Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:12599

2026-09-23 Civiel recht; Verbintenissenrecht C/10/709433 / HA ZA 25-958
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-09-23
Publicatiedatum
2026-09-24
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
C/10/709433 / HA ZA 25-958
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzekeringsrecht. Evenementenverzekering voor meerdaags festival. Dekking voor (extreme) weersomstandigheden. Regenval in dagen voorafgaand aan start festival. Maatregelen om festival (in afgeslankte vorm) te kunnen laten doorgaan. Geen sprake van organisatorische gebreken als grond voor beroep op uitsluiting. Begroting schade; nadere uitlating over een specifieke schadepost.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (47.317 tekens)
RECHTBANK Rotterdam


Team handel en haven



Zaaknummer: C/10/709433 / HA ZA 25-958




Vonnis van 23 september 2026




in de zaak van




INTENTS EVENTS B.V.,
te Oisterwijk,
eisende partij,
hierna te noemen: Intents,
advocaat: mr. E.J. Eijsberg,



tegen





1NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,

te Den Haag,2. HDI GLOBAL SPECIALTY SE,
te Hannover,3. ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
te Apeldoorn,4. LIBERTY MUTUAL INSURANCE EUROPE SE,
te Leudelange,5. HISCOX SA,
te Luxemburg,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: Nationale-Nederlanden c.s.,
advocaat: mr. P.C. Knijp.







1De zaak in het kort


Intents organiseert jaarlijks het gelijknamige dance festival. Vlak voor de editie van 2024 is veel regen gevallen op het festivalterrein, waardoor wateroverlast ontstond. Intents heeft verschillende maatregelen genomen om het festival te kunnen laten doorgaan. De kosten daarvan claimt zij bij Nationale-Nederlanden c.s., bij wie zij een zogenoemde ‘evenementenverzekering’ heeft afgesloten. Nationale-Nederlanden c.s. hebben uitkering geweigerd. De rechtbank is van oordeel dat die weigering niet terecht is. Nationale-Nederlanden c.s. moeten dus tot uitkering overgaan. Het precieze bedrag van die uitkering kan echter nog niet worden vastgesteld, omdat Intents haar eis op een specifiek onderdeel nog nader moet toelichten.







2De procedure


2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaardingen van 22 en 23 oktober 2025, met producties;- de conclusie van antwoord, met producties;- de oproepingsbrief van de rechtbank voor de mondelinge behandeling;
- de e-mail van de rechtbank van 28 mei 2026 met een zittingsagenda;
- de nadere producties 20 t/m 22 van Intents;
- de mondelinge behandeling van 7 juli 2026;
- de pleitaantekeningen van de beide advocaten.



2.2.
Aan het slot van de mondelinge behandeling is bepaald dat vonnis wordt gewezen.






3De feiten


3.1.
Intents organiseert sinds 2004 jaarlijks het dancefestival Intents Festival in Den Donk. Dit is een meerdaags festival op een terrein waarvan ook een deel gebruikt wordt als campingterrein voor de bezoekers.



3.2.
Nationale-Nederlanden c.s. zijn verzekeraars.



3.3.
Intents heeft voor de editie van 2024 met Nationale-Nederlanden c.s. (en een zesde verzekeraar, die in deze procedure niet van belang is) een verzekeringsovereenkomst gesloten. Het betreft een zogenoemde ‘evenementenverzekering’. De verzekering is op de beurs tot stand gekomen door tussenkomst van makelaar No Risk. Nationale-Nederlanden c.s. participeren in de verzekering met de volgende aandelen:


Nationale-Nederlanden 30,0%
HDI 25,0%
Achmea 12,5%
Liberty 15,0%
Hiscox 7,5%




3.4.
Het polisblad vermeldt onder meer het volgende:


“Verzekerde(n) […]
Intents Festival 2024
Festival
Datum: 31-05-2024
Aantal dagen: 3
[…]

Verzekerd(e) bedrag(en) Annulering

[…]
Extreem weer dekking meegenomen: Ja
[…]

Verlies van inkomsten

[…]
[…]

Bijzonderheden De dekking is inclusief op- en afbouwdagen
[…]

NR147 – Insluiting Weersomstandigheden

Verzekeraar vergoedt de gemaakte onkosten in geval van afgelasting, uitstel/onderbreking
of voortijdige beëindiging als gevolg van weersomstandigheden. Deze weersomstandigheden dienen zodanig te zijn dat zij een ernstige bedreiging vormen voor de veiligheid van degenen die het evenement bij wonen. De besluitvorming hierover dient te geschieden in gezamenlijk overleg tussen de organisator, (lokale) overheid en/of hulpdiensten.
Het besluit dient schriftelijk te worden vastgelegd.



Indien er sprake is van een claim op de verzekering dient verzekerde aan te tonen dat
bovengenoemde besluitvorming heeft plaatsgevonden. Kan verzekerde dit niet aantonen, zal geen uitkering plaatsvinden op grond van deze clausule.”




3.5.
Op de verzekering zijn de “Voorwaarden aflopende evenementenverzekering” met nummer NR0323EVB (hierna: de voorwaarden) van toepassing. Deze luiden, voor zover van belang, als volgt:


“2. Wat is verzekerd?
[…]



2.1


Annulering

[…]

Waarvoor bent u verzekerd?

U bent verzekerd voor kosten die u heeft gemaakt en extra kosten die u nog moet maken, omdat u door een gebeurtenis en/of omstandigheid buiten uw wil uw evenement moet afgelasten, uitstellen, onderbreken, naar een andere tijd of locatie moet verplaatsen, slechts gedeeltelijk of in beperkte vorm doorgang kan laten vinden, of vroegtijdig moet beëindigen, of als het gebouw of de (buiten)locatie niet meer gebruikt kan worden om het evenement te houden. […] Als het evenement deels is doorgegaan, dan worden de kosten pro rata vergoed. […]



Als u bepaalde kosten kan maken om te voorkomen dat het evenement moet worden afgelast, uitgesteld, onderbroken, naar een andere tijd of locatie moet worden verplaatst, slechts gedeeltelijk of in beperkte vorm doorgang kan vinden, of het vroegtijdig moet worden beëindigd, dan komen deze kosten voor vergoeding in aanmerking.



