Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:12847
2026-08-26
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/10/713071 / JE RK 26-47 en C/10/724060 / JE RK 26-1508
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verlenging ondertoezichtstelling op verzoek van de gecertificeerde instelling en vaststelling hoofdverblijfplaats op verzoek van de bijzondere curator. Afwijzing verzoek verlenging machtiging uithuisplaatsing. Herbenoeming bijzondere curator. Aanhouding resterende deel verzoek.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (25.893 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/713071 / JE RK 26-47
C/10/724060 / JE RK 26-1508
Datum uitspraak: 26 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en vaststelling hoofdverblijfplaats
in de zaken van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam vader]
,
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] .
mr. R.A.A.H. van Leur, kantoorhoudende in Dordrecht,
hierna te noemen: de bijzondere curator.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
de beschikking van de kinderrechter van 20 mei 2026 met zaaknummer C/10/713071 / JE RK 26-47 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
het verzoekschrift met bijlagen van 29 juli 2026, ontvangen op diezelfde datum en ingeschreven onder zaaknummer C/10/724060 / JE RK 26-1508;
- het verslag met bevindingen van de bijzondere curator van 20 augustus 2026,
ontvangen op diezelfde datum;
- een bericht van de moeder, ontvangen op 7 augustus 2026;
- twee berichten van de moeder, waarvan één met bijlage, ontvangen op
23 augustus 2026;
- een bericht van de moeder, ontvangen op 26 augustus 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
de moeder;
de bijzondere curator;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij de vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft [voornaam minderjarige] bij beschikking van
27 augustus 2025 onder toezicht gesteld tot 27 augustus 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 mei 2026 de machtiging verlengd om [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de vader met gezag tot 27 augustus 2026.
2.5.
Bij beschikking van 20 mei 2026 heeft de kinderrechter benoemd tot bijzondere curator om [voornaam minderjarige] in en buiten rechte te vertegenwoordigen: mr. R.A.A.H. van Leur, voornoemd. De benoeming tot bijzondere curator geldt tot 27 augustus 2026. De behandeling is voor het overig verzochte aangehouden.
3De verzoeken
Het verslag met bevindingen en verzoek van de bijzondere curator, ingediend onder zaaknummer
C/10/713071 / JE RK 26-47 en C/10/724060 / JE RK 26-1508
3.1.
In het verslag met bevindingen van 20 augustus 2026 verzoekt de bijzondere curator de woonplaats van [voornaam minderjarige] te bepalen bij de vader met gezag, omdat daarmee de juridische status in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie. Mocht de kinderrechter de bijzondere curator in dit verzoek niet-ontvankelijk verklaren, dan verzoekt de bijzondere curator om de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de vader met gezag te verlengen voor de duur van een jaar.
Het (nieuwe) verzoek met zaaknummer C/10/724060 / JE RK 26-1508
3.2.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de vader met gezag te verlengen voor de duur van zes maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Het (aangehouden) verzoek met zaaknummer C/10/713071 / JE RK 26-47
3.3.
Op het verzoek van de GI om de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de vader met gezag te verlengen tot 27 augustus 2026 is al beslist bij beschikking van
20 mei 2026. Aan de orde is de bespreking van het verslag met bevindingen en het verzoek van de bijzondere curator van 20 augustus 2026.
4De standpunten
Het standpunt van de bijzondere curator
4.1.
De bijzondere curator heeft het verslag met bevindingen als volgt toegelicht. In de afgelopen periode heeft de bijzondere curator twee keer met [voornaam minderjarige] gesproken en met de ouders (ieder afzonderlijk) een gesprek gevoerd. [voornaam minderjarige] zit klem in de strijd tussen de ouders. Hij houdt van beiden en doet er alles aan om hen gelukkig te maken. De moeder heeft eerder aangegeven dat [voornaam minderjarige] niet bij haar kan wonen. [voornaam minderjarige] verblijft al vier jaar bij de vader. [voornaam minderjarige] heeft alle energie nodig om zich op een gezonde manier te ontwikkelen. Duidelijkheid, met name over de plek waar hij kan blijven wonen, is hierbij noodzakelijk.
4.2.
Daarnaast is het voor [voornaam minderjarige] belangrijk dat hij zijn moeder kan zien. Om dit mogelijk te maken adviseert de bijzondere curator om voor [voornaam minderjarige] een treinabonnement aan te vragen, zodat hij zelfstandig naar Arnhem kan reizen om zijn moeder te bezoeken en om daar eventueel ook zijn vrienden te zien. Mochten de ouders niet in de gelegenheid zijn om [voornaam minderjarige] op zijn eerste reis te begeleiden, dan is de bijzondere curator daartoe bereid. Ook is het van belang dat een coach of buddy voor [voornaam minderjarige] wordt ingezet, die leuke dingen met hem kan doen. Wellicht is de inzet van Villa Pinedo mogelijk. [voornaam minderjarige] is een slimme jongen en hij zou bijvoorbeeld een activiteit als schaken op kunnen pakken.
4.3.
De bijzondere curator heeft verzocht om haar benoeming voort te zetten.
Het standpunt van de GI
4.4.
