Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:12508

2026-09-23 Civiel recht C/10/724258 / KG ZA 26-826
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-09-23
Publicatiedatum
2026-09-23
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Kort geding
Zaaknummer
C/10/724258 / KG ZA 26-826
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Kort geding. Vorderingen strekkende tot voortzetting van een bindend adviesprocedure. Afwijzing. De voorzieningenrechter is op grond van artikel 1022c Rv absoluut bevoegd om de zaak te behandelen. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij met gedaagde 1 is overeengekomen dat elk geschil over de berekening van de hoogte van de Earn Out Payment, inclusief juridische uitlegkwesties, via een bindend adviesprocedure zou worden beslecht. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit niet het geval is. Een belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel. Gelet op het oordeel over de vorderingen ten aanzien van gedaagde 1 bestaat ten aanzien van gedaagden 2 en 3 onvoldoende spoedeisend belang om de vordering tegenover hen toe te wijzen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (34.871 tekens)
RECHTBANK Rotterdam


Team handel en haven




Zaaknummer: C/10/724258 / KG ZA 26-826




Vonnis in kort geding van 23 september 2026




in de zaak van





[bedrijf] B.V.,
vestigingsplaats: [plaats 1] ,
eisende partij,
advocaten: mrs. S.C.M. van Thiel, C.L. Kruse en J.B. van Solinge,



tegen





1MANUS SOFTWARE AND SERVICES HOLDING B.V.,

vestigingsplaats: Sliedrecht,
gedaagde partij,
advocaten: mrs. W.M. Smelt en M. Nuijten,



en




2. GRANT THORNTON FORENSIC & INVESTIGATION SERVICES B.V.,

vestigingsplaats: Alphen aan den Rijn,3. [naam adviseur],
woonplaats: [plaats 2] ,
gedaagde partijen,
advocaat: mr. D.C. Theunis.




Partijen worden hierna [bedrijf] , Manus, Grant Thornton en [naam adviseur] genoemd. Grant Thornton en [naam adviseur] worden hierna samen Grant Thornton c.s. genoemd.






1De zaak in het kort


1.1.
Manus heeft alle aandelen in een onderneming van [bedrijf] gekocht. De koopprijs van de aandelen bestond uit (i) een Base Purchase Price van ongeveer zeven miljoen euro en (ii) een Earn Out Payment van maximaal drie miljoen euro. [bedrijf] en Manus konden het niet eens worden over de hoogte van de Earn Out Payment. [bedrijf] en Manus zijn daarover een bindend adviesprocedure gestart. [bedrijf] en Manus hebben [naam adviseur] , die is verbonden aan Grant Thornton, opdracht gegeven om op te treden als bindend adviseur. [naam adviseur] heeft inmiddels een concept bindend advies uitgebracht. Manus vindt dat [naam adviseur] in dat concept buiten zijn opdracht is getreden en dat hij niet bevoegd is om de bepalingen van de koopovereenkomst (SPA) uit te leggen; het Nederlandse Arbitrage Instituut (NAI) zou bevoegd zijn. Manus heeft de overeenkomst van opdracht met [naam adviseur] opgezegd en zij is een procedure bij het NAI gestart. [bedrijf] is het daar niet mee eens. Daarom vordert [bedrijf] – kort gezegd – dat Manus onder druk van dwangsommen wordt veroordeeld om de opzegging in te trekken en mee te werken aan voortzetting van de bindend adviesprocedure. Verder vordert [bedrijf] dat het Grant Thornton c.s. wordt geboden om de bindend adviesprocedure te hervatten. Manus stelt zich in de eerste plaats op het standpunt de voorzieningenrechter niet absoluut bevoegd is om de zaak te behandelen en voert daarnaast inhoudelijk verweer. Grant Thornton c.s. refereren zich (na eerst verweer te hebben gevoerd) aan het oordeel van de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter verklaart zich bevoegd om de zaak te behandelen en wijst de vorderingen van [bedrijf] af. Deze oordelen worden hierna uitgelegd.






