Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:13044

2026-09-01 Civiel recht; Verbintenissenrecht C/10/716578 / HA RK 26-221
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-09-01
Publicatiedatum
2026-10-01
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
C/10/716578 / HA RK 26-221
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Deelgeschil over causaliteit. Verzwikte enkel door gat in wegdek; in hoeverre is de schade het gevolg van het incident? Predispositie. Schending schadebeperkingsplicht door uitblijven operatie.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (28.311 tekens)
RECHTBANK Rotterdam


Team handel & haven




Zaaknummer / rekestnummer: C/10/716578 / HA RK 26-221




Beschikking van 1 september 2026




in de zaak van





[verzoeker]
,
te [woonplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
advocaat: mr. C.M. Diaz,



tegen




GEMEENTE ROTTERDAM,
te Rotterdam,
verwerende partij,
hierna te noemen: de Gemeente,
advocaat: mr. N.P. Jonker.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, met producties 1 t/m 42;
- het verweerschrift, met producties 1 t/m 23;
- de mondelinge behandeling van 30 juni 2026.



1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.






2De feiten


2.1.

[verzoeker] is op 17 mei 2024 in Rotterdam met zijn linkervoet in een gat in het wegdek gestapt. Zijn enkel maakte hierdoor een onnatuurlijke beweging (hierna: het incident). Vervolgens was de enkel gezwollen en pijnlijk.



2.2.
Toen de pijn niet verdween heeft [verzoeker] contact opgenomen met zijn huisarts, die hem pijnstilling adviseerde. [verzoeker] is na paracetamol ook diclofenac en tramadol gaan slikken.



2.3.
Bij e-mail van 6 augustus 2024 heeft het door de Gemeente ingeschakelde schaderegelingsbureau Crawford & Company (hierna: Crawford) laten weten dat de Gemeente de schade ter hand neemt en zal vergoeden.



2.4.
Op 28 november 2024 heeft [verzoeker] een röntgenfoto laten maken van zijn linkerenkel. Daarop was een zeer uitgebreide synoviale chondromatose te zien. Synoviale chondromatose is een zeldzame, in essentie goedaardige afwijking waarbij kleine kraakbeenknobbeltjes/-deeltjes in de synovia (gewrichtsslijmvlies) of in de slijmbeurzen of in de peesschede rond een gewricht kunnen ontstaan. Deze knobbeltjes kunnen inklemmingsklachten veroorzaken. Bij een MRI-scan op 10 maart 2025 werd dat beeld bevestigd.



2.5.
In zijn medisch verslag van 24 maart 2025 stelt [naam 1], orthopedisch chirurg, een operatieve ingreep voor. Daarbij zouden de losgekomen kraakbeenknobbeltjes worden verwijderd. Het beoogde resultaat van die operatie is dat de enkel tot rust komt en de klachten worden weggenomen of verminderd. [verzoeker] is toen op de opnamelijst geplaatst voor een operatie.



2.6.

[verzoeker] is eigenaar van een kapperszaak/barbershop. Vóór het incident werkte hij vijf à zes dagen per week, nadien drie. Hij moet ook meer pauzes nemen en kan minder afspraken inplannen. Partijen hebben een rekenkundige, [naam 2] (hierna: [naam 2]), ingeschakeld om het verlies aan verdienvermogen van [verzoeker] in kaart te brengen (zie hierna ook 2.10). In een verslag van een bespreking die op 1 juli 2025 plaatsvond, schrijft [naam 2] onder meer:



Betrokkene vertelde dat hij in afwachting is van een oproep voor een operatie aan zijn enkel in het Ikazia Ziekenhuis in Rotterdam. Deze operatie zal in principe in de maand augustus of september 2025 plaatsvinden. Dat zal echter in ieder geval na de vakantie van betrokkene zijn, die van 28 juli 2025 tot 20 of 21 augustus 2025 zal duren.