De GI heeft het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling gehandhaafd. Daarnaast staat de GI achter de inhoud van het verslag en het verzoek van de bijzondere curator om de woonplaats van [voornaam minderjarige] bij de vader te bepalen. Verzocht is om de benoeming van de bijzondere curator voort te zetten voor de duur van drie maanden.
4.5.
Tijdens de vorige zitting was een korte gezinsopname van [voornaam minderjarige] en de moeder aan de orde. De GI heeft in de afgelopen periode contact gezocht met de moeder, maar geen reactie ontvangen. Gelet op het huidige advies van de bijzondere curator vindt de GI het op dit moment niet meer relevant om een gezinsopname in te zetten. [voornaam minderjarige] zit, zoals gezegd, klem tussen zijn ouders, die niet in staat zijn om in zijn belang met elkaar te communiceren. [voornaam minderjarige] vlucht in een gameverslaving. Dit is geen gezond gedrag en [voornaam minderjarige] heeft hulp nodig om meer gezonde bezigheden buitenshuis te zoeken. Hij zou kunnen gaan sporten. Een verlenging van de ondertoezichtstelling voor korte duur is voldoende, zodat de zaak kan worden overgedragen aan het wijkteam. Het wijkteam kan [voornaam minderjarige] verder begeleiden en een gezinscoach aanstellen. Het is in ieder geval belangrijk dat naar zijn wensen en behoeften wordt gekeken, zodat [voornaam minderjarige] zich gesteund voelt.
4.6.
Als er jaarlijks opnieuw een beslissing over de uithuisplaatsing moet worden genomen, wordt [voornaam minderjarige] telkens opnieuw met onduidelijkheid geconfronteerd. Deze situatie heeft te lang geduurd. [voornaam minderjarige] heeft alle recht om zich te settelen. De bepaling van de hoofdverblijfplaats bij de vader geeft [voornaam minderjarige] meer rust en stabiliteit, zodat hij zich op zijn sociale contacten in de omgeving van zijn vader kan richten.
Het standpunt van de moeder
4.7.
De moeder staat achter een verlenging van de ondertoezichtstelling. Zij verzet zich tegen het verzoek van de bijzondere curator om de hoofdverblijfplaats van [voornaam minderjarige] bij de vader te bepalen en tegen de voortzetting van haar benoeming als bijzondere curator.
4.8.
De moeder vindt het verbazingwekkend dat de GI ineens een andere aanpak heeft. Gelet op het eerder uitgebrachte rapport van de Raad voor de Kinderbescherming was de moeder in de veronderstelling dat men van het gezinsplan uit zou gaan. De moeder heeft hier (aantoonbaar) een reactie op gegeven. Omdat de moeder haar poststukken niet meer opent, kan het zijn dat zij niet van alles op de hoogte is. De moeder heeft al eerder aangegeven dat instanties haar alleen via e-mail en telefonisch kunnen benaderen.
4.9.
De moeder heeft ernstige zorgen over de gameverslaving van [voornaam minderjarige] . Hij voelt zich bij de vader niet gelukkig en het gaat daar niet goed met hem. In tegenstelling tot de GI sluit de moeder niet uit dat [voornaam minderjarige] op enig moment wel weer bij haar komt wonen. [voornaam minderjarige] kan minder goed uit de voeten dan zijn leeftijdgenoten. Hij heeft hulp nodig en het is heel verdrietig dat die hulp al zo lang uitblijft. Er is directe interventie - intensieve begeleiding - voor de gameverslaving van [voornaam minderjarige] nodig. De moeder is bereid om haar medewerking te verlenen en zij verzoekt om vervangende toestemming voor hulpverlening. Als de hulpverlening effect heeft, kan [voornaam minderjarige] weer bij de moeder wonen. De moeder hoopt dat [voornaam minderjarige] haar snel weer in Arnhem komt bezoeken. Zij is bereid hem op station Utrecht CS op te vangen, zodat zij samen de reis kunnen vervolgen.
Het standpunt van de vader
4.10.
De vader heeft geen verweer gevoerd tegen de verzoeken. Het is van groot belang dat er rust komt voor [voornaam minderjarige] en dat de jaarlijkse onzekerheid over de woonplaats van [voornaam minderjarige] wordt weggenomen. Hierbij kan het helpend zijn dat [voornaam minderjarige] met iemand kan praten over zijn gamegedrag en dat hij meer eigenwaarde gaat ontwikkelen. Daarnaast vindt de vader het belangrijk dat [voornaam minderjarige] regelmatig zijn moeder kan bezoeken. De vader erkent dat contact tussen [voornaam minderjarige] en de moeder niet van de grond komt, omdat het de ouders niet lukt om met elkaar afspraken de maken over de wijze waarop [voornaam minderjarige] bij de moeder komt.
5De beoordeling
Het verslag met bevindingen en het verzoek van de bijzondere curator, ingediend onder zaaknummer C/10/713071 / JE RK 26-47 en C/10/724060 / JE RK 26-1508
Ontvankelijkheid van het verzoek
5.1.
