Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:11930

2026-09-02 Civiel recht; Verbintenissenrecht 12371986 VV EXPL 26-543
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-09-02
Publicatiedatum
2026-09-14
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Proces-verbaal
Zaaknummer
12371986 VV EXPL 26-543
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Executiegeschil, ontruiming, belangenafweging, kort geding, mondelinge uitspraak.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.538 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


locatie Rotterdam



zaaknummer: 12371986 VV EXPL 26-543




Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de kantonrechter op basis van artikel 29a lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op 2 september 2026




in de zaak van





[eiseres]
,
woonplaats: [woonplaats] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. B.H.A. Augustin,



tegen




Tortuga Investment B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde,
gemachtigde: Gerechtsdeurwaarders Velthoven De Koning.



De partijen worden ‘ [eiseres] ’ en ‘Tortuga’ genoemd.



De kantonrechter is mr. G.A. Vriezen en de griffier is mr. A. Viergever.



Aanwezig zijn:




[eiseres] met mr. B.H.A. Augustin, die via een digitale beeld- en geluidverbinding (MS Teams) deelneemt aan de zitting;


De heer [persoon A] met de heer [persoon B] namens de gemachtigde.






1De beoordeling



Waar gaat de zaak over?




1.1.

[eiseres] huurt of huurde een woning van Tortuga aan de [adres] in Schiedam. Tortuga heeft een bodemprocedure aanhangig gemaakt, waarin zij ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde eiste, vanwege een huurachterstand van € 8.356,92. Bij vonnis van 12 juni 2026 heeft de kantonrechter de eis toegewezen. Dat vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tortuga heeft de ontruiming van de woning aangezegd tegen 3 september 2026.



1.2.
Na het vonnis heeft [eiseres] schuldhulpverlening aangevraagd bij de gemeente Schiedam. Bij besluit van 25 juni 2026 heeft de gemeente schuldhulpverlening toegekend. [eiseres] is van plan om de rechtbank te verzoeken een voorlopige voorziening te geven op grond van artikel 287b Fw (moratorium).



1.3.

[eiseres] eist in dit kort geding schorsing van de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis. [eiseres] wil dat de tenuitvoerlegging geschorst wordt totdat de rechtbank heeft beslist op het verzoek om een moratorium. Als de kantonrechter daar niet in mee gaat, dan wil [eiseres] dat de schorsing voor drie maanden wordt uitgesproken, of meer subsidiair, tot veertien dagen nadat een nieuwe ontruimingsdatum is aangezegd. Tortuga is het niet eens met de eis.



1.4.
De kantonrechter wijst de eis van [eiseres] toe voor de periode totdat de rechtbank heeft beslist op het nog in te dienen verzoek om een voorlopige voorziening ex artikel 287b Fw (moratorium). Daarbij wordt de voorwaarde gesteld dat het verzoek binnen twee weken na vandaag moet worden ingediend bij de rechtbank. Hierna wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen.



Het kort geding





1.5.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat [eiseres] heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor Tortuga als deze uitspraak later wordt teruggedraaid.



Het spoedeisende belang





1.6.
De woning van [eiseres] dreigt op 3 september 2026 ontruimd te worden. [eiseres] heeft daarom spoedeisend belang bij haar eis om de tenuitvoerlegging te schorsen.



Het toetsingskader





1.7.
De kantonrechter heeft het vonnis van 12 juni 2026 uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waardoor het direct ten uitvoer kan worden gelegd en de uitkomst van een eventueel rechtsmiddel daartegen niet hoeft te worden afgewacht. De beslissing om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren is niet gemotiveerd. Dit betekent dat in dit executiegeschil alsnog een belangenafweging moet plaatsvinden. Onderzocht moet worden of sprake is van omstandigheden die meebrengen dat het belang van [eiseres] bij behoud van de bestaande toestand zwaarder weegt dan het belang van Tortuga bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan. In de belangenafweging mogen ook feiten worden meegewogen die zich ten tijde van het vonnis al hadden voorgedaan .



De belangenafweging





1.8.