2De procedure


2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


de dagvaardingen van 28 augustus 2026, met bijlagen 1 tot en met 35;


de akte overlegging aanvullende productie tevens akte eiswijziging althans eisvermeerdering, met bijlage 36;


de conclusie van antwoord van Manus, met bijlage 1;


de conclusie van antwoord van Grant Thornton c.s.;


de mondelinge behandeling op 9 september 2026;


de pleitnotities van mr. Van Thiel;


de pleitnota van mr. Smelt.








3Enkele feiten


3.1.

[bedrijf] was enig aandeelhouder en bestuurder van M & I Broadcast Services B.V. (M&I). Op 10 mei 2022 heeft [bedrijf] een Share Purchase Agreement (SPA) met onder andere Manus gesloten. Op grond van de SPA heeft Manus 100% van de aandelen in M&I van [bedrijf] verworven.



3.2.
De koopprijs voor de aandelen in M&I bestond uit twee delen:


i) een Base Purchase Price van ongeveer zeven miljoen euro; en


ii) een Earn Out Payment van maximaal drie miljoen euro.





3.3.
De SPA vermeldt – voor zover van belang – het volgende over (de gang van zaken rondom) de berekening van de hoogte van de Earn Out Payment:


“5 EARN OUT




5.1


In addition to the Base Purchase Price, the Seller shall be entitled to the following contingent payment (the Earn Out Payment):

a. if the Second Anniversary Total Revenue is equal to or greater than EUR 9,500,000 (Nine Million Five Hundred Thousand Euros), the Purchaser shall pay the Seller an amount equal to EUR 3,000,000 (Three Million Euros); and
b. if the Second Anniversary Total Revenue is less than EUR 9,500,000 (Nine Million Five Hundred Thousand Euros), the Purchaser shall pay the Seller an amount equal to EUR 3,000,000 (Three Million Euros) minus EUR 2 (Two Euros) for every EUR 1 (One Euro) of such shortfall, provided that the Earn Out Payment cannot be a negative amount. (…)




5.2 (…)


Additionally, the Parties agree that:

a. any revenue from the Company's products and the standard reselling of regular third party products shall count as Total Revenue, regardless if such revenue is recognized as revenue by another Affiliate of the Purchaser;
b. any revenue realized from the VSN Collaboration shall count at normal price levels (i.e. disregarding any discounts) for the calculation of the Total Revenue;
c. in case the Company sells its own Software products on the basis of a subscription model instead of a license model, the aggregate subscription value of 72 (seventy-two) months will count as Total Revenue;
d. in case the Company sells a hosting service instead of delivering hardware, the aggregate subscription value thereof of 60 (sixty) months will count as Total Revenue;




(…)





5.5

The Purchaser shall prepare a specification of the Second Anniversary Total Revenue and a calculation of the Earn Out Payment on the basis thereof (the Earn Out Calculation) and shall deliver the Earn Out Calculation to the Seller ultimately within three (3) months following the Second Anniversary Date.




5.6

The Seller shall review the Earn Out Calculation up to twenty-five (25) Business Days following receipt of the Earn Out Calculation from the Purchaser (the Earn Out Calculation Review Period).




5.7

Ultimately on the last day of the Earn Out Calculation Review Period the Seller will advise the Purchaser in writing whether it accepts the Earn Out Calculation. (…)




5.8

If the Seller advises the Purchaser within the Earn Out Calculation Review Period that it does not agree to the Earn Out Calculation, the Seller will inform the Purchaser in writing of its specific reasons for such disagreement and the Seller and the Purchaser will during a subsequent period of twenty-five (25) Business Days (the Earn Out Calculation Discussion Period) discuss the Seller's objections and try to reach a settlement thereof. (…) Any matters in dispute, and such matters only, which remain unsettled at the end of the Earn Out Calculation Discussion Period will be settled by way of binding advice to be delivered by the Independent Accountant. (…) The advice shall be binding on all Parties with regard to the Earn Out Calculation.




5.9


The Independent Accountant shall at all times:

a. apply the term Second Anniversary Total Revenue as defined in this Agreement in conjunction with, in the order of priority as set out hereafter, (i) the Accounting Principles and (ii) Dutch GAAP; and
b. give each of the Seller and the Purchaser reasonable opportunity to make oral and written representations to him, and permit each of the Seller and Purchaser to be present while oral representations are made by the other Party and require that copies of any written representations are supplied to the other Party without delay.




