Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:2167
2026-02-20
Civiel recht
11917857 CV EXPL 25-21466
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Incasso van een administratieve boete die is opgelegd door een overheidsorgaan in België.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.153 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11917857 CV EXPL 25-21466
datum uitspraak: 20 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
de buitenlandse publiekrechtelijke rechtspersoon
Stad Antwerpen,
vestigingsplaats: Antwerpen, België,
eiseres,
gemachtigde: Modero Nederland B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die in persoon procedeert.
1De procedure
1.1.
Stad Antwerpen heeft op 16 september 2025 [gedaagde] gedagvaard.
1.2.
[gedaagde] heeft op 15 oktober 2025 gereageerd en de hoofdsom erkend.
1.3.
Stad Antwerpen is in de gelegenheid gesteld een conclusie van repliek te nemen. Dit heeft zij niet gedaan.
2De beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
2.1.
Er is sprake van een internationaal geschil, omdat het gaat om de incasso van een administratieve boete die is opgelegd door een overheidsorgaan in België.
2.2.
De kantonrechter van deze rechtbank is bevoegd van de vordering kennis te nemen. In dit geval zijn er geen verordeningen of verdragen van toepassing die de rechtsmacht van de rechter regelen. Er is ook geen specifieke procedure aangewezen voor dit geschil, zodat de dagvaardingsprocedure moet worden gevolgd. [gedaagde] woont in het arrondissement van de Rechtbank Rotterdam. De civiele rechter van deze rechtbank is daarom bevoegd op grond van artikel 2 Rv. Het geschil zit onder de competentiegrens van de kantonrechter.
2.3.
Belgisch recht is van toepassing, omdat de eis is gebaseerd op een Belgisch publiekrechtelijk besluit.
De eis wordt toegewezen
2.4.
Het besluit van de Stad Antwerpen om [gedaagde] een administratieve boete op te leggen is gebaseerd op de constatering dat een motorvoertuig van [gedaagde] zich heeft bevonden in de door Stad Antwerpen (op basis van een decreet van het Vlaams Parlement en een Besluit van de Vlaamse regering) vastgestelde “Lage Emissiezone”. Dit terwijl het motorvoertuig niet voldeed aan de geldende emissienormen en hij niet in het bezit was van een zogeheten “LEZ-dagpas”. [gedaagde] heeft dit niet betwist. De geëiste hoofdsom van € 228,60 wordt daarom toegewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.5.
[gedaagde] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Stad Antwerpen op € 120,78 aan dagvaardingskosten, € 135,00 aan griffierecht, € 43,00 aan salaris voor de gemachtigde
(1 punt) en € 21,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 320,28. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.6.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Stad Antwerpen dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Stad Antwerpen € 228,60 te betalen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Stad Antwerpen worden begroot op € 320,28;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.A. Hut en in het openbaar uitgesproken.
527
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11917857 CV EXPL 25-21466
datum uitspraak: 20 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
de buitenlandse publiekrechtelijke rechtspersoon
Stad Antwerpen,
vestigingsplaats: Antwerpen, België,
eiseres,
gemachtigde: Modero Nederland B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die in persoon procedeert.
1De procedure
1.1.
Stad Antwerpen heeft op 16 september 2025 [gedaagde] gedagvaard.
1.2.
[gedaagde] heeft op 15 oktober 2025 gereageerd en de hoofdsom erkend.
1.3.
Stad Antwerpen is in de gelegenheid gesteld een conclusie van repliek te nemen. Dit heeft zij niet gedaan.
2De beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
2.1.
Er is sprake van een internationaal geschil, omdat het gaat om de incasso van een administratieve boete die is opgelegd door een overheidsorgaan in België.
2.2.
De kantonrechter van deze rechtbank is bevoegd van de vordering kennis te nemen. In dit geval zijn er geen verordeningen of verdragen van toepassing die de rechtsmacht van de rechter regelen. Er is ook geen specifieke procedure aangewezen voor dit geschil, zodat de dagvaardingsprocedure moet worden gevolgd. [gedaagde] woont in het arrondissement van de Rechtbank Rotterdam. De civiele rechter van deze rechtbank is daarom bevoegd op grond van artikel 2 Rv. Het geschil zit onder de competentiegrens van de kantonrechter.
2.3.
Belgisch recht is van toepassing, omdat de eis is gebaseerd op een Belgisch publiekrechtelijk besluit.
De eis wordt toegewezen
2.4.
Het besluit van de Stad Antwerpen om [gedaagde] een administratieve boete op te leggen is gebaseerd op de constatering dat een motorvoertuig van [gedaagde] zich heeft bevonden in de door Stad Antwerpen (op basis van een decreet van het Vlaams Parlement en een Besluit van de Vlaamse regering) vastgestelde “Lage Emissiezone”. Dit terwijl het motorvoertuig niet voldeed aan de geldende emissienormen en hij niet in het bezit was van een zogeheten “LEZ-dagpas”. [gedaagde] heeft dit niet betwist. De geëiste hoofdsom van € 228,60 wordt daarom toegewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.5.
[gedaagde] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Stad Antwerpen op € 120,78 aan dagvaardingskosten, € 135,00 aan griffierecht, € 43,00 aan salaris voor de gemachtigde
(1 punt) en € 21,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 320,28. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.6.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Stad Antwerpen dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Stad Antwerpen € 228,60 te betalen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Stad Antwerpen worden begroot op € 320,28;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.A. Hut en in het openbaar uitgesproken.
527