Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:3515

2026-03-13 Civiel recht; Verbintenissenrecht 10856790 CV EXPL 23-33778
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-03-13
Publicatiedatum
2026-03-31
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
10856790 CV EXPL 23-33778
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Kredietzaak, ambtshalve toetsing. Geen schending verplichtingen kredietgever.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.368 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


locatie Rotterdam



zaaknummer: 10856790 CV EXPL 23-33778



datum uitspraak: 13 maart 2026




Vonnis van de kantonrechter




in de zaak van





[eiseres] B.V.,
vestigingsplaats: Amsterdam,
eiseres,
gemachtigde: BVCM Collections B.V.,



tegen





[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.



De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.





1De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:


de dagvaarding van 12 december 2023, met bijlagen;


de aantekeningen van het mondelinge antwoord;


de rolbeslissing van 31 januari 2025;


de akte uitlating van [eiseres] .






2De beoordeling



Waar gaat deze zaak over?




2.1.

[eiseres] en [gedaagde] hebben een kredietovereenkomst gesloten op basis waarvan [eiseres] aan [gedaagde] een persoonlijke lening van € 12.000,- heeft verstrekt. In de kredietovereenkomst staat dat de (vaste) rente 9,9% per jaar bedraagt, dat de looptijd van de lening gelijk is aan 120 (maand)termijnen en dat [gedaagde] elke maand € 155,15 aan aflossing en rente aan [eiseres] moet betalen. [gedaagde] heeft meerdere termijnbedragen niet op tijd betaald. Daarom heeft [eiseres] de kredietovereenkomst opgezegd en het openstaande kredietbedrag vervroegd opgeëist. Zij eist in deze procedure € 12.269,53 plus de contractuele rente van 9,9% per jaar vanaf 13 december 2023.



2.2.

[gedaagde] heeft de vordering erkend. Zij heeft uitgelegd dat zij het gevorderde bedrag niet in één keer kan betalen, maar een betalingsregeling wil treffen.



Ambtshalve toetsing kredietovereenkomst





2.3.
De vordering is gebaseerd op een consumentenkredietovereenkomst (afdeling 2A van boek 7 BW). De kantonrechter moet daarom ambtshalve toetsen of [eiseres] heeft voldaan aan haar (precontractuele) informatieverplichtingen en op welke wijze zij de kredietwaardigheid van [gedaagde] heeft getoetst. De kantonrechter oordeelt dat [eiseres] [gedaagde] in voldoende mate heeft geïnformeerd, althans dat een eventuele schending van de informatieplicht niet ernstig genoeg is om een deel van de eis af te wijzen. [eiseres] heeft ook de kredietwaardigheid van [gedaagde] voldoende getoetst.



2.4.
De kantonrechter heeft ook onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.



Geen betalingsregeling in dit vonnis





2.5.
De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. Daarvoor moet [eiseres] namelijk toestemming geven en dat heeft zij niet gedaan (artikel 6:29 BW). [gedaagde] kan wel contact opnemen met de gemachtigde van [eiseres] om te vragen of [eiseres] alsnog een betalingsregeling wil afspreken.




[gedaagde] moet rente betalen





2.6.
De contractuele rente wordt toegewezen, omdat dat in de overeenkomst is afgesproken. In de toegewezen hoofdsom is een bedrag van € 72,78 aan vervallen rente opgenomen.




[gedaagde] moet de proceskosten betalen





2.7.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 107,84 aan dagvaardingskosten, € 524,- aan griffierecht, € 432,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.207,84. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.



Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad





2.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.





3De beslissing
De kantonrechter:


3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 12.269,53 met de contractuele rente van 9,9% per jaar vanaf 13 december 2023 tot de dag dat volledig is betaald;



3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.207,84;



3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.



Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
51909