Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:12397

2026-09-09 Civiel recht C/10/724956 / KG ZA 26-879
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-09-09
Publicatiedatum
2026-09-21
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Kort geding
Zaaknummer
C/10/724956 / KG ZA 26-879
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Kort geding. Medewerking verkoop woning. In conventie toewijzing. De vrouw wil de voormalige echtelijke woning verkopen voor een bod dat hoger ligt dan de vraagprijs. De bezwaren van de man over hoogte bod worden gepasseerd, omdat bod binnen gebruikelijke marge ligt van de taxatiewaarde. In reconventie afwijzing. De man heeft niet aannemelijk gemaakt dat als de woning alsnog niet verkocht wordt voor het al liggende bod dat de vrouw haar medewerking aan een nieuwe verkoop zal onthouden.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (34.665 tekens)
RECHTBANK Rotterdam


Team handel en haven




Zaaknummer: C/10/724956 / KG ZA 26-879




Vonnis in kort geding van 9 september 2026




in de zaak van





[de vrouw]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. B. Fresco,



tegen





[de man]
,
wonende te [land 1] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. A. Kaynak.






1De zaak in het kort


De man en de vrouw hebben hun voormalige echtelijke woning aangeboden voor de verkoop. Een potentiële koper heeft een bod gedaan. De vrouw wil dat bod accepteren, maar de man twijfelt of het bod marktconform is en weigert daarom het bod te accepteren. De vrouw vordert dat dit vonnis in de plaats komt van de wilsverklaring van de man. De man stelt op zijn beurt vorderingen in. Hij wil dat de vrouw meewerkt aan de afwikkeling van het echtscheidingsconvenant en dat de echtelijke woning opnieuw in de verkoop wordt gezet om een hogere prijs te kunnen krijgen. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de vrouw toe en de vorderingen van de man af.






2De procedure


2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de conceptdagvaarding van 14 augustus 2026 met producties 1 tot en met 11;
- de vrijwillige verschijning van de man;
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties 1 tot en met 9;
- de akte overlegging producties van de vrouw met producties 12 tot en met 15;
- de door de man overgelegde productie 10; - de mondelinge behandeling van 26 augustus 2026;- de pleitaantekeningen van de vrouw;- de pleitnota van de man.






3De feiten


3.1.
Partijen zijn getrouwd geweest. Bij beschikking van [datum 1] is de echtscheiding uitgesproken en ingeschreven in het register op [datum 2] . Het echtscheidingsconvenant, door partijen ondertekend op [datum 3] , maakt deel uit van de echtscheidingsbeschikking. Daarin staat:


“Artikel 2. DE ECHTELIJKE WONING




Koopwoning




2.1

Tot het te verdelen vermogen van partijen behoort de onroerende zaak staande en gelegen aan het adres [adres] , te ( [postcode] ) [plaats] , kadastraal bekend [kadastrale aanduiding] . (…)




2.2

Op de in art. 2.1 genoemde onroerende zaak rust een schuld uit hoofde van een hypothecaire geldlening afgesloten bij ABN AMRO. (…) Verder hebben partijen nog een Energietransitielening (…).




Uitzonderen van de verdeling




2.3

Partijen spreken af dat zij de in artikel 2.1 genoemde woning en de in artikel 2.2 genoemde hypotheek en lening uitzonderen van de verdeling. Op het gezamenlijk eigendom van de echtelijke woning zijn de bepalingen van boek 3, titel 7, afdeling 1 Burgerlijk Wetboek van Toepassing.




2.4

Partijen zijn overeengekomen dat zij gedurende deze periode van onverdeeldheid de fundering van het huis zullen laten vastzetten en dat er een nieuwe etage onder het huis zal worden gemaakt. (…)




2.6

Partijen wensen het gezamenlijk eigendom van de echtelijke woning te behouden voor een termijn van maximaal 12 maanden, te rekenen vanaf de datum dat de opdracht tot reparatie van de fundering van de woning is gegeven aan een professional. Partijen doen voor de duur van deze termijn afstand van het recht om verdeling te vorderen. (…)




Verkoop na 12 maanden, te rekenen vanaf opdracht reparatie fundering.