Na de operatie zal betrokkene ongeveer een half jaar moeten revalideren, waarbij hij de eerste zes weken absolute rust zal moeten houden en de eerste drie maanden sowieso niet zal kunnen werken. Daarna zal hij zijn werk in principe opbouwend kunnen hervatten. Of het letsel van betrokkene volledig zal herstellen, is overigens niet bekend.





2.7.
In samenspraak met een arbeidsdeskundige, [naam 3], werd een plan opgesteld om de operatie mogelijk te maken. [naam 4], een kapper die eerder in de zaak van [verzoeker] had gewerkt, zou tijdelijk worden ingehuurd om de zaak gedurende de afwezigheid van [verzoeker] draaiende te houden. [naam 4] heeft daartoe zelf ook een voorstel gedaan. De Gemeente heeft op 15 juli 2025 aanvullend € 5.500,00 bevoorschot aan [verzoeker] om [naam 4] te kunnen inschakelen.



2.8.
Een door partijen ingeschakelde ergotherapeut, [naam 5], die onder meer onderzoek deed naar de werkplek van [verzoeker], schrijft in haar rapport van 23 juli 2025 onder meer:





5Mijn visie




[verzoeker] is een actieve en ondernemende man die zich nu enorm beperkt voelt vanwege zijn enkelklachten. Naar mijn mening is het belangrijk dat [verzoeker] zo snel mogelijk de operatie ondergaat, voordat zijn klachten in zijn rechterbeen, onderrug en linkerheup nog erger worden door overbelasting. Daarnaast gaat hij fysiek achteruit gedurende de tijd dat hij wacht, omdat hij minder beweegt en is hij inmiddels ook aangekomen in gewicht.




2.9.
Op verzoek van beide partijen heeft [naam 6], orthopedisch chirurg, [verzoeker] onderzocht. In zijn rapport van 11 december 2025 schrijft hij onder meer het volgende.



Wat kunnen we nu concluderen op basis van de literatuur?


[…]





Concluderend
kunnen we stellen dat het exacte ontstaansmechanisme van de synoviale chondromatose bij betrokkene niet duidelijk is maar mogelijk in relatie kan staan met een trauma. We kunnen tevens vaststellen dat dit een uiterst zeldzame afwijking is die uiterst zelden door een trauma veroorzaakt wordt maar volledig uitsluiten in de literatuur kunnen we dat niet. Er zijn in feite onvoldoende wetenschappelijke gegevens bij deze zeer zeldzame ziektebeeld om harde conclusies te kunnen trekken.





Een belangrijke overweging daarnaast is naar mijn mening dat betrokkene zo snel mogelijk een operatieve behandeling verdient om de gewrichtsmuizen te verwijderen en secundaire schade te voorkomen. Ik begrijp op geen enkele manier een discussie in het kader van een verzekeringsgeneeskundige kwestie, om een eventuele behandeling uit te stellen! Als arts zou ik daar veel afstand van nemen. De reden is dat secundaire gewrichtsschade kan ontstaan en in de tweede plaats dat er 5% kans is op maligne transformatie en dat er bovendien een redelijk grote recidief kans aanwezig is en daarom is langdurig uitstel gecontra-indiceerd.





Een volgende overweging van mijn kant is dat ik niet begrijp waarom deze expertise nu plaats vindt terwijl er nog geen behandeling bij betrokkene gedaan is waardoor er op geen enkele manier een eindsituatie aanwezig is.





[…]





Diagnose


f. Wat is de diagnose op uw vakgebied? Wilt u daarbij uw differentiaaldiagnostische overweging geven?


De diagnose op mijn vakgebied luidt:


Status na
mogelijke
posttraumatisch ontstane secundaire synoviale chondromatose van de enkel.





