Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:12572
2026-05-27
Civiel recht
C/10/707370 / HA ZA 25-853
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzekeringsrecht; een schuur stort in tijdens een storm; is de schade veroorzaakt door de storm of door een eigen gebrek? Toepassing van de leer van de dominant cause.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (30.736 tekens)
RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/707370 / HA ZA 25-853
Vonnis van 27 mei 2026
in de zaak van
[eiser]
,
gevestigd te Paterswolde,
eisende partij,
advocaat: mr. E.T. van Dalen.
tegen
1ALLIANZ BENELUX N.V.,
gevestigd te Brussel (België),2. CORINS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,3. BALOISE BELGIUM N.V.,
gevestigd te Antwerpen (België),4. ZURICH INSURANCE EUROPE AG,
gevestigd te Frankfurt am Main (Duitsland),5. EVEREST INSURANCE DESIGNATED ACTIVITY COMPANY,
gevestigd te Dublin (Ierland),6. GUARDIAN GROUP NEDERLAND N.V.,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde partijen,
advocaat: mr. M.P. Vink.
Partijen worden hierna respectievelijk Vastgoed en Allianz c.s. genoemd. Allianz Benelux N.V. wordt afzonderlijk Allianz genoemd.
De zaak in het kort
De leegstaande boerderij van [eiser] stort in tijdens een storm. De vraag die centraal staat is of de daardoor door [eiser] geleden schade onder de dekking van de verzekering valt. [eiser] stelt dat het dak van de opstal is ingestort als gevolg van een storm als bedoeld in de polisvoorwaarden en dus is veroorzaakt door een onder de verzekering gedekte gebeurtenis. Allianz c.s. betogen dat de storm niet als de dominante oorzaak van het instorten van de boerderij kan worden beschouwd, omdat sprake is van een eigen gebrek in de vorm van aanzienlijk achterstallig onderhoud. Volgens Allianz c.s. vormen de gebreken in de constructie de dominante oorzaak van de schade en daarmee valt de door [eiser] geleden schade niet onder de dekking van de verzekering. De rechtbank geeft Allianz c.s. gelijk en wijst de vorderingen van [eiser] af.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 25 september 2025 met 9 producties;
- de conclusie van antwoord met 10 producties;
- de brief van 22 december 2025 van de rechtbank met een oproep voor een mondelinge behandeling;
- de akte aan de zijde van [eiser] met producties 10 tot en met 12;
- de akte aan de zijde van Allianz c.s. met productie 11;
- de mondelinge behandeling van 30 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de spreekaantekeningen van de zijde van Allianz c.s.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[eiser] is eigenaar van een leegstaande boerderij op het adres [adres] (hierna: de opstal).
2.2.
[eiser] heeft op 1 september 2019 een Uitgebreide Gevarenverzekering afgesloten bij Allianz c.s. (hierna: de verzekering). Allianz is de leidende verzekeraar.
2.3.
Onder de verzekering zijn diverse opstallen van [eiser] verzekerd, waaronder de opstal.
2.4.
Op de verzekering zijn de “Meijers Voorwaarden voor Uitgebreide Gevarenverzekering 2007 B02.T” (hierna: de polisvoorwaarden) van toepassing. In de polisvoorwaarden staat, voor zover van belang:
“
2. Omvang van de dekking
2.1
Dekking
Verzekerd wordt het zakelijk belang tegen schade indien en voor zover de schade het gevolg is van een gebeurtenis waarvan voor partijen ten tijde van het sluiten van de verzekering onzeker was dat daaruit voor verzekerde schade was ontstaan dan wel nog zou ontstaan.
(…)
2.2
Gevaren/gebeurtenissen
(…)
2.2.6
Storm
Een windsnelheid van minstens 14 meter per seconde. Als de windsnelheid zich afwisselend boven en onder de 14 meter per seconde beweegt, dan wordt voor de vaststelling van het aantal malen dat het eigen risico van toepassing is, de periode vanaf het moment dat de wind snelheid voor het eerst 14 meter per seconde is tot het begin van een periode van ten minste 24 achtereenvolgende uren waarbinnen de wind snelheid 10 meter per seconde of minder is geweest, als een gebeurtenis beschouwd.”
2.5.
Op 18 februari 2022 is storm Eunice over Nederland getrokken. Tijdens de storm Eunice zijn windsnelheden gemeten van meer dan 14 meter per seconde.
2.6.
Op 20 februari 2022 heeft [eiser] schade ontdekt aan de opstal.
2.7.
Op 16 juni 2022 heeft [eiser] de schade bij zijn tussenpersoon gemeld. Op 20 juni 2022 heeft Allianz DEKRA Investigations (hierna: Dekra) ingeschakeld om een expertiserapport uit te brengen.
2.8.
Het expertiserapport is uitgebracht op 6 december 2022. In het expertiserapport van Dekra (hierna: het Eerste rapport van Dekra) staat, voor zover van belang:
“Algemeen
Sinds 22 december 2020 jaar is [eiser], hierna te noemen verzekerde, eigenaar van een leegstaande boerderij op het bovenvermeld schadeadres. Verzekerde heeft de boerderij (bouwjaar 1926) aangekocht via een veiling. Volgens verzekerde was de vorige eigenaar van Poolse nationaliteit en bleek deze op het schadeadres een wietkwekerij te hebben gehad. Tevens deelde verzekerde ons mede dat op het pand een agrarische bestemming zit en dat hij enige tijd met de gemeente in gesprek is geweest om een volledige woonbestemming erop te krijgen. Dit zou inmiddels zijn gelukt.
Er is sprake van achterstallig onderhoud en het pand vertoont meerdere bouwkundige gebreken. Voor het vervangen van de rieten kap had verzekerde al voor de storm een opgave laten opstellen. Om een indruk te krijgen van de situatie en de mate van onderhoud verwijzen wij naar de bijgevoegde fotobladen.
Evenement
Een buurman van het pand van verzekerde ontdekte op 20 februari 2022 schade aan het dak van de boerderij, waarop verzekerde werd gealarmeerd en verzekerde poolshoogte is gaan nemen.
Omstandigheden
In de middag en avond van vrijdag 18 februari 2022 is storm Eunice over Nederland getrokken. Voorafgaand aan de storm werd door het KNMI voor vrijwel het gehele land code oranje uitgegeven. Tijdens de storm zijn windsnelheden geregistreerd ver boven de 14 meter per seconde, plaatselijk zijn hierbij zelfs windsnelheden geregistreerd van 34 tot 40 meter per seconde. Naast de zeer zware windstoten was met name de duur en grootte van het stormveld uitzonderlijk. De storm heeft op uitgebreide schaal overlast veroorzaakt met omgewaaide bomen en schade aan daken van gebouwen tot gevolg. Meest waarschijnlijk is het dak van de stal tijdens deze storm bezweken.