2.7

Partijen zullen uiterlijk 3 maanden vóór de afloop van de in artikel 2.6 genoemde termijn, of zoveel eerder indien gewenst, met elkaar in overleg treden over de verdeling van de echtelijke woning. (…)




2.9

De bedoeling van partijen ten tijde van de ondertekening van het echtscheidingsconvenant is dat de echtelijke woning na 12 maanden, te rekenen vanaf de datum dat de opdracht tot reparatie van de fundering is gegeven aan een professional, wordt verkocht aan een derde. Partijen zullen gezamenlijk een makelaar inschakelen die zij de opdracht geven tot verkoop van de echtelijke woning. Partijen zullen gezamenlijk een makelaar inschakelen die zij de opdracht geven tot verkoop van de echtelijke woning. In overleg met de makelaar stellen zij een vraagprijs, een laatprijs en een oplevertermijn vast. Partijen zullen hun medewerking verlenen aan alle voor de verkoop noodzakelijke handelingen, zoals bijvoorbeeld (maar niet uitsluitend) het opruimen en schoonmaken van de woning voor het maken van de foto’s, bezichtigingen en dergelijke. (…)




Verdeling verkoopopbrengst




2.12


Na afloop van de in artikel 2.6 genoemde periode of indien de man en de vrouw op een ander moment besluiten tot verkoop/verdeling van de woning zullen de man en de vrouw tot verdeling bij helfte overgaan van de opbrengst van de woning onder afrekening van het vergoedingsrecht als beschreven in art. 2.11. Enig positief restant (verkoopopbrengst -/- kosten -/- hypothecaire geldlening -/- Energietransitielening zal aan partijen bij helfte toekomen, waarbij eerst het bedrag van € 75.000,- a € 80.000 aan de vrouw zal toekomen uit de overwaarde.


(…)





Investering [land 2]




3.9

Partijen hebben gezamenlijk geld geïnvesteerd in een onderneming in [land 2] , partijen genoegzaam bekend. Dat geld, alsmede de winst en opbrengst hoort aan hen beiden toe, ieder voor de helft. Momenteel gaat het naar verwachting om een waarde van € 60.000,- a 75.000. Partijen spreken hierover af dat de man ervoor zal zorgdragen dat dit geld naar Nederland zal komen en hij zal bewijs van de afkoop/verkoop aan de vrouw doen toekomen. Partijen zullen het geld gebruiken voor de fundering van de echtelijke woning. (…).”



3.2.
De vrouw is in de woning blijven wonen.



3.3.
Bij e-mails van 24 april 2025 zijn de man en de vrouw overeengekomen om een opdracht geven voor het herstel van de fundering. In deze e-mails is ook het volgende opgenomen ten aanzien van de verkoop van de investering in [land 2] (een appartement):


“Unlike the stipulations outlined in our divorce covenant, we both now agree to proceed with the repair of the foundation at [adres] , [plaats] , even though the apartment in [land 2] (our joint investment) has not yet been sold and the proceeds have not been transferred to the Netherlands. (…)




Our intention is for this transaction to take place prior to the sale of the property at [adres] , [plaats] in the Netherlands. In the event that, due to market conditions in [land 2] or the absence of a buyer, the funds cannot be transferred, we will agree on a fair method to assess the value of the [land 2] property. At that point, [de vrouw] will have the option to either receive the equivalent value in funds or retain her share of the apartment for a future time.”




3.4.
De man en de vrouw hebben vervolgens opdracht gegeven voor het herstel van de fundering.



3.5.
In e-mails van de man en de vrouw van 23 augustus 2025 staat:


“2. Investment in [land 2]

The parties have agreed that, since this investment has not yet been sold and transferred to


Netherlands due to Market condition and geopolitical situation of the country, [de vrouw] may choose at the time of the [plaats] house sale to obtain a fair valuation of her share or to retain her share and receive it when the [land 2] asset is sold.”




