Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:12563

2026-09-17 Civiel recht; Verbintenissenrecht C/10/715152/ HA RK 26-139
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-09-17
Publicatiedatum
2026-09-24
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/10/715152/ HA RK 26-139
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beschikking in deelgeschil (1019w RV). X is gevallen over een lege palletwagen in een winkel van Kwamtum toen zij, met vier grote sierkussens voor zich in haar handen dragend, van de servicebalie naar de uitgang liep. Toetsing aan de Kelderluikcriteria. Als zij is gewaarschuwd voor de palletwagen door een medewerker, dan kan het laten staan van de lege palletwagen in de winkel niet als onrechtmatige gedraging worden aangemerkt. Kwantum is niet aansprakelijk omdat de onrechtmatigheid niet is bewezen. Voor een getuigenverhoor is in een deelgeschil geen plaats.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (17.037 tekens)
RECHTBANK Rotterdam



Zaaknummer / rekestnummer: C/10/715152 / HA RK 26-139




Beschikking van 17 september 2026




in de zaak van





[verzoekster]
,
te [plaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
advocaat: mr. W.M. Yue,



tegen





1KWANTUM NEDERLAND B.V.,

te Tilburg,
hierna te noemen: Kwantum,2. de rechtspersoon naar buitenlands recht

XL INSURANCE COMPANY SE,
te Dublin, Ierland,
hierna te noemen: AXA XL,
verwerende partijen,
hierna samen te noemen: Kwantum e.a.,
advocaat: mr. D.M. Gouweloos.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met 9 producties;
- het verweerschrift met 2 producties;
- de mondelinge behandeling van 16 juni 2026 en de tijdens de mondelinge behandeling overgelegde spreekaantekeningen van [verzoekster] .



1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.






2De feiten


2.1.

[verzoekster] is op 25 januari 2025 in de winkel van Kwantum te Gorinchem (hierna: de Kwantum) gevallen over een palletwagen.



2.2.

[verzoekster] kwam, vlak voor sluitingstijd, vier bestelde, grote, sierkussens ophalen.



2.3.
Zij vroeg in de winkel aan een medewerker naar de kussens. Medewerker [naam] was op dat moment spullen aan het bijvullen vanuit een palletwagen, en liep met haar mee naar de afhaalbalie in de winkel en haalde de kussens uit het magazijn.



2.4.
Bij het verlaten van de winkel is [verzoekster] gestruikeld over een lege palletwagen en ten val gekomen. Zij liep op dat moment met de vier opgestapelde kussens voor zich uit in haar handen.



2.5.

[verzoekster] is naar de spoedeisende hulp van het Beatrixziekenhuis te Gorinchem gebracht waar bleek dat sprake was van een radiuskop fractuur met lichte angulatie links - zij had haar linker elleboog gebroken.



2.6.
Er is sprake van verminderde functionaliteit van het ellebooggewricht van [verzoekster] . De extensie is beperkt tot 95 graden. Gezien de angulatiestand bij de breuk verwacht de huisarts geen verdere verbetering.



2.7.

[verzoekster] is fysiotherapeut.



2.8.

[verzoekster] heeft Kwantum aansprakelijk gesteld. AXA XL, de aansprakelijkheidsverzekeraar van Kwantum, heeft de aansprakelijkheid namens Kwantum afgewezen.






3Het verzoek en het verweer


3.1.

[verzoekster] verzoekt de rechtbank bij wijze van deelgeschil in de zin van artikel 1019w van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) te bepalen dat:


“I. Kwantum aansprakelijk is jegens [verzoekster] voor de door haar geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade als gevolg van het ongeval dat haar op 25 januari 2025 is overkomen;



II. Kwantum/ AXA XL gehouden is de volledig geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade als gevolg van het ongeval van 25 januari 2025 aan [verzoekster] te vergoeden;



III. De kosten van deze deelgeschilprocedure op grond van artikel 1019 aa Rv jo. artikel 6:96 BW vast te stellen conform de opgave van de advocaat, althans vast te stellen op een nader in goede justitie te bepalen bedrag alsmede te bepalen dat Kwantum/ AXA XL gehouden is tot betaling van deze kosten inclusief het griffierecht.”