(…)
Ter plaatse stelden wij vast dat er sprake is van veel achterstallig onderhoud. Vele sporen en gebinten vertoonden vergaande vormen van aantasting. Hierdoor is de stevigheid van de constructie fors verminderd. Deels was de constructie verstevigd met divers hout. Onderstaand enkele foto’s van de mate van aantasting.
(…)
Zover wij kunnen nagaan is de constructie bezweken doordat de verbinding van een gebint dermate was aangetast dat een staander, onder een ligger, is weggeschoven en een deel van de kap is ingezakt.
(…)
Schematisch hebben wij dit in onderstaande afbeelding (van een nog intact spant aan de andere zijde) weergegeven. De situatie moet gespiegeld worden gezien.
(…)
Schadeomvang
Als gevolg van het inzakken van het dak, in combinatie met de aangetaste stevigheid van de resterende constructie, is vrijwel de gehele constructie dermate aangetast dat alles dient te worden gedemonteerd en opnieuw zal moeten worden opgebouwd.
(…)
Schaderaming
Op grond van onze bevindingen tot dusver adviseren wij u rekening te houden met een schadebedrag van circa EUR 200.000,00 inclusief btw.”
2.9.
[eiser] was het niet eens met de bevindingen van Dekra en heeft geprobeerd een
eigen deskundige in te schakelen. Dit is uiteindelijk niet gebeurd.
2.10.
[eiser] heeft in het kader van zijn schademelding en naar aanleiding van het Eerste Rapport van Dekra aan Allianz een rapport van een bouwkundige keuring van de opstal van [naam 1] (hierna: [naam 1]) van Buildingcheck B.V. overgelegd van 4 maart 2020. In dat rapport staat, voor zover van belang:
2.11.
Allianz heeft Dekra opdracht gegeven tot het instellen van een persoonlijk onderzoek en tevens het rapport van de bouwkundige keuring te controleren op authenticiteit. Dit onderzoek heeft geresulteerd in een rapport van 30 november 2023 (hierna: het Tweede rapport van Dekra). In dat rapport staat, voor zover van belang:
“1. AANLEIDING EN OPDRACHT
(…)
Het rapport van deze bouwkundige keuring en bijbehorende foto’s bevatten onregelmatigheden waardoor twijfel is ontstaan aan de juistheid en de authenticiteit van het rapport.
DEKRA Investigations heeft de opdracht ontvangen tot het instellen van een persoonlijk onderzoek en het rapport van bouwkundige keuring bij Buildingcheck BV op de authenticiteit te controleren.
(…)
3DESKRESEARCH
3.1.
Kamer van Koophandel
Uit deskonderzoek is gebleken dat [naam 1] eigenaar is van Buildingcheck BV, dat sinds 27 mei 2020 staat ingeschreven in de KvK (
zie bijlage 1
).
Buildinqcheck BV is opqericht na dagtekening (4 maart 2020) van het bouwkundig rapport
.
(…)
4ONDERZOEK BOUWKUNDIG RAPPORT
Er is onderzoek verricht naar de authenticiteit van het ingediende bouwkundig rapport (
zie bijlage 3
). Daaruit vielen de volgende zaken op:
(…)
Het rapport is niet ondertekend.
(…)
De staat van het rieten dak is niet beschreven, terwijl op Google Maps te zien is dat deze in 2020 al in een slechte staat verkeerde.
Zaken die overduidelijk al enige jaren in slechte staat verkeerden zijn als “voldoende” opgenomen.
(…)
7INTERVIEW [naam 1]
[naam 1] werd geïnterviewd en samengevat verklaarde hij dat:
(…).
Hij 2,5 jaar geleden reparatie verbindingen heeft gezien in de constructie en vond het niet relevant om dat in zijn rapportage te vermelden.
(…)
Hij niet weet waarom het rapport niet is ondertekend.
Een kopie van het ongetekende gesprekverslag is als bijlage toegevoegd.
(…)
Opmerking: Het interviewverslag is per e-mail verzonden naar [naam 1] met het verzoek om deze ondertekend te retourneren. Tot aan het opmaken van deze rapportage is het interviewverslag niet voor akkoord getekend retour ontvangen.
(…)
9CONCLUSIE
Bij onderzoek is naar voren gekomen dat de dakconstructie van de boerderij (schuur) al voor het afsluiten van de polis en een matige conditie verkeerde. Desondanks is door [naam 1] in zijn rapportage van 4 maart 2020 die constructie als voldoende beoordeelt, maar heeft hij verzuimt om de reeds aanwezige reparatie verbindingen in zijn rapportage te vermelden. In de rapportage zijn geen foto’s van die reparatie verbindingen opgenomen.
[naam 1] kon niet verklaren waarom zijn rapportage niet was ondertekend, (…) en de opmaakdatum van 4 maart 2020 niet kon onderbouwen.
10SAMENVATTING
Door uw verzekerde, [eiser], is een schadeclaim ingediend dat op 18 februari 2022 een stormschade is ontstaan aan een in eigendom toebehorende leegstaande boerderij gelegen op het adres [adres].
Tijdens een expertisebezoek van een schade-expert van DEKRA Experts werd vastgesteld dat:
Er sprake is van achterstallig onderhoud,
Er sporen en gebinten van het dak vergaande vormen van aantasting vertonen,
De constructie voorafgaan aan het instorten al verstevigd was met divers hout.
(…)
2.12.
Per e-mail van 17 januari 2023 heeft Dekra namens Allianz een voorstel gedaan om de zaak minnelijk te regelen. Allianz heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat geen sprake is van schade als gevolg van storm, aangezien de dominante schadeoorzaak is gelegen in de slechte staat waarin de opstal verkeerde, en niet in de storm. Uit coulance heeft Allianz in deze e-mail aangeboden de zaak voor een bepaald bedrag te regelen.
2.13.
[eiser] heeft dat aanbod niet geaccepteerd. Allianz heeft op 28 december 2023 een
tweede schikkingsvoorstel gedaan, welk voorstel op 12 januari 2024 namens [eiser] is
afgewezen.
2.14.
Op 30 januari 2024 heeft de advocaat van [eiser] onder andere het volgende aan Dekra bericht:
“Tot mij wendde zich de besloten vennootschap [eiser], gevestigd en kantoorhoudende te Paterswolde, met het verzoek haar belangen in deze kwestie te behartigen. (…)
Ik lees in het dossier dat Dekra stelt dat de door haar geconstateerde gebreken in de schuur bij de woonboerderij de oorzaak zouden zijn dat de constructie is bezweken. De storm zou in uw optiek dan wel die van Allianz een relevante factor bij de instorting zijn geweest, maar in verhouding tot de gebreken zou deze factor geheel ondergeschikt zijn geweest. Dekra stelt dat de gebreken dan ook hebben te gelden als de dominante oorzaak van de schade. Op basis daarvan stelt u dan wel Allianz dat de verzekering op grond van art. 7:951 BW niet gehouden zou zijn de schade te vergoeden.