De differentiaaldiagnostische overwegingen in deze casus zijn buitengewoon belangrijk. In het kader van beoordeling van de medische expertise staat de causaliteit bovenaan. De causaliteit is hier niet 100% zeker. Zoals ik in mijn beschouwing uiteen gezet heb, is dit ziektebeeld buitengewoon zeldzaam, er zeer weinig casussen aanwezig van de enkel en zeer weinig gedocumenteerde casussen waarin gesproken over een posttraumatische vorm van synoviale chondromatose. Harde conclusies kunnen niet uit de literatuur worden getrokken maar duidelijk is wel dat de spaarzame casussen die er zijn, meestal niet veroorzaakt worden door een trauma. Persoonlijk heb ik ook vraagtekens bij het tijdsverloop sinds het trauma en het ontstaan van de uitgebreide synoviale calcificaties, in zes maanden tijd. Voor een volwassene lijkt mij dat persoonlijk heel kort maar ik kan dat niet met literatuur onderbouwen, zoals in de beschouwing uiteen gezet is, is er literatuur van een kind waarin binnen vier maanden een synoviale chondromatose zich ontwikkelt.


Met andere woorden: het is op dit moment volstrekt niet duidelijk of er een direct causaal verband is tussen het ongeval, en het ontstaan van de synoviale chondromatose maar uitsluiten kunnen we dat ook niet. Daar zullen partijen het mee moeten doen.





2.10.
Ten aanzien van het verlies aan verdienvermogen van [verzoeker] komt [naam 2] in zijn rapport van 15 december 2025 tot de vaststelling van de volgende schadebedragen:









Periode


Bruto schade


Netto schade




17-05-2024 – 31-12-2024


€ 11.587


€ 6.992




01-01-2025 – 30-09-2025


€ 17.338


€ 10.462




Totaal


€ 28.925


€ 17.454








2.11.
In januari 2026 stond een operatie van [verzoeker] gepland. De operatie heeft echter niet plaatsgevonden.



2.12.
In haar “voortgangs-/slotbericht” van 19 februari 2026 schrijft arbeidsdeskundige [naam 3]:



Betrokkene heeft nog steeds geen operatiedatum gepland. Hij legde mij uit dat er nog meer financiële gronden zijn ontstaan voor het uitstellen van die datum. […]





Ik spreek de hoop uit dat u gezamenlijk tot overeenstemming kunt komen over een financieel/juridische oplossing, die een operatie mogelijk maakt. Hierna verbetert na een periode van herstel de belastbaarheid hopelijk dusdanig, dat betrokkene het eigen werk weer kan verrichten.





2.13.
De Gemeente heeft in de periode van 9 september 2024 tot en met 14 juli 2025 in totaal € 32.750,00 bevoorschot onder algemene titel aan [verzoeker]. Aan buitengerechtelijke kosten heeft zij in de periode van 9 september 2024 tot en met 30 maart 2026 in totaal € 14.186,88 bevoorschot.



2.14.
Tot het moment van de mondelinge behandeling heeft [verzoeker] geen operatie ondergaan.






3Het verzoek en het verweer


3.1.

[verzoeker] verzoekt de rechtbank bij wijze van deelgeschil in de zin van artikel 1019w van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv):


te bepalen dat de Gemeente de volledige schades van [verzoeker] dient te vergoeden;


te bepalen dat de Gemeente een aanvullend voorschot dient te betalen ten bedrage van € 40.000,00;


te bepalen dat de Gemeente aanvullend dient te bevoorschotten op buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 12.000,00 exclusief btw;


de kosten van het deelgeschil (voorlopig) te begroten op € 7.723,27, inclusief griffierecht, en de Gemeente te veroordelen de kosten aan [verzoeker] te betalen.




3.2.
De rechtbank begrijpt het eerste verzoek zo dat het de schades betreft die het gevolg zijn van het incident.



3.3.
Aan de verzoeken heeft [verzoeker] het volgende ten grondslag gelegd. De Gemeente heeft bevestigd dat zij de schade van [verzoeker] zal vergoeden. De (deels geschatte) schade van [verzoeker] die in causaal verband staat met het incident bedraagt voorlopig € 65.771,50 en de Gemeente heeft € 19.250,00 bevoorschot. Het tekort bedraagt € 46.521,50; volgens [verzoeker] is het redelijk als hij een voorschot van minimaal € 40.000,00 zou ontvangen. Ter zake van de buitengerechtelijke kosten voert [verzoeker] aan dat het een complexe zaak betreft, dat zijn belangenbehartigers veel tijd aan deze zaak kwijt zijn en dat deze kosten grotendeels nog niet zijn vergoed door de Gemeente.