3.2.
Aan haar verzoek heeft [verzoekster] ten grondslag gelegd dat Kwantum een onrechtmatige daad jegens haar heeft gepleegd, doordat het aan Kwantum te wijten is dat een gevaarzettende situatie in het leven is geroepen als gevolg waarvan [verzoekster] gevallen is over de palletwagen.



3.3.

Kwantum e.a. verzetten zich tegen toewijzing van het verzoek en voeren daartoe aan dat de zaak niet geschikt is voor een deelgeschil, dat er geen onrechtmatige gevaarzetting is geweest en dat in elk geval sprake is van eigen schuld van [verzoekster] .

4. De beoordeling





De zaak leent zich voor behandeling in een deelgeschil





4.1.

[verzoekster] heeft zich tot de rechtbank gewend met een verzoek als bedoeld in artikel 1019w Rv. In dit artikel is de mogelijkheid van een deelgeschilprocedure opgenomen. De rechtbank moet beoordelen of er sprake is van schade die wordt geleden door dood of letsel. Ook moet de rechtbank beoordelen of er sprake is van een geschil omtrent een deel van wat partijen verdeeld houdt.



4.2.
De deelgeschilprocedure biedt betrokkenen bij een geschil over schade als gevolg van dood of letsel in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase een eenvoudige en snelle toegang tot de rechter, om de totstandkoming van een minnelijke regeling te bevorderen. In verband hiermee moet de rechtbank eerst beoordelen of de verzochte beslissing kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Als dit onvoldoende het geval is, moet het verzoek worden afgewezen (artikel 1019z Rv).



4.3.
In dit geval verschillen partijen - kort gezegd - van mening over de aansprakelijkheid. Een oordeel daarover kan een bijdrage leveren aan het vlottrekken van de onderhandelingen die uiteindelijk zouden kunnen leiden tot een vaststellingsovereenkomst. De zaak is daarom geschikt voor behandeling als deelgeschil als bedoeld in artikel 1019w Rv.



Inhoudelijke beoordeling





4.4.

Voor aansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW is allereerst vereist dat sprake is van een toerekenbare onrechtmatige daad. [verzoekster] heeft gesteld dat daarvan sprake was. Volgens haar heeft Kwantum onrechtmatig gehandeld omdat sprake was van een gevaarzettende situatie in de winkel. Door een lege palletwagen te laten staan in een looppad in de winkel, waarover [verzoekster] kon vallen en is gevallen, heeft Kwantum onrechtmatig gehandeld.
Volgens Kwantum was geen sprake van onrechtmatig (gevaarzettend) handelen, maar behoorde [verzoekster] de benodigde oplettendheid in acht te nemen. Bovendien is zij gewaarschuwd voor de palletwagen.




Gevaarzetting en onrechtmatigheid: de Kelderluikcriteria





4.5.
De rechtbank stelt voorop dat gevaarzettend gedrag dat de mogelijkheid van een ongeval creëert, alleen onrechtmatig is als de mate van waarschijnlijkheid van een ongeval als gevolg van dat gedrag zo groot is dat de dader zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moeten weerhouden. Voor de beoordeling van gevaarzettend gedrag en de vraag of dit gedrag onrechtmatig is, dient te worden gekeken naar de zogenaamde Kelderluik-criteria:



de waarschijnlijkheid van onoplettendheid of onvoorzichtigheid van de ander;


de kans dat een ongeval zich voordoet bij niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid;


de ernst van de te verwachten gevolgen;


e bezwaarlijkheid van te nemen maatregelen.





4.6.
Kwantum is verantwoordelijk voor de inrichting van de winkel: de zogenaamde ‘routing’, de inrichting van de winkel met de looppaden en de plaats van de afhaalbalie. Vast staat dat [verzoekster] gevallen is over een op dat moment lege palletwagen in de winkel, toen zij wegliep met de kussens. Volgens [verzoekster] stond de lege palletwagen in het looppad van de winkel. Volgens Kwantum stond de lege palletwagen niet in het looppad en was er voldoende doorgangsruimte naast de palletwagen. Medewerker [naam] heeft schriftelijk verklaard dat de instructie van Kwantum is dat palletwagens, als deze leeg zijn gemaakt, naar het magazijn moeten worden gebracht. Kwantum heeft die instructie ter zitting bevestigd. Medewerker [naam] heeft ook verklaard dat hij [verzoekster] heeft gewaarschuwd dat de palletwagen in de weg stond. Dat laatste heeft [verzoekster] betwist. Zij had de palletwagen niet al op de heenweg gezien en volgens haar heeft medewerker [naam] haar, na het overhandigen van de kussens, alleen veel plezier gewenst met de kussens.



