Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:12674

2026-09-18 Civiel recht; Verbintenissenrecht 11785898 RR FORM 25-66
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-09-18
Publicatiedatum
2026-09-25
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11785898 RR FORM 25-66
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Regelrechter procedure. Vordering tijdens procedure betaald. Incassokosten afgewezen. Proceskostenveroordeling.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.395 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


locatie Rotterdam



zaaknummer: 11785898 RR FORM 25-66



datum uitspraak: 18 september 2026




Vonnis van de regelrechter




in de zaak van





[eiseres]
,
woonplaats: [woonplaats 1] ,
eiseres,
die zelf procedeert,



tegen





[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats 2] , China,
gedaagde,
die zelf procedeert.




De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.






1De procedure

1.1.
Deze zaak wordt behandeld door de regelrechter op basis van het Tijdelijk besluit experiment regelrechter (hierna: Besluit).



1.2.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:


het aanvraagformulier van [eiseres] dat de rechtbank op 9 juli 2025 heeft ontvangen, met bijlagen, en


de e-mail van [gedaagde] van 29 juli 2025, met bijlage;


de eisvermindering van [eiseres] van 4 augustus 2025;


de reactie van [gedaagde] op de eisvermindering van 29 augustus 2025.





1.3.
Op 19 augustus 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. [eiseres] was daarbij aanwezig. [gedaagde] is in verband met haar verblijf in het buitenland aangeboden om de zitting digitaal bij te wonen, maar zij is hier niet op ingegaan en is ook niet verschenen.





2De beoordeling



Waar gaat de zaak over?




2.1.

[eiseres] heeft een woning gehuurd van [gedaagde] in Rotterdam. Partijen hebben in de huurovereenkomst afgesproken dat bepaalde gemeentelijke lasten tussen partijen worden verdeeld. [eiseres] heeft de huurovereenkomst per 1 mei 2025 opgezegd en in dezelfde maand aan [gedaagde] gevraagd om € 475,16 terug te betalen. Dit is het deel van de belastingen dat [gedaagde] nog aan [eiseres] moest betalen. [gedaagde] wilde wachten tot de nieuwe huurders ingeschreven stonden bij de gemeente, omdat [eiseres] mogelijk nog de te veel betaalde belastingen teruggestort zou krijgen. Op 2 juli 2026 heeft [eiseres] na verschillende herinneringen een WhatsApp-bericht gestuurd met het verzoek om uiterlijk aan het einde van de week € 475,16 te betalen. [gedaagde] heeft dit niet op tijd gedaan. [eiseres] heeft op 9 juli 2025 de zaak aangemeld bij de regelrechter. Zij wil dat [gedaagde] € 475,16 aan haar betaald, met incassokosten. Op 29 juli 2025 heeft [gedaagde] (alleen) dit bedrag aan [eiseres] betaald. [eiseres] heeft daarom haar eis verminderd en eist nog de incassokosten en de proceskosten. [gedaagde] wil dit niet betalen.



2.2.
De rechter wijst de incassokosten af en de proceskosten toe. Hieronder wordt dit uitgelegd.



De Nederlandse rechter is bevoegd





2.3.
Omdat [gedaagde] in Hongkong woont, heeft deze procedure een internationaal karakter. Allereerst dient daarom de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is om van deze vordering kennis te nemen. Op grond van artikel 6 sub f van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is de Nederlandse rechter bevoegd om deze zaak te behandelen, omdat het geschil gaat over de woning die [eiseres] van [gedaagde] heeft gehuurd in Rotterdam.



2.4.
Op grond van artikel 4 sub c van de Rome I-Verordening is Nederlands recht van toepassing, omdat de gehuurde woning in Nederland ligt.



De incassokosten worden afgewezen





2.5.
De rechter wijst de incassokosten af, omdat [eiseres] niet genoeg heeft uitgelegd dat zij voor het starten van de procedure kosten heeft gemaakt om [gedaagde] het geld terug te laten betalen. De rechter heeft tijdens de zitting aan [eiseres] gevraagd hoe zij de incassokosten heeft berekend. [eiseres] antwoordde dat ChatGPT heeft aanbevolen om buitengerechtelijke incassokosten te vorderen. Voor de rechter blijkt hieruit dat [eiseres] voor het starten van de procedure geen kosten heeft gemaakt om het geld terug te krijgen van [gedaagde] .




[gedaagde] moet de proceskosten betalen





2.6.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat [eiseres] griffierecht heeft moeten betalen om deze procedure te starten. [gedaagde] heeft pas drie weken na het starten van de procedure haar deel van de belastingen betaald aan [eiseres] . De rechter is van oordeel dat [eiseres] niet te snel overgegaan is tot het starten van de procedure. [gedaagde] kan namelijk niet van [eiseres] verlangen om zonder duidelijke termijn en na verschillende betalingsherinneringen te wachten op de mogelijkheid dat de gemeente aan één van de partijen een deel van de betaalde belastingen zou terugbetalen. De rechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 90,00 aan griffierecht en € 50,- aan onkosten voor de keer dat [eiseres] voor een zitting naar de rechtbank is gekomen (artikel 238 lid 1 Rv). Dat is in totaal € 307,00. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.



2.7.
De hoogte van het griffierecht past bij het deel van de eis dat is toegewezen. Het bedrag dat [eiseres] meer aan griffierecht heeft betaald hoeft [gedaagde] niet te betalen, omdat dat is gebaseerd op het deel van de eis dat is afgewezen. Die kosten waren dus onnodig.





3De beslissing
De rechter:


3.1.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 140,00;



3.2.
wijst al het andere af.


Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
64363




Verordening (EG) Nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst.


Artikel 15 van het Besluit.