Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:12510

2026-09-14 Civiel recht C/10/724173
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-09-14
Publicatiedatum
2026-09-23
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Kort geding
Zaaknummer
C/10/724173
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Kort geding. Verstek. Meewerken verkoop woning. Toewijzing.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.193 tekens)
RECHTBANK Rotterdam


Team handel en haven




Zaaknummer: C/10/724173 / KG ZA 26-823




Vonnis in kort geding van 14 september 2026




in de zaak van





[vrouw]
,
wonend in [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. F. Durdu,



tegen





[man]
,
wonend in [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de man,
niet verschenen.






1De procedure


1.1.
Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 4 augustus 2026, met producties 1 tot en met 4. De mondelinge behandeling vond plaats op 7 september 2026.






2De beoordeling


2.1.
In de dagvaarding zijn de wettelijk voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat tegen de man verstek wordt verleend.



2.2.
Het voor toewijzing van een vordering in kort geding vereiste spoedeisend belang volgt uit de stellingen van de vrouw.



2.3.
De vorderingen komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en worden toegewezen. De gevorderde indeplaatsstelling wordt toegewezen op de wijze zoals vermeld in de beslissing.



2.4.
De voorzieningenrechter ziet aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt dat de proceskosten tussen ex-partners worden gecompenseerd. De man heeft, hoewel hij daartoe meermaals is aangeschreven, geen uitvoering gegeven aan de beschikking van 6 juli 2026 van deze rechtbank (C/10/707825 / FA RK 25-7526 en C/10/719561 / FA RK 26-3762), wat betreft de verdeling van de echtelijke woning. Als gevolg van het uitblijven van die medewerking was de vrouw genoodzaakt om deze procedure aanhangig te maken. De man moet daarom de proceskosten van de vrouw betalen.



2.5.
Omdat de vrouw procedeert op basis van een toevoeging, wordt de man niet veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van de vrouw worden begroot op:









- griffierecht


€


93,00







- salaris advocaat


€


760,00







- nakosten


€


189,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


1.042,00














3De beslissing


De voorzieningenrechter



3.1.
veroordeelt de man om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis zijn volledige medewerking te verlenen aan de taxatie en verkoop van de voormalige echtelijke woning gelegen aan de [adres] te [plaats] , waaronder begrepen:



schriftelijk kenbaar te maken voor welke van de drie door de vrouw voorgestelde NVM-makelaars hij kiest;


de gekozen makelaar opdracht te verstrekken tot taxatie en verkoop van de woning en daarvan een afschrift aan de advocaat van de vrouw toe te zenden;


alle overige medewerking te verlenen die noodzakelijk is voor de taxatie, verkoop en levering van de woning, waaronder begrepen het ondertekenen van alle daartoe benodigde documenten en akten;




3.2.
bepaalt dat, indien de man niet aan de onder 3.1 uitgesproken veroordeling voldoet, dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 2 BW in de plaats treedt van het deel van de schriftelijke opdracht tot taxatie en verkoop van de woning door de makelaar, de koopovereenkomst en de notariële akte van levering, waaruit moet blijken van de wilsverklaring van de man dat hij opdracht geeft tot taxatie en verkoop van de woning en de woning (mede) verkoopt en levert aan de koper;



3.3.
veroordeelt de man in de proceskosten van € 1.042,00, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend;



3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;



3.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2026. [3894/1980]