Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:6814

2026-06-03 Civiel recht; Personen- en familierecht C/10/713377
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-06-03
Publicatiedatum
2026-06-12
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zaaknummer
C/10/713377
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Voorlopige voorzieningen. Art. 822 Rv. Verzoeken m.b.t. lasten echtelijke woning vallen niet onder de limitatieve opsomming van art. 822 Rv en worden afgewezen. Rb. neemt beslissing op verzoeken zorgregeling, KALI, PALI en voortgezet gebruik van de woning.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (153.852 tekens)
Rechtbank Rotterdam


Team familie



Zaaknummer / rekestnummer: C/10/713377 / FA RK 26-374





Beschikking van 3 juni 2026 over voorlopige voorzieningen




in de zaak van:





[de vrouw]
, hierna: de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. D.V. Garib te Rotterdam,



t e g e n





[de man]
, hierna: de man,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. W.H.J.W. de Brouwer te Rotterdam.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 19 december 2025;


het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 3 februari 2026;


het bericht met bijlagen van de man van 15 mei 2026.





1.2.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 20 mei 2026. Daarbij zijn verschenen:


de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;


de man, bijgestaan door zijn advocaat;


de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger] .





1.3.
De minderjarige is, gelet op haar leeftijd, in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken. De minderjarige heeft hier geen gebruik van gemaakt.






2De vaststaande feiten


2.1.
Partijen zijn volgens de Basisregistratie Personen (BRP) op 25 oktober 1994 in Oujda, Marokko met elkaar gehuwd.



2.2.
Het minderjarige kind van partijen is [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats] .



2.3.
Partijen zijn ook de ouders van drie meerderjarige kinderen.


2.4.
De man heeft een verzoek tot echtscheiding gedaan. Deze procedure is bij de rechtbank bekend onder zaak-/rekestnummers: C/10/708197 / FA RK 25-7722 en C/10/712461 / FA RK 25-9884. De mondelinge behandeling is bepaald op 14 augustus 2026.






3De beoordeling


3.1.

Rechtsmacht en toepasselijk recht



3.1.1.
Deze zaak heeft een internationaal privaatrechtelijk karakter. Om die reden ligt zowel de rechtsmacht van deze rechtbank als het toe te passen recht ambtshalve ter beoordeling voor. De rechtbank stelt op grond van de omstandigheden van partijen vast dat zij bevoegd is op alle verzoeken te beslissen en dat op elk verzoek Nederlands recht moet worden toegepast.




3.2.

Toevertrouwing van de minderjarige



3.2.1.
De vrouw verzoekt de minderjarige aan haar toe te vertrouwen.



3.2.2.
De man weerspreekt het verzoek niet.



3.2.3.
Het verzoek tot toevertrouwing van de minderjarige aan de vrouw wordt, als niet weersproken en op de wet gegrond, toegewezen.




3.3.

Zorgregeling



3.3.1.
De man verzoekt een voorlopige regeling over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling) vast te stellen.



3.3.2.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man uitgelegd dat hij ruim een jaar geleden is vertrokken uit de echtelijke woning en dat hij sindsdien in zijn autogarage woont. Hij heeft geen contact meer met de minderjarige. De rechtbank begrijpt dat de man dat het liefst anders had gezien. De man heeft duidelijk gemaakt dat hij wil doen wat het beste is voor de minderjarige. Hij wil in haar belang handelen en heeft daarom zijn verzoek om een voorlopige zorgregeling vast te stellen ingetrokken. In de bodemprocedure heeft hij ook verzocht om een regeling vast te stellen en in die procedure is reeds een bijzondere curator benoemd. De man wil de bijzondere curator de ruimte geven om te onderzoeken of, en zo ja hoe, het contact met de minderjarige hersteld kan worden. De rechtbank zal daarom het verzoek van de man om een voorlopige zorgregeling vast te stellen afwijzen.



3.3.3.
Partijen hebben daarna nog wel afgesproken dat er een (video)belmoment tussen de man en de minderjarige zal plaatsvinden. Zij zijn overeengekomen dat de minderjarige de man op 21 mei 2026 om 17.00 uur belt. De meerderjarige zus of één van de meerderjarige broers van de minderjarige mag ook in de ruimte aanwezig zijn. Omdat niet gebleken is dat het belang van de minderjarige zich hiertegen verzet, zal de rechtbank deze afspraak opnemen in de beschikking. De advocaat van de man heeft toegezegd dat hij de bijzondere curator over het belmoment zal informeren.