3.6.
In de periode december 2025 tot en met februari 2026 hebben de man en de vrouw gecorrespondeerd over de verkoop van het appartement in [land 2] . De man had een koper gevonden, maar de vrouw wilde niet instemmen met de verkoop, omdat de laatprijs volgens haar te laag was.



3.7.
In 2026 hebben de man en de vrouw besloten tot verkoop van de woning in [plaats] . Daartoe hebben zij meerdere makelaars benaderd.



3.8.
In een verkoopplan van 1 mei 2026 heeft [makelaar 1] geadviseerd de woning in [plaats] te verkopen met een vraagprijs van € 799.000,-. In een rapport van 4 mei 2026 heeft [makelaar 2] de woning getaxeerd op een bedrag van € 795.000,- tot € 835.000,- en geadviseerd een vraagprijs te hanteren van € 825.000,-. In een e-mail van 20 mei 2026 heeft [makelaar 3] geadviseerd een vraagprijs te hanteren van € 825.000,-.



3.9.
De man heeft bezwaar gemaakt tegen de geadviseerde vraagprijs en aangegeven de woning in [plaats] te willen verkopen met een vraagprijs van € 850.000,-. De vrouw heeft hiermee ingestemd. De man en de vrouw hebben vervolgens begin juni 2026 een opdracht gegevens aan [makelaar 3] (hierna: de makelaar) om de woning te verkopen met een vraagprijs van € 850.000,-.



3.10.
Er zijn twee biedingen op de woning uitgebracht, te weten een bod van € 800.000,- (op 29 juli 2026) en een bod van € 856.000,- (op 17 juli 2026). In het laatste bod staat:








“Voorwaarden



Voorbehoud uiterlijk voor het verstrijken van de wettelijke bedenktijd






Financiering




Voorbehoud voor het verkrijgen van een financiering voor een bedrag van € 300.000,-






Voorbehoud verkoop eigen woning




Ja 16-09-2026






Aanvullende voorbehouden kandidaat-koper




Zoals telefonisch besproken moeten er twee woningen worden verkocht, waarbij er maar 1 overbrugt kan worden. Dus in principe hoeft er één van beide woningen daadwerkelijk verkocht te zijn. Eén van de woningen heeft een terugkoopgarantie.


Dit is ook de enige reden voor een langere financieringstermijn. Voorbehoud technische keuring is meer voor de vorm gezien het bouwjaar van de woning. Vandaar ook binnen de 3 dagen wettelijke bedenktijd, om sneller zekerheid te geven aan verkopers






Aanvullende motivatie kandidaat-koper




(…) kopers gaan beiden hun eigen woningen verkopen om deze woning samen te betrekken. Financieel aspect: Als erkend makelaar en hypotheekadviseur draag ik ook zorg voor de hypotheek en geef ik de zekerheid dat op basis van de aangeleverde stukken, er geen risico op ontbinding van de koopakte voor de verkrijging van de hypotheek zal zijn. De financiële situatie heb ik uitvoerig bekeken inclusief BKR, stukken van inkomen en vermogen. Beide kopers hebben een stabiel inkomen en hebben alle hoop gevestigd op het verkrijgen van deze woning. Aandachtspunt is dat kopers in ieder geval één van hun eigen woningen verkocht moeten hebben, aangezien er maar één woning overbrugt kan worden voor de financiering. Van de andere kant is er door de overwaarde een lager financieringsvoorbehoud nodig. Ik zou kunnen bieden zonder voorbehouden, maar dan moet de koper € 1.000,- betalen (verzekering kopen zonder voorbehouden). Persoonlijk vind ik dat zonde van het geld en mijn verklaring dat het op basis van het inkomen rond komt zou afdoende moeten zijn. Denk dat de verkoper ook liever het geld een hoger bod ziet dan de “zekerheid”. Bod: Het bod wordt gedaan op basis van akkoord op onderstaande voorwaarden: ·


Ontbindende voorwaarden op 12 weken na ontvangst getekende koopakte; · Oplevering medio februari 2027 (voorkeur eerder in overleg); De volgende ontbindende voorwaarden moeten zijn opgenomen: · Verkrijging financiering op basis van een hypotheek van € 300.000; · Bouwtechnische keuring binnen 3 dagen wettelijke bedenktijd. Kopers zouden blij zijn als verkopers hun wat extra tijd geven om de woning te kunnen financieren en zal zich voor de overige zaken geheel naar de wensen van verkopers schikken. (…)”








3.11.