Annulering door weersomstandigheden en non-appearance is alleen meeverzekerd als dat in uw polis staat. […]




Weersomstandigheden verzekeren

[…] U moet voor het afgelasten, uitstellen, onderbreken, naar een andere tijd of locatie verplaatsen, slechts gedeeltelijk of in beperkte vorm doorgang laten vinden of het vroegtijdig beëindigen door weersomstandigheden een aparte dekking hebben verzekerd. Heeft u dit verzekerd, dan is deze schade, ontstaan door of verband houdend met zodanige weersomstandigheden, direct voor of tijdens het evenement, verzekerd.



De besluitvorming over het afgelasten, uitstellen, onderbreken, naar een andere tijd of locatie verplaatsen, slechts gedeeltelijk of in beperkte vorm doorgang laten vinden of het vroegtijdig beëindigen dient te geschieden in gezamenlijk overleg tussen organisator, (lokale) overheid, expert en/of hulpdiensten. Het besluit dient schriftelijk te worden vastgelegd. Het gaat hier niet om een document van een overheidsdienst per se, maar om de vastlegging van het besluitvormingsproces tussen de verschillende betrokkenen. Indien u een claim indient op de verzekering dient u aan te tonen dat deze besluitvorming heeft plaatsgevonden. Kunt u dit niet aantonen, dan zal er geen uitkering plaatsvinden. […]




Wat is niet verzekerd onder Annulering?

Voor de rubriek Annulering gelden naast de algemene uitsluitingen (artikel 3) de hieronder genoemde uitsluitingen:

- Financiële of organisatorische problemen

Niet verzekerd is schade ontstaan door of verband houdend met financiële, organisatorische of soortgelijke problemen die zijn ontstaan bij de verzekerde, de organisatie of de deelnemers.
[…]

- Geen vergunning en/of toestemming van autoriteiten
Niet verzekerd is schade ontstaan door of verband houdend met het niet of niet op tijd krijgen van de voor het evenement vereiste vergunning of toestemming van de bevoegde autoriteit(en). Ook als dit alleen voor een deel van het evenement geldt. Ook is niet verzekerd de schade ontstaan door het intrekken van de vergunning en/of het niet voldoen aan de vereisten voor het behouden of verkrijgen van de vergunning. […]



2.2


Verlies van inkomsten

[…]

Waarvoor bent u verzekerd?

Wanneer er sprake is van een gedekte gebeurtenis op de polis én deze rubriek is meeverzekerd, kan er een uitkering worden gedaan van het verlies van netto inkomsten na afgelasting, uitstel, onderbreking, het naar een andere tijd of locatie verplaatsen, het slechts gedeeltelijk of in beperkte vorm doorgang laten vinden of het vroegtijdig beëindigen van het verzekerde evenement. De uitkering van de schade is gebaseerd op de verhouding tussen het aantal uren of dagen dat het evenement niet doorging en de duur van het evenement zoals vooraf was gepland.”




3.6.
In de bij de voorwaarden als Bijlage I behorende Begrippenlijst zijn onder meer de volgende begrippen gedefinieerd:


“Bereddingskosten
Alle kosten van maatregelen die worden genomen die redelijkerwijs gedaan moeten worden om onmiddellijk dreigend gevaar van een gedekte schade af te wenden of om die schade te beperken, als ook alles schade aan zaken die daarvoor worden ingezet.”



“Gebeurtenis
Eén enkele handeling of voorval óf;
meerdere (een serie) handelingen of voorvallen die op enige manier met elkaar verband houden […].”



“(Extreme) weersomstandigheden
Slecht weer zoals (extreme) neerslag, wind of bovenmatig hoge temperaturen en alle andere mogelijke weersinvloeden, waardoor de gezondheid en/of veiligheid van de bezoekers niet meer gegarandeerd kan worden. […]”




3.7.
Intents is bij de totstandkoming van de polis bijgestaan door de beursmakelaar No Risk. Voorafgaande aan de totstandkoming van de overeenkomst hebben zowel Nationale-Nederlanden als HDI vragen gesteld aan No Risk over de staat van de ondergrond van het festivalterrein. Op die vragen heeft Intents op 24 en 25 april 2024 via No Risk als volgt geantwoord:


“De (grond)waterstand en bodemverzadiging waren rond januari en februari enorm hoog, door uitzonderlijke regenval sinds het najaar van 2023 en het begin van 2024.
[…]
De grond(water)stand daalt echter ieder jaar aan het einde van de winter en in het voorjaar. We zien deze trend ook nu, waarbij zowel de grondwaterstand als het peil in de sloten sinds februari aan het dalen is.”




3.8.
De opbouw van het festivalterrein is begin mei 2024 begonnen. Op 24 mei 2024 heeft het fors geregend, waarna grote delen van het campingterrein onder water kwamen te staan en op het parkeer- en festivalterrein diepe plassen ontstonden. Ook in de dagen daarna is het blijven regenen.



3.9.
Intents heeft No Risk geïnformeerd over de (gevolgen van de) regen. Dit heeft ertoe geleid dat een door Nationale-Nederlanden c.s. ingeschakelde expert ( [naam expert] ) het festivalterrein op 25 en 28 mei 2024 heeft bezocht. [naam expert] heeft haar bevindingen uiteindelijk neergelegd in haar Eindrapport van expertise van 25 oktober 2024 en daarmee aan Nationale-Nederlanden c.s. gerapporteerd.