3.4.
De Gemeente verzet zich tegen toewijzing van het verzoek en voert daartoe ten eerste aan dat de zaak zich niet leent voor behandeling in een deelgeschil. Daarnaast betwist de Gemeente het gestelde causaal verband tussen het door [verzoeker] gestelde letsel, de aanhoudende enkelklachten en het incident, en betwist zij de omvang van de schade en de redelijkheid van het verzochte voorschot. Ten slotte vindt de Gemeente dat de opgevoerde buitengerechtelijke kosten de dubbele redelijkheidstoets niet kunnen doorstaan.






4De beoordeling



Geschiktheid deelgeschil




4.1.

[verzoeker] heeft zich tot de rechtbank gewend met een verzoek als bedoeld in artikel 1019w Rv. In dit artikel is de mogelijkheid van een deelgeschilprocedure opgenomen. De deelgeschilprocedure biedt betrokkenen bij een geschil over schade als gevolg van dood of letsel in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase een eenvoudige en snelle toegang tot de rechter, om de totstandkoming van een minnelijke regeling te bevorderen. In verband hiermee moet de rechtbank eerst beoordelen of de verzochte beslissing kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Ook moet de rechtbank beoordelen of er sprake is van een geschil omtrent een deel van wat partijen verdeeld houdt.



4.2.
De Gemeente heeft aangevoerd dat de verzoeken van [verzoeker] zich niet lenen voor behandeling in een deelgeschil omdat daarmee in wezen het hele geschil tussen partijen is voorgelegd, en niet slechts een deel. De rechtbank gaat daar niet in mee. [verzoeker] heeft geen concreet bedrag aan schadevergoeding verzocht, waardoor in ieder geval op dat punt nog onderhandelingsruimte bestaat. Bij beoordeling van de verzoeken van [verzoeker] wordt dus niet aan het hele geschil tussen partijen een einde gemaakt. Met een oordeel daarover kan de ontstane impasse tussen partijen worden doorbroken en kunnen de onderhandelingen in principe worden voortgezet. Dit betekent dat de rechtbank het verzoek inhoudelijk zal beoordelen.



Aansprakelijkheid





4.3.
Voorop wordt gesteld dat de Gemeente (met zoveel woorden) aansprakelijkheid heeft erkend voor de schade die [verzoeker] lijdt en heeft geleden als gevolg van het incident. Zij heeft het schadetraject opgepakt met de inschakeling van Crawford en vervolgens diverse voorschotten betaald. [verzoeker] heeft tegen die achtergrond onvoldoende gemotiveerd wat zijn belang is bij toewijzing van zijn als eerste punt geformuleerde verzoek. Dat onderdeel van zijn verzoek zal dan ook bij gebrek aan belang worden afgewezen.



Causaliteit





4.4.
Partijen verschillen van inzicht over de vraag in hoeverre vaststaat dat de schade van [verzoeker] het gevolg is van het incident. De stelplicht en bewijslast van het bestaan van dat causaal verband rusten op [verzoeker]. Dat betekent dat het in beginsel aan [verzoeker] is om gemotiveerd te stellen (en bij voldoende gemotiveerde betwisting te bewijzen) dat hij klachten heeft en dat die klachten het gevolg zijn van het incident. Een complicerende factor hierbij is de synoviale chondromatose, die mogelijk al aanwezig was bij [verzoeker] voorafgaand aan het incident.



4.5.
Uit het rapport van [naam 6] volgt dat een causaal verband tussen het incident en de synoviale chondromatose niet kan worden vastgesteld maar ook niet kan worden uitgesloten. Gezien het korte tijdsverloop lijkt het [naam 6] weliswaar onwaarschijnlijk dat de aandoening het gevolg is van het incident, maar mede vanwege de zeldzaamheid van de aandoening kan hij dat dus ook niet uitsluiten.



