Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:6597

2026-03-20 Civiel recht; Personen- en familierecht C/10/716861 / JE RK 26-546
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-03-20
Publicatiedatum
2026-06-08
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
C/10/716861 / JE RK 26-546
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Voorlopige ondertoezichtstelling. Een zitting kan niet worden afgewacht. Aanhoudende zorgen over de opvoedsituatie van een baby. Meerdere meldingen van huiselijk geweld. De moeder is niet bereikbaar

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.446 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


Team Jeugd



Zaaknummer: C/10/716861 / JE RK 26-546
Datum uitspraak: 20 maart 2026




Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling




in de zaak van




de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,



over





[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[naam moeder]
,
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,





[naam vader]
,
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] .



De kinderrechter merkt als informant aan:




de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam.





1Het verloop van de procedure


1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:


het verzoek van de Raad met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 20 maart 2026;


bijlage bij spoedonderbouwing van de Raad, binnengekomen bij de rechtbank op 20 maart 2026.







2De feiten


2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .



2.2.

[minderjarige] woont bij de moeder.





3Het verzoek


De Raad verzoekt [minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden en hierover te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.





4De beoordeling


4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. Het Crisis interventie team (CIT) heeft aanhoudende zorgen gemeld bij de Raad over de opvoedsituatie van [minderjarige] . Het CIT vindt een voorlopige ondertoezichtstelling nodig. De Raad heeft geprobeerd contact met de moeder te krijgen om de zorgen te bespreken, maar dit is niet gelukt. Tijdens een aangekondigd huisbezoek op 19 maart 2026 was de moeder niet aanwezig. Op de daarna gemaakte afspraak op 20 maart 2026 is de moeder niet gekomen. De vader stond na overleg met zijn advocaat open voor hulpverlening in het vrijwillig kader. Uiteindelijk is dat onvoldoende van de grond gekomen, mede omdat de moeder niet bereikbaar was.


4.2.
De moeder heeft aangegeven dat de vader haar meerdere keren mishandeld heeft. Tussen mishandelingen door hervat de moeder de relatie met de vader. Bij de politie zijn meerdere meldingen van huiselijk geweld binnen gekomen. De moeder heeft verder aangegeven dat zij onder behandeling is bij een psycholoog vanwege een depressie en dat zij medicatie zou hebben geweigerd. Volgens een vriendin van de moeder zou de moeder suïcidale gedachten hebben. Mogelijk is de moeder verslaafd aan lachgas. De Raad heeft op 19 maart 2026 informatie ingewonnen bij de psychiater, tevens hoofdbehandelaar van de moeder van Antes. Ambulante Spoedhulp kan bij de moeder niet worden ingezet omdat de vader hier geen toestemming voor geeft.



4.3.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. [minderjarige] is een jonge baby die voor haar verzorging en veiligheid geheel afhankelijk is van haar verzorgers. Zij is blootgesteld aan huiselijk geweld tussen haar ouders. Haar moeder heeft psychische problematiek en mogelijk een verslaving. De moeder gaat hierover niet in gesprek met de Raad. Op grond van dit alles is een voorlopige ondertoezichtstelling noodzakelijk om de bedreiging in de ontwikkeling van [minderjarige] weg te nemen.



4.4.
De kinderrechter is daarnaast van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] . Daarom stelt de kinderrechter [minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden.



4.5.
De Raad, de GI, de moeder en de vader worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.





5De beslissing


De kinderrechter:



5.1.
stelt [minderjarige] voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd in Rotterdam, met ingang van 20 maart 2026 tot 20 juni 2026;



5.2.
roept de Raad, de GI, de vader en de moeder op voor de zitting van mr. A. Verweij op 31 maart 2026 om 13:00 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, aan Wilhelminaplein 100 / 125 in Rotterdam;


5.3.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.









Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2026 door
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, en in aanwezigheid van mr. K.F.G. van Leeuwen als griffier, op schrift gesteld op 23 maart 2026.













































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking staat geen hoger beroep open.




Artikel 1:257 BW.


Artikel 807 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).