3.10.
Over het bezoek van 28 mei 2024 heeft [naam expert] het volgende in haar rapport opgenomen:


“Bij aankomst inspecteerden wij eerst met alle aanwezigen het terrein, waarbij wij het festivalterrein, de camping en een aantal parkeerterreinen bekeken. Tijdens deze inspectie regende het eveneens hevig en konden wij vaststellen dat met name de parkeer- en campingterreinen en een deel van het festivalterrein blank stonden.



Op basis van onze bevindingen constateerden wij dat grote delen van het terrein er slecht bij lagen en een gevaar vormden voor de veiligheid van bezoekers en personeel. Wij stelden diepe plassen, onbegaanbare nooduitgangen en wegen, en grote delen van de campingterreinen die onder water stonden vast.



Wij begrepen dat de overheden tijdens overleggen met verzekerde eisen hadden gesteld als gevolg waarvan extra maatregelen waren genomen zoals een verwarmde tent. Tevens werd geëist dat geen bezoekers in water of plassen mochten slapen of verblijven. De overheden waren met name geïnteresseerd in het voorkomen van onderkoeling en de toegankelijkheid van het terrein voor hulpdiensten. Gaf verzekerde hier geen gehoor aan, dan zou de vergunning worden ingetrokken.



Duidelijk werd dat op dinsdagavond 28 mei 2024 beslissingen dienden te worden genomen,
waarbij annuleren van het evenement of doorgang duidelijk ter discussie werd gesteld.



Wij stelden, in samenspraak met alle bovengenoemde partijen het volgende vast:

- de vele maatregelen van verzekerde hadden op dat moment hun vruchten
afgeworpen, maar bleken niet voldoende om alle beoogde campinggasten te herbergen. Dit werd veroorzaakt door de vele aanhoudende regen vanaf 24 mei 2024;
- de opbouw van het evenement verliep volgens planning; op punten waren er wat
verschuivingen in de planning in verband met watermanagement/herstelwerk;
- de beoogde parkeerterreinen werden zo veel mogelijk ingezet. Er werd tevens

uitgeweken naar verder weg gelegen parkeerterreinen, waarbij gewerkt werd met
pendeldiensten. Tevens werd hierop het mobiliteitsplan aangepast.

- de campingterreinen waren niet volledig bruikbaar. Na vele werkzaamheden kon
een gedeelte van deze terreinen gebruikt worden, maar verzekerde constateerde dat de terreinen geen 20.000 campingbezoekers konden herbergen.


Op basis van alle bevindingen werd duidelijk dat de ingezette maatregelen in stand moesten blijven. Grote delen stonden onder water en verzekerde kon geen extra terreinen meer huren (behoudens één extra, klein, perceel).



Na inspectie van de terreinen door alle aanwezigen, werd geconcludeerd dat ongeveer 25% tot 30% van het terrein afgeschreven was. Wij bespraken meerdere scenario's om dit te ondervangen. Hierop werd besloten dat het beste scenario was om (maximaal) 25% minder campingbezoekers te herbergen. Met enig herverkavelen (inclusief aanvullende regels, zoals het verbieden van partytenten) kon verzekerde ervoor zorgen dat minimaal 15.000 van de 20.000 gasten konden kamperen.



Besproken werd dat er niet méér dan 5.000 campingbezoekers moesten wegblijven. Méér dan 5.000 wegblijvende campingbezoekers zou zijn doel voorbijschieten. Uiteindelijk is na een oproep van verzekerde via sociale media en de website gebleken dat verzekerde 2.101 campingbezoekers kon verleiden tot het annuleren van hun ticket. Dit aantal bleek een schot in de roos geweest, omdat verzekerde zo de overige gasten wel kon herbergen en de kosten voor het gedeeltelijk annuleren van de camping beperkt bleven.



Het volledig annuleren van de camping werd ook besproken, maar dat bleek geen optie omdat dit voor grote logistieke problemen zou zorgen wanneer bezoekers iedere dag op en neer zouden gaan reizen, op basis waarvan de vergunning ook zou worden ingetrokken door de overheden. Het wegennet rond het dorp zou verstopt raken waardoor ook hulpdiensten hinder zouden ondervinden, wat tot gevaarlijke situaties zou leiden.



Nadat gezamenlijk besloten was dat het evenement door moest gaan en er alles aan gedaan moest worden om (gedeeltelijke) annulering te voorkomen, zette verzekerde het bovenstaande in gang. Uiteindelijk hebben de vele werkzaamheden, en bovenstaande inkrimping van de camping, ertoe geleid dat het evenement door kon gaan.



Naast bovenstaand overleg was verzekerde ook iedere dag in overleg met de veiligheidsdiensten. Deze veiligheidsdiensten bezochten ook meermaals het terrein om het terrein te aanschouwen, de situatie te bespreken met verzekerde en eisen te stellen.



Wij begrepen dat tijdens deze overleggen met de veiligheidsdiensten onderwerpen zoals veiligheid van de bezoekers, de vergunning van verzekerde, het gevaar van onderkoeling en het mobiliteitsplan, waaronder de bereikbaarheid van het gehele terrein en de (nood)uit- en ingangen voor de hulpdiensten, ter sprake kwamen.



Vooral de veiligheid van bezoekers/medewerkers en het gevaar van onderkoeling zou voor de veiligheidsdiensten een reden zijn om de vergunning van het evenement in te trekken. Het intrekken van de vergunning zou er uiteraard toe leiden dat het evenement geannuleerd zou worden.”




3.11.
Het rapport van [naam expert] bevat ook een begroting van de schade die het gevolg is van de door Intents getroffen maatregelen.



3.12.
Het festival heeft uiteindelijk conform planning plaatsgevonden van 31 mei tot en met 2 juni 2024.



3.13.
Intents heeft aanspraak gemaakt op vergoeding van haar schade bestaande uit de kosten van maatregelen die zij heeft genomen om het festival ondanks de wateroverlast te kunnen laten doorgaan.