4.6.
De rechtbank overweegt dat vaststaat dat [verzoeker] voorafgaand aan het incident geen klachten aan zijn enkel had. Mogelijk leed hij al wel aan synoviale chondromatose maar in dat geval had hij er kennelijk geen last van. Voor zover sprake is van een dergelijke predispositie bij [verzoeker], staat die in beginsel niet in de weg aan het aannemen van causaal verband tussen de klachten en het incident. Het schadevergoedingsrecht kent immers als uitgangspunt dat de dader het slachtoffer heeft te nemen zoals hij is. Dat betekent dat als [verzoeker] door een verborgen kwetsbaarheid (zoals de synoviale chondromatose) ernstiger klachten heeft opgelopen door het incident dan anders het geval zou zijn geweest, de Gemeente desalniettemin voor de volledige schade aansprakelijk is. Het incident is in dat geval een ‘trigger’ die de tot dan toe sluimerende synoviale chondromatose openbaart – met bijbehorende klachten.



4.7.
De Gemeente is dus zowel in het geval de synoviale chondromatose al bestond voorafgaand aan het incident (hoewel [verzoeker] toen nog geen klachten ondervond) als in het geval dat die aandoening is ontstaan door het incident aansprakelijk voor de klachten die na het incident zijn ontstaan. De vraag of het incident een trigger van de predispositie of de oorzaak van de aandoening is, is gelet op het voorgaande in dit geval niet van belang. Die vraag blijft waarschijnlijk ook onbeantwoord: de hoop dat een operatie alsnog uitsluitsel op dat punt zal verschaffen kan in ieder geval niet worden afgeleid uit het rapport van [naam 6].



4.8.
Overigens kan een predispositie wel invloed hebben op de omvang van de te vergoeden schade, maar de drempel daarvoor is hoog. Van een dergelijke invloed kan eigenlijk alleen sprake zijn als er concrete aanwijzingen zijn dat verhoogde kwetsbaarheid een slachtoffer op enig moment parten zou hebben gespeeld, wat door de aansprakelijke partij moet worden gesteld en aannemelijk gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank is van dat laatste in ieder geval tot dusverre geen sprake.





Schadebeperkingsplicht





4.9.
Het voorgaande neemt niet weg dat een operatie wordt aangeraden. [naam 6] benadrukt meermaals het grote belang van [verzoeker] bij een operatie op korte termijn ter voorkoming van (verdere) schade en pijn. Dat belang van een operatie voor herstel wordt bovendien onderschreven door orthopeed [naam 1], ergotherapeut [naam 5] en arbeidsdeskundige [naam 3]. Vanaf maart 2025 is [verzoeker] herhaaldelijk gewezen op het belang om op zo kort mogelijke termijn een operatie te ondergaan en daarmee op de mogelijkheid om de looptijd van zijn schade te beperken. Vanuit de Gemeente is zelfs doelgericht bevoorschot om de operatie in financieel opzicht te faciliteren en de operatie stond ook gepland in het ziekenhuis. Desalniettemin heeft een operatie niet plaatsgevonden.



4.10.

[verzoeker] heeft aangegeven dat hij een operatie vanwege financiële risico’s nog niet heeft aangedurfd. De financiële risico’s die hij stelt te hebben als hij een aantal maanden niet kan werken, heeft hij echter onvoldoende gemotiveerd en inzichtelijk gemaakt. [verzoeker] heeft aldus onvoldoende onderbouwd dat het ondergaan van een operatie ondanks de financiële ruimte die de Gemeente hem in dat kader bood en tegen de medische adviezen in voor hem geen optie was. De rechtbank is dan ook van oordeel dat [verzoeker] met het weigeren van een operatie een kans heeft laten liggen om zijn schade mogelijk te beperken en daarmee in beginsel zijn schadebeperkingsplicht heeft geschonden.



