Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:12698
2026-08-26
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/10/723520 / JE RK 26-1417
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
verlenging ots + verlening muhp
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (7.926 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/723520 / JE RK 26-1417
Datum uitspraak: 26 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder]
,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres, hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. I.K. Oosterveen, kantoorhoudende in Rotterdam.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 20 juli 2026, ontvangen op diezelfde datum;
het toetsingsadvies van de Raad voor de Kinderbescherming van 3 augustus 2026, ontvangen op 4 augustus 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
- mr. I.K. Oosterveen;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A].
1.3.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2De feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
2.2.
[minderjarige] verblijft bij [zorg instelling].
2.3.
Bij beschikking van 25 augustus 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 27 augustus 2026.
2.4.
Bij beschikking van 27 augustus 2025 heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 27 augustus 2026, maar doordat deze voor een periode van meer dan drie maanden niet is gebruikt is de machtiging van rechtswege vervallen.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
4.1.
De GI wijzigt het verzoek tijdens de mondelinge behandeling, in die zin dat wordt verzocht de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van een jaar. [minderjarige] verblijft nu een maand bij [zorg instelling] in [locatie], waar zij zich gezien en gehoord voelt. [minderjarige] zet zich in om zich aan de regels te houden, is op zoek naar een bijbaan en heeft binnenkort een intakegesprek op een school die ervaring heeft met schooluitval en jongeren die vastlopen. Het is belangrijk dat de GI nog langer betrokken blijft en dat het verblijf van [minderjarige] bij [zorg instelling] wordt gecontinueerd.
4.2.
Mr. I.K. Oosterveen geeft tijdens de mondelinge behandeling aan dat zij de moeder voorafgaand aan de zitting niet heeft kunnen spreken, maar dat zij verwacht dat de moeder geen bezwaar heeft tegen het (gewijzigde) verzoek van de GI. Dat blijkt ook uit de informatie van de GI, die wel met de moeder heeft gesproken en waaruit blijkt dat de moeder instemt met de plaatsing.
5De beoordeling
5.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat de zorgen om [minderjarige] de afgelopen periode aanzienlijk zijn verminderd. [minderjarige] verblijft inmiddels al een maand bij [zorg instelling], waar zij positieve stappen zet en gemotiveerd is om verdere positieve stappen te blijven zetten. De positieve veranderingen zijn nog pril, dus de betrokkenheid van de GI blijft nodig om de situatie en de voortgang te monitoren. Daarnaast is ook een machtiging tot uithuisplaatsing nodig, zodat het verblijf van [minderjarige] bij [zorg instelling] kan worden gecontinueerd.
5.2.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] daarom voor de duur van een jaar. De kinderrechter verleent daarnaast een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van een jaar.
5.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 27 augustus 2027;
6.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 26 augustus 2026 tot 26 augustus 2027;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026 door mr. D.G.J. Roset, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 7 september 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.
Artikel 1:265b, eerste lid, BW.
Artikel 1:260, eerste lid, BW
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/723520 / JE RK 26-1417
Datum uitspraak: 26 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder]
,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres, hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. I.K. Oosterveen, kantoorhoudende in Rotterdam.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 20 juli 2026, ontvangen op diezelfde datum;
het toetsingsadvies van de Raad voor de Kinderbescherming van 3 augustus 2026, ontvangen op 4 augustus 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
- mr. I.K. Oosterveen;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A].
1.3.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2De feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
2.2.
[minderjarige] verblijft bij [zorg instelling].
2.3.
Bij beschikking van 25 augustus 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 27 augustus 2026.
2.4.
Bij beschikking van 27 augustus 2025 heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 27 augustus 2026, maar doordat deze voor een periode van meer dan drie maanden niet is gebruikt is de machtiging van rechtswege vervallen.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
4.1.
De GI wijzigt het verzoek tijdens de mondelinge behandeling, in die zin dat wordt verzocht de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van een jaar. [minderjarige] verblijft nu een maand bij [zorg instelling] in [locatie], waar zij zich gezien en gehoord voelt. [minderjarige] zet zich in om zich aan de regels te houden, is op zoek naar een bijbaan en heeft binnenkort een intakegesprek op een school die ervaring heeft met schooluitval en jongeren die vastlopen. Het is belangrijk dat de GI nog langer betrokken blijft en dat het verblijf van [minderjarige] bij [zorg instelling] wordt gecontinueerd.
4.2.
Mr. I.K. Oosterveen geeft tijdens de mondelinge behandeling aan dat zij de moeder voorafgaand aan de zitting niet heeft kunnen spreken, maar dat zij verwacht dat de moeder geen bezwaar heeft tegen het (gewijzigde) verzoek van de GI. Dat blijkt ook uit de informatie van de GI, die wel met de moeder heeft gesproken en waaruit blijkt dat de moeder instemt met de plaatsing.
5De beoordeling
5.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat de zorgen om [minderjarige] de afgelopen periode aanzienlijk zijn verminderd. [minderjarige] verblijft inmiddels al een maand bij [zorg instelling], waar zij positieve stappen zet en gemotiveerd is om verdere positieve stappen te blijven zetten. De positieve veranderingen zijn nog pril, dus de betrokkenheid van de GI blijft nodig om de situatie en de voortgang te monitoren. Daarnaast is ook een machtiging tot uithuisplaatsing nodig, zodat het verblijf van [minderjarige] bij [zorg instelling] kan worden gecontinueerd.
5.2.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] daarom voor de duur van een jaar. De kinderrechter verleent daarnaast een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van een jaar.
5.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 27 augustus 2027;
6.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 26 augustus 2026 tot 26 augustus 2027;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026 door mr. D.G.J. Roset, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 7 september 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.
Artikel 1:265b, eerste lid, BW.
Artikel 1:260, eerste lid, BW