3.14.
Bij brief van 12 december 2024 hebben Nationale Nederlanden c.s. dekking geweigerd.






4Het geschil


4.1.
Intents vordert, samengevat en na vermindering van eis tijdens de mondelinge behandeling, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad het volgende:



een verklaring voor recht dat Nationale-Nederlanden c.s. gehouden zijn de met het watermanagement gepaard gaande kosten naar rato van hun aandeel op de polis te vergoeden;


veroordeling van Nationale-Nederlanden c.s. naar rato van hun aandeel op de polis tot betaling van € 801.706,45 ter zake de met het watermanagement gepaard gaande kosten, te vermeerderen met rente;


veroordeling van Nationale-Nederlanden c.s. naar rato van hun aandeel op de polis tot betaling van € 481.516,48 ter zake de kosten van teruggegeven campingtickets, te vermeerderen met rente;


veroordeling van Nationale-Nederlanden c.s. naar rato van hun aandeel op de polis tot betaling van € 226.492,71 ter zake inkomstenderving, te vermeerderen met rente;


hoofdelijke veroordeling van Nationale-Nederlanden c.s. tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten, de proceskosten en de nakosten.





4.2.
Nationale-Nederlanden c.s. voeren verweer. Zij concluderen tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Intents in de proceskosten.






5De beoordeling



toetsingskader



5.1.
In deze procedure gaat het om de vraag of Intents aanspraak kan maken op dekking onder de verzekering voor de schade die zij stelt te hebben geleden als gevolg van de maatregelen die nodig waren om het festival in 2024 ondanks de wateroverlast te laten doorgaan. Intents meent dat aan alle vereisten voor dekking is voldaan. Nationale Nederlanden c.s. betwisten dat. Bovendien menen Nationale Nederlanden c.s. dat hier een in de voorwaarden opgenomen uitsluiting van toepassing is.



5.2.
Voor de beoordeling van beide punten is van belang hoe de verschillende bedingen in de overeenkomst en de voorwaarden moeten worden uitgelegd. Het gaat hier om polisvoorwaarden van een verzekering die op de beurs tot stand is gekomen. Over deze voorwaarden hebben partijen niet onderhandeld. In die situatie is de uitleg van een beding met name afhankelijk van objectieve factoren zoals de bewoordingen waarin de desbetreffende bepaling is gesteld, gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel en van de in voorkomend geval bij de polisvoorwaarden behorende toelichting. Daarbij is eveneens van belang wat in de maatschappelijke kring van verzekeraars en verzekeringsmakelaars die handelen op de verzekeringsbeurs de gebruikelijke betekenis is van de gehanteerde bewoordingen.



5.3.
Het gaat hier met name om die polisvoorwaarden die betrekking hebben op dekking voor schade ten gevolge van “weersomstandigheden”. Daarvoor zijn zowel een clausule als een beding uit de voorwaarden van belang (meer concreet: clausule NR147 en artikel 2.1 van de voorwaarden). Deze bepalingen regelen grotendeels hetzelfde, maar verschillen op onderdelen van elkaar. Partijen zijn het erover eens dat beide bepalingen naast elkaar van toepassing zijn. Desgevraagd hebben beide partijen dit tijdens de mondelinge behandeling bevestigd.



‘weersomstandigheden’ in de zin van de clausule/voorwaarden




5.4.
Intents beroept zich op dekking omdat het verzekerde evenement ‘weersomstandigheden’ zich heeft voorgedaan. Vanwege de weersomstandigheden zoals omschreven in de clausule en in de voorwaarden, kon het festival slechts in afgeslankte vorm doorgaan en heeft Intents kosten moeten maken om grotere schade te voorkomen, zo stelt zij. De rechtbank is van oordeel dat Intents hierin gelijk heeft. Ter toelichting geldt het volgende.



5.5.
Niet ter discussie staat dat Intents zich mede tegen schade ten gevolge van weersomstandigheden heeft verzekerd. (Extreme) weersomstandigheden die kunnen leiden tot een aanspraak onder de verzekeringsovereenkomst zijn in de begrippenlijst omschreven als “slecht weer zoals (extreme) neerslag […] en alle andere mogelijke weersinvloeden, waardoor de gezondheid en/of veiligheid van de bezoekers niet meer gegarandeerd kan worden.” In de clausule is opgenomen dat de weersomstandigheden zodanig moeten zijn “dat zij een ernstige bedreiging vormen voor de veiligheid van degenen die het evenement bijwonen.” Beide omschrijvingen komen in wezen op hetzelfde neer. Duidelijk is dat niet iedere regenbui voldoende is voor dekking. Nodig is dat de veiligheid van de bezoekers van het festival in het geding is.



5.6.
Partijen hebben gediscussieerd over de vraag of de toevoeging (tussen haakjes) van het adjectief “extreem” op het polisblad en in de begrippenlijst zelfstandige betekenis heeft en of de regen die op en vanaf 24 mei 2024 is gevallen als zodanig kwalificeert. Dat is naar het oordeel van de rechtbank echter niet van belang. Bepalend is of sprake is geweest van zodanige weersomstandigheden dat de veiligheid van festivalbezoekers werd bedreigd.



