Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:6174

2026-05-21 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht ROT 25/10066
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-05-21
Publicatiedatum
2026-05-28
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
ROT 25/10066
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Mondelinge uitspraak. Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand voor maandelijkse energiekosten.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.431 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


Bestuursrecht


zaaknummer: ROT 25/10066



proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
21 mei 2026 in de zaak tussen




[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. O.C. Bozbiyik),


en




het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college
(gemachtigde: mr. Z. Abachi).




Zitting


De rechtbank heeft het beroep op 21 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college.



Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.





Beslissing


De rechtbank verklaart beroep ongegrond.





Motivering

1. In deze zaak gaat het om de vraag of het college terecht de aanvraag om bijzondere bijstand voor maandelijkse energiekosten heeft afgewezen.

2. Eiseres betoogt dat het college ten onrechte geen gebruik heeft gemaakt van haar afwijkingsbevoegdheid nu sprake is van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven om op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) af te wijken van de beleidsregels. Eiseres is bijstandsgerechtigde en wordt geconfronteerd met ingrijpende energiekosten en een uitzonderlijk hoge inflatie.

3. Het college heeft toepassing gegeven aan de Tijdelijke beleidsregels bijzondere bijstand voor energiekosten 2024 (Tijdelijke beleidsregels). Deze beleidsregels zijn tegenwettelijk begunstigend beleid, nu deze een uitzondering maken op de voorwaarden in artikel 35 van de Pw. Zoals de Centrale Raad van Beroep (de Raad) in de uitspraak van 15 mei 2025heeft overwogen wordt tegenwettelijk begunstigend beleid niet getoetst op rechtmatigheid, maar wordt als een gegeven aanvaard. Tegenwettelijk beleid wordt dus niet exceptief getoetst aan hoger geschreven recht, algemene rechtsbeginselen en (ander) ongeschreven recht, waaronder het evenredigheidsbeginsel. Evenmin wordt getoetst of het bestuursorgaan ten gunste van de betrokkene moet afwijken van dit beleid. De rechtbank toetst wel of het college het tegenwettelijk beleid juist heeft toegepast. Naar het oordeel van de rechtbank is dat het geval. Eiseres heeft dat ook niet bestreden. Het college heeft zich dan ook terecht op het standpunt kunnen stellen dat eiseres niet voor bijzondere bijstand in aanmerking komt. Overigens zijn de aangevoerde bijzondere omstandigheden niet bijzondere omdat de stijgende energieprijzen en de inflatie ook andere ontvangers van een bijstandsuitkering treffen.

4. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen gelijk. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

5. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.


Dit proces-verbaal is vastgesteld door mr. A.C. Rop, rechter, in aanwezigheid van
R.P. Evegaars, griffier.













griffier


rechter








Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:








Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met de uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.



Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.





Zie de uitspraak van de Raad van 15 mei 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:700.