De vrouw heeft in een bericht van 29 juli 2026 aan de man gemeld dat er twee biedingen waren ontvangen. De vrouw heeft daarbij kenbaar gemaakt dat zij het bod van
€ 856.000,- (hierna: het bod) wilde accepteren en dat zij wilde dat de man het bod ook zou accepteren. De man heeft de vrouw verzocht om meer informatie over het bod via de makelaar.




3.12.
De makelaar heeft bij e-mail van 29 juli 2026 een in de Engelse taal vertaalde versie van het bod gestuurd aan de man. De man heeft in een bericht van 30 juli 2026 kenbaar gemaakt niet akkoord te gaan met het bod.



3.13.
De makelaar heeft op 30 juli 2026 met de man gesproken over het bod. De man heeft daarop kenbaar gemaakt te twijfelen over het bod en om een schriftelijke toelichting gevraagd. De makelaar heeft bij e-mail van 30 juli 2026 nadere uitleg gegeven over de inhoud van het bod en geadviseerd om het bod te accepteren.



3.14.
Bij e-mail van 30 juli 2026 heeft de advocaat van de vrouw de man gesommeerd om het bod te accepteren. De man heeft niet aan deze sommatie voldaan.



3.15.
Bij e-mail van 21 augustus 2026 heeft de makelaar gemeld dat de partij die het bod heeft gedaan de conceptkoopovereenkomst heeft ontvangen en opdracht heeft gegeven voor het verrichten van een bouwkundige keuring en taxatie.



3.16.
In een in opdracht van de man opgemaakt taxatierapport van 25 augustus 2026 is de woning getaxeerd op een marktwaarde van € 890.000,-.






4Het geschil



In conventie




4.1.
De vrouw vordert - samengevat – dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:



Primair


1. bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de voor de voor de koopovereenkomst en de daaropvolgende eigendomsoverdracht en levering van de woning te ( [postcode] ) [plaats] , aan de [adres] noodzakelijke toestemming, wilsverklaring en/of handtekening van de man, met bepaling dat de op te maken akte rechtsgeldig in de daartoe bestemde registers kan worden ingeschreven,



Subsidiair


2. de man veroordeelt om binnen twee dagen na de dagtekening van dit vonnis zijn

medewerking te verlenen aan het ondertekenen van de koopovereenkomst en levering van de woning door ondertekening van de leveringsakte bij de notaris op straffe van verbeurte van een dwangsom en met bepaling dat ingeval de man zijn medewerking niet heeft verleend dit vonnis in de plaats treedt van de ontbrekende wilsverklaring en handtekening van gedaagde benodigd voor de verkoop en levering,
met veroordeling van de man in de proceskosten.




4.2.
De man voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de vrouw, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de vrouw in de kosten van de procedure in conventie.