4.11.
Of met het eerder laten plaatsvinden van een operatie ook daadwerkelijk de schadelooptijd zou zijn verkort, is niet vast te stellen zolang de operatie niet heeft plaatsgevonden. Het is mogelijk dat, zoals de medici inschatten, een operatie leidt tot klachtenvermindering en (volledig) herstel. [verzoeker] zou zijn werk dan na een onderbreking van een aantal maanden weer (hebben) kunnen oppakken, met een aanzienlijke beperking in de looptijd van de schade tot gevolg. Het is echter ook mogelijk dat een operatie geen of slechts geringe verbetering oplevert. De impact van het uitstel op het schadeverloop is dan beperkt. Aldus kan niet worden vastgesteld in hoeverre de schade (mede) het gevolg is van het (tot dusverre) weigeren van de operatie door [verzoeker].



4.12.
Voorop staat dat de aard van de deelgeschilprocedure met zich brengt dat de deelgeschilrechter zoveel mogelijk uitdrukkelijk en zonder voorbehoud oordeelt. Dit stelt andere eisen aan de beoordeling van een verzoek over een (aanvullend) voorschot dan indien een voorschot in kort geding of provisionele eis in een bodemprocedure zou worden gevorderd (waarin de rechter voorlopig oordeelt). De onzekerheid over het effect van het uitblijven van de operatie op het schadeverloop staat in de weg aan toewijzing van het verzoek van [verzoeker] om een aanvullend voorschot. In het huidige stadium kan immers niet worden vastgesteld dat [verzoeker] aanspraak heeft op schadevergoeding die de reeds door de Gemeente betaalde voorschotten significant overstijgt.



4.13.
Voor nadere bewijslevering is geen plaats, omdat dit buiten het bestek van de deelgeschilprocedure valt. Dergelijke bewijslevering verdraagt zich namelijk niet met het uitgangspunt dat de deelgeschilprocedure eenvoudig, snel en kostenefficiënt moet zijn.



Buitengerechtelijke kosten





4.14.

[verzoeker] verzoekt om een aanvullend voorschot van € 12.000,00 exclusief btw, hetgeen in de praktijk neerkomt op een verzoek tot betaling van € 14.520,00 (inclusief btw).



4.15.
Nu vaststaat dat de Gemeente aansprakelijk is, dient zij in beginsel de buitengerechtelijke kosten van [verzoeker] te vergoeden. Op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW komen buitengerechtelijke kosten voor vergoeding in aanmerking als deze redelijk zijn. Daarbij moet de rechtbank de dubbele redelijkheidstoets hanteren: zowel het inroepen van de rechtsbijstand als de daarvoor gemaakte kosten moeten redelijk zijn. Voor toewijzing van het verzoek om een aanvullend voorschot moet worden vastgesteld dat de buitengerechtelijke kosten die de dubbele redelijkheidstoets doorstaan de reeds door de Gemeente betaalde voorschotten significant overstijgen.



4.16.
De Gemeente heeft er onder meer op gewezen dat zij de kosten van de arbeidsdeskundige, ergotherapeut, orthopeed en rekenkundige heeft gedragen en in totaal al ruim € 14.000,00 aan buitengerechtelijke kosten heeft bevoorschot aan [verzoeker]. Zij meent dat de door [verzoeker] opgevoerde buitengerechtelijke kosten de dubbele redelijkheidstoets niet doorstaan.



4.17.
De rechtbank overweegt dat het kantoor dat [verzoeker] bijstaat veel tijd (98 uur) in rekening heeft gebracht, terwijl de zaak zowel juridisch als qua feitencomplex niet bovenmatig ingewikkeld moet worden geacht. Zo is over de aansprakelijkheid geen discussie geweest. Verder volgt uit de nota’s dat mr. Brouwers het meeste werk in de zaak heeft gestoken. Ondanks het feit dat hij geen advocaat is wordt voor hem een uurtarief gehanteerd van € 255,00 exclusief btw. Dat tarief acht de rechtbank aan de hoge kant, evenals het tarief dat voor mr. Diaz wordt gehanteerd (€ 279,00 exclusief btw). Daarnaast heeft de Gemeente er terecht op gewezen dat volgens de nota een aantal werkzaamheden door “JM” zijn uitgevoerd, waarvoor een uurtarief variërend van € 130,00 tot € 255,00 in rekening wordt gebracht, terwijl het hoogstwaarschijnlijk om administratieve ondersteuning gaat. Dat uurtarief is, gezien de aard van die werkzaamheden, onredelijk hoog.



