Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:12660
2026-09-18
Civiel recht
12242244 CV EXPL 26-13133
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Huur woonruimte. Incident over relatieve bevoegdheid. Forumkeuzebeding mist werking. Verwijzing naar relatief bevoegde rechter.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.485 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12242244 CV EXPL 26-13133
datum uitspraak: 18 september 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[persoon A]
,
woonplaats: [woonplaats] ,
eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident,
gemachtigde: mr. C.C.J. Hiebendaal,
tegen
HUURGARANT.COM B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident,
gemachtigde: mr. P. Smit.
De partijen worden hierna ‘ [persoon A] ’ en ‘Huurgarant’ genoemd.
1De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 11 mei 2026, met bijlagen;
het antwoord met een eis in het incident, met bijlagen;
het antwoord in het incident met een wijziging van eis in de hoofdzaak.
2Waar gaat de zaak over?
2.1.
De zaak gaat over de huurovereenkomst voor de woning aan de [adres] in Noordwijk. [persoon A] verhuurt de woning aan Huurgarant en die onderverhuurt de woning. In de hoofdzaak staan centraal primair de eis tot vernietiging van de huurovereenkomst vanwege dwaling en subsidiair de eis tot ontbinding van de huurovereenkomst vanwege regelmatige en ernstige overlast. [persoon A] eist ook ontruiming van de woning en een gebruiksvergoeding tot en met die datum en verder een vergoeding voor schade aan de woning, nader op te maken bij staat.
2.2.
Huurgarant werpt een incident op over de bevoegdheid van de rechtbank Rotterdam. Zij stelt dat het forumkeuzebeding in de huurovereenkomst geen gevolg heeft en dat de rechtbank Den Haag, locatie Leiden bevoegd is. Huurgarant eist dat de zaak wordt verwezen en dat [persoon A] wordt veroordeeld in de proceskosten. [persoon A] voert geen verweer wat de bevoegdheid betreft. Wel vraagt hij hem niet in de proceskosten te veroordelen omdat de proceshouding van Huurgarant de zaak doet vertragen en [persoon A] langer met problemen laat zitten, terwijl Huurgarant voor het starten van deze zaak de indruk wekte dat het geen probleem is dat de zaak bij de rechtbank Rotterdam wordt gevoerd, aldus [persoon A] .
3De beoordeling
3.1.
De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Den Haag, kamer voor kantonzaken, locatie Leiden (artikel 110 lid 2 Rv). In artikel 11.1 van de huurovereenkomst is weliswaar de rechtbank Rotterdam aangewezen als bevoegde rechter, maar dat forumkeuzebeding heeft geen gevolg omdat deze zaak gaat over huur van woonruimte. In dat geval bepaalt de wet welke rechter exclusief bevoegd is. Bedingen die daarvan afwijken hebben geen gevolg (artikelen 108 lid 2 en 103 tweede zin Rv). Hierop zijn twee uitzonderingen, maar die doen zich hier niet voor. De wet wijst als bevoegde rechter aan de rechter binnen wiens rechtsgebied de woning is gelegen (artikel 103 Rv). Dat is in dit geval Noordwijk en Noordwijk valt onder het rechtsgebied van de rechtbank Den Haag, locatie Leiden.
3.2.
De proceskosten in het incident komen voor rekening van [persoon A] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter ziet geen reden om van deze hoofdregel af te wijken. De wet is duidelijk over de bevoegdheid van de rechter en over de mogelijkheden van een forumkeuze door de partijen. Toch is [persoon A] de zaak gestart bij een andere rechtbank dan de bevoegde rechtbank. De proceskosten die hij moet betalen aan Huurgarant worden begroot op € 217,00 aan gemachtigdensalaris.