5.7.
De rechtbank is van oordeel dat dit laatste het geval was. Intents heeft gesteld dat de regen die op en vanaf 24 mei 2024 is gevallen grote delen van het festivalterrein onder water heeft gezet en dat op andere plaatsen diepe plassen van ongeveer 20 cm ontstonden. Intents heeft deze stelling onderbouwd met foto’s en bovendien worden deze stellingen bevestigd door de waarnemingen ter plaatse van de expert van verzekeraars. Nationale-Nederlanden c.s. hebben deze stelling niet gemotiveerd betwist. De aard en ernst van deze wateroverlast rechtvaardigt de conclusie dat daarmee – zonder ingrijpen – de veiligheid van bezoekers in het geding is. Op een onder water gelopen veld kan nu eenmaal niet, laat staan veilig, worden gekampeerd. Bovendien stelde [naam expert] op 28 mei 2024 vast dat er een risico van onderkoeling van bezoekers bestond en dat nooduitgangen en wegen op het terrein onbegaanbaar waren geworden, waardoor de toegankelijkheid van het terrein voor hulpdiensten in gevaar was. De rechtbank wijst erop dat deze constatering dateert van nadat Intents vanaf 24 mei 2024 al verschillende maatregelen had genomen. Nationale-Nederlanden c.s. hebben de feitelijke stellingen van Intents overigens niet gemotiveerd betwist.



5.8.
Wel menen Nationale-Nederlanden c.s. dat de regen als zodanig niet heeft geleid tot de onveilige situatie voor de festivalbezoekers. De regen zelf was immers niet gevaarlijk. Slechts het feit dat al dat water, eenmaal gevallen, niet kon worden afgevoerd, riep de onveilige situatie in het leven. De door Intents vervolgens genomen maatregelen om het festival te kunnen laten doorgaan zijn volgens Nationale-Nederlanden c.s. dus niet veroorzaakt door de regen als zodanig en daarom niet door ‘weersomstandigheden’ als bedoeld in de verzekeringsovereenkomst. De rechtbank verwerpt dit betoog alleen al op de grond dat het bij ‘weersomstandigheden’ niet alleen gaat om de regen als zodanig, maar ook om “alle andere mogelijke weersinvloeden” waardoor de veiligheid van bezoekers in het geding is. In redelijkheid kan niet worden betwijfeld dat de grote hoeveelheid water op het terrein valt onder dit ruime begrip van “andere mogelijke weersinvloeden”.



5.9.
Dit betekent dat het verzekerde evenement ‘weersomstandigheden’ zich heeft gerealiseerd.



maatregelen ter voorkoming van (gedeeltelijke) annulering




5.10.
Niet in geschil is dat Intents verschillende maatregelen heeft genomen om de wateroverlast het hoofd te bieden en het festival desondanks te kunnen laten doorgaan. Deels gaat het om maatregelen die zien op de fysieke inrichting van het terrein (zoals het leggen van extra rijplaten, het plaatsen van pompen en het graven van sleuven), zodat het terrein ondanks de hoeveelheid water zo veel mogelijk alsnog bruikbaar bleef voor (een veilige uitvoering van) het festival. Deels gaat het om maatregelen gericht op het terugbrengen van de capaciteit van de camping. Dit was nodig omdat een deel van het campingterrein definitief onbruikbaar was geworden door de wateroverlast. De redelijkheid van deze maatregelen staat op zichzelf niet ter discussie. De ernst van de wateroverlast was bovendien zodanig dat Intents in redelijkheid kon menen dat deze maatregelen nodig waren om afgelasting van het festival te voorkomen. Bovendien volgt uit het rapport van [naam expert] voldoende concreet dat de lokale overheid en hulpdiensten dreigden de vergunning voor het festival in te trekken als maatregelen achterwege bleven. Gelet op dit alles heeft Intents in beginsel aanspraak op vergoeding van de hiermee gemoeide kosten. Op grond van artikel 2.1 van de voorwaarden is Intents immers verzekerd voor de kosten die worden gemaakt als het festival door de weersomstandigheden slechts “in beperkte vorm” kon doorgaan en ook voor kosten gemaakt om te voorkomen dat het festival moet worden afgelast. Daarnaast vallen deze kosten ook onder de definitie van bereddingskosten in de begrippenlijst.



weersomstandigheden direct voor of tijdens het evenement




5.11.
Voor dekking is vereist dat de weersomstandigheden zich “direct voor of tijdens het evenement” hebben voorgedaan. Volgens Intents is hieraan voldaan, omdat het na de eerste hevige regenbui op 24 mei 2024 ook in de dagen daarna tot kort voor de start van het festival is blijven regenen. Dit standpunt is juist. De weersomstandigheden moeten binnen het kader van de verzekeringsovereenkomst worden beschouwd als verzekerde ‘gebeurtenis’. Bij een ‘gebeurtenis’ als bedoeld in de voorwaarden gaat het niet alleen om een op zichzelf staand voorval, zoals hier de hevige regenbui op 24 mei 2024. Een gebeurtenis is ook aan de orde als sprake is van “meerdere (een serie) […] voorvallen die op enige manier met elkaar verband houden.” Die situatie doet zich hier voor. De opeenvolgende regenbuien en de verzameling van water op het festivalterrein moeten redelijkerwijs beschouwd worden als voorvallen die met elkaar verband houden. Tezamen gelden zij dus als gebeurtenis, die zich tot direct voorafgaand aan de start van het festival heeft voorgedaan. Daarmee is ook aan dit vereiste voor dekking voldaan.



besluitvorming over (maatregelen ter voorkoming van) annulering




5.12.
Volgens artikel 2.1 van de voorwaarden moet “de besluitvorming” over (maatregelen ter voorkoming van) annulering geschieden in overleg met overheden, expert en/of hulpdiensten. Deze besluitvorming moet schriftelijk worden vastgelegd, zij het dat het hier niet gaat om “een document van een overheidsdienst per se,” maar om de vastlegging van “het besluitvormingsproces”. Ook de clausule bevat dit vereiste, zij het dat daarin de expert niet voorkomt in de opsomming van betrokkenen. De rechtbank is van oordeel dat ook aan dit vereiste is voldaan. Ter toelichting dient het volgende.