[eiseres] heeft onbetwist aangevoerd dat zij zich sinds oktober 2025 in een medisch traject bevindt in verband met borstkanker. Verder heeft zij aangevoerd dat haar oudste zoon, die bij haar inwoont, zware psychische klachten heeft en dat een gedwongen ontruiming desastreuze gevolgen voor hem zou hebben. Ze zegt dat de achterstand is ontstaan doordat zij slachtoffer is van de toeslagenaffaire, maar dat het traject tot schadevergoeding vergevorderd is en dat ze een concreet plan heeft om de lopende huur of gebruiksvergoeding te voldoen.



1.9.
Tortuga heeft aangevoerd dat er sinds januari 2025 niets meer is betaald, ook na het vonnis van 12 juni 2026 niet. Daarnaast heeft zij aangevoerd dat er nu nog geen moratorium is aangevraagd. Ook heeft [eiseres] volgens Tortuga wel een vangnet: haar moeder woont tegenover haar in de straat. Tortuga vindt dat er niet van haar gevergd kan worden dat ze deze situatie nog langer laat voortduren.



1.10.
De kantonrechter oordeelt dat de belangen van [eiseres] bij het behoud van haar woning in dit geval zwaarder wegen dan die van Tortuga bij ontruiming. Het is duidelijk dat Tortuga er een legitiem belang bij heeft om een einde te maken aan de situatie, waarin woongenot wordt verschaft aan een huurder die in het geheel geen huur betaalt. Duidelijk is echter ook dat het voor [eiseres] moeilijk zal worden om de medische behandelingen te ondergaan die zij nodig heeft, als zij geen woonruimte heeft. [eiseres] heeft tijdens de zitting onweersproken gezegd dat zij en haar zoon niet bij haar moeder terecht kunnen. Weliswaar heeft [eiseres] , zoals Tortuga aanvoert, heel veel gelegenheid gehad om haar financiële zaken op orde te krijgen, maar daar tegenover staat dat zij daarbij pas sinds kort wordt bijgestaan door een advocaat. In juni 2026 is schuldhulpverlening opgestart en [eiseres] heeft er groot belang bij dat dat traject een kans krijgt. De kantonrechter is bereid [eiseres] nog eenmaal die kans te geven, waarbij uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat dit echt de allerlaatste mogelijkheid is om haar zaken op orde te krijgen en ontruiming te voorkomen.



1.11.

De kantonrechter bepaalt dat de tenuitvoerlegging van het vonnis wordt geschorst
voor de periode totdat de rechtbank heeft beslist op het nog in te dienen moratoriumverzoek. Daarbij wordt de voorwaarde gesteld dat het verzoek binnen twee weken na vandaag moet worden ingediend bij de rechtbank. Een kopie van het verzoek moet, tegelijkertijd met het indienen, aan (de gemachtigde van) Tortuga worden gestuurd. De kantonrechter gaat er van uit dat de procedure van de kant van [eiseres] verder voortvarend zal worden gevoerd en dat [eiseres] zich aan alle daaraan gekoppelde voorwaarden zal houden.




Tortuga moet de proceskosten betalen





1.12.
De proceskosten komen voor rekening van Tortuga, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die Tortuga aan [eiseres] moet betalen op € 151,94 aan dagvaardingskosten, € 93,- aan griffierecht, € 577,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 965,94. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.



Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad





1.13.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv). Dat betekent dat deze uitspraak meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.





2De beslissing
De kantonrechter:


2.1.

bepaalt dat de tenuitvoerlegging van het vonnis wordt geschorst
voor de periode totdat de rechtbank heeft beslist op het nog in te dienen verzoek om een voorlopige voorziening ex artikel 287b Fw (moratorium), onder voorwaarde dat het verzoek binnen twee weken na vandaag moet zijn ingediend bij de rechtbank;



2.2.
bepaalt dat [eiseres] , tegelijkertijd met het indienen, een kopie van het verzoek aan (de gemachtigde van) Tortuga stuurt;



2.3.
veroordeelt Tortuga in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 965,94;



2.4.
verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad;



2.5.
wijst al het andere af.


Dit proces-verbaal is op 2 september 2026 opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.
44487










HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026