Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:5945
2026-05-13
Civiel recht; Arbeidsrecht
12021096 VZ VERZ 25-7287
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Ontbindingsverzoek werknemer. Werkgever niet verschenen. Ernstig verwijtbaar handelen werkgever, transitievergoeding.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2022:63 Hoge Raad 21-01-2022
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (6.447 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12021096 VZ VERZ 25-7287
datum uitspraak: 13 mei 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
verzoeker,
gemachtigde: mr. R.W. van den Hoek,
tegen:
[naam] B.V.,
vestigingsplaats: Westmaas,
verweerster,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘werknemer’ en ‘werkgever’ genoemd.
1De procedure
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
- het verzoekschrift van werknemer, met bijlagen.
1.2.
Op 14 april 2026 is de zaak met werknemer en de gemachtigde besproken. Werkgever was hier niet bij aanwezig. Omdat werknemer werkgever bij exploot voor het verkeerde tijdstip had opgeroepen, is er een nieuwe zitting gepland op 5 mei 2026. Werknemer heeft werkgever hiervoor nogmaals bij exploot opgeroepen. Werkgever is niet verschenen.
2De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
Werknemer werkt sinds 1 september 2018 bij werkgever als Persoonlijk begeleider. Werknemer wordt al bijna twee jaar niet meer ingeroosterd en ontvangt sinds augustus 2025 geen salaris meer. Werknemer verzoekt de arbeidsovereenkomst met werkgever te ontbinden. Als de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbindt, wil werknemer de transitievergoeding omdat werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Werkgever heeft niet gereageerd op het verzoek. De kantonrechter wijst de verzoeken toe.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden
2.2.
De kantonrechter kan de arbeidsovereenkomst ontbinden op verzoek van werknemer als de omstandigheden ervoor zorgen dat de arbeidsovereenkomst dadelijk of na korte tijd moet eindigen. Bij de beoordeling van het verzoek tot ontbinding en bij de beoordeling van de vraag of de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, moeten alle omstandigheden, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen (HR 21 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:63). De kantonrechter wijst de verzoeken toe om de volgende redenen.
2.3.
Werknemer stelt dat werkgever hem al bijna twee jaar niet meer inroostert, terwijl hij zich wel beschikbaar heeft gehouden voor het verrichten van werkzaamheden. Deze situatie is ontstaan nadat werknemer aangaf dat zijn verzekering geen dekking biedt wanneer hij ook werkzaamheden uitvoert met zijn privé auto, waarbij hij cliënten van werkgever moet vervoeren. Werkgever weigerde om hiervoor een verzekering af te sluiten en heeft werknemer daarna niet meer ingeroosterd. Verder heeft werkgever in 2019 geen eindejaarsuitkering en eenmalige toeslagen betaald. Werkgever is in een kort geding vonnis van 25 oktober 2023 veroordeeld tot het betalen van achterstallig salaris en het overleggen van salarisstroken en jaaropgaven. Werkgever heeft niet aan dit vonnis voldaan. Vanaf augustus 2025 betaalt werkgever helemaal geen salaris meer. Werkgever heeft geen verweer gevoerd. Daarom gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de stellingen van werknemer.
2.4.
De kantonrechter is van oordeel dat werkgever werknemer heeft laten bungelen, door hem niet te werk te stellen, niet te voldoen aan het kort geding vonnis en vanaf augustus 2025 de loonbetaling zonder opgaaf van redenen stop te zetten en niets meer van zich laten horen. Werkgever heeft hiermee ernstig verwijtbaar gehandeld. Er is sprake van omstandigheden die ervoor zorgen dat de arbeidsovereenkomst op korte termijn moet eindigen. De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst dan ook per 1 juni 2026 ontbinden.
Werkgever moet een transitievergoeding betalen
2.5.
Werknemer heeft recht op een transitievergoeding omdat aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan en sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van werkgever (artikel 7:673 lid 1 onderdeel b BW), zoals hiervoor is geoordeeld. Op basis van het loon en de duur van de arbeidsovereenkomst is de hoogte van de vergoeding € 7.361,02 bruto. Dit bedrag moet werkgever betalen. De wettelijke rente over de transitievergoeding wordt toegewezen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd (artikel 7:686a BW).
Werkgever moet de proceskosten betalen
2.6.
De proceskosten komen voor rekening van werkgever, omdat zij ongelijk krijgt. De kantonrechter begroot de kosten die werkgever aan werknemer moet betalen op € 577,- aan salaris voor de gemachtigde, € 120,79 aan explootkosten en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 841,79. Hier kan nog een bedrag bij komen als deze beschikking wordt betekend. De kantonrechter ziet geen aanleiding om werkgever te veroordelen voor de kosten van het eerste exploot, dat niet correct was.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad
2.7.
Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv). Dat betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst per 1 juni 2026;
3.2.
veroordeelt werkgever om aan werknemer een transitievergoeding van € 7.361,02 bruto te betalen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
veroordeelt werkgever in de proceskosten, die aan de kant van werknemer worden begroot op € 841,79;
3.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. C.J. Frikkee en in het openbaar uitgesproken.