5.13.
In de eerste plaats geldt dat de opsomming van betrokkenen in zowel de voorwaarden als de clausule volgens de tekst ervan (“en/of”) alternatief is. Dat betekent dat de betrokkenheid bij de besluitvorming van één van de genoemde personen of instanties voldoende is om te voldoen aan de voorwaarde dat Intents niet op eigen houtje besluit tot het treffen van allerlei maatregelen, maar hierin opereert “in gezamenlijk overleg”.



5.14.
In de tweede plaats blijkt uit het rapport van [naam expert] – een expert die werkte in opdracht van Nationale-Nederlanden c.s. – onmiskenbaar dat zij betrokken was bij het besluitvormingsproces. Uit het rapport volgt ook dat de expert het eens was met de opvatting dat de genomen en te nemen maatregelen (zoals het afschalen van de camping) nodig waren om algehele afgelasting van het festival te voorkomen. Daarmee is dus al gegeven dat de besluitvorming over die maatregelen in overleg met en zelfs met instemming van de expert heeft plaatsgevonden, waarmee is voldaan aan de voorwaarden voor dekking die artikel 2.1 van de voorwaarden stelt. Hieraan doet niet af dat de expert niet wordt genoemd in de clausule in de opsomming van betrokkenen. Hierboven heeft de rechtbank immers al het uitgangspunt geformuleerd dat clausule en voorwaarden naast elkaar van toepassing zijn.



5.15.
Los daarvan en ten overvloede volgt uit het rapport van [naam expert] ook dat de lokale overheid en hulpdiensten bij de besluitvorming betrokken zijn geweest. [naam expert] refereert immers op verschillende plaatsen aan dergelijk overleg. Daarbij maakt zij melding van de zorgen die de overheid en hulpdiensten hebben over de toegankelijkheid van het terrein in noodgevallen en van het risico dat de overheid de vergunning voor het festival intrekt als Intents geen adequate maatregelen neemt. Ook vermeldt het rapport dat Intents “iedere dag” in overleg was met “de veiligheidsdiensten” en dat deze instanties verschillende keren het terrein hebben bezocht om de stand van zaken met Intents te bespreken “en eisen te stellen”. Met deze verslaglegging is voldaan aan het vereiste in de clausule en de voorwaarden dat “de besluitvorming” in overleg met overheden en hulpdiensten heeft plaatsgevonden en dat dit “besluitvormingsproces” is vastgelegd. Uit de clausule en de voorwaarden kan niet worden afgeleid dat overheid en hulpdiensten een besluit of iets dergelijks moeten hebben genomen.



conclusie ten aanzien van de dekking




5.16.
Uit het voorgaande volgt dat aan alle vereisten voor dekking is voldaan. Intents heeft in beginsel aanspraak op vergoeding van haar schade die het gevolg is van de weersomstandigheden.



beroep op uitsluiting van schade door organisatorische problemen




5.17.
Nationale-Nederlanden c.s. stellen zich op het standpunt dat de schade in dit geval is ontstaan door of in verband met organisatorische problemen als bedoeld in artikel 2.1 van de voorwaarden. Volgens Nationale-Nederlanden c.s. mag van Intents als organisator van een groot festival worden verwacht dat zij bij de keuze van een festivallocatie nagaat of het terrein geschikt is voor grote mensenmassa’s. De ondergrond moet daarom voldoende stevig zijn en het grondwater moet niet te hoog staan. In dit geval ging aan het festival van 2024 een zeer nat jaar vooraf, waardoor het grondwater hoog stond. In een dergelijk geval behoorde Intents tijdig maatregelen te treffen om de effecten van een hoge grondwaterstand te neutraliseren, zoals het tijdelijk verhogen van het terrein met boomschors of het graven van afwateringsgeulen. Dergelijke maatregelen zijn organisatorisch van aard. Intents heeft die maatregelen niet tijdig vooraf getroffen. Hierbij komt dat het terrein sowieso al ongunstig is gelegen, omdat het precies ligt in het laagste stuk van het stroomgebied van de Voorste Stroom en dus al fungeert als opvangbekken voor water dat in de omgeving valt. De schade die Intents door de wateroverlast heeft geleden, is dus het gevolg van de eigen gebrekkige organisatie. Dergelijke schade is niet verzekerd en daarop stuit de vordering volgens Nationale-Nederlanden c.s. af.



5.18.
De rechtbank verwerpt dit betoog en overweegt daartoe als volgt.



5.19.
Voorop gesteld wordt dat Intents het festival al twintig jaar op dezelfde locatie organiseert. Gesteld noch gebleken is dat zich ooit eerder in die twintig jaar vergelijkbare problematiek heeft voorgedaan waarbij een hoge grondwaterstand een rol heeft gespeeld. Verder wordt voorop gesteld dat Nationale-Nederlanden c.s. in de conclusie van antwoord een misleidend beeld schetsen door de (vermeende) ligging van het festivalterrein op een hoogtekaart precies in het laagste deel van het stroomgebied van de Voorste Stroom te positioneren, terwijl uit een plattegrond van het festivalterrein blijkt dat die grond juist niet bij het festival in gebruik is. Het eigenlijke festivalterrein inclusief de camping ligt aanzienlijk hoger dan het door Nationale-Nederlanden c.s. geprojecteerde gebied.



5.20.
De hoogte van de grondwaterstand is aan de orde geweest in de fase van totstandkoming van de overeenkomst. Naar aanleiding van vragen van Nationale-Nederlanden en HDI heeft Intents door tussenkomst van No Risk laten weten dat de grondwaterstand begin 2024 “enorm hoog” was vanwege de vele regen sinds het najaar van 2023. Verder heeft Intents gemeld dat de grondwaterstand ieder jaar na de winter daalt en dat die trend ook nu zichtbaar is. Uit in de conclusie van antwoord opgenomen staatjes met de ontwikkeling van het grondwaterpeil ter plaatse volgt dat deze mededeling op zichzelf niet onjuist was. Dat de dalende trend later is gekeerd doet hier niet aan af.



