Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:1825

2026-02-06 Civiel recht; Verbintenissenrecht 11992692 VV EXPL 25-741
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-02-06
Publicatiedatum
2026-02-24
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Kort geding
Zaaknummer
11992692 VV EXPL 25-741
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Dagvaarding nietig, niet betekend, kort geding

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.439 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


locatie Rotterdam



zaaknummer: 11992692 VV EXPL 25-741



datum uitspraak: 6 februari 2026




Vonnis in kort geding van de kantonrechter




in de zaak van





[eiser]
, die handelt onder de naam [bedrijf 1],
woonplaats: Den Haag,
eiser,
gemachtigde: mr. E. Fransen,



tegen





[gedaagde]
, die handelt onder de naam [bedrijf 2],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
die niet is verschenen.



De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.





1De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:


de conceptdagvaarding in kort geding van [eiser] , met bijlagen;


de e-mails van de gemachtigde van [eiser] van 30 januari 2026.





1.2.
Op 2 februari 2026 heeft een zitting plaatsgevonden, waarbij beide partijen niet zijn verschenen.





2De beoordeling



De dagvaarding is nietig




2.1.

[gedaagde] is niet in deze procedure verschenen. Er wordt echter geen verstek tegen hem verleend (artikel 139 Rv). De dagvaarding voldoet namelijk op een groot aantal punten niet aan de wettelijke vereisten. Het gaat daarbij in elk geval om de volgende formele gebreken (artikel 45 en 11 Rv):


de dagvaarding is niet door middel van een deurwaardersexploot betekend aan [gedaagde] ;


het adres van de rechtbank is niet in de dagvaarding opgenomen;


de rechtsgevolgen wanneer [gedaagde] niet in de procedure verschijnt zijn niet in de dagvaarding vermeld;


de datum en het tijdstip van de zitting zijn niet in de dagvaarding vermeld.






2.2.
De kantonrechter geeft [eiser] niet de gelegenheid om deze gebreken te herstellen. De gebreken zijn namelijk van zo’n aard dat kan worden aangenomen dat de dagvaarding door de gebreken [gedaagde] niet heeft bereikt. Zelfs als deze dagvaarding [gedaagde] wel zou hebben bereikt, kan door de aard van de gebreken, niet van hem worden verwacht dat hij op basis van deze dagvaarding verschijnt. De conclusie is dat de kantonrechter de dagvaarding nietig verklaart (artikel 65, 120 en 121 Rv).




[eiser] moet de proceskosten betalen





2.3.
De proceskosten komen voor rekening van [eiser] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [eiser] aan [gedaagde] moet betalen op € 0,-, omdat [gedaagde] niet in de procedure is verschenen.





3De beslissing
De kantonrechter:


3.1.
verklaart de dagvaarding nietig;



3.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 0,-.


Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
44487




Hoge Raad 9 juni 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD5729