Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:12918

2026-09-14 Civiel recht C/10/723623 / KG ZA 26-775
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-09-14
Publicatiedatum
2026-09-29
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Kort geding
Zaaknummer
C/10/723623 / KG ZA 26-775
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Kort geding. Geldvordering. Voorzieningenrechter rechtbank Rotterdam bevoegd. Ontbreken spoedeisend belang.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (20.093 tekens)
RECHTBANK Rotterdam


Team handel en haven



Zaaknummer: C/10/723623 / KG ZA 26-775




Vonnis in kort geding van 14 september 2026




in de zaak van




ALTRAD SERVICES B.V.,
te Rotterdam,
eiseres,
hierna te noemen: Altrad,
advocaat: mr. G.J.F. Voss,



tegen




CTA CHEMIE- UND TANKANLAGEBAU GMBH & CO. KG,
te Berlijn, Duitsland,
gedaagde,
hierna te noemen: CTA,
vertegenwoordigd door de heer [persoon A] , Rechtsanwalt in Gronau, Duitsland.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 30 juli 2026 met producties 1 tot en met 10
- de betekeningsstukken
- producties 11 tot en met 15 van Altrad- de vermindering van eis
- de conclusie van antwoord van CTA
- producties 1 tot en met 7 van CTA- de mondelinge behandeling van 31 augustus 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt- de pleitnota van Altrad.



1.2.
Aanvankelijk wenste CTA bij conclusie van antwoord een voorwaardelijke eis in reconventie in te stellen. Aan Rechtsanwalt [persoon A] (hierna: [persoon A] ) is voorgehouden dat een eis in reconventie slechts kan worden ingesteld door een partij die bij in het Nederlandse Landelijk Advocaten Tableau ingeschreven advocaat is verschenen, dan wel, ingeval van een advocaat uit een andere Unielidstaat, zoals hier aan de orde, die samenwerkt met een Nederlandse advocaat in de zin van artikel 16 e.v. Advocatenwet. Dat is hier niet het geval. Na hierop te zijn gewezen heeft [persoon A] de voorwaardelijke eis in reconventie ingetrokken. Dit is reeds tot uitdrukking gebracht in de kop van dit vonnis.







2De feiten


2.1.
Altrad houdt zich bezig met industriële dienstverlening op het gebied van onder meer steigerbouw en isolatiewerkzaamheden.



2.2.
CTA is gespecialiseerd in de bouw van opslagtanks voor verschillende toepassingen.



2.3.

Altrad heeft, na verzoek van CTA bij e-mail van 18 september 2024, op 1 oktober 2024 een offerte met nummer [offertenummer] uitgebracht voor het leveren van steigerwerk ten behoeve van de bouw door CTA van een opslagtank (‘thick juice tank’) voor de vestiging in Groningen van suikerfabrikant Cosun Beet Company (hierna: Cosun). Op bladzijde 11 van de offerte verwijst Altrad naar de toepasselijkheid van de door haar gehanteerde algemene voorwaarden van de Vereniging van Steiger-, Hoogwerk- en Betonbekistingsbedrijven VSB van 2 juni 2020 (‘General Terms and Conditions VSB’) (hierna: de AV VSB) die zij ook als bijlage bij de offerte heeft meegestuurd. Op bladzijde 11 van de offerte staat:
“To this offer, all orders to us and all agreements the following conditions shall apply:
- VSB conditions; filed at the registry of the Court of the Central Netherlands under number 94/2020.
Any other conditions are hereby expressly rejected”.




2.4.
In de AV VSB staat, voor zover relevant:


“VI APPLICABLE LAW
Dutch law governs all Agreements between the Contractor [Altrad, opm. vzr.] and the Client [CTA, opm. vzr.], as well as all Agreements arising therefrom and these GTC [de AV VSB, opm. vzr.].




VII COMPETENT COURT

The court with subject-matter jurisdiction in the district in which the Contractor has its registered office has exclusive competence to judge any and all disputes between the Contractor and the Client, unless the Contractor prefers to address the competent court of the Client’s domicile.