3.4.

Bijzondere curator



3.4.1.
De man heeft zijn verzoek om een bijzondere curator te benoemen ingetrokken, omdat er in de bodemprocedure al een bijzondere curator is benoemd. De rechtbank wijst het verzoek af.




3.5.

Woning



3.5.1.
De vrouw verzoekt te bepalen dat zij met uitsluiting van de man gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] in [plaats] en de man te bevelen de woning te verlaten en hem te verbieden de woning verder te betreden, met machtiging voor de vrouw om deze beschikking zo nodig zelf ten uitvoer te leggen met behulp van politie en justitie.



3.5.2.
De man weerspreekt het verzoek niet.



3.5.3.
Het verzoek van de vrouw ten aanzien van het uitsluitend gebruik van de woning wordt, als niet weersproken en op de wet gegrond, toegewezen.



3.5.4.
Het verzoek om de beschikking ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm van politie en justitie wordt afgewezen. Bij de verkrijging van het uitsluitend gebruik van de woning hoort het bevel dat de andere echtgenoot die woning moet verlaten en deze verder niet mag betreden. Door dit bevel is de vrouw in het bezit van een rechtsgeldige titel voor tenuitvoerlegging van de ontruiming met behulp van de sterke arm.




3.6.

Lasten van de echtelijke woning



3.6.1.
De vrouw verzoekt te bepalen dat de man de hypotheeklasten van de echtelijke woning, inclusief de inmiddels ontstane achterstand, blijft voldoen tot een beschikking in de bodemprocedure is gewezen.



3.6.2.
De man voert gemotiveerd verweer. Hij verzoekt te bepalen dat partijen ieder voor de helft draagplicht zijn voor de eigenaarslaten van die woning en dat de gebruikerslasten waaronder gas, water, elektriciteit en het gebruikersaandeel van de gemeentelijke heffingen, voor rekening van de vrouw komen.



3.6.3.
De hiervoor genoemde verzoeken van partijen vallen niet onder de in artikel 822 Rv gegeven opsomming van te vragen voorlopige voorzieningen en zullen als niet op de wet gegrond worden afgewezen.




3.7.

Onderhoudsbijdragen



3.7.1.
De vrouw verzoekt te bepalen dat de man voorlopig moet bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige (hierna: de kinderbijdrage) met een bedrag van € 811,- per maand, en ook dat hij voorlopig moet bijdragen in de kosten van haar levensonderhoud (hierna: de partnerbijdrage) met een bedrag van € 514,- bruto per maand.



3.7.2.
De man voert gemotiveerd verweer. Hij verzoekt om te bepalen dat hij aan de vrouw een voorlopige kinderbijdrage moet betalen van € 468,- per maand. Voor de partnerbijdrage ontbreekt draagkracht, aldus de man.


3.7.3.
Tussen partijen is de hoogte van de vast te stellen voorlopige onderhoudsbijdragen in geschil. De rechtbank zal de bijdragen berekenen volgens de aanbevelingen opgenomen in het Rapport alimentatienormen van de Expertgroep Alimentatie (hierna: het rapport).



3.7.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.



Kinderbijdrage





De ingangsdatum





3.7.5.
Artikel 822 lid 2 Rv bepaalt dat voor de datum van ingang van de door de rechtbank vastgestelde voorlopige voorzieningen de dag van de dagtekening van de beschikking als uitgangspunt geldt. Op grond van de stukken en dat wat is besproken tijdens de mondelinge behandeling ziet de rechtbank geen aanleiding van dit uitgangspunt af te wijken. De rechtbank stelt de ingangsdatum daarom vast op 3 juni 2026.



De behoefte





3.7.6.
De rechtbank zal eerst het eigen aandeel van partijen in de kosten van de minderjarige (hierna: de behoefte van de minderjarige) bepalen aan de hand van het netto besteedbaar gezinsinkomen op het moment van het feitelijk uiteengaan van partijen, te verhogen met het kindgebonden budget. Partijen hebben tot begin 2025 in gezinsverband samengeleefd, zodat uitgegaan zal worden van de inkomensgegevens over dat jaar.