Cliënte is het daarmee apert oneens en zij verwijst daartoe onder meer naar een bouwkundige keuring, die is uitgevoerd door [naam 1]. (…)”
2.15.
De verdere correspondentie tussen partijen heeft er niet toe geleid dat partijen tot overeenstemming zijn gekomen.
2.16.
Op grond van artikel 7.2 van de polisvoorwaarden hebben de expert van Allianz, Dekra, en de expert van [eiser], [naam 2], gezamenlijk de schade getaxeerd. In de akte van taxatie van 1 juli 2024 staat dat schade op grond van herbouwwaarde € 196.301,93 (incl. btw) bedraagt en op basis van verkoopwaarde € 66.550,00 (incl. btw).
3Het geschil
3.1.
[eiser] vordert - samengevat - om Allianz c.s. uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen om aan [eiser] te betalen € 196.301,93, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 juli 2024 tot de dag der algehele voldoening, € 2.000,- aan buitengerechtelijke incassokosten en Allianz c.s. te veroordelen in de kosten van deze procedure.
3.2.
Allianz c.s. hebben verweer gevoerd. Allianz c.s. concluderen – samengevat – om uitvoerbaar bij voorraad de vordering van [eiser] af te wijzen en [eiser] te veroordelen in de kosten en nakosten van de procedure te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na dagtekening van het vonnis.
4De beoordeling
4.1.
De vraag die centraal staat is of de door [eiser] geleden schade is veroorzaakt door een gebeurtenis als bedoeld in de polisvoorwaarden en aldus onder de dekking van de verzekering valt.
4.2.
[eiser] stelt dat het dak van de opstal is ingestort als gevolg van storm Eunice van 18 februari 2022, en dus is veroorzaakt door een onder de verzekering gedekte gebeurtenis. Allianz c.s. betogen dat storm Eunice niet als de dominante oorzaak van het instorten van de opstal kan worden beschouwd. Allianz c.s. voeren aan dat sprake is van een eigen gebrek van de opstal in de vorm van aanzienlijk achterstallig onderhoud. Volgens Allianz c.s. vormen de gebreken in de constructie de dominante oorzaak van de schade. Dit betekent dat de door [eiser] geleden schade niet onder de dekking van de verzekering valt, aldus Allianz c.s.
4.3.
Op grond van artikel 150 Rv rust op [eiser] de stelplicht en, zo nodig, bewijslast dat zich een gebeurtenis heeft voorgedaan tegen de gevolgen waarvan de verzekering in beginsel dekking biedt, dus dat sprake is geweest van een storm als bedoeld in de polisvoorwaarden en dat als gevolg daarvan schade is ontstaan. Tussen partijen is niet in geschil dat op 18 februari 2022 ter plaatse sprake is geweest van een storm in de zin van de polisvoorwaarden, namelijk een storm met een windsnelheid van meer dan 14 meter per seconde. Dat zich een gebeurtenis heeft voorgedaan tegen de gevolgen waarvan de verzekering in beginsel dekking biedt, staat dus vast. Evenmin is tussen partijen in geschil dat die storm van invloed is geweest op het ontstaan van de schade van [eiser].
4.4.
Allianz c.s. doen een beroep op artikel 7:951 BW. Artikel 7:951 BW bepaalt dat de verzekeraar geen schade vergoedt aan een verzekerde zaak indien die is veroorzaakt door de aard of een eigen gebrek van die zaak. Voor uitsluiting van dekking langs de weg van artikel 7:951 BW geldt dat het eigen gebrek of de aard van de verzekerde zaak de rechtens relevante oorzaak van de schade moet zijn. Op grond van het bepaalde in artikel 150 Rv dient de verzekeraar die zich in een procedure op het eigen gebrek beroept, dit te stellen en zo nodig te bewijzen.
4.5.
In het geval aan het ontstaan van de uiteindelijke schade een aantal oorzaken heeft bijgedragen is voor het antwoord op de vraag of dekking onder de verzekering bestaat bepalend welke oorzaak als de causaal rechtens relevante oorzaak moet worden aangemerkt. Partijen zijn het erover eens dat voor de vaststelling van het causaal verband in deze zaak, waarin sprake is van samenwerkende oorzaken, moet worden uitgegaan van de leer van de dominant cause. In de leer van de dominant cause wordt een gebeurtenis als de rechtens relevante schadeoorzaak gezien als deze gebeurtenis geldt als de meest effectieve of meest dominerende oorzaak voor het ontstaan van de schade, ook al is er feitelijk een andere samenwerkende oorzaak nodig geweest om de schade te doen intreden. De rechtens relevante schadeoorzaak wordt mede vastgesteld met inachtneming van de regels van gezond verstand.
4.6.
Allianz c.s. hebben hun stelling dat het eigen gebrek van de opstal de rechtens relevante schadeoorzaak is onderbouwd aan de hand van het Eerste rapport van Dekra. Uit dat rapport volgt volgens Allianz c.s. ondubbelzinnig dat de schade aan de opstal niet (primair) door de storm, maar door de gebrekkige constructie is veroorzaakt; de constructie is bezweken “doordat de verbinding van een gebint dermate was aangetast dat een staander, onder een ligger, is weggeschoven en een deel van de kap is ingezakt”. De schade heeft vooral en alleen kunnen ontstaan doordat de sporen en gebinten van de opstal verregaande vormen van aantasting vertoonden. Zonder deze gebreken zou er van schade geen sprake zijn geweest. De storm is weliswaar ook een factor geweest, maar in verhouding tot de door Dekra geconstateerde gebreken is deze geheel ondergeschikt, aldus Allianz c.s.
4.7.
Volgens [eiser] vormt het rapport van Dekra een onvoldoende onderbouwing van de stelling van Allianz c.s. dat gebreken in de constructie de dominante oorzaak van de schade vormen. [eiser] heeft daartoe ter zitting aangevoerd dat de conclusies uit het Eerste rapport van Dekra niet stellig genoeg zijn, omdat Dekra heeft aangegeven “Voor zover wij kunnen nagaan is”. Daarnaast beroept [eiser] zich, ter weerlegging van de conclusies in het Eerste rapport van Dekra, op het rapport van de bouwkundige keuring van [naam 1]. [eiser] heeft toegelicht dat het rapport van de bouwkundige keuring niet is opgesteld na de storm, maar is opgesteld in 2020 met het oog op de directe doorverkoop van de opstal na aankoop van de opstal op de veiling. Uit het rapport volgt dat de constructie van de opstal als voldoende is beoordeeld. Er was ten tijde van de storm dus geen sprake van een eigen gebrek, althans niet van een eigen gebrek dat kan worden aangemerkt als de rechtens relevante oorzaak van de schade, aldus [eiser].
