Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:12280

2026-08-19 Civiel recht; Personen- en familierecht C/10/717732 / FA RK 26-2765
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-08-19
Publicatiedatum
2026-09-19
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
C/10/717732 / FA RK 26-2765
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Art. 1: 250, 1:377a en 1:377e BW. Omgangsverzoek halfbroer en halfzus en verzoek benoeming BC. Beide verzoeken worden afgewezen. Er zijn geen gewijzigde omstandigheden, en er is geen sprake van een belangenstrijd.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.894 tekens)
Rechtbank Rotterdam


Team familie



Zaaknummer / rekestnummer: C/10/717732 / FA RK 26-2765





Beschikking van 19 augustus 2026 over de regeling van de uitoefening van het omgangsrecht en benoeming bijzondere curator




in de zaak van:





[de halfzus]
, hierna ook: de halfzus,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. P. E. Epping te Rotterdam,



e n





[de halfbroer]
, hierna ook: de halfbroer,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. P. E. Epping te Rotterdam,



hierna samen: verzoekers,



t e g e n





[de vrouw]
, hierna: de vrouw,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. K.J. de Vaan te Amsterdam.






1De procedure


1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:


het verzoekschrift met bijlagen van verzoekers, ingekomen op 7 april 2026;


het berichten met bijlagen van verzoekers van 22 juni 2026.





1.2
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 6 juli 2026. Daarbij zijn verschenen:


verzoekers, bijgestaan door hun advocaat;


de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;


de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger] .













2De vaststaande feiten


2.1
Verzoekers zijn de kinderen van de overleden man van de vrouw, [de vader] (hierna: de vader).



2.2
De vrouw is de moeder van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] .



2.3

Verzoekers zijn de halfzus en de halfbroer van de minderjarige:

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] .




2.4
Amira heeft haar hoofdverblijf bij de moeder.



2.5
Partijen hebben op 31 maart 2026 afspraken gemaakt, die zijn neergelegd in het vonnis in kort geding van 9 april 2026. Die afspraken houden onder meer het volgende in:


verzoekers hebben contact met de minderjarige eenmaal per twee weken op zondag van 12.30 uur tot 15.30 uur;


verzoekers halen de minderjarige op bij de vrouw. Het contact vindt plaats op een neutrale locatie. Na afloop brengen verzoekers de minderjarige weer terug naar de vrouw;


tijdens het contact gelden de volgende afspraken:



 er worden geen foto’s of video’s van de minderjarige gedeeld op sociale media.
 de minderjarige wordt niet bevraagd over de vrouw of andere betrokkenen.
 de minderjarige wordt niet betrokken bij gesprekken over volwassen onderwerpen of onderlinge verhoudingen.



partijen houden rekening met de leeftijd van de minderjarige en stemmen de locatie en hun gedrag daar op af.


verzoekers hebben als wens uitgesproken om het contact verder uit te breiden naar één keer per week en één belmoment per week. Voor nu achten zij de huidige regeling passend.


de vrouw geeft aan dat zij, wanneer de minderjarige zelf aangeeft meer contact te wensen met verzoekers, deze wens zal respecteren.








3De beoordeling


3.1

Benoeming bijzondere curator en omgangsregeling



3.1.1
De halfbroer en halfzus verzoeken een bijzondere curator te benoemen voor de minderjarige, om haar belangen waar te nemen en haar zowel in als buiten rechte te vertegenwoordigen. Ook verzoeken de halfbroer en halfzus een regeling te treffen tussen hen en de minderjarige, die als volgt zal luiden:


primair elke zaterdag van 12:00 uur tot 17:00 uur,


subsidiair elke zaterdag van 12:00 uur tot 15:00 uur.


in aanvulling op de (zowel primaire als subsidiaire) omgangsregeling wordt verzocht om een videobelmoment op woensdagen om 18:30 uur.





3.1.2
De vrouw voert gemotiveerd verweer.




3.1.3
De rechtbank kan op verzoek van de persoon of personen met wie de minderjarige in een nauwe persoonlijke betrekking staat op grond van artikel 1:377a lid 2 BW in verbinding met artikel 1:377e BW een beslissing over de omgang of een door partijen onderling getroffen omgangsregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.



3.1.4
Artikel 1:250 BW bepaalt – voor zover hier van belang – het volgende. Wanneer in aangelegenheden over de verzorging en opvoeding van de minderjarige, dan wel zijn of haar vermogen, de belangen van de met het gezag belaste ouders of één van hen, of de voogd, in strijd zijn met die van de minderjarige, kan de rechtbank een bijzondere curator benoemen de minderjarige zowel in als buiten rechte te vertegenwoordigen als de rechtbank dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht, daarbij in het bijzonder de aard van deze belangenstrijd in aanmerking genomen.



3.1.5
Bij de beoordeling is het volgende van belang. De huidige afspraken over de omgang zijn van recente datum. Verzoekers hebben tijdens de mondelinge behandeling benoemd erg blij te zijn dat er nu omgang is maar zouden liever meer omgang hebben en ook iets meer vrijheid hebben om de omgangsmomenten in te vullen. De rechtbank begrijpt dat de huidige afspraken niet ideaal zijn voor hen, omdat zij bijvoorbeeld steeds activiteiten met de minderjarige moeten organiseren omdat de contactmomenten niet bij verzoekers thuis kunnen plaatsvinden. Op dit moment is dit echter de afspraak tussen partijen en deze afspraken hebben zij samen gemaakt. De vrouw geeft aan open te staan voor verruiming als de minderjarige er klaar voor is, maar wil ook niet te snel een verruiming. In de afspraken tussen partijen is de wens van partijen tot uitbreiding ook al opgenomen. De rechtbank concludeert daarom dat er op dit moment geen wijziging van omstandigheden is die een wijziging in de omgangsregeling rechtvaardigt. De afspraken van partijen lopen en worden op correcte wijze nagekomen. Dit betekent dat de halfbroer en halfzus dus geduld zullen moeten hebben en naar het tempo van de minderjarige gekeken dient te worden.



3.1.6
Tot slot ligt nog het verzoek voor om een bijzondere curator voor de minderjarige te benoemen. De rechtbank acht het benoemen van een bijzondere curator op dit moment niet in belang van de minderjarige. Er is geen belangenstrijd tussen partijen. Beide partijen vinden het belangrijk dat er contact is tussen de minderjarige en haar halfbroer en halfzus. Voor dit contact zijn op dit moment al afspraken en die worden nagekomen. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat ook bij een belangenstrijd de rechtbank het te belastend voor de minderjarige acht om een bijzondere curator te benoemen, gelet op haar leeftijd en de al lopende omgangsregeling. Rust is voor haar nu belangrijk.



3.1.7
De rechtbank wijst daarom de verzoeken af.




3.2

Proceskosten



3.2.1
Gelet op de aard van de procedure bepaalt de rechtbank dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.









4De beslissing


De rechtbank:



4.1
wijst de verzoeken af;



4.2
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.










Deze beschikking is gegeven door mr. E.M. Moerman (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. B.J. Louter, griffier, op 19 augustus 2026.













































Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.
Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.