3.7.7.
De rechtbank bepaalt (onder verwijzing naar de aan deze beschikking gehechte berekening als bijlage 1) het netto besteedbaar inkomen (NBI) van de vrouw aan de hand van de jaaropgave over het jaar 2024 (productie 4), waarop een jaarloon staat genoemd van € 17.286,-, op € 1.440,- per maand. De volgende heffingskortingen zijn in aanmerking genomen:
- de algemene heffingskorting
- de arbeidskorting
- de inkomensafhankelijke combinatiekorting.



3.7.8.
De man is ondernemer. Hij heeft een autogarage. Volgens de vrouw moet uitgegaan worden van de winst uit 2023. Volgens de man moet uitgegaan worden van de gemiddelde winst van de afgelopen drie jaar. Voor het NBI van de man gaat de rechtbank, uit van de gemiddelde bruto winst uit onderneming van 2022 tot en met 2024, omdat dit een representatief beeld geeft van de welstand waarin partijen met de minderjarige geleefd hebben. De man heeft over diverse jaren een aangifte inkomstenbelasting overgelegd en de jaarrekening van 2024. Uit deze stukken volgt een bruto winst uit onderneming over 2022 van € 37.313,- een bruto winst uit onderneming over 2023 van € 97.265,- en in het jaar 2024 bedroeg de bruto winst € 82.988,-. Het gemiddelde van deze bedragen is € 75.522,- bruto per jaar. De rechtbank bepaalt (onder verwijzing naar de aan deze beschikking gehechte berekening als bijlage 1) het NBI van de man aan de hand van deze gegevens op € 4.308,- per maand. Daarbij is rekening gehouden met de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling. Ook zijn de volgende heffingskortingen zijn in aanmerking genomen:
- de algemene heffingskorting
- de arbeidskorting



3.7.9.

De rechtbank becijfert het netto besteedbaar gezinsinkomen van partijen aldus op
€ 5.748,- per maand. Dit netto besteedbaar gezinsinkomen van partijen, levert op basis van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen, die is opgenomen als bijlage bij het rapport, een bedrag op van € 777,- per maand. Geïndexeerd naar 2026 levert dat op een bedrag van € 813,- per maand, zodat de behoefte van de minderjarige wordt vastgesteld op dat bedrag.




Draagkrachtberekening





3.7.10.
Vervolgens moet worden beoordeeld in welke verhouding deze behoefte van de minderjarige tussen de ouders moet worden verdeeld. Dit gebeurt naar rato van hun beider draagkracht.



3.7.11.
Hiertoe moet eerst het huidige netto NBI van partijen vastgesteld worden. Gelet op de ingangsdatum van de vaststelling van de kinderbijdrage wordt gerekend met de tarieven 2026-1.



Draagkracht vrouw




3.7.12.
De rechtbank is over het algemeen terughoudend met het aannemen van een verdiencapaciteit in een voorlopige voorzieningenprocedure. De man heeft benoemd dat er aan de zijde van de vrouw sprake zou zijn van een verdiencapaciteit. Hij heeft aan deze stelling vervolgens geen concrete consequenties verbonden en tijdens de mondelinge behandeling heeft hij gezegd dat de rechtbank uit kan gaan van de berekening die de man heeft gemaakt op basis van het werkelijke inkomen van de vrouw. Hierom en vanwege de aard van de procedure, zal de rechtbank uitgaan van de werkelijke inkomensgegevens van de vrouw. Het onderwerp van de verdiencapaciteit kan, desgewenst, verder besproken worden in de bodemprocedure.



3.7.13.
De rechtbank bepaalt (onder verwijzing naar de aan deze beschikking gehechte berekening) het huidige NBI van de vrouw op € 1.656,- per maand, waarbij rekening is gehouden met de volgende gegevens (op basis van de meest recente uitkeringsspecificaties):
- WW-uitkering (afgerond) € 1.194,- per maand
- vakantiegeld 8% op jaarbasis
De volgende heffingskortingen zijn in aanmerking genomen:
- de algemene heffingskorting
- de arbeidskorting
- de inkomensafhankelijke combinatiekorting



3.7.14.
Rekening is gehouden met het kindgebonden budget van € 6.720,- per maand, waar de vrouw gelet op haar inkomen recht op heeft.



3.7.15.
De vrouw heeft een inkomen op bijstandsniveau. Haar draagkracht wordt daarom aan de hand van de draagkrachttabel behorende bij het Alimentatierapport vastgesteld op het minimumbedrag van € 25,- per maand.