De kinderrechter overweegt allereerst dat een minderjarige in rechte dient te worden vertegenwoordigd door degene die het gezag over hem uitoefent dan wel (ingevolge artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek) door een bijzondere curator indien er strijd bestaat tussen de belangen van de gezaghebbende ouder(s) en de kind(eren). Een minderjarige is in beginsel handelingsonbekwaam en niet bevoegd zelfstandig te procederen, behoudens de in de wet genoemde uitzonderingen. De kinderrechter heeft de bijzondere curator benoemd om de belangen van [voornaam minderjarige] zowel in als buiten rechte te behartigen, nu hij al jarenlang wordt belast met de strijd tussen zijn ouders. In de benoemingsbeschikking van 20 mei 2026 heeft de kinderrechter de bijzondere curator verzocht met name aandacht te schenken aan de vraag welke stappen genomen zouden moeten worden om [voornaam minderjarige] op de korte en langere termijn duidelijkheid, stabiliteit en rust te bieden. Binnen die opdracht acht de bijzondere curator het in het belang van [voornaam minderjarige] dat zijn woonplaats wordt bepaald. Aangezien de bijzondere curator [voornaam minderjarige] in en buiten rechte kan vertegenwoordigen en verzoeken kan doen waarvoor de minderjarige niet zelfstandig bevoegd is, is zij ontvankelijk in dit verzoek.
Bepaling woonplaats
5.2.
Op basis van de overgelegde stukken en de zitting overweegt de kinderrechter als volgt. [voornaam minderjarige] verblijft sinds 2022 bij de vader in Ridderkerk. Hier heeft hij ook contact met zijn halfbroertje. Vóór het verblijf bij de vader verbleef [voornaam minderjarige] bij de moeder in Arnhem, samen met zijn halfzusje. Bij de moeder had [voornaam minderjarige] vrienden en sportactiviteiten. Helaas lukt het [voornaam minderjarige] bij de vader minder goed om vrienden te maken. De ouders zijn niet in staat om in het belang van [voornaam minderjarige] voldoende met elkaar op een lijn te komen aangaande belangrijke zaken. [voornaam minderjarige] zit klem en lijdt ernstig onder sterke loyaliteitsgevoelens richting beide ouders. De omgang tussen [voornaam minderjarige] en de moeder verloopt zeer onregelmatig, omdat het de ouders niet lukt om afspraken over het halen en brengen te maken.
5.3.
[voornaam minderjarige] verblijft al lange tijd middels een (verlenging) machtiging uithuisplaatsing bij de vader. Tussen de belanghebbenden staat vast dat [voornaam minderjarige] onder de huidige omstandigheden niet bij de moeder kan wonen; zij is van mening dat [voornaam minderjarige] eerst passende behandeling moet krijgen. Het is in het belang van [voornaam minderjarige] dat er nu duidelijkheid komt over waar hij woont en waar hij kan opgroeien. Nu hij niet naar de moeder kan terugkeren, is het het meest passend dat hij bij de vader blijft. Als er echter elk jaar opnieuw – zoals ook de afgelopen jaren - een besluit over de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] moet worden genomen, wordt [voornaam minderjarige] telkens opnieuw geconfronteerd met onduidelijkheid en onzekerheid. Als [voornaam minderjarige] daarentegen duidelijk verneemt dat hij bij zijn vader blijft wonen (waar hij nu al jaren woont), komt er rust en kan hij zich meer richten op school en zijn sociale contacten. Daarbij is ook relevant dat [voornaam minderjarige] inmiddels ruim veertien jaar oud is. Zoals ook door de bijzondere curator gesteld, is het in deze fase van zijn leven belangrijk dat hij los gaat komen van zijn ouders om zich op zijn eigen manier te gaan ontwikkelen richting volwassenheid.
5.4.
Gelet op het voorgaande bepaalt de kinderrechter de woonplaats van [voornaam minderjarige] bij de vader. Nu de kinderrechter de woonplaats van [voornaam minderjarige] heeft bepaald, wordt het meer of anders verzochte afgewezen.
Het (aangehouden) verzoek met zaaknummer C/10/713071 / JE RK 26-47
5.5.
Nu dit verzoek geen belang meer dient, zal de kinderrechter, voorzover hierop niet eerder is beslist, het meer of anders verzochte afwijzen.
Het (nieuwe) verzoek met zaaknummer C/10/724060 / JE RK 26-1508
5.6.
Gelet op de overgelegde stukken en dat wat op de zitting is besproken, is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter overweegt hiertoe als volgt.
5.7.
De ontwikkeling van [voornaam minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd, ook nu zijn woonplaats zal worden vastgesteld. [voornaam minderjarige] ervaart veel spanning in zijn dagelijks functioneren en cijfert zichzelf weg ten behoeve van zijn ouders. [voornaam minderjarige] kampt met een fors loyaliteitsconflict en ervaart weinig ruimte om zijn eigen behoeften en wensen te uiten. Dit heeft geleid tot sombere gedachten, angstklachten en problematisch gamegedrag. Hoewel de ouders beiden graag willen dat het beter gaat met [voornaam minderjarige] , zijn zij onvoldoende in staat om hier gezamenlijk zorg voor te dragen. Het lukt de ouders niet om het conflict te stoppen en het belang van [voornaam minderjarige] op één te zetten. De komende periode is betrokkenheid van een jeugdbeschermer om de regie te voeren daarom nog noodzakelijk.
5.8.
