Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:6987

2026-05-27 Bestuursrecht ROT 25/1233
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-05-27
Publicatiedatum
2026-06-17
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
ROT 25/1233
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Uitvoeringsregeling Awir). Vaststelling betalingscapaciteit in het kader van een (persoonlijke) betalingsregeling. De Dienst Toeslagen heeft de betalingscapaciteit terecht vastgesteld op € 413,- per maand. De Dienst Toeslagen hoefde geen rekening te houden met de uitgaven van eiseres aan een vrijwillige inburgeringscursus. Beroep ongegrond.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.689 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


Bestuursrecht



zaaknummer: ROT 25/1233


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. F. Ergec),


en


Dienst Toeslagen
(gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] ).




Procesverloop


Met het besluit van 30 januari 2025 heeft de Dienst Toeslagen het bezwaar van verzoeker tegen het besluit van 3 april 2024 ongegrond verklaard.



Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 30 januari 2025.



Verzoeker heeft het beroep op de zitting van 22 januari 2026 ingetrokken en verzocht de Dienst Toeslagen te veroordelen in de proceskosten.



De Dienst Toeslagen heeft op de zitting mondeling verweer gevoerd.



De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.




Overwegingen

1. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat van tegemoetkomen sprake is indien het bestuursorgaan het door de indiener van het beroepschrift gewenste besluit geheel of gedeeltelijk neemt, tenzij dit besluit kennelijk is genomen op andere gronden dan de indiener van het beroepschrift heeft aangevoerd.

2. Verzoeker betoogt dat de Dienst Toeslagen aan hem tegemoet is gekomen. Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van de Dienst Toeslagen over zijn recht op het kindgebonden budget over 2021. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft op 22 januari 2026 een nieuw besluit genomen waaruit volgt dat verzoeker recht heeft op kinderbijslag over een langere periode. De Dienst Toeslagen heeft daarop aangekondigd een nieuw besluit te zullen nemen over het recht op het kindgebonden budget. Daarmee is de Dienst Toeslagen tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.

3. De Dienst Toeslagen stelt zich op het standpunt dat hij niet aan verzoeker is tegemoetgekomen. Het recht op het kindgebonden budget is gekoppeld aan het recht op kinderbijslag. De Dienst Toeslagen volgt de besluitvorming van de SVB daarover. Ook als verzoeker geen beroep zou hebben ingesteld, zou de Dienst Toeslagen het besluit over het kindgebonden budget herzien naar aanleiding van het nieuwe besluit van de SVB over de kinderbijslag.

4. Naar het oordeel van de rechtbank is de Dienst Toeslagen niet tegemoetgekomen aan verzoeker. Het aangekondigde nieuwe besluit van de Dienst Toeslagen is niet het gevolg van het door verzoeker ingestelde beroep, maar van het nieuwe besluit van de SVB. De Dienst Toeslagen zou ook een nieuw besluit hebben genomen over het recht van verzoeker op het kindgebonden budget als verzoeker geen beroep tegen het besluit van 30 januari 2025 zou hebben ingesteld. Het verzoek om een proceskostenvergoeding moet daarom worden afgewezen.



Beslissing


De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.




Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.P. Ferwerda, rechter, in aanwezigheid van G.J. Machwirth, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2026.




De griffier is verhinderd


de uitspraak te ondertekenen












griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.


Artikel 8:75a, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


Artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb.


ABRvS 28 juli 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AQ5770.