Draagkracht man




3.7.16.
Bij het bepalen van de draagkracht van een ondernemer kijkt de rechtbank in beginsel naar wat deze ondernemer in redelijkheid aan inkomen uit de onderneming kan verwerven zonder de continuïteit van de onderneming in gevaar te brengen. Hoewel dat gemiddelde bruto winst uit onderneming helpend kan zijn bij het maken van de prognose (en inzage in recente jaarstukken van de ondernemer daarvoor onmisbaar is), is dat gemiddelde resultaat slechts één van de omstandigheden die bij het maken van de prognose een rol kan spelen (paragraaf 2.3.2. van het rapport).



3.7.17.
De man heeft uitgelegd dat de afgelopen periode zwaar voor hem was en dat zijn onderneming inmiddels niet goed meer loopt. Hij heeft verklaard dat er geen geld meer is. Aan deze stellingen worden echter geen concrete consequenties verbonden en ook zijn er geen stukken overgelegd waaruit opgemaakt kan worden dat de onderneming van de man zich in zwaar weer bevindt. Bij gebrek aan nadere gegevens gaat de rechtbank daarom opnieuw uit van een gemiddelde bruto winst over de afgelopen drie jaren.



3.7.18.
De rechtbank bepaalt (onder verwijzing naar de aan deze beschikking gehechte berekening) het NBI van de man € 4.316,- per maand. De zelfstandigenaftrek en de MKB-vrijstelling is daarbij in aanmerking genomen. Ook is rekening gehouden met de algemene heffingskorting en de arbeidskorting.



3.7.19.
De draagkracht van de man wordt, omdat het NBI hoger is dan € 2.200,-, vastgesteld aan de hand van de volgende formule: 70% x [NBI – (0,3xNBI + 1.365)] en bedraagt € 1.159,- per maand.



Draagkrachtvergelijking





3.7.20.

Omdat de gezamenlijke draagkracht van partijen hoger is dan de behoefte van de minderjarige moet de behoefte over partijen worden verdeeld. Ieders aandeel wordt berekend volgens de formule: ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte, oftewel:
het deel van de man bedraagt: € 1.159,- / € 1.184,- x € 813,- = € 796,-
het deel van de vrouw bedraagt: € 25,- / € 1.184,- x € 813,- = € 17,- +
samen € 813,-
Van de totale behoefte van de minderjarige komt dus een gedeelte van € 796,- per maand voor rekening van de man en een gedeelte van € 17,- per maand voor rekening van de vrouw.




Zorgkorting





3.7.21.
Omdat er al langere tijd geen contact is tussen de man en de minderjarige wordt de toepassing van de zorgkorting achterwege gelaten.



Conclusie





3.7.22.
Gezien het voorgaande is een door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige van € 796,- per maand in overeenstemming met de wettelijke maatstaven. Op deze alimentatie is van rechtswege de wettelijke indexering van toepassing.



Partnerbijdrage





De ingangsdatum





3.7.23.
De rechtbank stelt de ingangsdatum van de partnerbijdrage vast op 19 december 2025 en verwijst daarbij naar rechtsoverweging 3.7.5.



Behoefte





3.7.24.
Partijen zijn het erover eens dat de behoefte van de vrouw aan de partnerbijdrage berekend moet worden aan de hand van de zogenaamde ‘hofnorm’ zodat de vrouw behoefte heeft aan 60% van het voor partijen beschikbare netto besteedbaar inkomen tijdens het huwelijk, omdat een alleenstaande in zijn algemeenheid duurder uit is dan een gehuwde.



3.7.25.
Tijdens het huwelijk hadden partijen de beschikking over een besteedbaar gezinsinkomen van € 5.748,- netto per maand in 2025. Dit gezinsinkomen wordt verminderd met de kosten van de minderjarige in dat jaar van € 777,- per maand. De netto behoefte van de vrouw bedraagt 60% van dit bedrag, zijnde € 2.983,- netto per maand. Geïndexeerd naar 2026 is dat een bedrag van € 3.120,- netto per maand.



Aanvullende behoefte





3.7.26.