Het is positief dat de ouders achter de suggestie van de bijzondere curator staan om een treinabonnement voor [voornaam minderjarige] aan te schaffen opdat hij zelfstandig naar zijn moeder in Arnhem kan gaan. [voornaam minderjarige] is dan niet meer afhankelijk van vervoer door een van zijn ouders. Daarnaast dient de GI passende hulpverlening in te zetten voor [voornaam minderjarige] , zodat hij zich kan richten op school, sociale contacten en bezigheden buitenshuis, zoals schaken en/of sporten. Gedacht wordt aan de inzet van een jongerencoach of een buddy voor [voornaam minderjarige] en/of aan contact met Villa Pinedo.
5.9.
De ondertoezichtstelling is op grond van het vorenstaande nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van vijf maanden. Hieronder licht de kinderrechter dit nader toe.
5.10.
Omdat de kinderrechter de woonplaats van [voornaam minderjarige] zal bepalen bij de vader, zal het verzoek tot verlenging van de machtiging uithuisplaatsing worden afgewezen.
5.11.
Om het verdere verloop van de situatie van [voornaam minderjarige] te monitoren, zal de kinderrechter het resterende verzoek van de GI van 29 juli 2026 aanhouden tot de hierna genoemde zittingsdatum, met het verzoek aan de GI om uiterlijk op 11 januari 2027 de kinderrechter (met afschrift aan de bijzondere curator en belanghebbenden) schriftelijk te informeren over de stand van zaken op dat moment en het verloop van de in te zetten hulpverlening/begeleiding. Ook wordt verzocht te laten weten of overdracht van de hulpverlening/begeleiding aan het wijkteam mogelijk is.
5.12.
De kinderrechter is van oordeel dat nog sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek en zal daarom opnieuw mr. R.A.A.H. van Leur benoemen als bijzondere curator over [voornaam minderjarige] , om hem ter zake, zowel in als buiten rechte te vertegenwoordigen. De benoeming geldt voor de duur van zes maanden, te weten tot
27 februari 2027.
5.13.
De kinderrechter verzoekt de bijzondere curator de leidraad werkwijze en verslag
bijzondere curatoren op grond van artikel 1:250 BW, zoals gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, in acht te nemen.
5.14.
De bijzondere curator richt het onderzoek en de begeleiding van [voornaam minderjarige] in op de manier die zij passend en nodig vindt. Voor het uitvoeren van de opdracht is het noodzakelijk dat de ouders meewerken aan het verdere onderzoek, dan wel begeleiding van de bijzondere curator. De bijzondere curator krijgt de opdracht om (verder) te onderzoeken wat [voornaam minderjarige] nodig heeft om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. Daarnaast dient zij aandacht te schenken aan de relatie van [voornaam minderjarige] met beide ouders, op de korte en de lange termijn, aan de bezoeken met de moeder, het contact met zijn halfzusje en zijn sociale relaties.
5.15.
De bijzondere curator wordt verzocht om de kinderrechter uiterlijk op
11 januari 2027 schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen, met afschrift aan de GI en de belanghebbenden.
5.16.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
Het verzoek van de bijzondere curator met zaaknummers
C/10/713071 / JE RK 26-47 en C/10/724060 / JE RK 26-1508
6.1.
verklaart de bijzondere curator ontvankelijk in haar verzoek;
6.2.
bepaalt de woonplaats van [voornaam minderjarige] bij de vader met gezag;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte;
Het verzoek met zaaknummer C/10/713071 / JE RK 26-47
6.4.
wijst af het meer of anders verzochte, voor zover hierop niet eerder is beslist;
Het verzoek met zaaknummer C/10/724060 / JE RK 26-1508
6.5.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 27 januari 2027;
6.6.
wijst af het verzoek tot verlenging van de machtiging uithuisplaatsing;
6.7.
benoemt opnieuw tot bijzondere curator om [voornaam minderjarige] in en buiten rechte te vertegenwoordigen:
mr. R.A.A.H. van Leur, kantoorhoudende aan de Vissersdijk Beneden 70, 3319 GW Dordrecht;
6.8.
verzoekt de bijzondere curator al datgene te doen en kenbaar te maken wat zij in het belang van [voornaam minderjarige] nodig acht;
6.9.
bepaalt dat de benoeming tot bijzondere curator geldt voor de duur van zes maanden, te weten tot 27 februari 2027;
6.10.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad
en alvorens verder te beslissen:
6.11.
houdt de behandeling van de zaak met zaaknummer C/10/724060 / JE RK 26-1508 voor het overige aan;
6.12.
roept de GI, de vader, de moeder en de bijzondere curator op voor de zitting van de kinderrechter op 19 januari 2027 om 16 uur in het gerechtsgebouw in Rotterdam, Wilhelminaplein 100-125;
6.13.
de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, verder worden behandeld door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter;
6.14.
verzoekt de GI en de bijzondere curator uiterlijk op 11 januari 2027 de kinderrechter (met afschrift aan de belanghebbenden) de verzochte rapportages te doen toekomen;
6.15.
bepaalt dat ook de belanghebbenden tot 11 januari 2027 stukken kunnen indienen;
6.16.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
6.17.