4.8.
Allianz c.s. hebben daar weer tegenin gebracht dat het door [eiser] overgelegde rapport van de bouwkundige keuring geen deugdelijke weerlegging vormt van de bevindingen uit het Eerste rapport van Dekra, omdat het rapport summier is en er twijfels bestaan over de juistheid ervan. Allianz c.s. verwijzen, ter onderbouwing van deze stelling, naar het Tweede rapport van Dekra.
4.9.
De rechtbank is van oordeel dat in deze procedure is komen vast te staan dat de onderhavige schade slechts heeft kunnen optreden door de gebrekkige (staat van de) constructie van de opstal. In het Eerste rapport van Dekra staat immers:
“Omstandigheden
In de middag en avond van vrijdag 18 februari 2022 is storm Eunice over Nederland getrokken (…) Meest waarschijnlijk is het dak van de stal tijdens deze storm bezweken.
(…)
Ter plaatse stelden wij vast dat er sprake is van veel achterstallig onderhoud. Vele sporen en gebinten vertoonden vergaande vormen van aantasting. Hierdoor is de stevigheid van de constructie fors verminderd. Deels was de constructie verstevigd met divers hout.
(…)
Zover wij kunnen nagaan is de constructie bezweken doordat de verbinding van een gebint dermate was aangetast dat een staander, onder een ligger, is weggeschoven en een deel van de kap is ingezakt.
(…)”
4.10.
Uit deze bevindingen volgt - kort gezegd - dat als de constructie niet gebrekkig zou zijn geweest, deze de storm zou hebben doorstaan. Met dit rapport hebben Allianz c.s. hun standpunt dat de geconstateerde gebrekkige (staat van de) constructie van de opstal de oorzaak is dat de constructie is bezweken en dat de storm een relevante factor bij de instorting is geweest (“het dak van de stal [is] tijdens deze storm bezweken”) maar in verhouding tot de gebreken de storm ondergeschikt is geweest, dus voldoende gemotiveerd onderbouwd. Hierbij merkt de rechtbank nog op dat uit het voorgaande citaat blijkt dat de oorzaak van het bezwijken van de constructie is dat de kap is ingezakt, terwijl Dekra in het rapport tevens opmerkt dat voor het vervangen van de rieten kap [eiser] al voor de storm een opgave had laten opstellen. Voor de storm was de rieten kap dus kennelijk al aan vervanging toe.
4.11.
Dat, zoals [eiser] ter zitting naar voren heeft gebracht, Dekra de woorden “Voor zover wij kunnen nagaan” heeft gebruikt in het rapport en de bevindingen daarom niet stellig genoeg zijn om als onderbouwing te dienen voor het standpunt van Allianz c.s., volgt de rechtbank niet. Als er twijfel bestond dat de gebrekkige (staat van de) constructie van de opstal de (meest) relevante oorzaak voor het ontstaan van de schade is, dan had het voor de hand gelegen dat daarvan melding was gemaakt in het rapport of dat was opgemerkt in het rapport dat nader onderzoek nodig is. Dat is niet het geval. Bovendien blijkt uit de e-mail van de advocaat van [eiser] aan Dekra van 30 januari 2024 (zie 2.14) dat [eiser] het Eerste rapport van Dekra ook zo heeft begrepen dat in de optiek van Dekra de geconstateerde gebreken in de schuur bij de woonboerderij de oorzaak zouden zijn dat de constructie is bezweken en dat de storm een relevante factor bij de instorting is geweest maar in verhouding tot de gebreken de storm geheel ondergeschikt is geweest.
4.12.
Tegen de achtergrond van de bevindingen in het Eerste rapport van Dekra heeft [eiser] onvoldoende gemotiveerd weersproken dat de rechtens relevante oorzaak van de schade de gebrekkige (staat van de) constructie van de opstal was. Gezien het Eerste rapport van Dekra lag het op de weg van [eiser] in het kader van de motivering van haar betwisting van de stellingen een rapport in het geding te brengen waaruit kon blijken dat er geen sprake was van een eigen gebrek, althans niet van een eigen gebrek dat kan worden aangemerkt als de rechtens relevante oorzaak van de schade. Het rapport van de bouwkundige keuring van [naam 1] volstaat naar het oordeel van de rechtbank hiertoe niet, omdat de bevindingen in het Tweede rapport van Dekra - welke bevindingen door [eiser] niet zijn weersproken - de rechtbank doen twijfelen aan de juistheid en de authenticiteit van het rapport van de bouwkundige keuring.
4.13.
Uit het Tweede rapport van Dekra blijkt immers dat [naam 1] in het rapport van de bouwkundige keuring de constructie in 2020 als voldoende heeft beoordeeld, maar hij tijdens het door Dekra afgenomen interview heeft erkend dat hij tijdens de bouwkundige keuring reparatieverbindingen heeft gezien in de constructie en heeft verzuimd om deze reparatieverbindingen in zijn rapport te vermelden. Dit, terwijl in het Tweede rapport van Dekra ook staat dat op Google Maps te zien is dat het rieten dak in 2020 al in een slechte staat verkeerde. Verder is opvallend, zoals uit Tweede rapport van Dekra blijkt, dat het rapport van de bouwkundige keuring niet is ondertekend, [naam 1] het verslag van het interview met Dekra nooit heeft willen ondertekenen en het rapport van de bouwkundige keuring afkomstig is van Buildingcheck B.V. terwijl dit bedrijf is opgericht na dagtekening (4 maart 2020) van het rapport van de bouwkundige keuring. Hiervoor heeft [eiser] geen steekhoudende verklaring gegeven. Dat komt voor zijn risico.
4.14.
Het voorgaande leidt de rechtbank tot het oordeel dat de schade niet is veroorzaakt door een onder de verzekering gedekte gebeurtenis, maar door de gebrekkige (staat van de) constructie van de opstal. De rechtbank is van oordeel dat instorting van de opstal slechts heeft kunnen optreden als gevolg van het eigen gebrek, waarbij de storm van ondergeschikt belang is geweest.
4.15.
Dit betekent dat er geen dekking bestaat onder de verzekering. Welke waarde (de herbouwwaarde of de verkoopwaarde) de verzekeraar in geval van dekking onder de verzekering aan [eiser] had moeten vergoeden, evenals het in dat verband door [eiser] verband gedane beroep op redelijkheid en billijkheid, kan dus verder onbesproken blijven.
4.16.
De rechtbank wijst de vorderingen van [eiser] af.
Proceskosten
4.17.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Allianz c.s. worden begroot op:
- griffierecht
€
6.861,00
- salaris advocaat
€
5.770,00
(2 punten × € 2.885,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
12.820,00
4.18.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 12.820,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.H. Dongelmans en, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.