4De beslissing
De kantonrechter:
4.1.
verklaart zich onbevoegd om van het onderhavige geschil kennis te nemen;
4.2.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Den Haag, kamer voor kantonzaken, locatie Leiden;
4.3.
veroordeelt [persoon A] in de kosten van het incident, die aan de kant van Huurgarant worden begroot op € 217,00.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
34286
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12242244 CV EXPL 26-13133
datum uitspraak: 18 september 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[persoon A]
,
woonplaats: [woonplaats] ,
eiser in de hoofdzaak, verweerder in het incident,
gemachtigde: mr. C.C.J. Hiebendaal,
tegen
HUURGARANT.COM B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident,
gemachtigde: mr. P. Smit.
De partijen worden hierna ‘ [persoon A] ’ en ‘Huurgarant’ genoemd.
1De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 11 mei 2026, met bijlagen;
het antwoord met een eis in het incident, met bijlagen;
het antwoord in het incident met een wijziging van eis in de hoofdzaak.
2Waar gaat de zaak over?
2.1.
De zaak gaat over de huurovereenkomst voor de woning aan de [adres] in Noordwijk. [persoon A] verhuurt de woning aan Huurgarant en die onderverhuurt de woning. In de hoofdzaak staan centraal primair de eis tot vernietiging van de huurovereenkomst vanwege dwaling en subsidiair de eis tot ontbinding van de huurovereenkomst vanwege regelmatige en ernstige overlast. [persoon A] eist ook ontruiming van de woning en een gebruiksvergoeding tot en met die datum en verder een vergoeding voor schade aan de woning, nader op te maken bij staat.
2.2.
Huurgarant werpt een incident op over de bevoegdheid van de rechtbank Rotterdam. Zij stelt dat het forumkeuzebeding in de huurovereenkomst geen gevolg heeft en dat de rechtbank Den Haag, locatie Leiden bevoegd is. Huurgarant eist dat de zaak wordt verwezen en dat [persoon A] wordt veroordeeld in de proceskosten. [persoon A] voert geen verweer wat de bevoegdheid betreft. Wel vraagt hij hem niet in de proceskosten te veroordelen omdat de proceshouding van Huurgarant de zaak doet vertragen en [persoon A] langer met problemen laat zitten, terwijl Huurgarant voor het starten van deze zaak de indruk wekte dat het geen probleem is dat de zaak bij de rechtbank Rotterdam wordt gevoerd, aldus [persoon A] .
3De beoordeling
3.1.
De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Den Haag, kamer voor kantonzaken, locatie Leiden (artikel 110 lid 2 Rv). In artikel 11.1 van de huurovereenkomst is weliswaar de rechtbank Rotterdam aangewezen als bevoegde rechter, maar dat forumkeuzebeding heeft geen gevolg omdat deze zaak gaat over huur van woonruimte. In dat geval bepaalt de wet welke rechter exclusief bevoegd is. Bedingen die daarvan afwijken hebben geen gevolg (artikelen 108 lid 2 en 103 tweede zin Rv). Hierop zijn twee uitzonderingen, maar die doen zich hier niet voor. De wet wijst als bevoegde rechter aan de rechter binnen wiens rechtsgebied de woning is gelegen (artikel 103 Rv). Dat is in dit geval Noordwijk en Noordwijk valt onder het rechtsgebied van de rechtbank Den Haag, locatie Leiden.
3.2.
De proceskosten in het incident komen voor rekening van [persoon A] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter ziet geen reden om van deze hoofdregel af te wijken. De wet is duidelijk over de bevoegdheid van de rechter en over de mogelijkheden van een forumkeuze door de partijen. Toch is [persoon A] de zaak gestart bij een andere rechtbank dan de bevoegde rechtbank. De proceskosten die hij moet betalen aan Huurgarant worden begroot op € 217,00 aan gemachtigdensalaris.
4De beslissing
De kantonrechter:
4.1.
verklaart zich onbevoegd om van het onderhavige geschil kennis te nemen;
4.2.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Den Haag, kamer voor kantonzaken, locatie Leiden;
4.3.
veroordeelt [persoon A] in de kosten van het incident, die aan de kant van Huurgarant worden begroot op € 217,00.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
34286