Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:4243

2026-04-16 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht ROT 25/7146
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-04-16
Publicatiedatum
2026-04-13
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
ROT 25/7146
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Pw. Ontheffing van de arbeidsverplichtingen op grond van artikel 9 van de Pw. Betrokkene heeft geen begin van bewijs geleverd voor zijn stelling dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.207 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


Bestuursrecht



zaaknummer: ROT 25/7146


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. N. Talhaoui),


en


het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college
(gemachtigde: mr. T. Baltus).




Procesverloop


1. Met een besluit van 30 januari 2025 (het primaire besluit) heeft het college eiser ontheffing verleend van de arbeidsverplichtingen op grond van artikel 9 van de Participatiewet (Pw) voor de periode van 30 januari 2025 tot en met 29 januari 2026.



1.1.
Met een besluit van 5 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit gegrond verklaard, en de duur van ontheffing verlengd tot 29 januari 2027.



1.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 16 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, mr. O.C. Bozbiyik als waarnemer van de gemachtigde van eiser, Z. Hamidi als tolk, en de gemachtigde van het college, vergezeld door mr. W. Breure.





Beoordeling door de rechtbank

2. In artikel 9, eerste lid, van de Pw zijn de verplichtingen tot arbeidsinschakeling opgenomen. Op grond van het tweede lid kan het college, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichtingen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c. Op grond van het vijfde lid zijn de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, niet van toepassing op de belanghebbende die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

3. Eiser voert tegen het bestreden besluit aan dat het college hem ten onrechte niet een permanente ontheffing op grond van vermeld vijfde lid heeft verleend, althans in strijd met de zorgvuldigheidsnorm niet een verzekeringsgeneeskundig onderzoek heeft doen verrichten naar de noodzaak daartoe.


3.1.
Volgens bestendige jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep zie bijvoorbeeld de uitspraak van 24 juni 2025 (ECLI:NL:CRVB:2025:920) moet de betrokkene die wenst dat de arbeids- en re-integratieverplichtingen niet op hem van toepassing zijn ten minste een begin van bewijs leveren dat hij volledige en duurzaam arbeidsongeschiktheid is. Of betrokkene een begin van bewijs heeft geleverd, wordt beoordeeld op basis van feiten en omstandigheden van het concrete geval. De betrokkene moet stellen wat de aard en omvang van zijn medische beperkingen voor het verrichten van arbeid en re-integratieactiviteiten en zijn herstelmogelijkheden zijn. Hij moet dit onderbouwen door hierover beschikbare medische gegevens te verstrekken en daarbij de nodige duidelijkheid en volledige openheid van zaken geven.



3.2.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser geen begin van bewijs geleverd voor zijn stelling dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. In bezwaar noch in beroep heeft hij een medisch stuk overgelegd waaruit dat zou kunnen worden afgeleid. De enkele stelling dat zijn medische beperkingen en klachten zo ernstig zijn dat dit moet worden aangenomen, betekent niet dat het college zonder begin van bewijs moest overgaan tot het doen uitvoeren van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek, te minder nu eiser, die sinds oktober 2017 in de bijstand loopt, niet eerder werd ontheven van de arbeidsverplichtingen.
Eisers beweerdelijke grote afstand tot de arbeidsmarkt vanwege een taalbarrière en gevorderde leeftijd vormt geen grond voor een ander oordeel, nu dat geen aspecten zijn die betrekking hebben op het medische arbeidsongeschiktheidscriterium.



4. De slotsom is dat het college bij het bestreden besluit eiser terecht geen permanente ontheffing heeft verleend, nu er geen grond was om aan te nemen dat hij voldeed aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 9, vijfde lid, van de Pw. Het beroep moet dan ook ongegrond worden verklaard. Nu het beroep niet slaagt, krijgt eiser geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.






Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.






Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Haan, rechter, in aanwezigheid van R.P. Evegaars, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 16 april 2026.





De rechter is verhinderd


te tekenen.











griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.



Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.



Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.