[3262/1980]
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/707370 / HA ZA 25-853
Vonnis van 27 mei 2026
in de zaak van
[eiser]
,
gevestigd te Paterswolde,
eisende partij,
advocaat: mr. E.T. van Dalen.
tegen
1ALLIANZ BENELUX N.V.,
gevestigd te Brussel (België),2. CORINS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,3. BALOISE BELGIUM N.V.,
gevestigd te Antwerpen (België),4. ZURICH INSURANCE EUROPE AG,
gevestigd te Frankfurt am Main (Duitsland),5. EVEREST INSURANCE DESIGNATED ACTIVITY COMPANY,
gevestigd te Dublin (Ierland),6. GUARDIAN GROUP NEDERLAND N.V.,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde partijen,
advocaat: mr. M.P. Vink.
Partijen worden hierna respectievelijk Vastgoed en Allianz c.s. genoemd. Allianz Benelux N.V. wordt afzonderlijk Allianz genoemd.
De zaak in het kort
De leegstaande boerderij van [eiser] stort in tijdens een storm. De vraag die centraal staat is of de daardoor door [eiser] geleden schade onder de dekking van de verzekering valt. [eiser] stelt dat het dak van de opstal is ingestort als gevolg van een storm als bedoeld in de polisvoorwaarden en dus is veroorzaakt door een onder de verzekering gedekte gebeurtenis. Allianz c.s. betogen dat de storm niet als de dominante oorzaak van het instorten van de boerderij kan worden beschouwd, omdat sprake is van een eigen gebrek in de vorm van aanzienlijk achterstallig onderhoud. Volgens Allianz c.s. vormen de gebreken in de constructie de dominante oorzaak van de schade en daarmee valt de door [eiser] geleden schade niet onder de dekking van de verzekering. De rechtbank geeft Allianz c.s. gelijk en wijst de vorderingen van [eiser] af.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 25 september 2025 met 9 producties;
- de conclusie van antwoord met 10 producties;
- de brief van 22 december 2025 van de rechtbank met een oproep voor een mondelinge behandeling;
- de akte aan de zijde van [eiser] met producties 10 tot en met 12;
- de akte aan de zijde van Allianz c.s. met productie 11;
- de mondelinge behandeling van 30 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de spreekaantekeningen van de zijde van Allianz c.s.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[eiser] is eigenaar van een leegstaande boerderij op het adres [adres] (hierna: de opstal).
2.2.
[eiser] heeft op 1 september 2019 een Uitgebreide Gevarenverzekering afgesloten bij Allianz c.s. (hierna: de verzekering). Allianz is de leidende verzekeraar.
2.3.
Onder de verzekering zijn diverse opstallen van [eiser] verzekerd, waaronder de opstal.
2.4.
Op de verzekering zijn de “Meijers Voorwaarden voor Uitgebreide Gevarenverzekering 2007 B02.T” (hierna: de polisvoorwaarden) van toepassing. In de polisvoorwaarden staat, voor zover van belang:
“
2. Omvang van de dekking
2.1
Dekking
Verzekerd wordt het zakelijk belang tegen schade indien en voor zover de schade het gevolg is van een gebeurtenis waarvan voor partijen ten tijde van het sluiten van de verzekering onzeker was dat daaruit voor verzekerde schade was ontstaan dan wel nog zou ontstaan.
(…)
2.2
Gevaren/gebeurtenissen
(…)
2.2.6
Storm
Een windsnelheid van minstens 14 meter per seconde. Als de windsnelheid zich afwisselend boven en onder de 14 meter per seconde beweegt, dan wordt voor de vaststelling van het aantal malen dat het eigen risico van toepassing is, de periode vanaf het moment dat de wind snelheid voor het eerst 14 meter per seconde is tot het begin van een periode van ten minste 24 achtereenvolgende uren waarbinnen de wind snelheid 10 meter per seconde of minder is geweest, als een gebeurtenis beschouwd.”
2.5.
Op 18 februari 2022 is storm Eunice over Nederland getrokken. Tijdens de storm Eunice zijn windsnelheden gemeten van meer dan 14 meter per seconde.
2.6.
Op 20 februari 2022 heeft [eiser] schade ontdekt aan de opstal.
2.7.
Op 16 juni 2022 heeft [eiser] de schade bij zijn tussenpersoon gemeld. Op 20 juni 2022 heeft Allianz DEKRA Investigations (hierna: Dekra) ingeschakeld om een expertiserapport uit te brengen.
2.8.
Het expertiserapport is uitgebracht op 6 december 2022. In het expertiserapport van Dekra (hierna: het Eerste rapport van Dekra) staat, voor zover van belang:
“Algemeen
Sinds 22 december 2020 jaar is [eiser], hierna te noemen verzekerde, eigenaar van een leegstaande boerderij op het bovenvermeld schadeadres. Verzekerde heeft de boerderij (bouwjaar 1926) aangekocht via een veiling. Volgens verzekerde was de vorige eigenaar van Poolse nationaliteit en bleek deze op het schadeadres een wietkwekerij te hebben gehad. Tevens deelde verzekerde ons mede dat op het pand een agrarische bestemming zit en dat hij enige tijd met de gemeente in gesprek is geweest om een volledige woonbestemming erop te krijgen. Dit zou inmiddels zijn gelukt.
Er is sprake van achterstallig onderhoud en het pand vertoont meerdere bouwkundige gebreken. Voor het vervangen van de rieten kap had verzekerde al voor de storm een opgave laten opstellen. Om een indruk te krijgen van de situatie en de mate van onderhoud verwijzen wij naar de bijgevoegde fotobladen.
Evenement
Een buurman van het pand van verzekerde ontdekte op 20 februari 2022 schade aan het dak van de boerderij, waarop verzekerde werd gealarmeerd en verzekerde poolshoogte is gaan nemen.
Omstandigheden
In de middag en avond van vrijdag 18 februari 2022 is storm Eunice over Nederland getrokken. Voorafgaand aan de storm werd door het KNMI voor vrijwel het gehele land code oranje uitgegeven. Tijdens de storm zijn windsnelheden geregistreerd ver boven de 14 meter per seconde, plaatselijk zijn hierbij zelfs windsnelheden geregistreerd van 34 tot 40 meter per seconde. Naast de zeer zware windstoten was met name de duur en grootte van het stormveld uitzonderlijk. De storm heeft op uitgebreide schaal overlast veroorzaakt met omgewaaide bomen en schade aan daken van gebouwen tot gevolg. Meest waarschijnlijk is het dak van de stal tijdens deze storm bezweken.