4.18.
Tegen deze achtergrond is de rechtbank van oordeel dat de kosten aanzienlijk moeten worden gematigd. Zonder concrete bedragen te noemen en zonder in detail in te gaan op alle afzonderlijk in de nota genoemde werkzaamheden en de uitvoerige discussie die partijen op dit punt hebben gevoerd, acht de rechtbank een matiging passend en wel in die mate dat niet kan worden vastgesteld dat de verschuldigde kosten de reeds betaalde voorschotten significant overstijgen. Het verzoek om een aanvullend voorschot op de buitengerechtelijke kosten wordt dan ook afgewezen.



Kosten deelgeschil





4.19.
De rechtbank moet op grond van artikel 1019aa lid 1 Rv de kosten van de deelgeschilprocedure begroten. Dat geldt ook als een verzoek in deelgeschil wordt afgewezen. Alleen als de deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld, hoeven de kosten van de procedure niet te worden begroot. Van deze laatste situatie is in dit geval geen sprake.



4.20.

[verzoeker] maakt aanspraak op een bedrag van € 7.414,27 inclusief btw, te vermeerderen met het griffierecht. Aan griffierecht is een bedrag van € 341,00 in rekening gebracht. [verzoeker] gaat (vermoedelijk abusievelijk) uit van een bedrag van € 309,00. De rechtbank zal uitgaan van het daadwerkelijk in rekening gebrachte bedrag. Op de overige kosten is de dubbele redelijkheidstoets wederom van toepassing. De Gemeente is van mening dat de kosten de dubbele redelijkheidstoets niet doorstaan.



4.21.
De rechtbank is van oordeel dat zowel het urenaantal (21,5) als het uurtarief (€ 285,00 exclusief btw) zoals door [verzoeker] gehanteerd, dient te worden gematigd, mede gezien de beperkte complexiteit van de zaak. De rechtbank acht een tijdsbesteding van 17 uur en een uurtarief van € 245,00 exclusief btw redelijk. De redelijke kosten voor het opstellen van het verzoekschrift en de verdere behandeling van het deelgeschil als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW zullen door de rechtbank dan ook worden begroot op 17 uren × € 245,00 exclusief btw, dus op € 4.165,00 vermeerderd met € 874,65 btw en te vermeerderen met het door [verzoeker] betaalde griffierecht van € 341,00.



4.22.
Een geslaagd beroep van de Gemeente op eigen schuld aan de zijde van [verzoeker] heeft ook consequenties voor de beoordeling van het verzoek van [verzoeker] om de Gemeente in de kosten van het deelgeschil te veroordelen. Nu dat beroep op dit moment nog niet goed kan worden beroordeeld (zie het voorgaande sub 4.11), kan – ondanks het feit dat de Gemeente aansprakelijkheid voor het incident heeft erkend – van veroordeling van de Gemeente in de kosten van het deelgeschil op dit moment ook nog geen sprake zijn. De rechtbank gaat ervan uit dat deze kosten wanneer meer duidelijkheid bestaat over de vraag in welke mate sprake is van eigen schuld aan de zijde van [verzoeker] dienovereenkomstig door de Gemeente zullen worden vergoed.






5De beslissing


De rechtbank



5.1.
begroot de kosten van dit deelgeschil op € 5.380,65 inclusief btw en inclusief het door [verzoeker] betaalde griffierecht;



5.2.
wijst de verzoeken van [verzoeker] voor het overige af.



Deze beschikking is gegeven door mr. K.A. Baggerman en in het openbaar uitgesproken op 1 september 2026.



3533 / 2537