(…)






5Payment and credit restriction

5.1
All amounts payable to the Contractor pursuant to these GTC must be made within 30 days of the invoice date, without any set-off and/or suspension for whatever reason, and free of charge, either at the Contractor’s office or by transfer to an IBAN bank account to be designated by the Contractor in the currency stated in the invoice, unless otherwise agreed.
(…)
5.3
If the Client does not fully meet his obligation to pay within the term mentioned in 5.1, he will be in default, without any notice of default being required.
5.4
If the Client is in default with regard to his payment obligations, he will [be, opm. vzr.] obliged to pay to the Contractor, apart from the credit surcharge under 5.2, interest to a percentage of 3 points above the statutory interest valid in the Netherlands, as referred to in art. 119a and art 120 par. 2 of Book 6 of the Dutch Civil Code, on the total amount due and payable, without the Contractor being required to explicitly claim this interest, as well as all legal and other costs resulting from the collection of his Claim. Furthermore, the Client is obliged to fully compensate the losses suffered by the Contractor as a result of the decrease of the invoice currency's rate in relation to the euro as of the moment of non-payment.
The Contractor is at all times entitled to demand that the Client issue a bank guarantee with regard to the amount payable to the Contractor.
(…)”.



2.5.
Bij brief van 15 januari 2025 heeft CTA, naar aanleiding van de ontvangst van de offerte van 1 oktober 2024, de opdracht tot het leveren van het steigerwerk en de engineering voor de opslagtank in Groningen aan Altrad verstrekt. In de opdrachtbrief staat:


“On the basis of our terms and conditions of purchase and your offer [offertenummer] (1. October 2024), we are placing an order with you for the delivery of the following items. It is assumed that the Contractor has satisfied itself of the requirements for the correctness and admissibility of the offer before submitting its offer and that the prices in the offer cover all deliveries and services.



Scope of Services:



(…)




Total price: 141.300,00 € net (without rent prices)




Information: Anchoring the scaffolding to the tank without any welding anchor



Place of delivery: Cosun Beet Company

[vestigingsadres] , [postcode] [vestigingsplaats] (NL)



Site: Thick Juice Tank 2



Delivery dates: approx. April/May 2025 [exact dates still to be agreed]



Delivery: free delivery Groningen



Pricing/Payment: Erection & Dismantling excl. VAT, stated in EUR
14 days with 2% discount



Rent for scaffolding
30 days after date of invoice



(…)”.




2.6.

Altrad heeft in verband met het door haar verrichte werk op 4 juni 2026 drie facturen met nummers [factuurnummer 1] , [factuurnummer 2] en [factuurnummer 3] voor een totaalbedrag van € 243.102,02 aan CTA verstuurd. Na het uitbrengen van de dagvaarding heeft CTA een bedrag van in totaal € 148.314,19 op gemelde facturen voldaan en de facturen tot een bedrag van
€ 94.825,83 onbetaald gelaten. CTA voert inhoudelijk verweer tegen een deel van de resterende gefactureerde posten en zij beroept zich op verrekening, waartegen Altrad zich verzet.








3Het geschil


3.1.
Altrad vordert, na vermindering van eis, om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:


CTA te veroordelen om aan Altrad te betalen in hoofdsom € 94.825,83, althans een in redelijkheid te bepalen voorschot, te vermeerderen met de contractuele rente van 13.15%, althans met de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldatum van de openstaande facturen tot aan de dag der algehele voldoening;


CTA te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ad € 2.995,96, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf heden tot aan de dag der algehele voldoening;


CTA te veroordelen in de kosten van deze procedure, het salaris van de advocaat, het griffierecht en de deurwaarderskosten daaronder begrepen, te vermeerderen met de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de datum van opeisbaarheid, alsmede in de eventuele afwikkelingskosten welke door de deurwaarder aan Altrad worden berekend, indien deze met de executie van het vonnis wordt belast.





3.2.
CTA voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Altrad.






4De beoordeling



Bevoegdheid




4.1.
Voor alle weren stelt CTA dat de voorzieningenrechter van deze rechtbank onbevoegd is om van de geldvordering met nevenvorderingen van Altrad kennis te nemen. Zij stelt daartoe dat zij de toepasselijkheid van de door Altrad gehanteerde AV VSB van de hand heeft gewezen, zodat deze niet van toepassing zijn. Volgens CTA had zij dus voor de rechter van haar vestigingsplaats gedaagd moeten worden. De voorzieningenrechter volgt CTA hierin niet.