5.21.
Daarnaast is van belang dat uit een door Nationale-Nederlanden c.s. overgelegd rapport van het bureau Accurex volgt dat de grondwaterstand in de maand mei in de jaren 2022 en 2023 weliswaar lager was dan in 2024, maar dat dit verschil op het eerste gezicht niet substantieel is. Nationale-Nederlanden c.s. betogen dat uit dit rapport volgt dat de grondwaterstand in 2024 juist wel zeer aanzienlijk hoger was dan in andere jaren, maar zij beperken zich (in navolging van Accurex) ten onrechte tot uitsluitend de datum van 25 mei 2024. Er is geen goede reden om de vergelijking tot uitsluitend die datum te beperken. Het gaat veeleer om de periode voorafgaand aan de start van het festival, en dus ligt het in de rede de gehele maand mei in de vergelijking te betrekken.



5.22.
Ten slotte acht de rechtbank van belang dat in de maand mei in 2024 in de hier relevante regio zeer veel neerslag is gevallen. Dat blijkt uit een rapport van het bureau Infoplaza dat in opdracht van [naam expert] is uitgebracht. Een analyse van [naam geohydroloog] laat bovendien zien dat de hoeveelheid neerslag in de periode direct voorafgaande aan en tijdens het festival zo hoog was, dat deze “statistisch gezien gemiddeld slechts ongeveer tweemaal per eeuw voorkomt.”



5.23.
Uit het voorgaande trekt de rechtbank de volgende conclusies. De grondwaterstand was in de hier relevante periode hoog (als gevolg van een nat verlopen najaar 2023 en winter 2024), maar Intents mocht er in beginsel vanuit gaan dat de grondwaterstand in de maanden voorafgaande aan de start van het festival weer zou dalen. De grondwaterstand gedurende de gehele maand mei in 2024 was bovendien niet substantieel veel hoger dan in voorgaande jaren, althans iets anders kan uit het rapport van Accurex niet zonder meer worden afgeleid. Intents organiseert het festival al zeer geruime tijd op deze locatie, terwijl eerdere wateroverlast bij een hoge grondwaterstand zich niet heeft voorgedaan. Bij deze stand van zaken voorafgaande aan het festival kan zonder nadere onderbouwing, die Nationale-Nederlanden c.s. niet hebben geboden, niet worden gezegd dat van Intents op voorhand al maatregelen in de organisatorische sfeer mochten worden verwacht om mogelijke wateroverlast in geval van regen te voorkomen. Met de mogelijkheid dat er vervolgens uitzonderlijk veel neerslag zou gaan vallen, behoefde Intents geen rekening te houden. Het beroep van Nationale-Nederlanden c.s. op organisatorische problematiek faalt.



kosten ‘watermanagement’




5.24.
Onder dit kopje vordert Intents vergoeding van de kosten die zij heeft gemaakt om de wateroverlast het hoofd te bieden. Zij heeft in dit verband 123 facturen aan [naam expert] ter beschikking gesteld, die al deze facturen volgens haar rapport heeft beoordeeld. [naam expert] heeft met betrekking tot een aantal facturen opgemerkt dat niet alle gefactureerde bedragen betrekking hebben op het watermanagement. Het totale bedrag van die facturen beloopt € 83.123,16. Met dat bedrag heeft Intents het totaal van alle uit de facturen blijkende bedragen verminderd.



5.25.
Nationale-Nederlanden c.s. voeren aan dat Intents deze vordering onvoldoende heeft onderbouwd, omdat zij niet alle facturen heeft overgelegd. De rechtbank verwerpt dat standpunt. De door Nationale-Nederlanden c.s. zelf benoemde deskundige heeft naar eigen zeggen alle facturen beoordeeld en vervolgens aan de hand van haar bevindingen de schade begroot. Dit is conform de regeling van schadevaststelling die in de voorwaarden is opgenomen. Gelet daarop mocht van Nationale-Nederlanden c.s. worden verwacht te onderbouwen waarom de vaststelling door hun deskundige niet kan worden gevolgd. Enige concretisering ontbreekt echter. Nationale-Nederlanden c.s. hebben hun betwisting daarmee onvoldoende gemotiveerd.



5.26.
De overige punten die Nationale-Nederlanden c.s. tegen deze vordering hebben ingebracht zijn hierboven al beoordeeld. Nationale-Nederlanden c.s. voeren nog aan dat Intents in haar begroting een post voor extra kosten in geval van slecht weer en een post voor onvoorziene uitgaven had opgenomen en dat deze potjes kennelijk te klein waren om de kosten van de maatregelen te dekken. Wat Nationale-Nederlanden c.s. hiermee willen zeggen is de rechtbank niet duidelijk. In elk geval staat het enkele feit dat de begroting niet voorziet in dekking voor kosten gemoeid met een verzekerd voorval uit de aard van de zaak niet in de weg aan uitkering.



5.27.
De vordering is dus toewijsbaar.



kosten ter zake van teruggave van campingtickets




5.28.
De wateroverlast heeft ervoor gezorgd dat een deel van het campingterrein niet meer bruikbaar was. Uit het rapport van [naam expert] volgt dat een deel van deze verminderde capaciteit kon worden opgevangen door aanvullende maatregelen (zoals een verbod op het gebruik van partytenten), maar ook heeft Intents het aantal campinggasten teruggeschroefd. De campinggasten die niet konden komen zijn door Intents financieel gecompenseerd. De onderbouwende stukken zijn door [naam expert] beoordeeld en in orde bevonden. Het gaat hier om een kostenpost van € 481.516,48. De omvang hiervan is door Nationale-Nederlanden c.s. niet betwist.