Op de hiervoor berekende behoefte van de vrouw moet haar huidige inkomen in mindering worden gebracht. De rechtbank becijfert het huidige NBI van de vrouw op
€ 1.096,- netto per maand. Zij verwijst voor de motivering daarvan naar rechtsoverwegingen 3.7.12 en 3.7.13. en naar de aan deze beschikking gehechte berekening als bijlage 2. Het NBI van de vrouw is met dezelfde inkomensgegevens als bij de kinderbijdrage lager bij de partnerbijdrage, omdat bij de partnerbijdrage het kindgebonden budget in mindering wordt gebracht. Na aftrek van het NBI van de vrouw een aanvullende behoefte van € 3.740,- bruto per maand.




Draagkracht man





3.7.27.
De man betwist dat hij draagkracht heeft om de gevraagde bijdrage te voldoen. De rechtbank zal de draagkracht van de man berekenen aan de hand van de aanbevelingen opgenomen in het rapport.



3.7.28.
De rechtbank bepaalt (onder verwijzing naar de aan deze beschikking gehechte berekening als bijlage 2) het NBI van de man over het jaar 2026 net als bij de kinderbijdrage op een bedrag van € 4.316,- per maand. Zij verwijst voor de motivering ervan naar de rechtsoverwegingen 3.7.16 tot en met 3.7.18. De draagkracht van de man wordt vervolgens, vastgesteld aan de hand van de volgende formule: 60% x [NBI – (0,3xNBI + 1.365)] en bedraagt € 994,- per maand.



Conclusie





3.7.29.

Na aftrek van de kinderbijdrage van € 796,- per maand resteert een bedrag van
€ 198,- netto per maand, ofwel € 317,- bruto per maand, waarbij de rechtbank verwijst naar de aan deze beschikking gehechte berekening. Gelet op het voorgaande is een partnerbijdrage van € 317,- bruto per maand in overeenstemming met de wettelijke maatstaven. Het verzoek van de vrouw zal tot dit bedrag worden toegewezen.




3.7.30.
Op deze alimentatie is van rechtswege de wettelijke indexering van toepassing.






3.8.

Proceskosten



3.8.1.
Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.







4De beslissing


De rechtbank:



4.1.
bepaalt dat de vrouw met ingang van de datum van deze beschikking bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan [adres] in ( [postcode] ) [plaats] ;



4.2.
beveelt de man met ingang van de datum van deze beschikking de echtelijke woning te verlaten en verbiedt de man deze verder te betreden;



4.3.
bepaalt dat de minderjarige aan de vrouw wordt toevertrouwd;



4.4.
neemt op de onderlinge regeling die partijen over de voorlopige regeling over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken hebben getroffen, namelijk dat de man en de minderjarige op 21 mei 2026 een (video)belmoment met elkaar hebben. De minderjarige belt de man om 17.00 uur. De meerderjarige zus of één van de meerderjarige broers mag in de ruimte aanwezig zijn tijdens het belmoment;



4.5.
bepaalt dat de man aan de vrouw met ingang van de datum van deze beschikking, voorlopig als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige, voor de toekomstige termijnen steeds bij vooruitbetaling zal voldoen € 796,- per maand;



4.6.
kent ten laste van de man aan de vrouw met ingang van de datum van deze beschikking een uitkering tot levensonderhoud toe van € 317,- bruto per maand, voor de toekomstige termijnen steeds bij vooruitbetaling te voldoen;



4.7.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;



4.8.
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;



4.9.
wijst af het meer of anders verzochte.










Deze beschikking is gegeven door mr. E.M. Moerman, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van J. Veldthuis, griffier, op 3 juni 2026.















































Bijlagen: alimentatieberekening





Bijlage 1: behoefteberekening










Partij


Alimentatieplichtige




Zaak


Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde




Berekening


Behoefteberekening




Tarieven


2025-1





























Box 1 Inkomen uit werk en woning











Winst uit onderneming (65-75)





65


Winst uit onderneming (voor ondernemersaftrek)








€


72.522




70


Winst uit onderneming








€


72.522


































Specificaties voor post: 65 (Gemiddelde)














2024





€


82.988


jaar










2023





€


97.265


jaar










2022





€


37.313


jaar







































Ondernemersaftrek





71/ 72


Zelfstandigenaftrek





-


€


2.470







- Zelfstandigenaftrek





€


2.470










MKB Winstvrijstelling





-


€


8.897









75







Belastbare winst uit onderneming





















€







61.155




































Heffing box 1 (94-95)










94







Belastbaar inkomen uit werk en woning





















€







61.155







- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)








