Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:4281

2026-04-03 Civiel recht C/10/712330 / HA RK 25-1248
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-04-03
Publicatiedatum
2026-04-13
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/10/712330 / HA RK 25-1248
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoek voorlopig getuigenverhoor (artikel 196 Rv). Het verzoek voldoet aan de formele eisen van artikel 197 lid 2 Rv. Er is geen verweer gevoerd. De rechtbank wijst het verzoek toe en beveelt een voorlopig getuigenverhoor.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.456 tekens)
RECHTBANK Rotterdam


Team handel en haven



Zaaknummer / rekestnummer: C/10/712330 / HA RK 25-1248




Beschikking van 3 april 2026




in de zaak van





[verzoekster]
,
wonend op een geheim adres,
verzoekster,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
advocaat: mr. F.F. den Ouden,



tegen





[verweerster]
,
wonend op een geheim adres,
verweerster,
hierna te noemen: [verweerster] ,
advocaat: mr. S. Salah-Hashim.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 23 december 2025, met producties;
- de oproepingsbrieven van 18 februari 2026;
- het bericht van 26 maart 2026 van mr. Salah-Hashim.



1.2.
Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden, omdat de advocaat van [verweerster] schriftelijk heeft meegedeeld dat [verweerster] geen bezwaar heeft tegen inwilliging van het verzoek.






2De beoordeling


2.1.

[verzoekster] verzoekt om een voorlopig getuigenverhoor om de betrokkenheid van [verweerster] bij een verkeersongeval dat op 11 december 2024 heeft plaatsgevonden, ter hoogte van de Kralingseweg in Rotterdam, te kunnen vaststellen. [verzoekster] heeft namelijk het voornemen om [verweerster] in een hoofdprocedure aansprakelijk te stellen voor de schade die zij als gevolg van dat ongeval heeft geleden en [verweerster] iedere betrokkenheid daarbij betwist.



2.2.
De personen die [verzoekster] over de omstandigheden van het verkeersongeval wilt doen horen zijn [verweerster] , [naam] en [verzoekster] .



2.3.
Het verzoek van [verzoekster] voldoet aan de formele eisen van artikel 197 lid 2 Rv. Er is geen verweer gevoerd en de rechtbank ziet, materieel, geen redenen voor afwijzing zodat het verzoek wordt toegewezen.



2.4.
Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige gemiddeld ten minste 60 minuten duurt. Als [verzoekster] van mening is dat meer tijd noodzakelijk is, moet zij dit – binnen 14 dagen na dagtekening van deze beschikking – gemotiveerd aan de rechter verzoeken. De namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen moeten ten minste tien dagen voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank worden opgegeven.



2.5.

[verzoekster] moet uiterlijk op de in de beslissing genoemde datum een afschrift van deze beschikking per aangetekende brief of exploot aan [verweerster] doen toekomen.



2.6.
Partijen moeten erop voorbereid zijn dat de rechtbank na afloop van een of meer voorlopige bewijsverrichtingen op verzoek van partijen of een van hen of ambtshalve een mondelinge behandeling kan bevelen om een schikking te beproeven of tot het geven van inlichtingen aan de rechtbank. Tijdens deze mondelinge behandeling kan de rechtbank ook de verdere behandeling van geschillen over de vordering met partijen bespreken.






3De beslissing


De rechtbank



3.1.
beveelt een voorlopig getuigenverhoor,



3.2.
beveelt dat de hiervoor in 2.2 genoemde getuigen worden gehoord in het gebouw van deze rechtbank te Rotterdam voor een nader te noemen rechter, op een nader, in overleg met partijen, vast te stellen datum en tijdstip,



3.3.
bepaalt dat de advocaat van [verzoekster] voor de oproeping van de getuigen zorgt,



3.4.
verzoekt de advocaat van [verzoekster] het oproepingsschema (met de namen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen) tien dagen voor de zittingsdatum aan de rechtbank en aan de wederpartij toe te zenden,



3.5.
bepaalt dat [verzoekster] uiterlijk op 10 april 2026 een afschrift van deze beschikking bij aangetekende brief of exploot moet laten toekomen aan [verweerster] .


Deze beschikking is gegeven door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026.3961/2009