Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:5146

2026-05-08 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht ROT 25/5362
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-05-08
Publicatiedatum
2026-05-06
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
ROT 25/5362
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

De rechtbank komt in deze uitspraak tot de conclusie dat het UWV terecht een uitkering aan eiseres op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) heeft geweigerd, omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (13.905 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


Bestuursrecht



zaaknummer: ROT 25/5362


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2026 in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaatsnaam], eiseres,
(gemachtigde: mr. A. Dogan),


en




de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV,
(gemachtigde: [naam]).



Samenvatting


De rechtbank komt in deze uitspraak tot de conclusie dat het UWV terecht een uitkering aan eiseres op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) heeft geweigerd.





Procesverloop


1.1.
Met het besluit van 25 oktober 2023 (het primaire besluit) heeft het UWV de aanvraag om een WIA-uitkering per 11 juli 2023 (einde wachttijd) afgewezen.



1.2.
Met het besluit van 17 juni 2025 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiseres is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.



1.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eiseres heeft op 14 april 2026 nadere gronden ingediend. In reactie daarop heeft het UWV op 28 april 2026 een aanvullend verweerschrift ingediend met een nadere rapportage van de verzekeringsarts beroep en bezwaar van 24 april 2026.



1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 29 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van partijen.





Totstandkoming van het bestreden besluit


2. Eiseres, laatstelijk werkzaam als receptioniste facility medewerker, heeft zich op 13 juli 2021 ziekgemeld wegens gezondheidsklachten. Op 20 april 2023 heeft eiseres bij het UWV een WIA-uitkering aangevraagd.



2.1.
In het kader van de beoordeling van deze aanvraag heeft een verzekeringsgeneeskundig onderzoek plaatsgevonden. De verzekeringsarts heeft eiseres op 4 oktober 2023 op het spreekuur gezien en in de medische rapportage van 6 oktober 2023 geconcludeerd dat eiseres verminderde functionele mogelijkheden heeft als gevolg van ziekte of gebrek overeenkomstig de functionele mogelijkhedenlijst (FML). In de FML van 6 oktober 2023, geldig vanaf 10 juli 2023, heeft de verzekeringsarts beperkingen aangenomen in de rubrieken persoonlijk functioneren, sociaal functioneren, fysieke omgevingseisen, dynamische handelingen, statische houdingen en werktijden. Vervolgens heeft de arbeidsdeskundige in de rapportage van 20 oktober 2023, met inachtneming van de beperkingen en functionele mogelijkheden van eiseres, geconcludeerd dat eiseres niet geschikt is voor het verrichten van haar eigen werk, maar wel voor een drietal functies. Het loon dat met de middelste van die drie functies (de mediaanfunctie) verdiend kan worden, ligt 28,97% lager dan het loon dat eiseres met haar eigen werk zou kunnen verdienen (het maatmaninkomen). Op grond van de rapportages van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige heeft het UWV met het primaire besluit de WIA-aanvraag van eiseres afgewezen, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt geacht.



2.2.
In het kader van de heroverweging in bezwaar heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de rapportage van 25 maart 2025 geconcludeerd dat op basis van de in bezwaar overgelegde informatie een energetische reden is voor een aanvullende urenbeperking van 4 uur per dag, 20 uur per week. Deze wijziging is neergelegd in de aangepaste FML van 25 maart 2025. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft vervolgens in de rapportage van 10 juni 2025 geconstateerd dat in de rapportage van de primaire arbeidsdeskundige per abuis niet de functie Telefonisch verkoper (SBC-code 315173) is overgenomen. Met inachtneming van de mogelijkheden en beperkingen als verwoord in de aangepaste FML, concludeert de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep dat drie van de vier geduide functies niet langer passend zijn bij de aangepaste belastbaarheid. Na bijduiding van nieuwe gelijksoortige functies, te weten: Administratief medewerker afhandelingen (SBC-code 515080), Receptionist (SBC-code 315120), Telefonisch verkoper (outbound) (SBC-code 315173) en Schadecorrespondent (SBC-code 516080), heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep de mate van arbeidsongeschiktheid in bezwaar nog steeds vastgesteld op minder dan 35%, te weten 30,52%. Vervolgens heeft het UWV het bestreden besluit genomen.





Standpunt van eiseres


3. In beroep heeft eiseres aangevoerd dat in de FML onvoldoende beperkingen zijn aangenomen op het gebied van cognitief en psychisch functioneren, terwijl de verzekeringsarts bezwaar en beroep juist heeft erkend dat bij eiseres sprake is van een ernstige posttraumatische stressstoornis (PTSS) en een somatische symptoomstoornis. Eiseres stelt dat bij PTSS en een somatische symptoomstoornis concentratieproblemen, verminderde cognitieve belastbaarheid, vermijdingsgedrag en verhoogde prikkelbaarheid tot het kernsymptoombeeld behoren. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft volgens eiseres geen aanvullende beperkingen aangenomen die hierop aansluiten. Eiseres voert voorts aan dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet heeft gemotiveerd waarom de bij eiseres bekende slaapapneu niet tot aanvullende beperkingen in de FML leidt op het vlak van concentratie en duurzame beschikbaarheid. Uit de medische literatuur en verzekeringsgeneeskundige richtlijnen is volgens eiseres namelijk bekend dat onbehandelde of slecht behandelde slaapapneu leidt tot verminderde concentratie, verhoogde vermoeidheid en cognitieve achteruitgang overdag. Verder stelt eiseres dat de functie Telefonisch verkoper niet passend is bij de vastgestelde belastbaarheid en dat de functie Schadecorrespondent niet passend is gelet op de belasting op het vlak van afleiding en conflicthantering. Eiseres stelt zich verder op het standpunt dat het vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentage slechts 4,48 procentpunten verwijderd is van de drempelwaarde van 35% en dat het bestreden besluit de last van dit marginale verschil volledig bij eiseres legt zonder de kwetsbare onderdelen van de medische en arbeidsdeskundige beoordeling daarnaar te specificeren. Tot slot verzoekt eiseres de rechtbank een onafhankelijke deskundige te benoemen, waarbij zij verwijst naar het Korošec-arrest (ECLI:CE:ECHR:2015:10081UD007721212).