(…)





5.11

The Independent Accountant may engage and consult with such other professional advisors, including legal and financial advisors, as he deems necessary for making its determination.




(…)







25GOVERNING LAW AND JURISDICTION



(…)




25.2

All disputes, except for the binding advice procedures set out in Clauses 4 and 5, arising out of or in connection with this Agreement, or any agreements resulting therefrom, will be settled in accordance with the arbitration rules of the Netherlands Institute (Nederlands Arbitrage Instituut) (NAI) (…)”.



3.4.
Bijlage 1 bij de SPA vermeldt – voor zover van belang – het volgende:


“Second Anniversary means the Total Revenue in the Earn Out Period

Total Revenue





(…)





Total Revenue
means the gross revenue (bruto omzet) of the Company, excluding (i) any transactions within the Purchaser's Group but only to the extent a member of the Purchaser’s Group is the (ultimate) beneficiary of the relevant service or product sold, (ii) any reseller discounts, (iii) any revenue acquired by any takeovers, acquisitions, mergers, or similar transactions and (iii) any increase of tariffs and prices with respect to subscriptions pursuant to the Company’s customer agreements in place at the Closing Date only (i.e. excluding product sales or to the extent the provided services change) effected post-Closing in excess of the sum of CPI indexation and, only in respect of third-party products, any additional increase necessary to maintain the Company’s margins as per the date of this Agreement; provided, however, that such gross revenues shall be calculated on the basis of the revenue recognition rules in accordance with (in the order of priority as set out hereafter) (a) the Accounting Principles and (b) Dutch GAAP; the Total Revenue shall further take into account the principles set out in Clause 5.2”.




3.5.

[bedrijf] en Manus zijn het niet eens geworden over de door Manus op 6 augustus 2024 aan [bedrijf] verstrekte berekening van de hoogte van de Earn Out Payment. Zij zijn toen overeengekomen om Grant Thornton in de persoon van [naam adviseur] te benaderen om als independent accountant/bindend adviseur als bedoeld in artikel 5.8 van de SPA op te treden. [naam adviseur] was daartoe bereid.



3.6.
In de uiteindelijke Engagement Letter binding advice (Engagement) van 3 juli 2025 tussen [bedrijf] , Manus en Grant Thornton staat – voor zover van belang – het volgende:


“2. Purpose, scope and nature of the assignment




(…)





Subscription revenue as part of the Earn Out Calculation based on Clause 5.2.c





Seller raised objections regarding the following revenue items of M&I Broadcast Services related to the revenue category based on Clause 5.2.c of the SPA:

1. The Omniplayer 3 subscription revenue;
2. The Spotwave subscription revenue; and
3. Nimbus subscription revenue.

The matters in dispute regarding subscription revenue in respect of the revenue category based on Clause 5.2.c of the SPA are not limited to aforementioned specific subscription revenue items (Omniplayer, Spotwave, Nimbus), but does also include all previous software versions, like Omniplayer 2, EAR, and other names of earlier software versions used as part of subscription revenue. Also a breakdown of subscription revenue per customer will be part of the analysis. While Parties have different positions about the inclusion of new products, new customers and renewals of subscriptions into the Earn Out Calculations, (potential) shifts between revenue categories affecting the subscription revenue in the Earn Out Calculation should be part of the analysis of the Independent Accountant.





The purpose of our services is to provide you with a binding advice on aforementioned matters in dispute (hereafter and in the binding advice referred to as: ‘Matters in Dispute’) regarding the Earn Out Calculation.”.




