Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:12500

2026-09-23 Civiel recht 11948529 VZ VERZ 25-6741
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-09-23
Publicatiedatum
2026-09-23
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11948529 VZ VERZ 25-6741
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Herstelvonnis Zie ook ECLI:NL:RBROT:2026:11738

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.146 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


locatie Rotterdam



zaaknummer: 11948529 VZ VERZ 25-6741



datum uitspraak: 23 september 2026




Herstelbeschikking van de kantonrechter




in de zaak van




de ondernemingsraad van ExxonMobil in Nederland,

vestigingsplaats: Rotterdam,
verzoekster,
vertegenwoordigd door zijn voorzitter [naam] ,
gemachtigden: mr. D. Schwartz en mr. L.J.M. van Westerlaak,



tegen




ESSO Nederland B.V. en ExxonMobil Chemical Holland B.V.,

vestigingsplaats: Rotterdam,
verweerster,
gemachtigde: mr. E. Lutjens.



De partijen worden hierna ‘de ondernemingsraad’ en ‘ExxonMobil’ genoemd.





1Het voornemen van de kantonrechter en de reactie van partijen

1.1.
De kantonrechter heeft partijen op 11 september 2026 geïnformeerd over het voornemen om een kennelijke fout in de beschikking van 10 september 2026 te herstellen. Onder de ‘De beoordeling’ in rechtsoverweging 2.15 staat dat de beschikking uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, maar onder ‘De beslissing’ ontbreekt de uitvoerbaar bij voorraadverklaring. Dit is naar het oordeel van de kantonrechter een kennelijke fout, die zich voor eenvoudig herstel leent.



1.2.
Partijen is gevraagd om op dit voornemen te reageren.



1.3.
De advocaat van ExxonMobil geeft in een brief van 17 september aan dat hij er bezwaar tegen heeft dat de beschikking wordt aangepast. Hij stelt dat hij de beschikking aldus heeft verstaan dat het een bewuste keuze is het uitvoerbaar bij voorraad niet in de beschikking op te nemen. Dit bezwaar is niet terecht. In rechtsoverweging 2.15 van de beschikking staat duidelijk dat de beschikking uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. In deze rechtsoverweging wordt ook uitgelegd waarom de kantonrechter dit heeft besloten. De alinea wordt afgesloten met de zin: Daarom wijst de kantonrechter de uitvoerbaar bij voorraad verklaring toe.


1.4.. De advocaat van de ondernemingsraad heeft niet schriftelijk gereageerd, maar telefonisch aan de griffie van de rechtbank laten weten in te stemmen met het voorgenomen herstel.






2De beoordeling

2.1.
De kantonrechter zal de beschikking verbeteren omdat sprake is van een kennelijke fout die makkelijk hersteld kan worden (artikel 31 Rv).



2.2.
De kantonrechter heeft geconstateerd dat er nog een typefout staat in de beschikking van 10 september 2026. In 2.8 van de beschikking staat ‘toerekende motivering’. Dit moet zijn ‘toereikende motivering’. De kantonrechter zal deze kennelijke verschrijving in deze herstelbeschikking ook verbeteren.





3De beslissing
De kantonrechter:


3.1.
bepaalt dat in de beschikking van 10 september 2026 de tekst ‘toerekende motivering’ in rechtsoverweging 2.8 wordt veranderd in ‘toereikende motivering’;



3.2.
bepaalt dat in de beschikking van 10 september 2026 onder ‘3. De beslissing’ wordt toegevoegd dat deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Voor de duidelijkheid zal de kantonrechter de verbeterde tekst onder ‘3. De beslissing’ hierna opnemen:



“De kantonrechter:





3.3.

verklaart voor recht dat de tussen partijen gemaakte indexatieafspraak zo moet worden uitgelegd dat ExxonMobil zich heeft verbonden te streven naar een indexatie van 90% van de stijging van de afgeleide CPI, gemaximeerd op de loonsverhoging van de actieven (‘het formuledeel’), althans zodanig te indexeren dat de ontwikkelingen van de pensioenen niet uit de pas gaan lopen met de ambitie en dat het ‘aanvullende deel’ van de indexatieregeling is bedoeld om, als er bijzondere omstandigheden zijn waardoor de indexatie-ambitie door toepassing van het ‘formuledeel’ niet gehaald dreigt te worden, bij te sturen;




3.4.

verklaart voor recht dat als er bijzondere omstandigheden zijn waardoor de indexatie-ambitie door toepassing van het ‘formuledeel’ niet gehaald dreigt te worden, ExxonMobil niet zonder nadere motivering kan afzien van toepassing van het aanvullende deel van de indexatieregeling;




3.5.

verklaart voor recht dat ExxonMobil, door in de jaren 2021 tot en met 2024 zonder nadere motivering het aanvullende deel niet toe te passen, in strijd heeft gehandeld met het goed werkgeverschap (artikel 7:611 BW);




3.6.

veroordeelt ExxonMobil om voldoende financiering beschikbaar te stellen, zodanig dat het bestuur van het pensioenfonds kan overgaan tot een aanvullende indexatie van 5,82% per 1 oktober 2026, op straffe van een dwangsom van € 100.000,- per dag, voor elke dag dat ExxonMobil, na twee maanden nadat het pensioenfonds aan ExxonMobil opgave heeft gedaan van het bedrag dat nodig is voor de indexatie, in gebreke blijft de financiering beschikbaar te stellen, met een maximum van € 1.000.000,-;




3.7.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;




3.8.

wijst al het meer of anders verzochte af.”




3.9.
geeft de griffier de opdracht om op de originele beschikking van 10 september 2026 te vermelden dat de beschikking met deze herstelbeschikking is aangepast en daarvan een afschrift aan partijen te verstrekken;



3.10.
bepaalt dat partijen de eerder verstrekte afschriften van de beschikking van 10 september 2026, voor zover opgemaakt in executoriale vorm, binnen twee weken aan de rechtbank moeten terugsturen.


Deze beschikking is gewezen door kantonrechter mr. C.J. Frikkee en in het openbaar uitgesproken.
34650