Toetsingskader


4. Op grond van artikel 5 van de WIA is gedeeltelijk arbeidsgeschikt degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, doch die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.
Op grond van artikel 6, derde lid, wordt onder de genoemde arbeid verstaan alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe de verzekerde met zijn krachten en bekwaamheden in staat is.



Met het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten zijn regels gesteld over de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid op grond van de WIA.





Beoordeling door de rechtbank

5. De rechtbank beoordeelt of het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres per datum in geding 11 juli 2023 terecht heeft vastgesteld op minder dan 35%. Daartoe dient de rechtbank aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden te toetsen of het UWV de medische beperkingen correct heeft vastgesteld en of eiseres, rekening houdend met haar beperkingen, in staat is met gangbare arbeid ten minste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.

6. Het verzekeringsgeneeskundig onderzoek is gebaseerd op het spreekuurcontact met een verzekeringsarts van 4 oktober 2023, dossieronderzoek, de telefonische hoorzitting van 21 maart 2025, hetgeen is gesteld in het bezwaarschrift en de informatie van de behandelend sector. Het medisch onderzoek heeft daarmee naar het oordeel van de rechtbank op voldoende zorgvuldige wijze plaatsgevonden.

7. Wat eiseres in beroep aanvoert, geeft geen reden om het medisch oordeel dat aan het bestreden besluit ten grondslag ligt voor onjuist te houden. Dat er bij eiseres PTSS, een somatische symptoomstoornis en slaapapneu zijn vastgesteld maakt niet dat dus sprake is van te objectiveren beperkingen op cognitief en psychisch vlak, zoals door eiseres wordt aangevoerd. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad; zie bijvoorbeeld de uitspraak van 11 september 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2961) is een diagnose niet doorslaggevend bij de vraag of sprake is van arbeidsongeschiktheid, maar gaat het om te objectiveren beperkingen voor het verrichten van arbeid. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft op inzichtelijke wijze gemotiveerd dat alle medisch objectiveerbare beperkingen in de FML zijn opgenomen en dat deze beperkingen voortvloeien uit de bij eiseres aanwezige medische stoornissen. Ten aanzien van de FML-items uit de rubriek persoonlijk functioneren waar eiseres zich op beroept is niet gebleken dat er te objectiveren klachten zijn vastgesteld bij eiseres die een beperking hiervoor rechtvaardigen.

8. De rechtbank ziet geen aanleiding een deskundige te benoemen, zoals door eiseres bepleit. Eiseres heeft niet met objectieve gegevens onderbouwd waarom in haar geval aan de onpartijdigheid van de (verzekerings)artsen van het UWV moet worden getwijfeld. Verder is van belang dat eiseres in bezwaar en beroep voldoende ruimte gehad tot betwisting van de medische bevindingen van de verzekeringsarts. Zij heeft in bezwaar medische informatie van haar behandelaars overgelegd en de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft deze informatie op inzichtelijke wijze in het oordeel betrokken. Er is daarom geen sprake van schending van het beginsel van ‘equality of arms’. Hieruit volgt dat het gestelde financiële onvermogen van eiseres om een contra-expertise te laten verrichten buiten beschouwing kan worden gelaten. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Raad van 16 mei 2019 (ECLI:NL:CRVB:2019:1742).

9. Het voorgaande betekent dat de rechtbank ervan moet uitgaan dat de beperkingen in de FML juist zijn vastgesteld. De arbeidsdeskundige heeft naar het oordeel van de rechtbank toereikend gemotiveerd dat de geduide functies binnen de door de verzekeringsarts bezwaar en beroep vastgestelde belastbaarheid vallen. In wat eiseres heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de geschiktheid van eiseres voor de geduide functies. Dat eiseres stelt dat de functies Telefonisch verkoper en Schadecorrespondent voor haar niet geschikt zijn, kan de rechtbank niet volgen, nu met deze functies de in de FML vastgestelde belastbaarheid van eiseres niet wordt overschreden. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft voldoende gemotiveerd dat deadlines en handelingstempo geen kenmerkende belastingaspecten zijn binnen deze functies, waardoor er geen signalering op deze aspecten wordt weergegeven. Uit de toelichting bij het FML-item 1.8 blijkt ook dat eiseres deadlines en productiepieken kan hanteren in eenvoudig productiematig/routinematig werk. Eiseres heeft verder ook niet met nieuwe medische stukken onderbouwd dat haar beperkingen verderstrekkend zijn en zij daarom de functies niet kan verrichten.

10. Vergelijking van het inkomen dat eiseres in de voorgehouden functies zou kunnen verdienen met het inkomen dat zij in haar eigen werk zou hebben verdiend als zij niet arbeidsongeschikt was geworden, geeft een verlies aan verdienvermogen te zien van 30,52%. De mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres is dus terecht bepaald op minder dan 35%. Dat eiseres, zoals zij stelt, slechts 4,48 procentpunten verwijderd is van de drempelwaarde van 35%, maakt niet dat aan de motivering van het UWV hogere eisen moet worden gesteld. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen heeft het UWV de WIA-aanvraag van eiseres terecht afgewezen.




Conclusie en gevolgen


11. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.



Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.



Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Haan, rechter, in aanwezigheid van mr. T.T. Nguyen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2026.






De rechter is verhinderd


de uitspraak te ondertekenen.











griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.



Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.