3.7.
Na ondertekening door alle partijen van de Engagement op 14 respectievelijk 16 juli 2025 is de bindend adviesprocedure van start gegaan. Die procedure heeft uiteindelijk geleid tot een concept bindend advies van 16 april 2026. Manus heeft [naam adviseur] vervolgens in een schriftelijke reactie van 26 mei 2026 verzocht om de bindend adviesprocedure te schorsen c.q. op te schorten. Dat verzoek heeft Manus in een e-mail van 15 juni 2026 herhaald. Uiteindelijk heeft Manus in een e-mail van 29 juni 2026 medegedeeld dat zij de bindend adviesprocedure beëindigt op grond van artikel 12 van de op de Engagement van toepassing zijnde algemene voorwaarden, dat inhoudt dat de Engagement op ieder moment onmiddellijk en zonder aankondiging kan worden beëindigd.



3.8.
Op 24 juli 2026 heeft Manus een arbitrageaanvraag ingediend bij het Nederlands Arbitrage Instituut (NAI). Deze aanvraag houdt – voor zover van belang – het volgende in:


“3 RELIEF SOUGHT AND MONETARY INTEREST




3.1.


Claimant requests the Tribunal to, by way of declaratory relief:

a. determine the proper interpretation and application of Clause 5.2(c) SPA;
b. determine the proper interpretation and application of the definition of Second Anniversary Total Revenue contained in Schedule 1 SPA;
c. determine the proper interpretation and application of Clause 5.9 SPA;
d. determine the manner in which the provisions referred to under (a) through (c) are to be interpreted and applied in conjunction with one another for the purposes of determining the Earn-Out under the SPA”.




3.9.

[bedrijf] heeft in de arbitrageprocedure een zogenoemde Short Answer ingediend, waarin zij zich primair beroept op onbevoegdheid van het NAI.






4De vorderingen


4.1.

[bedrijf] vordert – na wijzigingen van haar vorderingen – dat de voorzieningenrechter, steeds voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
( i) Manus gebiedt:

(a) binnen 48 uur na het in dezen te wijzen vonnis haar in haar 'Response of Manus Software and Services Holding B.V. to the draft binding advice of 16 April 2026' d.d. 26 mei 2026 en bij e-mails van 15 juni 2026 en 29 juni 2026 gedane opschortings- en ontbindings- c.q. opzeggingsverklaringen aan Grant Thornton in te trekken en ingetrokken te houden totdat de bindend-adviesprocedure is afgerond, een en ander met een directe kopie aan (de advocaten van) [bedrijf] ;
(b) al hetgeen te doen en te laten dat naar de mening van Grant Thornton in de persoon van [naam adviseur] nodig is en/of verzocht en/of geïnstrueerd wordt vanwege c.q. ten behoeve van de bindend-adviesprocedure en/of het bindend advies zelf;
(c) al hetgeen te doen waartoe zij op grond van artikel 5.10 SPA, de in paragraaf 3.34 van de dagvaarding genoemde bepalingen van de Engagement en artikel 3 en 5 Algemene Voorwaarden gehouden is;
(d) te gehengen en te gedogen dat Grant Thornton en [naam adviseur] de bindend-adviesprocedure voortzetten en afronden en het bindend advies geven, en zich te onthouden van iedere verdere handeling die ertoe strekt of ertoe kan leiden dat die voortzetting of afronding op een of meer van dezelfde gronden wordt belemmerd;
een en ander op straffe van een dwangsom van EUR 50.000 per dag, met een
maximum van EUR 3.000.000, voor iedere dag of dagdeel dat Manus niet of niet volledig aan de onder (i) sub (a), (b), (c) en/of (d) gevorderde veroordeling voldoet;



ii) Manus veroordeelt tot betaling van vergoeding van alle door [bedrijf] tot nu toe geleden schade, op de gronden die in paragraaf 3.38 e.v. van de dagvaarding zijn aangevoerd, vanaf de instructie van de zaak tot de datum van uitbrengen van deze dagvaarding begroot op EUR 27.794, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag dat de kosten bij [bedrijf] in rekening zijn gebracht;


iii) ieder van Grant Thornton c.s. gebiedt de bindend-adviesprocedure te hervatten overeenkomstig de Engagement;


iv) Manus en Grant Thornton c.s., hoofdelijk, veroordeelt in de kosten van dit geding.








