Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:5999

2026-05-12 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht ROT 24/7615
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-05-12
Publicatiedatum
2026-05-26
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
ROT 24/7615
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister heeft geweigerd een geldschuld van eiseres over te nemen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister dat terecht gedaan. De schuld is niet opeisbaar geworden vóór 1 juni 2021. De minister mocht daarnaast de hardheidsclausule in redelijkheid buiten toepassing laten. Het beroep is ongegrond.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.765 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


Bestuursrecht



zaaknummer: ROT 24/7615


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 mei 2026 in de zaak tussen

[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. R.E. Bogaards),


en


de minister van Financiën
(gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] ).

Samenvatting


1. De minister heeft geweigerd een geldschuld van eiseres over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister dat terecht gedaan. De schuld is niet opeisbaar geworden vóór 1 juni 2021. De minister mocht daarnaast de hardheidsclausule in redelijkheid buiten toepassing laten. Het beroep is ongegrond.




Procesverloop


2. Met het besluit van 26 januari 2024 heeft de minister de aanvraag van eiseres om een geldschuld over te nemen afgewezen.



2.1.
Met het besluit van 4 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 26 januari 2024 ongegrond verklaard.



2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



2.3.
De rechtbank heeft het beroep op de zitting van 6 juni 2025 behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst.



2.4.
Partijen hebben nadere stukken ingediend. Nadat partijen zijn gewezen op hun recht op een nadere zitting te worden gehoord, heeft eiseres verklaard dat zij gebruik wil maken van dit recht. De rechtbank heeft het beroep vervolgens op de zitting van 31 maart 2026 behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en namens de minister [gemachtigde 2] .




Beoordeling door de rechtbank

3. Eiseres is gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft een aanvraag gedaan voor overname van een schuld aan Interbank N.V. (Interbank) van € 11.125,43 op grond van de Wht. De minister heeft de aanvraag voor overname van deze schuld afgewezen. Volgens de minister voldoet de schuld van eiseres aan Interbank niet aan de voorwaarden voor overname die volgen uit de Wht. Het betreft een krediet dat eiseres op 22 januari 2010 is aangegaan. Omdat er geen betalingsachterstanden zijn geweest, is de schuld niet opeisbaar geworden. Daarmee voldoet de schuld niet aan de voorwaarde dat deze vóór 1 juni 2021 opeisbaar moet zijn geweest.

4. Tussen partijen is niet in geschil dat de schuld aan Interbank niet opeisbaar is geworden voor 1 juni 2021 en dus niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 4.1 van de Wht. De rechtbank beoordeelt daarom alleen of de minister in redelijkheid de hardheidsclausule van artikel 9.1 van de Wht buiten toepassing heeft mogen laten.

5. Eiseres betoogt dat de minister de hardheidsclausule had moeten toepassen en de schuld aan Interbank had moeten overnemen. De schuld kan niet via een andere herstelregeling worden vergoed, terwijl eiseres de schuld moest aangaan vanwege de onterechte terugvorderingen door de Belastingdienst. De maandelijkse lasten van eiseres zijn hoger dan haar inkomsten, zodat sprake is van een structureel financieel tekort. Daarnaast kampt eiseres met ernstige gezondheidsproblemen. In 2025 is een hersentumor verwijderd. Volgens haar behandelend specialisten heeft langdurige stress naar alle waarschijnlijkheid bijgedragen aan de snelle groei van de tumor. Eiseres is volledig arbeidsongeschikt verklaard en ontvangt een WIA-uitkering.

6. De minister kan afwijken van artikel 4.1 van de Wht, voor zover toepassing van die bepaling, gelet op het belang dat de bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Deze hardheidsclausule kan worden toegepast in bijzondere situaties, waarbij toepassing van de bepaling gelet op de ratio ervan onbillijk uitpakt of wanneer sprake is van schrijnende omstandigheden waardoor toepassing van de wettelijke bepaling achterwege moet blijven. Bij schrijnende omstandigheden kan worden gedacht aan serieuze en structurele financiële nood, aan ernstige medische omstandigheden, of aan andere ontwrichtende persoonlijke omstandigheden. Het moet gaan om actuele omstandigheden die samenhangen met (de gevolgen van) een weigering om de schulden over te nemen of te compenseren.

7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister de hardheidsclausule in redelijkheid buiten toepassing mogen laten. Eiseres heeft de maandelijkse aflossing van het krediet voortgezet en de schuld is begin 2026 afgelost. Reeds daaruit volgt dat de weigering om de schuld over te nemen niet heeft geleid tot serieuze en structurele financiële nood. Eiseres kampt met ernstige medische omstandigheden, maar die zijn op zichzelf onvoldoende voor de conclusie dat sprake is van een zodanig schrijnende situatie dat een uitzondering op de wettelijke regeling gerechtvaardigd is. De rechtbank begrijpt dat eiseres met het aangaan van de schuld en het netjes aflossen daarvan heeft geprobeerd de gevolgen van de onrechtmatige terugvorderingen door de Belastingdienst te beperken. Eiseres heeft gehandeld zoals je zou hopen dat iemand in zulke moeilijke omstandigheden zou handelen. Maar: de wetgever heeft met de regeling over private schulden nu juist beoogd dat gedupeerde ouders zoals eiseres niet worden geholpen. Dat is het logische gevolg van het vereiste dat de schuld opeisbaar moet zijn geworden. Gedupeerde ouders die hun best hebben gedaan hun schulden beheersbaar te houden, vallen buiten de boot. Het is niet aan de rechtbank om deze bewuste keuze van de wetgever opzij te zetten.



Conclusie en gevolgen


8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en de minister de schuld aan Interbank niet hoeft over te nemen. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.




Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.





Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.P. Ferwerda, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J. Huisman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2026.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Artikel 4.1, tweede lid, onder b, van de Wht.


Artikel 9.1, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wht.


ABRvS 12 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:456, r.o. 7.3.


Rb. Rotterdam 14 april 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:4519. Zie ook ABRvS 12 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:456, r.o. 7.4.