49196
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12021096 VZ VERZ 25-7287
datum uitspraak: 13 mei 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
verzoeker,
gemachtigde: mr. R.W. van den Hoek,
tegen:
[naam] B.V.,
vestigingsplaats: Westmaas,
verweerster,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘werknemer’ en ‘werkgever’ genoemd.
1De procedure
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
- het verzoekschrift van werknemer, met bijlagen.
1.2.
Op 14 april 2026 is de zaak met werknemer en de gemachtigde besproken. Werkgever was hier niet bij aanwezig. Omdat werknemer werkgever bij exploot voor het verkeerde tijdstip had opgeroepen, is er een nieuwe zitting gepland op 5 mei 2026. Werknemer heeft werkgever hiervoor nogmaals bij exploot opgeroepen. Werkgever is niet verschenen.
2De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
Werknemer werkt sinds 1 september 2018 bij werkgever als Persoonlijk begeleider. Werknemer wordt al bijna twee jaar niet meer ingeroosterd en ontvangt sinds augustus 2025 geen salaris meer. Werknemer verzoekt de arbeidsovereenkomst met werkgever te ontbinden. Als de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbindt, wil werknemer de transitievergoeding omdat werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Werkgever heeft niet gereageerd op het verzoek. De kantonrechter wijst de verzoeken toe.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden
2.2.
De kantonrechter kan de arbeidsovereenkomst ontbinden op verzoek van werknemer als de omstandigheden ervoor zorgen dat de arbeidsovereenkomst dadelijk of na korte tijd moet eindigen. Bij de beoordeling van het verzoek tot ontbinding en bij de beoordeling van de vraag of de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, moeten alle omstandigheden, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen (HR 21 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:63). De kantonrechter wijst de verzoeken toe om de volgende redenen.
2.3.
Werknemer stelt dat werkgever hem al bijna twee jaar niet meer inroostert, terwijl hij zich wel beschikbaar heeft gehouden voor het verrichten van werkzaamheden. Deze situatie is ontstaan nadat werknemer aangaf dat zijn verzekering geen dekking biedt wanneer hij ook werkzaamheden uitvoert met zijn privé auto, waarbij hij cliënten van werkgever moet vervoeren. Werkgever weigerde om hiervoor een verzekering af te sluiten en heeft werknemer daarna niet meer ingeroosterd. Verder heeft werkgever in 2019 geen eindejaarsuitkering en eenmalige toeslagen betaald. Werkgever is in een kort geding vonnis van 25 oktober 2023 veroordeeld tot het betalen van achterstallig salaris en het overleggen van salarisstroken en jaaropgaven. Werkgever heeft niet aan dit vonnis voldaan. Vanaf augustus 2025 betaalt werkgever helemaal geen salaris meer. Werkgever heeft geen verweer gevoerd. Daarom gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de stellingen van werknemer.
2.4.
De kantonrechter is van oordeel dat werkgever werknemer heeft laten bungelen, door hem niet te werk te stellen, niet te voldoen aan het kort geding vonnis en vanaf augustus 2025 de loonbetaling zonder opgaaf van redenen stop te zetten en niets meer van zich laten horen. Werkgever heeft hiermee ernstig verwijtbaar gehandeld. Er is sprake van omstandigheden die ervoor zorgen dat de arbeidsovereenkomst op korte termijn moet eindigen. De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst dan ook per 1 juni 2026 ontbinden.
Werkgever moet een transitievergoeding betalen
2.5.
Werknemer heeft recht op een transitievergoeding omdat aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan en sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van werkgever (artikel 7:673 lid 1 onderdeel b BW), zoals hiervoor is geoordeeld. Op basis van het loon en de duur van de arbeidsovereenkomst is de hoogte van de vergoeding € 7.361,02 bruto. Dit bedrag moet werkgever betalen. De wettelijke rente over de transitievergoeding wordt toegewezen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd (artikel 7:686a BW).
Werkgever moet de proceskosten betalen
2.6.
De proceskosten komen voor rekening van werkgever, omdat zij ongelijk krijgt. De kantonrechter begroot de kosten die werkgever aan werknemer moet betalen op € 577,- aan salaris voor de gemachtigde, € 120,79 aan explootkosten en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 841,79. Hier kan nog een bedrag bij komen als deze beschikking wordt betekend. De kantonrechter ziet geen aanleiding om werkgever te veroordelen voor de kosten van het eerste exploot, dat niet correct was.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad
2.7.
Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv). Dat betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst per 1 juni 2026;
3.2.
veroordeelt werkgever om aan werknemer een transitievergoeding van € 7.361,02 bruto te betalen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
veroordeelt werkgever in de proceskosten, die aan de kant van werknemer worden begroot op € 841,79;
3.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. C.J. Frikkee en in het openbaar uitgesproken.
49196