5De beoordeling



De voorzieningenrechter is absoluut bevoegd om de zaak te behandelen



5.1.
Het meest ver strekkende verweer van Manus is dat de voorzieningenrechter zich absoluut onbevoegd moet verklaren om de zaak te behandelen, omdat – samengevat weergegeven – die zaak binnen het bereik van de tussen [bedrijf] en Manus gesloten arbitrageovereenkomst (artikel 25.2 SPA) valt en de door [bedrijf] gevraagde beslissing op tijd in arbitrage kan worden verkregen. [bedrijf] voert verweer.



5.2.

[bedrijf] en Manus zijn het erover eens dat hun geschil binnen het bereik van de tussen [bedrijf] en Manus gesloten arbitrageovereenkomst valt en dat de gewone rechter daarom absoluut onbevoegd is om daarover in een bodemprocedure te oordelen. Dit staat er in principe echter niet aan in de weg dat [bedrijf] zich tot de voorzieningenrechter wendt, zoals zij in dit geval heeft gedaan, om een spoedeisende vordering in verband met dat geschil voor te leggen. In het geval dat Manus zich dan op de gesloten arbitrageovereenkomst beroept, zoals zij heeft gedaan, is de voorzieningenrechter uitsluitend absoluut bevoegd als de gevraagde beslissing niet op tijd in arbitrage kan worden verkregen.



5.3.

Aan Manus kan worden toegegeven dat het NAI beschikt over een spoedprocedure, zodat [bedrijf] een beslissing op een gedeelte van de door [bedrijf] gevorderde voorlopige voorzieningen mogelijk ook in een arbitrageprocedure tegen Manus zou kunnen verkrijgen. De vorderingen van [bedrijf] richten zich echter niet alleen tegen Manus, maar ook tegen Grant Thornton c.s. en Grant Thornton c.s. zijn niet gebonden aan de tussen [bedrijf] en Manus gesloten arbitrageovereenkomst. Alleen al om die reden kan [bedrijf] in een arbitrageprocedure niet dezelfde beslissingen verkrijgen als in deze zaak. De inhoud van de gevorderde voorzieningen tegenover Grant Thornton c.s. hangt sterk samen met die tegen Manus: als [bedrijf] gelijk zou krijgen tegenover Manus, heeft dat voor haar geen nuttig effect zolang Grant Thornton c.s. niet voort gaan met de afronding van het bindend advies en daarop ziet de vordering tegenover hen. Uit de conclusie van antwoord van Grant Thornton c.s. in deze procedure en de toelichting ter zitting maakt de voorzieningenrechter op dat zij, gegeven de huidige situatie en de op hen toepasselijke regelgeving, tot die afronding zeker bereid zijn, maar alleen als zij daartoe veroordeeld worden.
Er is dus sprake van een samenstel van vorderingen met als doel om de vastgelopen bindend adviesprocedure weer op gang te krijgen. Die vorderingen kunnen niet goed worden gesplitst en daarom alleen samen in deze zaak worden behandeld. De voorzieningenrechter is dan ook op grond van artikel 1022c Rv absoluut bevoegd om de zaak te behandelen.




Het toetsingskader in een kort geding




5.4.
Het gaat hier om in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen. De voorzieningenrechter moet daarom beoordelen of [bedrijf] ten tijde van dit vonnis bij die voorzieningen een spoedeisend belang heeft. Verder moet de voorzieningenrechter zich in dit kort geding een voorlopig oordeel vormen over het geschil ten gronde. De voorzieningenrechter moet bij dat alles ook een belangenafweging maken.



De vorderingen van [bedrijf] worden afgewezen




5.5.
In de kern moet de voorzieningenrechter de vraag beantwoorden of partijen in de SPA zijn overeengekomen dat elk geschil over de berekening van de hoogte van de Earn Out Payment, inclusief juridische uitlegkwesties, via een bindend adviesprocedure zou worden beslecht. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit niet het geval is.



5.6.