In reconventie





4.3.
De man vordert - samengevat – dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:



Primair

A. de vrouw veroordeelt tot nakoming van het tussen partijen gesloten
echtscheidingsconvenant en de nadien tussen partijen gemaakte schriftelijke uitvoeringsafspraken, in die zin dat eerst uitvoering wordt gegeven aan de tussen partijen gemaakte afspraken betreffende de gezamenlijke investering in [land 2] en de afwikkeling daarvan;
B. bepaalt dat de afwikkeling van de gezamenlijke investering in [land 2] overeenkomstig de tussen partijen gemaakte afspraken in beginsel voorafgaand aan de definitieve verkoop en financiële afwikkeling van de woning aan de [adres] te [plaats] dient plaats te vinden, althans dat de positie van partijen ten aanzien van die investering vóór die definitieve afwikkeling dient te worden vastgesteld;
C. de vrouw te veroordelen haar volledige medewerking te verlenen aan de afwikkeling van de investering in [land 2] , waarbij, voor zover de reeds gerealiseerde verkoop door haar niet wordt aanvaard, uitvoering dient te worden gegeven aan de tussen partijen op 23/25 augustus 2025 overeengekomen waarderingsmethodiek, waarna de vrouw binnen een in goede justitie te bepalen termijn dient aan te geven op welke wijze zij de opbrengst wil verdelen;
D. te bepalen dat de uit de afwikkeling van de investering in [land 2] voortvloeiende opbrengst overeenkomstig het convenant en de nadere uitvoeringsafspraken tussen partijen dient te worden betrokken bij tussen partijen nog openstaande financiële posten betreffende de echtelijke woning, waarna het resterende saldo tussen partijen overeenkomstig hun afspraken dient te worden verdeeld;




subsidiair

E. als in dit kort geding wordt geoordeeld dat de afwikkeling van de [land 2] investering in het kader van dit kort geding niet voorafgaand aan de verkoop van de woning te [plaats] kan worden verlangd, de vrouw te veroordelen volledige en tijdige medewerking te verlenen aan de reeds door de man geïnitieerde onafhankelijke taxatie van de echtelijke woning,
F. voor zover de bieding van € 856.000,– na ontvangst en beoordeling van het onafhankelijke taxatierapport niet tot een tussen beide eigenaren aanvaarde koopovereenkomst leidt, de vrouw te veroordelen haar medewerking te verlenen aan het opnieuw gedurende een redelijke termijn volledig en actief openstellen van de woning voor de markt;
G. de vrouw veroordeelt eraan mee te werken dat de verkoopmakelaar gedurende die periode alle serieuze belangstelling, verzoeken tot bezichtiging en ontvangen biedingen onverwijld en volledig aan beide eigenaren bekendmaakt;
H. te bepalen dat de woning zolang geen bieding door beide eigenaren gezamenlijk is aanvaard dan wel vervangende rechterlijke toestemming is verleend, niet tegenover derden als verkocht, gereserveerd of definitief “onder bod” mag worden behandeld;




meer subsidiair

I. meer subsidiair, indien wordt geoordeeld dat de echtelijke woning in de verkoop moet blijven, te bepalen dat de woning in ieder geval actief op de markt blijft totdat de onafhankelijke taxatie beschikbaar is en gedurende die periode alle nieuwe serieuze bezichtigingen en biedingen worden toegelaten en aan beide partijen worden medegedeeld;




zowel primair als subsidiair als meer subsidiair

J. de veroordelingen uitspreekt op straffe van verbeurte van een dwangsom;
K. de vrouw veroordeelt in de kosten van de procedure reconventie.




4.4.
De vrouw voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de man, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de man in de kosten van de procedure in reconventie.






5De beoordeling



Gezamenlijke behandeling conventie en reconventie



5.1.
De vorderingen in conventie en in reconventie worden vanwege hun samenhang gezamenlijk behandeld.



Rechtsmacht en toepasselijk recht




5.2.
De man is woonachtig in [land 1] . Gelet daarop heeft deze procedure een internationaal karakter en moet de voorzieningenrechter ambtshalve beoordelen of de Nederlandse rechter kennis kan nemen van de vorderingen en welk recht daarop van toepassing is.



5.3.
In de kern vorderen zowel de vrouw als de man nakoming van het echtscheidingsconvenant en de daarop gebaseerde nadere afspraken. Deze vordering vloeit daarmee niet rechtstreeks voort uit het huwelijk van partijen, maar uit een nadien tussen partijen gesloten overeenkomst. Gelet hierop valt deze vordering niet onder de uitzondering van artikel 1 lid 2 onder a van het Verdrag van Lugano (EVEX II), zodat de rechtsmacht van de Nederlandse rechter aan de hand van dit verdrag moet worden bepaald. De vorderingen van de vrouw hebben betrekking op zowel nakoming van het echtscheidingsconvenant als een zakelijke vordering betreffende een onroerend goed, zodat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van artikel 6 lid 4 EVEX II.