vraagt de griffie [voornaam minderjarige] op te roepen voor een kindgesprek.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026 door
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van M.A. den Hartog als griffier, en op schrift gesteld op 28 september 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Kamerstukken II 2003/04, 29200 VI, 116
Artikel 1:260 BW
Artikel 1:260, eerste lid, BW
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/713071 / JE RK 26-47
C/10/724060 / JE RK 26-1508
Datum uitspraak: 26 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en vaststelling hoofdverblijfplaats
in de zaken van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam vader]
,
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] .
mr. R.A.A.H. van Leur, kantoorhoudende in Dordrecht,
hierna te noemen: de bijzondere curator.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
de beschikking van de kinderrechter van 20 mei 2026 met zaaknummer C/10/713071 / JE RK 26-47 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
het verzoekschrift met bijlagen van 29 juli 2026, ontvangen op diezelfde datum en ingeschreven onder zaaknummer C/10/724060 / JE RK 26-1508;
- het verslag met bevindingen van de bijzondere curator van 20 augustus 2026,
ontvangen op diezelfde datum;
- een bericht van de moeder, ontvangen op 7 augustus 2026;
- twee berichten van de moeder, waarvan één met bijlage, ontvangen op
23 augustus 2026;
- een bericht van de moeder, ontvangen op 26 augustus 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
de moeder;
de bijzondere curator;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij de vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft [voornaam minderjarige] bij beschikking van
27 augustus 2025 onder toezicht gesteld tot 27 augustus 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 mei 2026 de machtiging verlengd om [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de vader met gezag tot 27 augustus 2026.
2.5.
Bij beschikking van 20 mei 2026 heeft de kinderrechter benoemd tot bijzondere curator om [voornaam minderjarige] in en buiten rechte te vertegenwoordigen: mr. R.A.A.H. van Leur, voornoemd. De benoeming tot bijzondere curator geldt tot 27 augustus 2026. De behandeling is voor het overig verzochte aangehouden.
3De verzoeken
Het verslag met bevindingen en verzoek van de bijzondere curator, ingediend onder zaaknummer
C/10/713071 / JE RK 26-47 en C/10/724060 / JE RK 26-1508
3.1.
In het verslag met bevindingen van 20 augustus 2026 verzoekt de bijzondere curator de woonplaats van [voornaam minderjarige] te bepalen bij de vader met gezag, omdat daarmee de juridische status in overeenstemming wordt gebracht met de feitelijke situatie. Mocht de kinderrechter de bijzondere curator in dit verzoek niet-ontvankelijk verklaren, dan verzoekt de bijzondere curator om de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de vader met gezag te verlengen voor de duur van een jaar.
Het (nieuwe) verzoek met zaaknummer C/10/724060 / JE RK 26-1508
3.2.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de vader met gezag te verlengen voor de duur van zes maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Het (aangehouden) verzoek met zaaknummer C/10/713071 / JE RK 26-47
3.3.
Op het verzoek van de GI om de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de vader met gezag te verlengen tot 27 augustus 2026 is al beslist bij beschikking van
20 mei 2026. Aan de orde is de bespreking van het verslag met bevindingen en het verzoek van de bijzondere curator van 20 augustus 2026.
4De standpunten
Het standpunt van de bijzondere curator
4.1.
De bijzondere curator heeft het verslag met bevindingen als volgt toegelicht. In de afgelopen periode heeft de bijzondere curator twee keer met [voornaam minderjarige] gesproken en met de ouders (ieder afzonderlijk) een gesprek gevoerd. [voornaam minderjarige] zit klem in de strijd tussen de ouders. Hij houdt van beiden en doet er alles aan om hen gelukkig te maken. De moeder heeft eerder aangegeven dat [voornaam minderjarige] niet bij haar kan wonen. [voornaam minderjarige] verblijft al vier jaar bij de vader. [voornaam minderjarige] heeft alle energie nodig om zich op een gezonde manier te ontwikkelen. Duidelijkheid, met name over de plek waar hij kan blijven wonen, is hierbij noodzakelijk.
4.2.
Daarnaast is het voor [voornaam minderjarige] belangrijk dat hij zijn moeder kan zien. Om dit mogelijk te maken adviseert de bijzondere curator om voor [voornaam minderjarige] een treinabonnement aan te vragen, zodat hij zelfstandig naar Arnhem kan reizen om zijn moeder te bezoeken en om daar eventueel ook zijn vrienden te zien. Mochten de ouders niet in de gelegenheid zijn om [voornaam minderjarige] op zijn eerste reis te begeleiden, dan is de bijzondere curator daartoe bereid. Ook is het van belang dat een coach of buddy voor [voornaam minderjarige] wordt ingezet, die leuke dingen met hem kan doen. Wellicht is de inzet van Villa Pinedo mogelijk. [voornaam minderjarige] is een slimme jongen en hij zou bijvoorbeeld een activiteit als schaken op kunnen pakken.
4.3.
De bijzondere curator heeft verzocht om haar benoeming voort te zetten.
Het standpunt van de GI
4.4.
De GI heeft het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling gehandhaafd. Daarnaast staat de GI achter de inhoud van het verslag en het verzoek van de bijzondere curator om de woonplaats van [voornaam minderjarige] bij de vader te bepalen. Verzocht is om de benoeming van de bijzondere curator voort te zetten voor de duur van drie maanden.