4.7.
Hoewel een klant in een winkel als Kwantum ook zelf voorzichtigheid in acht moet nemen en rekening moet houden met mogelijke obstakels die het looppad (deels) blokkeren, creëert het laten staan van een lege palletwagen in de winkel de mogelijkheid van een val door een klant. Een dergelijke lege wagen is laag bij de grond en valt daardoor minder op, waardoor klanten kunnen struikelen en vallen. Het betreft daarmee gevaarzettend handelen.



4.8.
Ten aanzien van de vraag of dit gevaarzettend handelen ook als onrechtmatig moet worden aangemerkt, overweegt de rechtbank het volgende.



4.9.
Kwantum heeft onbetwist gesteld dat er lage winkelwagens beschikbaar zijn voor haar klanten en dat de voorraad in de winkel wordt bijgevuld tijdens openingstijden van de winkel. Daarmee is het niet te voorkomen dat er regelmatig lege palletwagens of daarop gelijkende winkelwagens in de winkel zijn. Aannemelijk is, dat bezoekers van de winkel -onder wie [verzoekster] - daarmee bekend zijn; dit is een fenomeen dat in andere winkels ook voorkomt. De kans is aanmerkelijk dat klanten in de winkel soms minder oplettend zijn, bijvoorbeeld omdat de aandacht uitgaat naar de koopwaar, of zoals in dit geval, naar de zojuist opgehaalde goederen, waardoor zij niet altijd goed opletten waar zij lopen (criterium a).



4.10.
Het is niet onwaarschijnlijk dat een onoplettende klant valt over een dergelijke palletwagen. Dat is te wijten aan de onopvallendheid van zo’n vrij grote, lage lege wagen in combinatie met het gegeven dat die in elk geval tot op zekere hoogte in de loop staat. Over de hoegrootheid van de kans op een dergelijk ongeval verschillen partijen van mening omdat zij het niet eens zijn over de vraag waar de palletwagen stond ten opzichte van de afhaalbalie, het looppad en de logische looproute naar de uitgang (criterium b).



4.11.
Wanneer een klant valt over een palletwagen, kunnen de gevolgen van zo’n val ernstig zijn in de zin dat letselschade (breuken, verstuikingen, verzwikkingen) voor de hand ligt. Dat is ook voorzienbaar voor Kwantum (criterium c).



4.12.
De instructie voor medewerkers is dat leeggemaakte palletwagens in de winkel worden weggehaald. Omdat de voorraad tijdens openingstijden wordt bijgevuld is het niet mogelijk om geheel te voorkomen dat er palletwagens in de winkel staan. Een effectieve voorzorgsmaatregel kan zijn om klanten hiervoor te waarschuwen. Zowel het neerzetten van een bordje als een mondelinge waarschuwing door een personeelslid zijn niet-kostbare en niet-bezwaarlijke maatregelen.



4.13.
Medewerker [naam] heeft schriftelijk verklaard dat hij de palletwagen even onbeheerd liet om mee te lopen met [verzoekster] om de kussens voor haar te halen en dat hij [verzoekster] gewaarschuwd heeft, nadat hij haar de kussens had overhandigd, met de woorden “kijk uit, daar ligt een pallet”. [verzoekster] heeft zelf ter zitting ook verklaard dat zij een dergelijke waarschuwing van wezenlijk belang vond. Als medewerker [naam] die waarschuwing had gegeven dan had zij daar niet gelopen en was zij niet gevallen, zo verklaarde zij ter zitting. Zij betwist echter dat deze waarschuwing is gegeven.



4.14.
Als de waarschuwing is gegeven dan kan het laten staan van de lege palletwagen in de winkel niet als een onrechtmatige gedraging worden aangemerkt. De waarschuwing heft naar het oordeel van de rechtbank de gevaarzetting op. Het is dé wezenlijke te nemen maatregel (criterium d).



Conclusie: Kwantum is niet aansprakelijk omdat de onrechtmatigheid niet is bewezen





4.15.