5.4.
Voor de vorderingen in reconventie van de man heeft de Nederlandse rechter op grond van artikel 6 lid 3 EVEX II rechtsmacht, omdat het een tegenvordering betreft die voorspruit uit dezelfde overeenkomst waarop de oorspronkelijke vordering gegrond is.



5.5.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat Nederlands recht van toepassing is, hetgeen wordt begrepen als een (stilzwijgende) rechtskeuze.



Toetsingskader kort geding




5.6.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat de vrouw daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.



De man moet het bod op de woning accepteren




5.7.

De vrouw heeft voldoende spoedeisend belang bij haar vorderingen. Het uitgangspunt bij een vordering tot medewerking aan verkoop van een gemeenschappelijk goed is dat niemand kan worden gedwongen om in een onverdeelde gemeenschap te blijven zitten. De echtscheiding is ruim anderhalf jaar geleden uitgesproken en tot op heden is de gemeenschappelijke woning onverdeeld gebleven. Partijen zijn in het echtscheidingsconvenant overeengekomen dat de woning uiterlijk 12 maanden na het geven van een opdracht voor funderingsherstel zou worden verkocht. Het is niet in geschil dat deze termijn reeds geruime tijd is verlopen. Partijen zijn daarom ook, gezamenlijk, overgegaan tot het aanbieden van de woning in de markt.
De vrouw heeft daarnaast kenbaar gemaakt dat zij door het uitblijven van de verkoop verder in financiële problemen komt, onder meer vanwege het moeten betalen van (een deel van) de vaste lasten en leningen die zij heeft afgesloten. Tot slot volgt het spoedeisend belang van de vrouw uit de omstandigheid dat indien het bod niet wordt geaccepteerd, de door de vrouw gewenste koopovereenkomst niet tot stand komt en de woning opnieuw verkocht moet worden, terwijl het onzeker is of dan een hogere prijs kan worden gerealiseerd.




5.8.

De man erkent dat de woning verkocht moet worden in het kader van de verdeling en stemt daarmee in beginsel ook in. Hij maakt evenwel bezwaar tegen acceptatie van het bod, omdat hij twijfels heeft over het bod in relatie tot de marktwaarde van de woning. Dit verdraagt zich naar voorshands oordeel niet met zijn eerdere opstelling, nu partijen gezamenlijk opdracht gegeven hebben om de woning te taxeren, beiden akkoord zijn gegaan met een vraagprijs van € 850.000,- en op basis daarvan een verkoopopdracht hebben verstrekt aan de makelaar. Er is geen afzonderlijke laatprijs met de makelaar afgestemd, zoals partijen wel in artikel 2.9 van het echtscheidingsconvenant zijn overeengekomen, zodat aannemelijk is dat € 850.000,- zowel de overeengekomen vraag- als de laatprijs is. Dat betekent, dat de vrouw de man kan houden aan die overeenstemming over de te accepteren prijs.
Bij gerede twijfels aan de zijde van de man had het voor de hand gelegen dat de man op dat moment een andere taxatie had laten uitvoeren. Dat geldt temeer nu al voorafgaand aan de verkoopopdracht discussie bestond over de vraagprijs en partijen uiteindelijk een vraagprijs hebben gehanteerd die boven de hoogste geadviseerde prijs lag.