4.5.
Tijdens de vorige zitting was een korte gezinsopname van [voornaam minderjarige] en de moeder aan de orde. De GI heeft in de afgelopen periode contact gezocht met de moeder, maar geen reactie ontvangen. Gelet op het huidige advies van de bijzondere curator vindt de GI het op dit moment niet meer relevant om een gezinsopname in te zetten. [voornaam minderjarige] zit, zoals gezegd, klem tussen zijn ouders, die niet in staat zijn om in zijn belang met elkaar te communiceren. [voornaam minderjarige] vlucht in een gameverslaving. Dit is geen gezond gedrag en [voornaam minderjarige] heeft hulp nodig om meer gezonde bezigheden buitenshuis te zoeken. Hij zou kunnen gaan sporten. Een verlenging van de ondertoezichtstelling voor korte duur is voldoende, zodat de zaak kan worden overgedragen aan het wijkteam. Het wijkteam kan [voornaam minderjarige] verder begeleiden en een gezinscoach aanstellen. Het is in ieder geval belangrijk dat naar zijn wensen en behoeften wordt gekeken, zodat [voornaam minderjarige] zich gesteund voelt.
4.6.
Als er jaarlijks opnieuw een beslissing over de uithuisplaatsing moet worden genomen, wordt [voornaam minderjarige] telkens opnieuw met onduidelijkheid geconfronteerd. Deze situatie heeft te lang geduurd. [voornaam minderjarige] heeft alle recht om zich te settelen. De bepaling van de hoofdverblijfplaats bij de vader geeft [voornaam minderjarige] meer rust en stabiliteit, zodat hij zich op zijn sociale contacten in de omgeving van zijn vader kan richten.
Het standpunt van de moeder
4.7.
De moeder staat achter een verlenging van de ondertoezichtstelling. Zij verzet zich tegen het verzoek van de bijzondere curator om de hoofdverblijfplaats van [voornaam minderjarige] bij de vader te bepalen en tegen de voortzetting van haar benoeming als bijzondere curator.
4.8.
De moeder vindt het verbazingwekkend dat de GI ineens een andere aanpak heeft. Gelet op het eerder uitgebrachte rapport van de Raad voor de Kinderbescherming was de moeder in de veronderstelling dat men van het gezinsplan uit zou gaan. De moeder heeft hier (aantoonbaar) een reactie op gegeven. Omdat de moeder haar poststukken niet meer opent, kan het zijn dat zij niet van alles op de hoogte is. De moeder heeft al eerder aangegeven dat instanties haar alleen via e-mail en telefonisch kunnen benaderen.
4.9.
De moeder heeft ernstige zorgen over de gameverslaving van [voornaam minderjarige] . Hij voelt zich bij de vader niet gelukkig en het gaat daar niet goed met hem. In tegenstelling tot de GI sluit de moeder niet uit dat [voornaam minderjarige] op enig moment wel weer bij haar komt wonen. [voornaam minderjarige] kan minder goed uit de voeten dan zijn leeftijdgenoten. Hij heeft hulp nodig en het is heel verdrietig dat die hulp al zo lang uitblijft. Er is directe interventie - intensieve begeleiding - voor de gameverslaving van [voornaam minderjarige] nodig. De moeder is bereid om haar medewerking te verlenen en zij verzoekt om vervangende toestemming voor hulpverlening. Als de hulpverlening effect heeft, kan [voornaam minderjarige] weer bij de moeder wonen. De moeder hoopt dat [voornaam minderjarige] haar snel weer in Arnhem komt bezoeken. Zij is bereid hem op station Utrecht CS op te vangen, zodat zij samen de reis kunnen vervolgen.
Het standpunt van de vader
4.10.
De vader heeft geen verweer gevoerd tegen de verzoeken. Het is van groot belang dat er rust komt voor [voornaam minderjarige] en dat de jaarlijkse onzekerheid over de woonplaats van [voornaam minderjarige] wordt weggenomen. Hierbij kan het helpend zijn dat [voornaam minderjarige] met iemand kan praten over zijn gamegedrag en dat hij meer eigenwaarde gaat ontwikkelen. Daarnaast vindt de vader het belangrijk dat [voornaam minderjarige] regelmatig zijn moeder kan bezoeken. De vader erkent dat contact tussen [voornaam minderjarige] en de moeder niet van de grond komt, omdat het de ouders niet lukt om met elkaar afspraken de maken over de wijze waarop [voornaam minderjarige] bij de moeder komt.
5De beoordeling
Het verslag met bevindingen en het verzoek van de bijzondere curator, ingediend onder zaaknummer C/10/713071 / JE RK 26-47 en C/10/724060 / JE RK 26-1508
Ontvankelijkheid van het verzoek
5.1.