4.2.
Bij de beantwoording van de vraag of algemene voorwaarden van toepassing zijn, moet worden gekeken naar de algemene regels met betrekking tot de totstandkoming van overeenkomsten. De hoofdregel van artikel 6:217 BW bepaalt dat daarvoor aanbod en aanvaarding vereist zijn, waarbij uit het feit dat op grond van een onder verwijzing naar algemene voorwaarden gedaan aanbod een overeenkomst tot stand komt, de (stilzwijgende) aanvaarding van die voorwaarden wordt afgeleid. Artikel 6:225 lid 3 BW bepaalt vervolgens dat in het geval dat aanbod en aanvaarding naar verschillende algemene voorwaarden verwijzen, aan de tweede verwijzing geen werking toekomt, wanneer daarbij niet tevens de toepasselijkheid van de in de eerste verwijzing aangegeven algemene voorwaarden uitdrukkelijk van de hand worden gewezen. Op grond van voornoemde bepaling heeft het zogenaamde ‘first shot’ in beginsel voorrang.



4.3.
Allereerst geldt dat de verwijzing naar de AV VSB in de offerte van 1 oktober 2024 van Altrad als een eerste, voldoende duidelijke verwijzing als bedoeld in artikel 6:225 lid 3 BW moet worden aangemerkt. CTA heeft vervolgens op 15 januari 2025 schriftelijk op de offerte van Altrad gereageerd. In de brief van CTA staat dat: “On the basis of our terms and conditions of purchase and your offer [offertenummer] (1. October 2024), we are placing an order with you (…)”. De verwijzing van CTA in haar brief naar de offerte van Altrad maakt aannemelijk dat de in de offerte opgenomen verwijzing van Altrad naar de AV VSB CTA heeft bereikt. CTA heeft te kennen gegeven dat de verwijzing in haar brief naar haar eigen algemene voorwaarden niet bedoeld was om zich op de toepasselijkheid daarvan te beroepen. Volgens CTA heeft zij met die verwijzing enkel de toepasselijkheid van de eerste verwijzing door Altrad naar de AV VSB uitdrukkelijk van de hand willen wijzen (om, zo begrijpt de voorzieningenrechter CTA, daarna terug te vallen op de toepasselijke wettelijke bepalingen).



4.4.

Voor het uitdrukkelijk van de hand wijzen van algemene voorwaarden moet duidelijk zijn dat/welke voorwaarden worden afgewezen. De enkele verwijzing van CTA naar de eigen voorwaarden is daartoe niet voldoende. Weliswaar houdt een dergelijke verwijzing een impliciete afwijzing van de AV VSB in, maar het betreft niet een uitdrukkelijke afwijzing die Altrad niet kon zijn ontgaan, zoals is bedoeld in artikel 6:225 lid 3 BW. Nu gebleken is dat het niet de bedoeling van CTA was om een beroep te doen op de toepasselijkheid van de eigen voorwaarden is ook geen tweede verwijzing ontstaan. Van een ‘battle of forms’ is dan geen sprake. Dit alles leidt ertoe dat de eerste verwijzing van Altrad naar de AV VSB blijft gelden en dat de AV VSB van toepassing zijn op de tussen partijen gesloten overeenkomst ter zake het leveren van steigerwerk ten behoeve van de bouw van een opslagtank voor de vestiging in Groningen van Cosun.
De voorzieningenrechter van deze rechtbank is mitsdien op grond van artikel VII van de AV VSB, gelet op de statutaire zetel van Altrad in Rotterdam, bevoegd om van het voorliggende geschil tussen partijen kennis te nemen, waarbij de rechtsverhouding tussen partijen op grond van artikel VI van de AV VSB wordt beheerst door Nederlands recht.




Geldvordering met nevenvorderingen





4.5.
Met betrekking tot een geldvordering in kort geding is terughoudendheid bij toewijzing op zijn plaats. Bij de beoordeling speelt een rol of de vordering voldoende aannemelijk is, of een onmiddellijke voorziening vereist is en of er een restitutierisico is.