€


13.769







- Schijf 2, 37,48% over € 38.441 (€ 40.502) t/m € 76.817








€


8.513









95







Inkomensheffing box 1





















€







22.282




































Besteedbaar inkomen (113-120)





113


Inkomen voor aftrek inkomensheffing








€


72.522









114


Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3





€


22.282







115/116


Heffingskorting en standaard heffingskorting


-


€


4.675







117


Verschuldigde inkomensheffing





-


€


17.607
















Inkomen na aftrek inkomensheffing





















€







54.915


































Specificaties voor post: 115/116














Algemene Heffingskorting





€


993


jaar










Arbeidskorting





€


3.682


jaar







































117a Op aanslag verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage ZVW








Winst uit onderneming





€


61.155










Totaal inkomen waarover op aanslag een bijdrage ZVW is verschuldigd





€


61.155










Maximum bijdrage loon





€


75.864










Maximum inkomen waarover bijdrage is verschuldigd





€


75.864










Inkomen waarover op aanslag een bijdrage ZVW is verschuldigd





€


61.155










Percentage Zvw





%


5,26










Totaal inkomensafhankelijke bijdrage ZVW





€


3.217




































Saldo verschuldigde bijdrage inkomensafhankelijke bijdrage ZVW





-


€


3.217



































120







Besteedbaar inkomen





















€







51.698




































120a

















Netto besteedbaar inkomen (per jaar)





















€







51.698




120a


Netto besteedbaar inkomen (per maand)








€


4.308








































Partij


Alimentatiegerechtigde




Zaak


Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde




Berekening


Behoefteberekening




Tarieven


2025-1





























Box 1 Inkomen uit werk en woning











Loon volgens jaaropgaaf











(60)





60


Loon volgens jaaropgaaf








€


17.286




































Op het bruto loon ingehouden





59


Inkomsten (transport)








€


17.286




































Belastbaar loon (61-64)










64







Belastbaar loon





















€







17.286




































Heffing box 1 (94-95)










94







Belastbaar inkomen uit werk en woning





















€







17.286







- Schijf 1, 35,82% (17,92%) over € 0 t/m € 38.440 (€ 40.501)








€


6.191









95







Inkomensheffing box 1





















€







6.191




































Besteedbaar inkomen (113-120)





113


Inkomen voor aftrek inkomensheffing








€


17.286









114


Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3





€


6.191







115/116


Heffingskorting en standaard heffingskorting


-


€


6.861



















Inkomen na aftrek inkomensheffing





















€







17.286


































Specificaties voor post: 115/116














Algemene Heffingskorting





€


3.068


jaar










Arbeidskorting





€


2.517


jaar










Combinatiekorting





€


1.276


jaar






































120







Besteedbaar inkomen





















€







17.286




































120a

















Netto besteedbaar inkomen (per jaar)





















€







17.286




120a


Netto besteedbaar inkomen (per maand)








€


1.440














































































NBGI voor scheiding











Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding








NBI voor scheiding Alimentatieplichtige








€


4.308







NBI voor scheiding Alimentatiegerechtigde








€


1.440
















Netto besteedbaar gezinsinkomen voor scheiding





















€







5.748




































Eigen aandeel kosten kinderen











Eigen aandeel kosten kinderen








Ouders hebben in gezinsverband geleefd











ja







NBGI voor scheiding








€


5.748







Tabel aantal kinderen








1



















Eigen aandeel ouders in de kosten kinderen volgens tabel





















€







777






























#


Indexeren











ja







Startjaar











2025







Eindjaar











2026
















Eigen aandeel ouders geïndexeerd





















€







813




































Behoefte obv 60% norm











Netto Behoefte








Netto gezinsinkomen








€


5.748







Af: kosten van de kinderen





-


€


777
















Saldo





















€







4.971







Netto behoefte obv 60%








€


2.983
















Netto behoefte





















€







2.983




#


Indexeren











ja







Startjaar











2025







Eindjaar











2026
















Netto behoefte geïndexeerd





















€







3.120


































Bijlage 2: draagkrachtberekening










Partij


Alimentatieplichtige




Zaak


Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde




Berekening


Draagkrachtberekening




Tarieven


2026-1





























Box 1 Inkomen uit werk en woning











Winst uit onderneming (65-75)





65


Winst uit onderneming (voor ondernemersaftrek)








€


72.522




70


Winst uit onderneming








€


72.522


































Specificaties voor post: 65 (Gemiddelde)