Als maatstaf geldt dat bij de uitleg van een overeenkomst telkens van beslissende
betekenis zijn alle omstandigheden van het concrete geval, waarbij bepalend is de zin die
partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten
toekennen en wat zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Voor zover een
overeenkomst schriftelijk is vastgelegd, betekent dit dat het antwoord op de vraag wat
partijen zijn overeengekomen niet kan worden beantwoord op grond van alleen maar een
zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van de overeenkomst, maar dat het ook dan
aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs
aan deze bepalingen mochten toekennen en op wat zij in dat opzicht redelijkerwijs
van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke
maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen
kan worden verwacht, de manier waarop de overeenkomst tot stand is gekomen, de
aannemelijkheid van de rechtsgevolgen van de ene of de andere uitleg en de wijze
waarop partijen uitvoering hebben gegeven aan de overeenkomst.




5.7.
Het uitgangspunt is dat “all disputes (…) arising out of or in connection with” de SPA aan arbitrage zijn onderworpen (artikel 25.2 SPA). De bindend adviesprocedure in, onder andere, artikel 5 SPA vormt daar een uitzondering op. Deze uitzondering moet gelet op die opbouw in beginsel beperkt worden uitgelegd. De SPA is een overeenkomst die tussen grote professionele partijen is gesloten. Er is een due diligence onderzoek geweest en [bedrijf] en Manus hebben uitgebreid onderhandeld, juist ook over de prijs, en zij waren daarbij beide voorzien van professioneel juridisch advies. Onder die omstandigheden moet worden aangenomen dat [bedrijf] en Manus deze uitzondering op de hoofdregel zo nauwkeurig mogelijk hebben omschreven en mag niet te ver van de betekenis van de letterlijke tekst van die uitzondering worden afgeweken.



5.8.
Artikel 5 van de SPA bevat bepalingen over de berekening van de omvang van de Earn Out Payment en hoe moet worden gehandeld in de situatie dat partijen het niet eens worden over die berekening. Op grond van artikel 5.8 van de SPA zijn aan bindend advies onderworpen “any matters in dispute, and such matters only, which remain unsettled at the end of the Earn Out Calculation Discussion Period”. Het daarover uit te brengen bindend advies “shall be binding on all Parties with regard to the Earn Out Calculation”. De “matters in dispute” zijn door [bedrijf] en Manus omschreven in de Engagement (zie 3.5. hiervoor), nadat zij daar uitgebreid over hebben onderhandeld. Het gaat daarbij kort gezegd om de omzet verband houdend met wat in artikel 5.2.c. van de SPA is omschreven.



5.9.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kunnen de “matters in dispute” niet zo ruim worden opgevat dat daaronder ook alle juridische uitlegkwesties die daarmee verband houden kunnen worden geschaard, zoals in dit geval de juridische uitlegkwestie wat precies moet worden begrepen onder Second Anniversary Total Revenue als bedoeld in artikel 5.1 van en bijlage 1 bij de SPA en, in het verlengde daarvan, wat precies valt onder artikel 5.2.c. van de SPA. Daarbij is allereerst van belang dat in de definitie van de Matters in Dispute in de Engagement niet de uitleg van die begrippen is vermeld.
De voorzieningenrechter heeft verder meegewogen dat uitzonderingen op de hoofdregel in beginsel beperkt moeten worden uitgelegd, zoals hiervoor al is overwogen.
Daar komt bij dat [bedrijf] en Manus in artikel 5.9 van de SPA uitdrukkelijk zijn overeengekomen dat [naam adviseur] te allen tijde “[must] apply the term Second Anniversary Total Revenue as defined in this Agreement in conjunction with, in the order of priority as set out hereafter, (i) the Accounting Principles and (ii) Dutch GAAP”. [bedrijf] en Manus verwijzen daarmee in de eerste plaats naar bijlage 1 bij de SPA, waarin onder andere de begrippen Second Anniversary Total Revenue en Total Revenue nader zijn omschreven. Verder bevat de Agreement zelf, in 5.2.a tot en met d, nog een aantal verduidelijkingen van het begrip Total Revenue. Dit wijst erop dat het niet de bedoeling van partijen is geweest dat de bindend adviseur ( [naam adviseur] ) zelf duiding zou geven aan (de juridische uitleg van) het begrip Second Anniversary Total Revenue.
Het woord “apply” in artikel 5.9 van de SPA betekent toepassen. Naar voorlopig oordeel is daarmee bedoeld dat [naam adviseur] de begrippen Second Anniversary Total Revenue en Total Revenue moest toepassen zoals die in de SPA zijn omschreven en niet dat hij die begrippen moest uitleggen. Partijen hebben hun eigen, in de SPA met bijlage gegeven, uitleg van die begrippen destijds kennelijk voldoende geacht om toepassing daarvan op de situatie door een Register Accountant, die daarbij ook de Accounting Principles en GAAP mag betrekken, mogelijk te maken, zodat de accountant als bindend adviseur uiteindelijk in staat is het daarmee gemoeide bedrag te berekenen.




