Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:5766
2026-05-08
Civiel recht; Verbintenissenrecht
12045142 CV EXPL 26-818
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Vordering van Riverty (voorheen Afterpay) tot betaling ivm aankoop uit 2021. Vordering is verjaard, verjaringstermijn twee jaar bij consumentenkoop.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.743 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12045142 CV EXPL 26-818
datum uitspraak: 8 mei 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Riverty GmbH, die voorheen handelde onder de naam Afterpay,
vestigingsplaats: Verl (Duitsland),
eiseres,
gemachtigde: Yards Deurwaarderskantoor B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Riverty’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 9 oktober 2025, met bijlagen;
het antwoord;
de repliek, met bijlagen.
2De beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[gedaagde] heeft op 22 december 2021 een bestelling gedaan in de webwinkel van WE Fashion, voor een bedrag van € 64,-. Zij heeft gekozen voor achteraf betalen via (destijds) Afterpay. Afterpay heet nu Riverty.
2.2.
[gedaagde] heeft het aankoopbedrag van € 64,- niet betaald. Zij zegt dat ze de bestelling heeft teruggestuurd, maar dat zij inmiddels, jaren later, geen retourbewijs meer heeft. Riverty zegt dat WE Fashion geen retour van [gedaagde] heeft ontvangen en eist in deze procedure betaling van het aankoopbedrag, vermeerderd met rente en kosten. [gedaagde] is verbaasd dat zij in 2026 nog wordt aangesproken op een bestelling uit 2021.
De vordering is verjaard
2.3.
De kantonrechter leest in het verweer van [gedaagde] dat het haar verbaast dat de dagvaarding nu pas, jaren na de bestelling, is uitgebracht, een beroep op verjaring van het vorderingsrecht van Riverty. De kantonrechter volgt [gedaagde] daarin. In artikel 7:28 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat de rechtsvordering tot betaling van de koopprijs bij een consumentenkoop verjaart door verloop van twee jaren. Die termijn gaat lopen vanaf de factuurdatum. De verjaring kan worden gestuit door een schriftelijke aanmaning of mededeling waarin de schuldeiser (Riverty) zich ondubbelzinnig het recht op nakoming (betaling) voorbehoudt. Dit staat in artikel 3:317 lid 1 BW. Riverty heeft bij dagvaarding een aantal betalingsherinneringen overgelegd uit 2022. De laatste daarvan is op 2 mei 2022 verstuurd. Bij repliek heeft Riverty e-mails overgelegd van 14 en 22 mei 2024, waarin aanspraak wordt gemaakt op betaling. Tussen de betalingsherinnering van 2 mei 2022 en het eerstvolgende bericht daarna (van 14 mei 2024) zit meer dan twee jaar tijd.
2.4.
Omdat het vorderingsrecht van Riverty is verjaard, wordt haar vordering afgewezen.
Riverty moet de proceskosten betalen
2.5.
De proceskosten komen voor rekening van Riverty, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die Riverty aan [gedaagde] moet betalen op nihil.
3De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt Riverty in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
51909
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12045142 CV EXPL 26-818
datum uitspraak: 8 mei 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Riverty GmbH, die voorheen handelde onder de naam Afterpay,
vestigingsplaats: Verl (Duitsland),
eiseres,
gemachtigde: Yards Deurwaarderskantoor B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Riverty’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 9 oktober 2025, met bijlagen;
het antwoord;
de repliek, met bijlagen.
2De beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[gedaagde] heeft op 22 december 2021 een bestelling gedaan in de webwinkel van WE Fashion, voor een bedrag van € 64,-. Zij heeft gekozen voor achteraf betalen via (destijds) Afterpay. Afterpay heet nu Riverty.
2.2.
[gedaagde] heeft het aankoopbedrag van € 64,- niet betaald. Zij zegt dat ze de bestelling heeft teruggestuurd, maar dat zij inmiddels, jaren later, geen retourbewijs meer heeft. Riverty zegt dat WE Fashion geen retour van [gedaagde] heeft ontvangen en eist in deze procedure betaling van het aankoopbedrag, vermeerderd met rente en kosten. [gedaagde] is verbaasd dat zij in 2026 nog wordt aangesproken op een bestelling uit 2021.
De vordering is verjaard
2.3.
De kantonrechter leest in het verweer van [gedaagde] dat het haar verbaast dat de dagvaarding nu pas, jaren na de bestelling, is uitgebracht, een beroep op verjaring van het vorderingsrecht van Riverty. De kantonrechter volgt [gedaagde] daarin. In artikel 7:28 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat de rechtsvordering tot betaling van de koopprijs bij een consumentenkoop verjaart door verloop van twee jaren. Die termijn gaat lopen vanaf de factuurdatum. De verjaring kan worden gestuit door een schriftelijke aanmaning of mededeling waarin de schuldeiser (Riverty) zich ondubbelzinnig het recht op nakoming (betaling) voorbehoudt. Dit staat in artikel 3:317 lid 1 BW. Riverty heeft bij dagvaarding een aantal betalingsherinneringen overgelegd uit 2022. De laatste daarvan is op 2 mei 2022 verstuurd. Bij repliek heeft Riverty e-mails overgelegd van 14 en 22 mei 2024, waarin aanspraak wordt gemaakt op betaling. Tussen de betalingsherinnering van 2 mei 2022 en het eerstvolgende bericht daarna (van 14 mei 2024) zit meer dan twee jaar tijd.
2.4.
Omdat het vorderingsrecht van Riverty is verjaard, wordt haar vordering afgewezen.
Riverty moet de proceskosten betalen
2.5.
De proceskosten komen voor rekening van Riverty, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die Riverty aan [gedaagde] moet betalen op nihil.
3De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt Riverty in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
51909