2024





€


82.988


jaar










2023





€


97.265


jaar










2022





€


37.313


jaar







































Ondernemersaftrek





71/ 72


Zelfstandigenaftrek





-


€


1.200







- Zelfstandigenaftrek





€


1.200










MKB Winstvrijstelling





-


€


9.058









75







Belastbare winst uit onderneming





















€







62.264




































Heffing box 1 (94-95)










94







Belastbaar inkomen uit werk en woning





















€







62.264







- Schijf 1, 35,75% (17,85%) over € 0 t/m € 38.882 (€ 41.123)








€


13.900







- Schijf 2, 37,56% over € 38.883 (€ 41.124) t/m € 78.426








€


8.782









95







Inkomensheffing box 1





















€







22.682




































Besteedbaar inkomen (113-120)





113


Inkomen voor aftrek inkomensheffing








€


72.522









114


Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3





€


22.682







115/116


Heffingskorting en standaard heffingskorting


-


€


4.966







117


Verschuldigde inkomensheffing





-


€


17.716
















Inkomen na aftrek inkomensheffing





















€







54.806


































Specificaties voor post: 115/116














Algemene Heffingskorting





€


1.034


jaar










Arbeidskorting





€


3.932


jaar







































117a Op aanslag verschuldigde inkomensafhankelijke bijdrage ZVW








Winst uit onderneming





€


62.264










Totaal inkomen waarover op aanslag een bijdrage ZVW is verschuldigd





€


62.264










Maximum bijdrage loon





€


79.412










Maximum inkomen waarover bijdrage is verschuldigd





€


79.412










Inkomen waarover op aanslag een bijdrage ZVW is verschuldigd





€


62.264










Percentage Zvw





%


4,85










Totaal inkomensafhankelijke bijdrage ZVW





€


3.020




































Saldo verschuldigde bijdrage inkomensafhankelijke bijdrage ZVW





-


€


3.020



































120







Besteedbaar inkomen





















€







51.786




































120a

















Netto besteedbaar inkomen (per jaar)





















€







51.786




120a


Netto besteedbaar inkomen (per maand)








€


4.316




































120b

















Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per jaar)





















€







51.786




120b


Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per maand)








€


4.316




































Draagkracht tbv kinderalimentatie











Draagkracht tbv kinderalimentatie





120a


Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie








€


4.316







Draagkracht wordt berekend op basis van








Formule







122a


Kosten van levensonderhoud





€


1.365







123a


Woonbudget





€


1.295







135a


Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie








€


2.660




136a


Draagkrachtruimte








€


1.656




137a


Draagkrachtpercentage








%


70







Beschikbaar








€


1.159




140a


Draagkracht tbv kinderalimentatie








€


1.159




































Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie











Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie





120b


Netto besteedbaar inkomen tbv partneralimentatie








€


4.316







Draagkracht wordt berekend op basis van








Formule







122b


Kosten van levensonderhoud





€


1.365







123b


Woonbudget





€


1.295







135b


Draagkrachtloos inkomen tbv partneralimentatie








€


2.660




136b


Draagkrachtruimte








€


1.656




































Draagkracht tbv partneralimentatie





136b


Draagkrachtruimte








€


1.656




137b


Draagkrachtpercentage








%


60







Draagkracht tbv partneralimentatie








€


994









140







Beschikbaar





















€







994




































Partneralimentatie (141-144)





141


Bijdrage in de kosten van kinderen (inclusief zorgkorting)





-


€


796







Bijdrage in de kosten van kinderen uit andere relatie





-


€


0
















Totale bijdrage in de kosten van de kinderen (inclusief zorgkorting)














-







€







796




142


Fiscaal voordeel aftrek buitengewone uitgaven kinderen








€


0







Berekende ruimte voor partneralimentatie





€


198







143


Resteert voor partneralimentatie vóór berekening belastingvoordeel








€


198




144


Resultaat van brutering van 143 volgens de methode Buijs (bruto partneralimentatie)








€


317


































Specificaties voor post: 144














Het beschikbare nettobedrag voor partneralimentatie van € 2.376 per jaar wordt gebruteerd in Box 1 bij een belastbaar inkomen van:





€


62.264


jaar










In de schijf van 37,56% valt € 2.376, € 2.376 x ( 100 / (100 - 37,56)) =





€


3.805


jaar










In de schijf van 35,75% valt € 0, € 0 x ( 100 / (100 - 35,75)) =





€


0


jaar










Het resultaat van de brutering is per jaar





€


3.805


jaar










Of per maand





€


317


maand











































Partij


Alimentatiegerechtigde




Zaak


Alimentatieplichtige / Alimentatiegerechtigde




Berekening


Draagkrachtberekening




Tarieven


2026-1





























Box 1 Inkomen uit werk en woning











Loon (41-50)





43


Bruto uitkering andere sociale verzekeringswetten








€


14.328




44


Vakantietoeslag








€


1.290
















Bruto inkomsten





















€







15.618




































Premies (51-59)











Pensioenpremie





54


Loon voor de premies werknemersverzekeringen








€


15.618



































59







Inkomsten





















€







15.618




































Belastbaar loon (61-64)










64







Belastbaar loon





















€







15.618




































Heffing box 1 (94-95)










94







Belastbaar inkomen uit werk en woning





















€







15.618







- Schijf 1, 35,75% (17,85%) over € 0 t/m € 38.882 (€ 41.123)








€


5.583









95







Inkomensheffing box 1





















€







5.583




































Besteedbaar inkomen (113-120)





113


Inkomen voor aftrek inkomensheffing








€


15.618









114


Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3





€


5.583







115/116


Heffingskorting en standaard heffingskorting


-


€


3.115







117


Verschuldigde inkomensheffing





-


€


2.468
















Inkomen na aftrek inkomensheffing





















€







13.150


































Specificaties voor post: 115/116














Algemene Heffingskorting





€


3.115


jaar




































Bij: Kindgebonden budget





€


6.720






































120







Besteedbaar inkomen





















€







19.870




































120a

















Netto besteedbaar inkomen (per jaar)





















€







19.870




120a


Netto besteedbaar inkomen (per maand)








€


1.656




































120b








Af: correctie kindgebonden budget





-


€


6.720
















Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per jaar)





















€







13.150




120b


Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per maand)








€


1.096




































Draagkracht tbv kinderalimentatie











Draagkracht tbv kinderalimentatie





120a


Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie








€


1.656







Draagkracht wordt berekend op basis van








Tabel










Afwijken van de tabel?











nee




140a


Draagkracht tbv kinderalimentatie








€


25




































Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie











Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie





120b


Netto besteedbaar inkomen tbv partneralimentatie








€


1.096







Draagkracht wordt berekend op basis van








Formule










Afwijken van de tabel?











nee




122b


Kosten van levensonderhoud





€


1.365







123b


Woonbudget





€


329







135b


Draagkrachtloos inkomen tbv partneralimentatie








€


1.694




136b


Draagkrachtruimte








€


-598




































Draagkracht tbv partneralimentatie





136b


Draagkrachtruimte








€


-598




137b


Draagkrachtpercentage








%


60




































Partneralimentatie (141-144)





141


Bijdrage in de kosten van kinderen (inclusief zorgkorting)





-


€


17







Bijdrage in de kosten van kinderen uit andere relatie





-


€


0
















Totale bijdrage in de kosten van de kinderen (inclusief zorgkorting)














-







€







17




142


Fiscaal voordeel aftrek buitengewone uitgaven kinderen








€


0







Berekende ruimte voor partneralimentatie





€


-17







143


Resteert voor partneralimentatie vóór berekening belastingvoordeel








€


0




144


Resultaat van brutering van 143 volgens de methode Buijs (bruto partneralimentatie)








€


0


































Specificaties voor post: 144














Het beschikbare nettobedrag voor partneralimentatie van € 0 per jaar wordt gebruteerd in Box 1 bij een belastbaar inkomen van:





€


15.618


jaar










Het resultaat van de brutering is per jaar





€


0


jaar










Of per maand





€


0


maand







































Bruto aanvullende behoefte











Netto Behoefte

















Netto behoefte





















€







3.120




































Berekening Bruto aanvullende Behoefte








Netto behoefte aan inkomen








€


3.120







Eigen netto inkomsten (+ aanv. verdiencapaciteit)





€


1.096










Post 141 Bijdrage in de kosten van de kinderen





€


17










Af: Post 119a kindgebonden budget


-


€


560










Restant:





€


-543










Kosten kinderen uit eigen inkomen





€


0










Zelf beschikbaar netto inkomen





-


€


1.096
















Netto aanvullende behoefte





















€







2.024
















Bruto aanvullende behoefte





















€







3.740