5.10.
Dat in artikel 5.11 van de SPA staat dat [naam adviseur] zich zo nodig door juridisch adviseurs (of anderen) mag laten bijstaan, is naar voorlopig oordeel niet meer dan een algemene toevoeging om de bindend adviseur enige armslag te geven om advies in te winnen als hij daaraan behoefte mocht hebben. Die bepaling is niet toegesneden op dit twistpunt en onvoldoende concreet; zij legt om die reden onvoldoende gewicht in de schaal om te concluderen dat is bedoeld om ook juridische uitlegkwestie rondom de berekening van de hoogte van de Earn Out Payment door [naam adviseur] te laten beslechten. In dat verband is van belang dat in de basis gekozen is voor geschillenbeslechting door het NAI, dat geëquipeerd is om juridische uitlegkwesties te beslechten. Tegen die achtergrond is er te weinig grond voor een uitleg die erop neerkomt dat [bedrijf] en Manus hebben bedoeld dat een uitlegkwestie zou moeten worden beslist door een Register Accountant als bindend adviseur, wiens expertise niet op juridisch terrein ligt.



5.11.

[bedrijf] heeft daar tegenover gesteld dat over die uitleg in de mondelinge toelichting bij de bindend adviseur uitvoerig en door beide partijen is gepleit, zonder dat Manus daar ooit heeft opgebracht dat dit de taak van de bindend adviseur te buiten ging. Het standpunt van [bedrijf] dat Manus daarmee haar recht heeft verwerkt om zich op het arbitragebeding te beroepen, wordt in het licht van het voorgaande gepasseerd. In de situatie waarin arbitrage in de SPA tot uitgangspunt wordt genomen en de bindend adviesprocedure daarop een uitzondering vormt, is voor een geslaagd beroep op rechtsverwerking vereist dat Manus voldoende duidelijk heeft laten weten dat zij geen beroep meer zou doen op het arbitragebeding. Hoewel aan [bedrijf] kan worden toegegeven dat Manus gedurende de bindend adviesprocedure is ingegaan op de juridische uitleg van het begrip Second Anniversary Total Revenue, kan op grond daarvan naar voorlopig oordeel niet worden geconcludeerd dat Manus haar recht heeft verwerkt om zich nadien op het arbitragebeding te beroepen. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat Manus heeft uitgelegd dat zij steeds slechts haar standpunt heeft onderbouwd en dat zij pas in het concept bindend advies zag dat/hoe [naam adviseur] het begrip Second Anniversary Total Revenue is gaan uitleggen. Hoewel [bedrijf] terecht aanvoert dat voor de hand had gelegen en door [bedrijf] ook verwacht mocht worden dat Manus dit aspect eerder en duidelijker aan de orde had gesteld, is dit onvoldoende voor het oordeel dat Manus zich vervolgens niet meer op het standpunt mocht stellen dat die uitlegkwestie in een arbitrageprocedure thuishoort.