Daarbij komt dat niet aannemelijk is dat het bod van € 856.000,- niet overeenkomt met de waarde van de woning. Volgens de man hoeft hij het bod niet te accepteren, omdat uit de door hem overgelegde taxatie zou blijken dat de marktwaarde € 890.000,- is en dus de laatprijs van de woning (aanmerkelijk) hoger zal uitvallen dan het bod van € 856.000,-. Dit overtuigt niet. Naar vaste rechtspraak geldt dat een bandbreedte van 10% als acceptabel geldt als het gaat om de juistheid van een taxatie. Het door de man overgelegde taxatierapport vermeldt in lijn daarmee ook referentiewoningen die getaxeerd zijn tegen een hogere marktwaarde dan de prijs waarvoor zij zijn verkocht. Het bod van € 856.000,- wijkt minder dan 10% af van de laatste taxatie, zodat het standpunt dat het bod niet marktconform is wordt verworpen.
Los daarvan ligt dit bod boven de door partijen tevoren als acceptabel aangemerkte prijs van € 850.000,-.




5.9.
Hoewel de man heeft aangevoerd dat indien de woning opnieuw in de verkoop komt het waarschijnlijk is dat meer bezichtigingen zullen plaatsvinden en meer biedingen zullen worden gedaan, berust dit op louter speculatie; de woning is slechts enkele malen bezichtigd en er zijn slechts twee biedingen ontvangen, beide onder de door de man gewenste prijs.



5.10.
De overige bezwaren van de man komen erop neer dat hij te weinig tijd heeft gekregen van de vrouw om het bod te kunnen beoordelen en bespreken met adviseurs. Hoewel het juist is dat de man weinig tijd heeft gekregen voor beoordeling van het bod, is het, in een geval waar een bod is gedaan dat boven de door partijen afgesproken vraag-(en laat)prijs ligt, niet ongebruikelijk en ook niet onredelijk dat met voortvarendheid wordt ingegaan op biedingen. Dat het bod diverse (overigens niet ongebruikelijke) voorwaarden en voorbehouden kent ten aanzien van de leveringsdatum of de financiering maakt dat niet anders. De man heeft bovendien inmiddels ruim de tijd gehad om het bod te beoordelen.



5.11.
De man heeft zich er verder op beroepen dat partijen in 2025 afspraken hebben gemaakt waaruit blijkt dat partijen de intentie hadden het appartement in [land 2] te verkopen alvorens de fundering van de woning in [plaats] zou worden hersteld. Daaruit volgt volgens de man dat de woning in [plaats] niet verkocht mag worden alvorens het appartement in [land 2] verkocht is en de opbrengst is verdeeld.


Dit standpunt acht de voorzieningenrechter onjuist. Hoewel het convenant en de latere mails wel de indruk wekken dat dit de volgorde was die partijen voor ogen stond, blijkt daaruit geen daadwerkelijke afspraak. Dat die afspraak bestond heeft de vrouw betwist. De vrouw beroept zich voorts op dwang of misbruik van omstandigheden. Wat daarvan zij, vast staat dat partijen na de e-mail waarop de man zich beroept alsnog hebben besloten de woning in [plaats] in de verkoop te zetten, hoewel de verkoop van het appartement in [land 2] nog niet was afgewikkeld. Dat valt niet te rijmen met de door de man gestelde afspraak. Daarbij weegt mee dat is gesteld noch gebleken dat er enig vooruitzicht bestond op het doorgaan van de verkoop en levering van het appartement in [land 2] en verdeling van de opbrengst ten tijde van het geven van de verkoopopdracht aan de makelaar en ook op dit moment een dergelijk vooruitzicht ontbreekt. De man heeft weliswaar een koopovereenkomst voor het appartement in [land 2] overgelegd, maar heeft ook erkend dat deze koopovereenkomst zonder toestemming van de vrouw tot stand is gekomen en dat zij gelet op de afspraken tussen partijen ondertekening en (de verdere uitvoering van) die koopovereenkomst mocht weigeren, wat zij ook heeft gedaan. De exacte stand van zaken is onduidelijk.
Onder die omstandigheden is het niet aannemelijk dat nu of ten tijde van het bod tussen partijen een afspraak geldt of gold die inhoudt dat de woning in [plaats] niet verkocht mag worden voordat de verkoop van het appartement in [land 2] is afgewikkeld. Dat betekent dat het daarop gestoelde verweer in conventie niet slaagt en de daarop gebaseerde vordering in reconventie moet worden afgewezen.