De kinderrechter overweegt allereerst dat een minderjarige in rechte dient te worden vertegenwoordigd door degene die het gezag over hem uitoefent dan wel (ingevolge artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek) door een bijzondere curator indien er strijd bestaat tussen de belangen van de gezaghebbende ouder(s) en de kind(eren). Een minderjarige is in beginsel handelingsonbekwaam en niet bevoegd zelfstandig te procederen, behoudens de in de wet genoemde uitzonderingen. De kinderrechter heeft de bijzondere curator benoemd om de belangen van [voornaam minderjarige] zowel in als buiten rechte te behartigen, nu hij al jarenlang wordt belast met de strijd tussen zijn ouders. In de benoemingsbeschikking van 20 mei 2026 heeft de kinderrechter de bijzondere curator verzocht met name aandacht te schenken aan de vraag welke stappen genomen zouden moeten worden om [voornaam minderjarige] op de korte en langere termijn duidelijkheid, stabiliteit en rust te bieden. Binnen die opdracht acht de bijzondere curator het in het belang van [voornaam minderjarige] dat zijn woonplaats wordt bepaald. Aangezien de bijzondere curator [voornaam minderjarige] in en buiten rechte kan vertegenwoordigen en verzoeken kan doen waarvoor de minderjarige niet zelfstandig bevoegd is, is zij ontvankelijk in dit verzoek.
Bepaling woonplaats
5.2.
Op basis van de overgelegde stukken en de zitting overweegt de kinderrechter als volgt. [voornaam minderjarige] verblijft sinds 2022 bij de vader in Ridderkerk. Hier heeft hij ook contact met zijn halfbroertje. Vóór het verblijf bij de vader verbleef [voornaam minderjarige] bij de moeder in Arnhem, samen met zijn halfzusje. Bij de moeder had [voornaam minderjarige] vrienden en sportactiviteiten. Helaas lukt het [voornaam minderjarige] bij de vader minder goed om vrienden te maken. De ouders zijn niet in staat om in het belang van [voornaam minderjarige] voldoende met elkaar op een lijn te komen aangaande belangrijke zaken. [voornaam minderjarige] zit klem en lijdt ernstig onder sterke loyaliteitsgevoelens richting beide ouders. De omgang tussen [voornaam minderjarige] en de moeder verloopt zeer onregelmatig, omdat het de ouders niet lukt om afspraken over het halen en brengen te maken.
5.3.
[voornaam minderjarige] verblijft al lange tijd middels een (verlenging) machtiging uithuisplaatsing bij de vader. Tussen de belanghebbenden staat vast dat [voornaam minderjarige] onder de huidige omstandigheden niet bij de moeder kan wonen; zij is van mening dat [voornaam minderjarige] eerst passende behandeling moet krijgen. Het is in het belang van [voornaam minderjarige] dat er nu duidelijkheid komt over waar hij woont en waar hij kan opgroeien. Nu hij niet naar de moeder kan terugkeren, is het het meest passend dat hij bij de vader blijft. Als er echter elk jaar opnieuw – zoals ook de afgelopen jaren - een besluit over de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] moet worden genomen, wordt [voornaam minderjarige] telkens opnieuw geconfronteerd met onduidelijkheid en onzekerheid. Als [voornaam minderjarige] daarentegen duidelijk verneemt dat hij bij zijn vader blijft wonen (waar hij nu al jaren woont), komt er rust en kan hij zich meer richten op school en zijn sociale contacten. Daarbij is ook relevant dat [voornaam minderjarige] inmiddels ruim veertien jaar oud is. Zoals ook door de bijzondere curator gesteld, is het in deze fase van zijn leven belangrijk dat hij los gaat komen van zijn ouders om zich op zijn eigen manier te gaan ontwikkelen richting volwassenheid.
5.4.
Gelet op het voorgaande bepaalt de kinderrechter de woonplaats van [voornaam minderjarige] bij de vader. Nu de kinderrechter de woonplaats van [voornaam minderjarige] heeft bepaald, wordt het meer of anders verzochte afgewezen.
Het (aangehouden) verzoek met zaaknummer C/10/713071 / JE RK 26-47
5.5.
Nu dit verzoek geen belang meer dient, zal de kinderrechter, voorzover hierop niet eerder is beslist, het meer of anders verzochte afwijzen.
Het (nieuwe) verzoek met zaaknummer C/10/724060 / JE RK 26-1508
5.6.
Gelet op de overgelegde stukken en dat wat op de zitting is besproken, is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter overweegt hiertoe als volgt.
5.7.
De ontwikkeling van [voornaam minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd, ook nu zijn woonplaats zal worden vastgesteld. [voornaam minderjarige] ervaart veel spanning in zijn dagelijks functioneren en cijfert zichzelf weg ten behoeve van zijn ouders. [voornaam minderjarige] kampt met een fors loyaliteitsconflict en ervaart weinig ruimte om zijn eigen behoeften en wensen te uiten. Dit heeft geleid tot sombere gedachten, angstklachten en problematisch gamegedrag. Hoewel de ouders beiden graag willen dat het beter gaat met [voornaam minderjarige] , zijn zij onvoldoende in staat om hier gezamenlijk zorg voor te dragen. Het lukt de ouders niet om het conflict te stoppen en het belang van [voornaam minderjarige] op één te zetten. De komende periode is betrokkenheid van een jeugdbeschermer om de regie te voeren daarom nog noodzakelijk.
5.8.