(…)
Ter plaatse stelden wij vast dat er sprake is van veel achterstallig onderhoud. Vele sporen en gebinten vertoonden vergaande vormen van aantasting. Hierdoor is de stevigheid van de constructie fors verminderd. Deels was de constructie verstevigd met divers hout. Onderstaand enkele foto’s van de mate van aantasting.
(…)
Zover wij kunnen nagaan is de constructie bezweken doordat de verbinding van een gebint dermate was aangetast dat een staander, onder een ligger, is weggeschoven en een deel van de kap is ingezakt.
(…)
Schematisch hebben wij dit in onderstaande afbeelding (van een nog intact spant aan de andere zijde) weergegeven. De situatie moet gespiegeld worden gezien.
(…)
Schadeomvang
Als gevolg van het inzakken van het dak, in combinatie met de aangetaste stevigheid van de resterende constructie, is vrijwel de gehele constructie dermate aangetast dat alles dient te worden gedemonteerd en opnieuw zal moeten worden opgebouwd.
(…)
Schaderaming
Op grond van onze bevindingen tot dusver adviseren wij u rekening te houden met een schadebedrag van circa EUR 200.000,00 inclusief btw.”
2.9.
[eiser] was het niet eens met de bevindingen van Dekra en heeft geprobeerd een
eigen deskundige in te schakelen. Dit is uiteindelijk niet gebeurd.
2.10.
[eiser] heeft in het kader van zijn schademelding en naar aanleiding van het Eerste Rapport van Dekra aan Allianz een rapport van een bouwkundige keuring van de opstal van [naam 1] (hierna: [naam 1]) van Buildingcheck B.V. overgelegd van 4 maart 2020. In dat rapport staat, voor zover van belang:
2.11.
Allianz heeft Dekra opdracht gegeven tot het instellen van een persoonlijk onderzoek en tevens het rapport van de bouwkundige keuring te controleren op authenticiteit. Dit onderzoek heeft geresulteerd in een rapport van 30 november 2023 (hierna: het Tweede rapport van Dekra). In dat rapport staat, voor zover van belang:
“1. AANLEIDING EN OPDRACHT
(…)
Het rapport van deze bouwkundige keuring en bijbehorende foto’s bevatten onregelmatigheden waardoor twijfel is ontstaan aan de juistheid en de authenticiteit van het rapport.
DEKRA Investigations heeft de opdracht ontvangen tot het instellen van een persoonlijk onderzoek en het rapport van bouwkundige keuring bij Buildingcheck BV op de authenticiteit te controleren.
(…)
3DESKRESEARCH
3.1.
Kamer van Koophandel
Uit deskonderzoek is gebleken dat [naam 1] eigenaar is van Buildingcheck BV, dat sinds 27 mei 2020 staat ingeschreven in de KvK (
zie bijlage 1
).
Buildinqcheck BV is opqericht na dagtekening (4 maart 2020) van het bouwkundig rapport
.
(…)
4ONDERZOEK BOUWKUNDIG RAPPORT
Er is onderzoek verricht naar de authenticiteit van het ingediende bouwkundig rapport (
zie bijlage 3
). Daaruit vielen de volgende zaken op:
(…)
Het rapport is niet ondertekend.
(…)
De staat van het rieten dak is niet beschreven, terwijl op Google Maps te zien is dat deze in 2020 al in een slechte staat verkeerde.
Zaken die overduidelijk al enige jaren in slechte staat verkeerden zijn als “voldoende” opgenomen.
(…)
7INTERVIEW [naam 1]
[naam 1] werd geïnterviewd en samengevat verklaarde hij dat:
(…).
Hij 2,5 jaar geleden reparatie verbindingen heeft gezien in de constructie en vond het niet relevant om dat in zijn rapportage te vermelden.
(…)
Hij niet weet waarom het rapport niet is ondertekend.
Een kopie van het ongetekende gesprekverslag is als bijlage toegevoegd.
(…)
Opmerking: Het interviewverslag is per e-mail verzonden naar [naam 1] met het verzoek om deze ondertekend te retourneren. Tot aan het opmaken van deze rapportage is het interviewverslag niet voor akkoord getekend retour ontvangen.
(…)
9CONCLUSIE
Bij onderzoek is naar voren gekomen dat de dakconstructie van de boerderij (schuur) al voor het afsluiten van de polis en een matige conditie verkeerde. Desondanks is door [naam 1] in zijn rapportage van 4 maart 2020 die constructie als voldoende beoordeelt, maar heeft hij verzuimt om de reeds aanwezige reparatie verbindingen in zijn rapportage te vermelden. In de rapportage zijn geen foto’s van die reparatie verbindingen opgenomen.
[naam 1] kon niet verklaren waarom zijn rapportage niet was ondertekend, (…) en de opmaakdatum van 4 maart 2020 niet kon onderbouwen.
10SAMENVATTING
Door uw verzekerde, [eiser], is een schadeclaim ingediend dat op 18 februari 2022 een stormschade is ontstaan aan een in eigendom toebehorende leegstaande boerderij gelegen op het adres [adres].
Tijdens een expertisebezoek van een schade-expert van DEKRA Experts werd vastgesteld dat:
Er sprake is van achterstallig onderhoud,
Er sporen en gebinten van het dak vergaande vormen van aantasting vertonen,
De constructie voorafgaan aan het instorten al verstevigd was met divers hout.
(…)
2.12.
Per e-mail van 17 januari 2023 heeft Dekra namens Allianz een voorstel gedaan om de zaak minnelijk te regelen. Allianz heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat geen sprake is van schade als gevolg van storm, aangezien de dominante schadeoorzaak is gelegen in de slechte staat waarin de opstal verkeerde, en niet in de storm. Uit coulance heeft Allianz in deze e-mail aangeboden de zaak voor een bepaald bedrag te regelen.
2.13.
[eiser] heeft dat aanbod niet geaccepteerd. Allianz heeft op 28 december 2023 een
tweede schikkingsvoorstel gedaan, welk voorstel op 12 januari 2024 namens [eiser] is
afgewezen.
2.14.
Op 30 januari 2024 heeft de advocaat van [eiser] onder andere het volgende aan Dekra bericht:
“Tot mij wendde zich de besloten vennootschap [eiser], gevestigd en kantoorhoudende te Paterswolde, met het verzoek haar belangen in deze kwestie te behartigen. (…)
Ik lees in het dossier dat Dekra stelt dat de door haar geconstateerde gebreken in de schuur bij de woonboerderij de oorzaak zouden zijn dat de constructie is bezweken. De storm zou in uw optiek dan wel die van Allianz een relevante factor bij de instorting zijn geweest, maar in verhouding tot de gebreken zou deze factor geheel ondergeschikt zijn geweest. Dekra stelt dat de gebreken dan ook hebben te gelden als de dominante oorzaak van de schade. Op basis daarvan stelt u dan wel Allianz dat de verzekering op grond van art. 7:951 BW niet gehouden zou zijn de schade te vergoeden.