De bewijslast van de onrechtmatige gedraging rust op [verzoekster] .
Weliswaar heeft [verzoekster] verklaard dat zij niet gewaarschuwd is maar de rechtbank heeft op dit moment geen reden om aan de schriftelijke verklaring van medewerker [naam] te twijfelen. Zijn verklaring is duidelijk en concreet en [verzoekster] heeft hier niet méér tegenovergesteld dan dat het volgens haar anders is gegaan - dus zonder de waarschuwing. Daarmee heeft [verzoekster] de gestelde onrechtmatigheid in dit deelgeschil niet voldoende onderbouwd.
Voor een getuigenverhoor is in het kader van een deelgeschil geen plaats.
Dat betekent, dat de vordering tot het afgeven van ene verklaring voor recht wordt afgewezen.




4.16.

Ten overvloede overweegt de rechtbank nog het volgende.
Indien in een eventueel vervolg zou komen vast te staan dat [verzoekster] niet is gewaarschuwd, dan is wél aan de vereisten van onrechtmatige daad voldaan en is Kwantum aansprakelijk. Een val over een palletwagen was dan voorzienbaar voor Kwantum en ook aan het vereiste dat schade is geleden door [verzoekster] is voldaan - Kwantum e.a. betwisten namelijk niet dat [verzoekster] door haar val letsel aan haar linkerarm/-elleboog heeft opgelopen. Voor die situatie geldt, zo overweegt de rechtbank eveneens ten overvloede, wél dat [verzoekster] ook zelf meer voorzichtigheid had moeten betrachten: zij kon weten dat er in de winkel palletwagens zouden staan omdat de voorraad bijgevuld werd tijdens openingstijden van de winkel en zij heeft zelf haar zicht gedeeltelijk beperkt door met de kussens voor zich in haar handen te lopen, waardoor zij minder zicht had op waar ze liep. Een percentage eigen schuld van 25 % is gezien deze omstandigheden in beginsel (zonder vooruit te lopen op een mogelijke billijkheidscorrectie) redelijk.




Kosten deelgeschil





4.17.
De rechtbank moet de kosten van de deelschilprocedure begroten, ook als een verzoek wordt afgewezen. Dit staat in artikel 1019aa lid 1 Rv. Hoe de kosten moeten worden begroot is geregeld in artikel 6:96 lid 2 BW. Daaruit volgt dat de rechtbank de zogenoemde dubbele redelijkheidstoets moet gebruiken; zowel het inroepen van de rechtsbijstand als de daarvoor gemaakte kosten moeten redelijk zijn. Dit betekent dat als een deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld, de kosten daarvan niet voor vergoeding in aanmerking komen.



4.18.
Dit laatste is niet het geval naar het oordeel van de rechtbank en ook Kwantum e.a. hebben dat niet aangevoerd. Misbruik van het processuele middel van een verzoekschrift ex artikel 1019w Rv acht de rechtbank niet aanwezig.



4.19.

[verzoekster] heeft de kosten van deze deelgeschilprocedure begroot op een totaalbedrag van € 7.823,24 inclusief btw, te vermeerderen met het griffierecht. Kwantum e.a. voeren aan dat het aantal bestede uren onredelijk is en dat het uurtarief bovenmatig is.



4.20.
De rechtbank is van oordeel dat het door mr. Yue gehanteerde uurtarief van € 290,- (in 2025) en € 310,- (2026) exclusief btw in combinatie met het aantal bestede uren (20,5 uur) niet in verhouding staan tot de beperkte complexiteit van de zaak. De rechtbank zal het aantal uren daarom enigszins matigen. De redelijke kosten voor het opstellen van het verzoekschrift en de verdere behandeling van de zaak als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW zullen door de rechtbank worden begroot op 17 uren × € 280,- exclusief btw, dus op € 5.759,60 (= 17 uur x € 280,- x 21 % btw). Dit bedrag moet worden vermeerderd met het door [verzoekster] betaalde griffierecht van € 341,- zodat de kosten van dit deelgeschil in totaal € 6.100,60 bedragen.






5De beslissing


De rechtbank



5.1.
begroot de kosten van deze deelgeschilprocedure op een bedrag van € 6.100,60.



5.2.
wijst het meer of anders verzochte af.



Deze beschikking is gegeven door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026.




3246/ 106







HR 5 november 1965, NJ 1966, 136