Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:612

2026-01-19 Civiel recht 712910 HA RK 26-9
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-01-19
Publicatiedatum
2026-01-25
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Wraking
Zaaknummer
712910 HA RK 26-9
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wrakingskamer. Verzoeker is niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek. Het wrakingsverzoek is ingediend nadat de rechter in de hoofdzaak een einduitspraak heeft gedaan.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.271 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


Wrakingskamer



zaaknummer: 712910 HA RK 26-9





Beslissing van 19 januari 2026




van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van





[verzoeker]
,
wonende te Rotterdam,
hierna te noemen: verzoeker,



strekkende tot de wraking van




mr. J. van den Bos,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.






1De procedure


1.1.
Het verzoek van verzoeker strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer C/10/709866 / FA RK 25/8598. In die zaak heeft de officier van justitie verzocht een zorgmachtiging voor verzoeker te verlenen. Het dossier van deze zaak is ter beschikking gesteld van de wrakingskamer.



1.2.
Het verloop van de procedure blijkt verder uit:


het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoeker van 5 januari 2026;


de schriftelijke reactie van de rechter van 7 januari 2026.








2De ontvankelijkheid van het verzoek


2.1.
Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) kan de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt. Het middel is toegekend aan een partij die wil voorkomen dat een rechter (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter al een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.



2.2.
Op de zitting van maandag 5 januari 2026 om 12:45 uur heeft de rechter in de hiervoor omschreven procedure mondeling uitspraak gedaan. Die uitspraak is een eindbeslissing waarmee de behandeling van de zaak door de rechter is geëindigd.



2.3.
Het wrakingsverzoek is op 5 januari 2026 om 21:18 uur door de rechtbank ontvangen. Dat is dus nadat de rechter in de hoofdzaak een einduitspraak heeft gedaan. Hieruit volgt dat de rechter de zaak niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking is gedaan. Verzoeker is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van de rechter. Verzoeker zal op die grond, met toepassing van het bepaalde in artikel 39 lid 3 Rv, niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzoek.






3De beslissing


De rechtbank:



3.1.

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van
mr. J. van den Bos.




Deze beslissing is gegeven door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter, mr. C. Sikkel en mr. W.J. de Veld, rechters,in tegenwoordigheid van mr. D. Meijer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2026.









de griffier de voorzitter








Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.