikt door
onder valse naam van die [naam] contact te onderhouden met potentiële kopers en/of zich
als verkoper te identificeren als [naam]
met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en/of de identiteit van de ander te verhelen
en/of
te misbruiken,
waardoor enig nadeel kon ontstaan;



4.
hij op of omstreeks 6 oktober 2024 te Rotterdam
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 7],
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s)
toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te
eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of
dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door
middel van een valse sleutel
te weten een of meer pinpas(sen) en/of een creditcard op naam van voornoemde

[slachtoffer 7], tot het gebruik waartoe hij, verdachte, en/of zijn mededaders niet
gerechtigd waren,

- voornoemde pinpas (sen) en/of creditcard in de geldautomaat heeft/hebben
gestopt en/of
- een pincode heeft/hebben ingevoerd
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;



Parketnummer 10/400881-24




hij op of omstreeks 13 september 2024 te Rotterdam,
openlijk, te weten, op de kruising van de Vuurplaat met de Spoorweghaven, in elk
geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,
in vereniging
geweld heeft gepleegd tegen
een persoon, door hem meermalen:

- tegen het hoofd en/of het gezicht en/of de romp en/of het lichaam te
slaan/stompen en/of
- tegen het hoofd en/of de benen en/of het lichaam te trappen en/of
- aan/tegen het lichaam te duwen/trekken;