5.12.
Gelet op het voorgaande zijn er geen redelijke gronden voor de man om het bod te weigeren. Daarom wordt de primaire vordering van de vrouw toegewezen op de wijze vermeld in de beslissing. Aangezien de primaire vordering is toegewezen, wordt aan behandeling van de subsidiaire vordering niet toegekomen.



Vorderingen tot verdeling en nakoming van het echtscheidingsconvenant worden afgewezen




5.13.
De door de man ingestelde vorderingen onder A tot en met D komen neer op nakoming van het echtscheidingsconvenant, althans daarna gemaakte afspraken over de wijze van nakoming daarvan.



5.14.
De vorderingen onder B en D leiden in de kern tot een declaratoir vonnis, waartoe een kort geding geen mogelijkheid biedt. Daarbij komt dat het door de vrouw gevoerde verweer tegen de volgens de man in 2025 gemaakte afspraken over de verdeling aanleiding geeft voor een nader onderzoek naar de feiten, waar in een kort geding geen ruimte voor is. Gelet hierop worden deze vorderingen afgewezen.



5.15.
De man vordert onder A nakoming van het echtscheidingsconvenant in die zin van dat de volgens de man gemaakte afspraken over de verkoop van het appartement in [land 2] worden uitgevoerd voorafgaand aan de verkoop van de woning in [plaats] en onder C dat de vrouw medewerking moet verlenen aan de verkoop van het appartement in [land 2] en daarbij een keuze moet maken voor een verdelingsmethodiek. Uit de overweging onder 5.11. blijkt dat en waarom deze vorderingen niet toewijsbaar zijn. Voor vordering C wordt daaraan toegevoegd dat van de vrouw in de toekomst wel medewerking aan de verkoop mag worden verwacht.



5.16.
Een belangenafweging leidt gelet op het voorgaande niet tot een ander resultaat. De vorderingen onder A tot en met D worden daarom afgewezen.



Subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen worden afgewezen




5.17.
De subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen onder E tot en met I zijn gegrond op de veronderstelling dat de vorderingen van de vrouw worden afgewezen en de woning daarom (opnieuw) in de verkoop komt. Aangezien de vorderingen van de vrouw zijn toegewezen, worden deze vorderingen afgewezen. Hoewel het mogelijk is dat de woning uiteindelijk niet zal worden verkocht en geleverd op basis van het bod van € 856.000,-, is gesteld noch gebleken dat de vrouw in dat geval geen medewerking zal verlenen aan het (opnieuw) verkopen van de woning. De man heeft ook daarom geen belang bij dergelijke veroordelingen.



Proceskosten




5.18.
In procedures tussen ex-partners is het uitgangspunt dat de proceskosten worden gecompenseerd. Voor afwijking van dat uitgangspunt bestaat geen aanleiding. Dat betekent dat partijen, zowel in conventie als in reconventie, de eigen proceskosten moeten dragen.






6De beslissing


De voorzieningenrechter




in conventie




6.1.
bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de handtekening en instemmende wilsverklaring van de man ten behoeve van de koopovereenkomst tussen de vrouw en de man enerzijds en [persoon A] en [persoon B] anderzijds, die door de vrouw bij dagvaarding is overgelegd als productie 11, alsmede de op basis van die koopovereenkomst opgemaakte/op te maken notariële leveringsakte voor de woning te ( [postcode] ) [plaats] aan de [adres] , met bepaling dat de op te maken akte rechtsgeldig in de daartoe bestemde registers kan worden ingeschreven,



6.2.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



6.3.
wijst het meer of anders gevorderde af,



6.4.
compenseert de kosten van de procedure in conventie tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,



in reconventie





6.5.
wijst de vorderingen van de man af,



6.6.
compenseert de kosten van de procedure in reconventie tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.



Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026. 4049 / 106






De voorzieningenrechter wijst op het bepaalde in artikel 3:301 lid 2 BW.