5.29.
Naar het oordeel van de rechtbank is deze vordering toewijsbaar, omdat het hier gaat om kosten die zijn gemaakt omdat het festival door verzekerde weersomstandigheden slechts in beperkte vorm heeft kunnen doorgaan. Daarnaast kunnen deze kosten ook worden beschouwd als kosten die nodig waren om te voorkomen dat het festival helemaal zou moeten worden afgelast. Langs beide lijnen heeft Intents aanspraak op vergoeding. Nationale-Nederlanden c.s. hebben hiertegen geen andere argumenten aangevoerd dan hierboven al behandeld in het kader van de dekkingsvraag en het beroep op een uitsluiting.



inkomstenderving




5.30.
Intents heeft inkomstenderving meeverzekerd. Zij stelt dat de afschaling van de camping ook tot inkomstenderving heeft geleid, omdat een kleiner aantal campinggasten leidt tot een vermindering van de muntverkoop tijdens het festival. Dit hebben verzekeraars niet betwist. De schadepost in dit verband is gebaseerd op het rapport van [naam expert] , die zich op haar beurt heeft gebaseerd op een berekening van de accountant van Intents. Tegen deze onderbouwing hebben Nationale-Nederlanden c.s. evenmin verweer gevoerd. Daarom gaat de rechtbank in het vervolg van deze procedure uit van de juistheid van de uit deze rapporten blijkende omzetderving. Het gaat hier om een bedrag van € 226.492,71.



5.31.
Intents vordert vergoeding van dit bedrag. Grondslag voor enige aanspraak op vergoeding van gederfde inkomsten is artikel 2.2 van de voorwaarden. Nationale-Nederlanden c.s. voeren aan dat op grond van dit artikel de vergoeding voor gederfde inkomsten moet worden bepaald op basis van de verhouding tussen het aantal uren of dagen dat het festival niet is door gegaan en de duur van het festival zoals vooraf was gepland. Omdat in dit geval de duur van het festival niet is ingekort, heeft Intents dus geen aanspraak op vergoeding van de gederfde inkomsten, aldus Nationale-Nederlanden c.s.



5.32.
De rechtbank verwerpt dit betoog. Artikel 2.2 van de voorwaarden voorziet uitdrukkelijk ook in een aanspraak op vergoeding van gederfde inkomsten in het geval het festival naar een andere tijd of locatie wordt verplaatst of in beperkte vorm doorgaat. De gevallen waarin sprake is van aanspraak op vergoeding van gederfde inkomsten zijn dus veel breder omschreven dan alleen het geval waarin de duur van het festival wordt ingekort. Een redelijke uitleg van artikel 2.2 van de voorwaarden brengt dan mee dat de passage over het berekenen van de uitkering alleen ziet op het geval waarin de duur van het festival wordt ingekort. Een andere uitleg zou het meeverzekeren van al die andere gevallen immers zinloos maken. Die uitleg ligt daarom niet voor de hand. Voor die andere gevallen moeten de gederfde inkomsten dus op een andere wijze worden berekend. De door [naam expert] gehanteerde methode komt de rechtbank deugdelijk voor en is bovendien genoegzaam onderbouwd. Nu Nationale-Nederlanden c.s. daartegen geen inhoudelijk bezwaar hebben ingebracht, zal de rechtbank die methode volgen.



5.33.
Nationale-Nederlanden c.s. wijzen erop dat artikel 2.2 van de voorwaarden spreekt over het verlies van de netto inkomsten. Niet voldoende is dus om vast te stellen wat de gemiste omzet is. Dit is een terecht punt. In zowel het rapport van [naam expert] als het rapport van de accountant wordt steeds gesproken over gemiste omzet. Dat in de berekeningen ook de eventuele besparingen zijn meegenomen, blijkt nergens uit. Op voorhand kan niet worden uitgesloten dat het verminderde aantal campingbezoekers ook tot besparingen heeft geleid. Deze besparingen komen in mindering op de gederfde omzet.



5.34.
Omdat de rechtbank op zichzelf aannemelijk acht dat Intents per saldo daadwerkelijk schade wegens gederfde inkomsten heeft geleden, ziet zij aanleiding om Intents gelegenheid te geven haar vordering op dit punt nader te onderbouwen of te wijzigen. Zij kan daartoe een akte na tussenvonnis nemen, waarna Nationale-Nederlanden c.s. kunnen reageren. Daarna zal de rechtbank op dit punt een definitieve beslissing nemen.



overige beslispunten




5.35.
Intents vordert de wettelijke rente over het toewijsbare deel van haar vordering met ingang van het moment waarop Nationale-Nederlanden c.s. dekking hebben afgewezen (12 december 2024). Deze vordering is niet betwist en toewijsbaar.



5.36.
Intents vordert ook een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Deze vordering is niet toewijsbaar, omdat Intents onvoldoende heeft onderbouwd dat zij in het buitengerechtelijke traject meer werkzaamheden heeft verricht dan ter voorbereiding op deze procedure. Voor die werkzaamheden gelden de proceskosten als vergoeding.



5.37.
Ongeacht de uitkomst van het debat over de gederfde inkomsten, zullen Nationale-Nederlanden c.s. bij eindvonnis worden veroordeeld in de proceskosten. Zij krijgen immers hoe dan ook overwegend ongelijk.



5.38.
De hierboven genomen beslissingen zal de rechtbank bij eindvonnis in het dictum opnemen.






6De beslissing


De rechtbank,



6.1.
verwijst de zaak naar de rol van 21 oktober 2026 voor een akte als bedoeld in 5.34 door Intents, waarna Nationale-Nederlanden c.s. een antwoordakte kunnen nemen;



6.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.










Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling, mr. D.H. Dongelmans en mr. E.J.W.M. van Niekerk en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026.



[1980/3262/3946]
















































HR 16 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2793.


HR 17 februari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9717.


Productie 21 van Intents.