Cliënte is het daarmee apert oneens en zij verwijst daartoe onder meer naar een bouwkundige keuring, die is uitgevoerd door [naam 1]. (…)”
2.15.
De verdere correspondentie tussen partijen heeft er niet toe geleid dat partijen tot overeenstemming zijn gekomen.
2.16.
Op grond van artikel 7.2 van de polisvoorwaarden hebben de expert van Allianz, Dekra, en de expert van [eiser], [naam 2], gezamenlijk de schade getaxeerd. In de akte van taxatie van 1 juli 2024 staat dat schade op grond van herbouwwaarde € 196.301,93 (incl. btw) bedraagt en op basis van verkoopwaarde € 66.550,00 (incl. btw).
3Het geschil
3.1.
[eiser] vordert - samengevat - om Allianz c.s. uitvoerbaar bij voorraad te veroordelen om aan [eiser] te betalen € 196.301,93, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 juli 2024 tot de dag der algehele voldoening, € 2.000,- aan buitengerechtelijke incassokosten en Allianz c.s. te veroordelen in de kosten van deze procedure.
3.2.
Allianz c.s. hebben verweer gevoerd. Allianz c.s. concluderen – samengevat – om uitvoerbaar bij voorraad de vordering van [eiser] af te wijzen en [eiser] te veroordelen in de kosten en nakosten van de procedure te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na dagtekening van het vonnis.
4De beoordeling
4.1.
De vraag die centraal staat is of de door [eiser] geleden schade is veroorzaakt door een gebeurtenis als bedoeld in de polisvoorwaarden en aldus onder de dekking van de verzekering valt.
4.2.
[eiser] stelt dat het dak van de opstal is ingestort als gevolg van storm Eunice van 18 februari 2022, en dus is veroorzaakt door een onder de verzekering gedekte gebeurtenis. Allianz c.s. betogen dat storm Eunice niet als de dominante oorzaak van het instorten van de opstal kan worden beschouwd. Allianz c.s. voeren aan dat sprake is van een eigen gebrek van de opstal in de vorm van aanzienlijk achterstallig onderhoud. Volgens Allianz c.s. vormen de gebreken in de constructie de dominante oorzaak van de schade. Dit betekent dat de door [eiser] geleden schade niet onder de dekking van de verzekering valt, aldus Allianz c.s.
4.3.
Op grond van artikel 150 Rv rust op [eiser] de stelplicht en, zo nodig, bewijslast dat zich een gebeurtenis heeft voorgedaan tegen de gevolgen waarvan de verzekering in beginsel dekking biedt, dus dat sprake is geweest van een storm als bedoeld in de polisvoorwaarden en dat als gevolg daarvan schade is ontstaan. Tussen partijen is niet in geschil dat op 18 februari 2022 ter plaatse sprake is geweest van een storm in de zin van de polisvoorwaarden, namelijk een storm met een windsnelheid van meer dan 14 meter per seconde. Dat zich een gebeurtenis heeft voorgedaan tegen de gevolgen waarvan de verzekering in beginsel dekking biedt, staat dus vast. Evenmin is tussen partijen in geschil dat die storm van invloed is geweest op het ontstaan van de schade van [eiser].
4.4.
Allianz c.s. doen een beroep op artikel 7:951 BW. Artikel 7:951 BW bepaalt dat de verzekeraar geen schade vergoedt aan een verzekerde zaak indien die is veroorzaakt door de aard of een eigen gebrek van die zaak. Voor uitsluiting van dekking langs de weg van artikel 7:951 BW geldt dat het eigen gebrek of de aard van de verzekerde zaak de rechtens relevante oorzaak van de schade moet zijn. Op grond van het bepaalde in artikel 150 Rv dient de verzekeraar die zich in een procedure op het eigen gebrek beroept, dit te stellen en zo nodig te bewijzen.
4.5.
In het geval aan het ontstaan van de uiteindelijke schade een aantal oorzaken heeft bijgedragen is voor het antwoord op de vraag of dekking onder de verzekering bestaat bepalend welke oorzaak als de causaal rechtens relevante oorzaak moet worden aangemerkt. Partijen zijn het erover eens dat voor de vaststelling van het causaal verband in deze zaak, waarin sprake is van samenwerkende oorzaken, moet worden uitgegaan van de leer van de dominant cause. In de leer van de dominant cause wordt een gebeurtenis als de rechtens relevante schadeoorzaak gezien als deze gebeurtenis geldt als de meest effectieve of meest dominerende oorzaak voor het ontstaan van de schade, ook al is er feitelijk een andere samenwerkende oorzaak nodig geweest om de schade te doen intreden. De rechtens relevante schadeoorzaak wordt mede vastgesteld met inachtneming van de regels van gezond verstand.
4.6.
Allianz c.s. hebben hun stelling dat het eigen gebrek van de opstal de rechtens relevante schadeoorzaak is onderbouwd aan de hand van het Eerste rapport van Dekra. Uit dat rapport volgt volgens Allianz c.s. ondubbelzinnig dat de schade aan de opstal niet (primair) door de storm, maar door de gebrekkige constructie is veroorzaakt; de constructie is bezweken “doordat de verbinding van een gebint dermate was aangetast dat een staander, onder een ligger, is weggeschoven en een deel van de kap is ingezakt”. De schade heeft vooral en alleen kunnen ontstaan doordat de sporen en gebinten van de opstal verregaande vormen van aantasting vertoonden. Zonder deze gebreken zou er van schade geen sprake zijn geweest. De storm is weliswaar ook een factor geweest, maar in verhouding tot de door Dekra geconstateerde gebreken is deze geheel ondergeschikt, aldus Allianz c.s.
4.7.
Volgens [eiser] vormt het rapport van Dekra een onvoldoende onderbouwing van de stelling van Allianz c.s. dat gebreken in de constructie de dominante oorzaak van de schade vormen. [eiser] heeft daartoe ter zitting aangevoerd dat de conclusies uit het Eerste rapport van Dekra niet stellig genoeg zijn, omdat Dekra heeft aangegeven “Voor zover wij kunnen nagaan is”. Daarnaast beroept [eiser] zich, ter weerlegging van de conclusies in het Eerste rapport van Dekra, op het rapport van de bouwkundige keuring van [naam 1]. [eiser] heeft toegelicht dat het rapport van de bouwkundige keuring niet is opgesteld na de storm, maar is opgesteld in 2020 met het oog op de directe doorverkoop van de opstal na aankoop van de opstal op de veiling. Uit het rapport volgt dat de constructie van de opstal als voldoende is beoordeeld. Er was ten tijde van de storm dus geen sprake van een eigen gebrek, althans niet van een eigen gebrek dat kan worden aangemerkt als de rechtens relevante oorzaak van de schade, aldus [eiser].