Spoedeisendheid





4.6.
Ten aanzien van het - door CTA gemotiveerd betwiste - spoedeisend belang stelt Altrad dat de weigering van CTA om de voorliggende opeisbare en in de visie van Altrad (voor het meest relevante deel) onbetwiste geldvordering van deze omvang te voldoen Altrad in liquiditeitsproblemen brengt. Een bodemprocedure kan niet alleen om proceseconomische redenen niet worden afgewacht, aldus Altrad, maar ook omdat het tijdsverloop het risico met zich meebrengt dat de verhaalsmogelijkheden van Altrad zullen verslechteren. Daarbij noemt Altrad dat Cosun CTA aansprakelijk heeft gehouden voor de vertraging in het werk, dat Cosun in dat kader ten laste van CTA op vermogensbestanddelen beslag heeft doen leggen en dat naar verwachting claims van Cosun op CTA zullen volgen, wat invloed zal hebben op de liquiditeit van CTA. Volgens Altrad probeert CTA daarom, op oneigenlijke wijze, de schade deels te verleggen naar Altrad.



4.7.
De voorzieningenrechter acht niet aannemelijk dat sprake is van een gave erkende geldvordering die zonder meer voor onmiddellijke toewijzing gereed ligt. CTA heeft verschillende posten die zijn opgenomen in de facturen gemotiveerd betwist en zich voorts beroepen op verrekening. De verrekening ziet op een schadevordering die CTA meent te hebben op Altrad, omdat Altrad, kort samengevat, wanprestatie heeft gepleegd door de steigers niet conform de geldende regelgeving op te bouwen. Tussen de steigers en de wand van de tank was op bepaalde punten een ruimte van meer dan 15 cm, zonder dat een leuning of plank was aangebracht. Dat is in strijd met de geldende regelgeving. In verband met die constatering heeft de (Nederlandse) arbeidsinspectie, gelet op het als gevolg daarvan ontstane risico van valgevaar, het werk op 12 september 2025 stilgelegd. CTA heeft Altrad vervolgens bij e-mail van 18 september 2025 in gebreke gesteld. Het bevel tot stillegging is op 3 maart 2026 ingetrokken. Altrad stelt dat de betwisting van de facturen van CTA onvoldoende onderbouwd en ondeugdelijk is. Zij wijst verder iedere aansprakelijkheid voor schade van de hand. Altrad stelt daarnaast dat een beroep op verrekening op grond van artikel 6:127 lid 2 BW en artikel 5.1 van de AV VSB uitgesloten is, dat zij in de offerte aansprakelijkheid heeft beperkt tot 10% van de orderwaarde en dat zij gevolgschade heeft uitgesloten.



4.8.
Dit geldelijke geschil met nevenvorderingen hangt dus samen met de vraag wie van partijen verantwoordelijk gehouden kan worden voor de problemen die de arbeidsinspectie in september 2025 op het werk heeft geconstateerd, waarop stillegging van het werk volgde, met vertraging tot gevolg en financiële consequenties van dien. Voor de beantwoording van die vraag is nader feitelijk onderzoek nodig, waarvoor een kort geding zich niet leent. Afhankelijk van de vast te stellen feiten zal ook het antwoord op de vraag of en in hoeverre de toepasselijke AV VSB kunnen worden tegengeworpen aan CTA kunnen verschillen. Daarbij verdient reeds opmerking dat Altrad naar voorlopig oordeel nogal makkelijk heen stapt over de (financiële) verantwoordelijkheid die een steigerbouwer in beginsel in dit soort aangelegenheden heeft.



4.9.
In de hiervoor geschetste situatie had het dan ook op de weg van Altrad gelegen om haar stellingen over haar eigen (liquiditeits-)positie en de liquiditeitspositie van CTA, die kunnen bijdragen aan de spoedeisendheid van de resterende nog onvoldoende zekere geldvordering, deugdelijk met stukken te onderbouwen. Dat heeft zij nagelaten. Dat een onmiddellijke voorziening is vereist is hierdoor niet aannemelijk kunnen worden. De geldvordering van Altrad wordt daarom reeds vanwege het ontbreken van spoedeisend belang afgewezen. De nevenvorderingen treffen eenzelfde lot. Aan de materiële beoordeling van deze vorderingen komt de voorzieningenrechter dus niet toe.



Proces- en nakosten





4.10.
Altrad is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van CTA worden begroot op:









- griffierecht


€


3.083,00







- salaris advocaat


€


1.177,00







- nakosten


€


189,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


4.449,00














5De beslissing


De voorzieningenrechter



5.1.
wijst de vorderingen van Altrad af,



5.2.
veroordeelt Altrad in de proceskosten van € 4.449,00, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Altrad niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.










Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten. Het is ondertekend en in het openbaar uitgesproken door mr. Th. Veling op 14 september 2026.














































1734/106