5.12.
Een belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel. Manus heeft inmiddels een arbitrageaanvraag ingediend bij het NAI. De voorzieningenrechter kan niet vooruitlopen op de vraag of de arbiter zich bevoegd verklaart om artikel 5.2.c van de SPA uit te leggen, want dat oordeel is uitsluitend aan de arbiter voorbehouden. Naar voorlopig oordeel kan dat in ieder geval niet worden uitgesloten. Denkbaar is daarbij dat de arbiter zal menen dat hij zich wel kan uitspreken over de proper interpretation van de genoemde bepalingen, maar niet over de application, omdat dat laatste juist is voorbehouden aan [naam adviseur] als bindend adviseur. Als de arbiter zich, al is het maar ten dele, bevoegd verklaart, is een beslissing over de uitleg van artikel 5.2.c van de SPA zonder meer relevant voor de bindend adviesprocedure. Het nu voortzetten van de bindend adviesprocedure bergt het risico in zich dat de arbiter later een andere uitleg aan artikel 5.2.c van de SPA geeft dan [naam adviseur] heeft gedaan en dat de bindend adviesprocedure vervolgens (gedeeltelijk) opnieuw moet worden gevoerd. In dat geval hebben alle partijen nodeloos geld en tijd in de bindend adviesprocedure gestoken.



5.13.
Hoewel er nog geen arbiter is aangewezen, verwachten [bedrijf] en Manus dat zij daarover tamelijk snel overeenstemming kunnen bereiken. Te verwachten valt dat de aangezochte arbiter zich vervolgens eerst, en binnen afzienbare tijd, zal uitspreken over de voor alle weren ingeroepen onbevoegdheidsexceptie uit de Short Answer van [bedrijf] . De spoedeisendheid van deze vorderingen is, ook als rekening wordt gehouden met de belangen van de achterliggende betrokkenen, niet zodanig dat die meebrengt dat deze beslissing niet kan worden afgewacht.



5.14.
Gelet daarop weegt het belang van [bedrijf] bij onmiddellijke hervatting van de bindend adviesprocedure minder zwaar dan het belang van Manus om de uitkomst van in elk geval dat eerste deel van de arbitrageprocedure te kunnen afwachten.



5.15.
De conclusie is dat Manus op dit moment niet kan worden verplicht om de door haar gedane schorsing, opschorting c.q. beëindiging van de bindend adviesprocedure in te trekken en die procedure voort te zetten. De daartoe strekkende vordering (i) wordt daarom, wat daarvan verder zij, afgewezen. Vordering (ii) deelt hetzelfde lot, aangezien onder deze omstandigheden (nog) geen grond bestaat om Manus tot vergoeding van schade te veroordelen. Vordering (iii) wordt tot slot afgewezen bij gebreke van voldoende spoedeisend belang. Manus wordt immers niet veroordeeld om de bindend adviesprocedure voort te zetten en gelet daarop bestaat onvoldoende spoedeisend belang om Grant Thornton c.s. daar al wel toe te veroordelen.




[bedrijf] moet de proceskosten van Manus en Grant Thornton c.s. betalen




5.16.

[bedrijf] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [bedrijf] en Grant Thornton c.s. betalen.



5.17.
De proceskosten van Manus worden begroot op:
- griffierecht € 735,00
- salaris advocaat € 1.177,00 (tarief gemiddeld complexe zaak)
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 2.101,00



5.18.
De proceskosten van Grant Thornton c.s. worden begroot op:
- griffierecht € 735,00
- salaris advocaat € 1.177,00 (tarief gemiddeld complexe zaak)
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 2.101,00



5.19.
De door Grant Thornton c.s. gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.



Uitvoerbaarheid bij voorraad




5.20.
De proceskostenveroordelingen en de veroordeling om daar ten aanzien van Grant Thornton c.s. wettelijke rente over te betalen worden ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaard.






6De beslissing


De voorzieningenrechter:



6.1.
verklaart zich absoluut bevoegd om de zaak te behandelen;



6.2.
wijst de vorderingen af;



6.3.
veroordeelt [bedrijf] in de proceskosten van Manus à € 2.101,00, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend;



6.4.
veroordeelt [bedrijf] in de proceskosten van Grant Thornton c.s. à € 2.101,00, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend;



6.5.
veroordeelt [bedrijf] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de in 6.4. bedoelde proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;



6.6.
verklaart de veroordelingen in 6.3., 6.4. en 6.5. uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026.
3349 / 109



Artikel 1022 Rv.


Artikel 1022a Rv.


Artikel 1022c Rv.


Artikel 258 Rv.