4.8.
Allianz c.s. hebben daar weer tegenin gebracht dat het door [eiser] overgelegde rapport van de bouwkundige keuring geen deugdelijke weerlegging vormt van de bevindingen uit het Eerste rapport van Dekra, omdat het rapport summier is en er twijfels bestaan over de juistheid ervan. Allianz c.s. verwijzen, ter onderbouwing van deze stelling, naar het Tweede rapport van Dekra.
4.9.
De rechtbank is van oordeel dat in deze procedure is komen vast te staan dat de onderhavige schade slechts heeft kunnen optreden door de gebrekkige (staat van de) constructie van de opstal. In het Eerste rapport van Dekra staat immers:
“Omstandigheden
In de middag en avond van vrijdag 18 februari 2022 is storm Eunice over Nederland getrokken (…) Meest waarschijnlijk is het dak van de stal tijdens deze storm bezweken.
(…)
Ter plaatse stelden wij vast dat er sprake is van veel achterstallig onderhoud. Vele sporen en gebinten vertoonden vergaande vormen van aantasting. Hierdoor is de stevigheid van de constructie fors verminderd. Deels was de constructie verstevigd met divers hout.
(…)
Zover wij kunnen nagaan is de constructie bezweken doordat de verbinding van een gebint dermate was aangetast dat een staander, onder een ligger, is weggeschoven en een deel van de kap is ingezakt.
(…)”
4.10.
Uit deze bevindingen volgt - kort gezegd - dat als de constructie niet gebrekkig zou zijn geweest, deze de storm zou hebben doorstaan. Met dit rapport hebben Allianz c.s. hun standpunt dat de geconstateerde gebrekkige (staat van de) constructie van de opstal de oorzaak is dat de constructie is bezweken en dat de storm een relevante factor bij de instorting is geweest (“het dak van de stal [is] tijdens deze storm bezweken”) maar in verhouding tot de gebreken de storm ondergeschikt is geweest, dus voldoende gemotiveerd onderbouwd. Hierbij merkt de rechtbank nog op dat uit het voorgaande citaat blijkt dat de oorzaak van het bezwijken van de constructie is dat de kap is ingezakt, terwijl Dekra in het rapport tevens opmerkt dat voor het vervangen van de rieten kap [eiser] al voor de storm een opgave had laten opstellen. Voor de storm was de rieten kap dus kennelijk al aan vervanging toe.
4.11.
Dat, zoals [eiser] ter zitting naar voren heeft gebracht, Dekra de woorden “Voor zover wij kunnen nagaan” heeft gebruikt in het rapport en de bevindingen daarom niet stellig genoeg zijn om als onderbouwing te dienen voor het standpunt van Allianz c.s., volgt de rechtbank niet. Als er twijfel bestond dat de gebrekkige (staat van de) constructie van de opstal de (meest) relevante oorzaak voor het ontstaan van de schade is, dan had het voor de hand gelegen dat daarvan melding was gemaakt in het rapport of dat was opgemerkt in het rapport dat nader onderzoek nodig is. Dat is niet het geval. Bovendien blijkt uit de e-mail van de advocaat van [eiser] aan Dekra van 30 januari 2024 (zie 2.14) dat [eiser] het Eerste rapport van Dekra ook zo heeft begrepen dat in de optiek van Dekra de geconstateerde gebreken in de schuur bij de woonboerderij de oorzaak zouden zijn dat de constructie is bezweken en dat de storm een relevante factor bij de instorting is geweest maar in verhouding tot de gebreken de storm geheel ondergeschikt is geweest.
4.12.
Tegen de achtergrond van de bevindingen in het Eerste rapport van Dekra heeft [eiser] onvoldoende gemotiveerd weersproken dat de rechtens relevante oorzaak van de schade de gebrekkige (staat van de) constructie van de opstal was. Gezien het Eerste rapport van Dekra lag het op de weg van [eiser] in het kader van de motivering van haar betwisting van de stellingen een rapport in het geding te brengen waaruit kon blijken dat er geen sprake was van een eigen gebrek, althans niet van een eigen gebrek dat kan worden aangemerkt als de rechtens relevante oorzaak van de schade. Het rapport van de bouwkundige keuring van [naam 1] volstaat naar het oordeel van de rechtbank hiertoe niet, omdat de bevindingen in het Tweede rapport van Dekra - welke bevindingen door [eiser] niet zijn weersproken - de rechtbank doen twijfelen aan de juistheid en de authenticiteit van het rapport van de bouwkundige keuring.
4.13.
Uit het Tweede rapport van Dekra blijkt immers dat [naam 1] in het rapport van de bouwkundige keuring de constructie in 2020 als voldoende heeft beoordeeld, maar hij tijdens het door Dekra afgenomen interview heeft erkend dat hij tijdens de bouwkundige keuring reparatieverbindingen heeft gezien in de constructie en heeft verzuimd om deze reparatieverbindingen in zijn rapport te vermelden. Dit, terwijl in het Tweede rapport van Dekra ook staat dat op Google Maps te zien is dat het rieten dak in 2020 al in een slechte staat verkeerde. Verder is opvallend, zoals uit Tweede rapport van Dekra blijkt, dat het rapport van de bouwkundige keuring niet is ondertekend, [naam 1] het verslag van het interview met Dekra nooit heeft willen ondertekenen en het rapport van de bouwkundige keuring afkomstig is van Buildingcheck B.V. terwijl dit bedrijf is opgericht na dagtekening (4 maart 2020) van het rapport van de bouwkundige keuring. Hiervoor heeft [eiser] geen steekhoudende verklaring gegeven. Dat komt voor zijn risico.
4.14.
Het voorgaande leidt de rechtbank tot het oordeel dat de schade niet is veroorzaakt door een onder de verzekering gedekte gebeurtenis, maar door de gebrekkige (staat van de) constructie van de opstal. De rechtbank is van oordeel dat instorting van de opstal slechts heeft kunnen optreden als gevolg van het eigen gebrek, waarbij de storm van ondergeschikt belang is geweest.
4.15.
Dit betekent dat er geen dekking bestaat onder de verzekering. Welke waarde (de herbouwwaarde of de verkoopwaarde) de verzekeraar in geval van dekking onder de verzekering aan [eiser] had moeten vergoeden, evenals het in dat verband door [eiser] verband gedane beroep op redelijkheid en billijkheid, kan dus verder onbesproken blijven.
4.16.
De rechtbank wijst de vorderingen van [eiser] af.
Proceskosten
4.17.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Allianz c.s. worden begroot op:
- griffierecht
€
6.861,00
- salaris advocaat
€
5.770,00
(2 punten × € 2.885,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
12.820,00
4.18.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 12.820,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.H. Dongelmans en, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.
[3262/1980]