Het is positief dat de ouders achter de suggestie van de bijzondere curator staan om een treinabonnement voor [voornaam minderjarige] aan te schaffen opdat hij zelfstandig naar zijn moeder in Arnhem kan gaan. [voornaam minderjarige] is dan niet meer afhankelijk van vervoer door een van zijn ouders. Daarnaast dient de GI passende hulpverlening in te zetten voor [voornaam minderjarige] , zodat hij zich kan richten op school, sociale contacten en bezigheden buitenshuis, zoals schaken en/of sporten. Gedacht wordt aan de inzet van een jongerencoach of een buddy voor [voornaam minderjarige] en/of aan contact met Villa Pinedo.
5.9.
De ondertoezichtstelling is op grond van het vorenstaande nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van vijf maanden. Hieronder licht de kinderrechter dit nader toe.
5.10.
Omdat de kinderrechter de woonplaats van [voornaam minderjarige] zal bepalen bij de vader, zal het verzoek tot verlenging van de machtiging uithuisplaatsing worden afgewezen.
5.11.
Om het verdere verloop van de situatie van [voornaam minderjarige] te monitoren, zal de kinderrechter het resterende verzoek van de GI van 29 juli 2026 aanhouden tot de hierna genoemde zittingsdatum, met het verzoek aan de GI om uiterlijk op 11 januari 2027 de kinderrechter (met afschrift aan de bijzondere curator en belanghebbenden) schriftelijk te informeren over de stand van zaken op dat moment en het verloop van de in te zetten hulpverlening/begeleiding. Ook wordt verzocht te laten weten of overdracht van de hulpverlening/begeleiding aan het wijkteam mogelijk is.
5.12.
De kinderrechter is van oordeel dat nog sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek en zal daarom opnieuw mr. R.A.A.H. van Leur benoemen als bijzondere curator over [voornaam minderjarige] , om hem ter zake, zowel in als buiten rechte te vertegenwoordigen. De benoeming geldt voor de duur van zes maanden, te weten tot
27 februari 2027.
5.13.
De kinderrechter verzoekt de bijzondere curator de leidraad werkwijze en verslag
bijzondere curatoren op grond van artikel 1:250 BW, zoals gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, in acht te nemen.
5.14.
De bijzondere curator richt het onderzoek en de begeleiding van [voornaam minderjarige] in op de manier die zij passend en nodig vindt. Voor het uitvoeren van de opdracht is het noodzakelijk dat de ouders meewerken aan het verdere onderzoek, dan wel begeleiding van de bijzondere curator. De bijzondere curator krijgt de opdracht om (verder) te onderzoeken wat [voornaam minderjarige] nodig heeft om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. Daarnaast dient zij aandacht te schenken aan de relatie van [voornaam minderjarige] met beide ouders, op de korte en de lange termijn, aan de bezoeken met de moeder, het contact met zijn halfzusje en zijn sociale relaties.
5.15.
De bijzondere curator wordt verzocht om de kinderrechter uiterlijk op
11 januari 2027 schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen, met afschrift aan de GI en de belanghebbenden.
5.16.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
Het verzoek van de bijzondere curator met zaaknummers
C/10/713071 / JE RK 26-47 en C/10/724060 / JE RK 26-1508
6.1.
verklaart de bijzondere curator ontvankelijk in haar verzoek;
6.2.
bepaalt de woonplaats van [voornaam minderjarige] bij de vader met gezag;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte;
Het verzoek met zaaknummer C/10/713071 / JE RK 26-47
6.4.
wijst af het meer of anders verzochte, voor zover hierop niet eerder is beslist;
Het verzoek met zaaknummer C/10/724060 / JE RK 26-1508
6.5.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 27 januari 2027;
6.6.
wijst af het verzoek tot verlenging van de machtiging uithuisplaatsing;
6.7.
benoemt opnieuw tot bijzondere curator om [voornaam minderjarige] in en buiten rechte te vertegenwoordigen:
mr. R.A.A.H. van Leur, kantoorhoudende aan de Vissersdijk Beneden 70, 3319 GW Dordrecht;
6.8.
verzoekt de bijzondere curator al datgene te doen en kenbaar te maken wat zij in het belang van [voornaam minderjarige] nodig acht;
6.9.
bepaalt dat de benoeming tot bijzondere curator geldt voor de duur van zes maanden, te weten tot 27 februari 2027;
6.10.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad
en alvorens verder te beslissen:
6.11.
houdt de behandeling van de zaak met zaaknummer C/10/724060 / JE RK 26-1508 voor het overige aan;
6.12.
roept de GI, de vader, de moeder en de bijzondere curator op voor de zitting van de kinderrechter op 19 januari 2027 om 16 uur in het gerechtsgebouw in Rotterdam, Wilhelminaplein 100-125;
6.13.
de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, verder worden behandeld door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter;
6.14.
verzoekt de GI en de bijzondere curator uiterlijk op 11 januari 2027 de kinderrechter (met afschrift aan de belanghebbenden) de verzochte rapportages te doen toekomen;
6.15.
bepaalt dat ook de belanghebbenden tot 11 januari 2027 stukken kunnen indienen;
6.16.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
6.17.
vraagt de griffie [voornaam minderjarige] op te roepen voor een kindgesprek.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026 door
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van M.A. den Hartog als griffier, en op schrift gesteld op 28 september 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Kamerstukken II 2003/04, 29200 VI, 116
Artikel 1:260 BW
Artikel 1:260, eerste lid, BW