Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Rotterdam

ECLI:NL:RBROT:2026:11916

2026-09-11 Civiel recht; Verbintenissenrecht 11767853 CV EXPL 25-14400
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Uitspraakdatum
2026-09-11
Publicatiedatum
2026-09-14
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11767853 CV EXPL 25-14400
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Bewijsopdracht aan eiser dat gedaagde de leaseovereenkomst met haar heeft gesloten. Gedaagde voert aan dat sprake is van identiteitsfraude.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (13.813 tekens)
RECHTBANK ROTTERDAM


locatie Rotterdam



zaaknummer: 11767853 CV EXPL 25-14400



datum uitspraak: 11 september 2026




Vonnis van de kantonrechter




in de zaak van




Hiltermann Lease B.V.,
vestigingsplaats: Hoofddorp,
eiseres,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders,



tegen





[gedaagde]
, die handelt onder de naam [bedrijf X] ,
woonplaats: [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
gedaagde,
die nu zelf procedeert, eerst met gemachtigde mr. Z. Eker.



De partijen worden hierna ‘Hiltermann’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.





1De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:


het tussenvonnis van 23 januari 2026 en de stukken die daarin zijn genoemd;


de akte van Hiltermann;


de brief van Hiltermann van 5 juni 2026, met bijlagen;


de mails van Hiltermann van 15 en 29 juni 2026;


de samenvatting van de mondelinge reactie van [gedaagde] van 14 juli 2026.





1.2.
Op 17 juni 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren namens Hiltermann [persoon A] en [persoon B] aanwezig. [gedaagde] is zelf verschenen.





2De verdere beoordeling



Wat is de kern?




2.1.
Hiltermann stelt dat [gedaagde] een leaseovereenkomst voor een Mercedes V-klasse met haar heeft gesloten. Zij heeft die overeenkomst ontbonden, omdat [gedaagde] de leasetermijnen nooit betaald heeft. Ze wil dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de auto af te geven en ruim € 100.000,- te betalen. [gedaagde] is het hier niet mee eens, omdat hij betwist dat hij een leaseovereenkomst heeft gesloten met Hiltermann. Volgens hem is er sprake van identiteitsfraude.



2.2.
De kantonrechter geeft Hiltermann de opdracht om te bewijzen dat [gedaagde] de leaseovereenkomst met haar heeft gesloten. In dit vonnis licht ze dat toe.



Hoe is het volgens Hiltermann gegaan?





2.3.
Volgens Hiltermann is de leaseovereenkomst kort gezegd als volgt tot stand gekomen:



[gedaagde] heeft de auto gekocht bij Groenzicht Auto’s;



[gedaagde] heeft contact opgenomen met De Lease Financier, met het verzoek om hem te helpen bij de financiering;


De Lease Financier heeft aan Hiltermann gevraagd om een leaseovereenkomst aan te gaan met [gedaagde] ;


Hiltermann heeft via haar partner Twikey de identiteit van [gedaagde] geverifieerd met iDIN;



[gedaagde] heeft de leaseovereenkomst getekend met behulp van Contract2Sign;



[gedaagde] heeft € 15.000,- betaald aan Groenzicht;


Groenzicht heeft de identiteit van [gedaagde] vastgesteld, de auto op zijn naam gezet en aan hem meegegeven.


De kantonrechter gaat hierna op de afzonderlijke stappen van dit proces in.



De koop van de auto bij Groenzicht





2.4.
Volgens Hiltermann heeft [gedaagde] de auto eerst gekocht bij Groenzicht. [gedaagde] heeft dat betwist. Hiltermann heeft dit vervolgens alleen onderbouwd met een verkoopfactuur van 30 september 2024, op naam van [bedrijf X] . Daarmee staat niet vast dat [gedaagde] een koopovereenkomst heeft gesloten. Hiltermann heeft geen koopovereenkomst overgelegd of een verklaring van de verkopers, waaruit blijkt hoe die verkoop is verlopen.



De financieringsaanvraag bij De Lease Financier





2.5.
Hiltermann stelt dat [gedaagde] vervolgens contact heeft opgenomen met De Lease Financier, met de vraag om een leaseovereenkomst op te stellen. Volgens Hiltermann heeft [gedaagde] ook zijn gegevens zoals naam, adres, mailadres, identiteitsbewijs en bankpas aan De Lease Financier verstrekt, deels per WhatsApp. Hiltermann heeft de identiteitskaart en bankpas en het rijbewijs overgelegd. [gedaagde] heeft niet betwist dat die pasjes van hem zijn, maar wel dat hij die heeft afgegeven aan De Lease Financier. Vervolgens heeft Hiltermann niet verder onderbouwd hoe [gedaagde] deze aanvraag bij De Lease Financier heeft ingediend. Zij heeft geen verklaring van De Lease Financier aangeleverd waaruit blijkt hoe zij aan de gegevens van [gedaagde] komt. Ook heeft zij niet de WhatsAppberichten overgelegd. Daarom staat niet vast dat [gedaagde] die aanvraag heeft gedaan.



De aanvraag van De Lease Financier





2.6.
De Lease Financier heeft op 30 september 2024 om 11.20 uur namens [gedaagde] een leasecontract aangevraagd bij Hiltermann. Ze heeft daarbij het mailadres [e-mailadres] opgegeven. [gedaagde] betwist dat dit zijn mailadres is.



De iDIN-verificatie door Twikey





2.7.
Hiltermann heeft vervolgens met behulp van haar partner Twikey de identiteit van [gedaagde] geverifieerd, met behulp van iDIN. Daarvoor heeft Twikey een mail gestuurd naar het door De Lease Financier opgegeven mailadres. De ontvanger van die mail heeft via een link in de mail ingelogd in zijn persoonlijke bankomgeving. De bank heeft vervolgens de gegevens van de rekeninghouder van die bankrekening doorgegeven aan Twikey. Twikey heeft bevestigd dat die gegevens overeenkomen met de gegevens die Hiltermann heeft opgegeven. Hiltermann stelt dat zij van Twikey de volgende informatie heeft gekregen:




[Afbeelding met hierin de naam gedaagde en transactie ID-nummer bank]




De identiteit is dus kennelijk bevestigd met een Bunq-rekening. Het is de kantonrechter niet duidelijk op wiens naam die staat. Er staat wel ‘ [gedaagde] ’ bij, maar de kantonrechter kan niet opmaken of dit de tenaamstelling van de rekening is.




2.8.

[gedaagde] betwist dat hij degene is geweest die deze iDIN-verificatie heeft uitgevoerd. Hij voert aan dat het mailadres waarnaar Twikey heeft gemaild niet van hem is en dat hij niet bij Bunq bankiert. Hiltermann heeft niet onderbouwd vanaf welke rekeningnummer de verificatie heeft plaatsgevonden en op wiens naam dat rekeningnummer staat. Ze heeft ook geen verklaring van Twikey in het geding gebracht. Tijdens de zitting heeft zij aangevoerd dat Twikey die informatie niet mag afgeven. Als dat zo is, komt dat voor rekening en risico van Hiltermann, aangezien zij Twikey heeft ingeschakeld. Op dit moment staat niet vast dat [gedaagde] de iDIN-verificatie heeft doorlopen.



Ondertekening leaseovereenkomst met Contract2Sign





2.9.
Volgens Hiltermann heeft [gedaagde] daarna de leaseovereenkomst ondertekend. Daarvoor is een mail verstuurd naar [e-mailadres] . Degene die toegang heeft tot die mailbox heeft de overeenkomst geopend en daarna geaccordeerd met een code die naar hetzelfde mailadres is gestuurd. [gedaagde] heeft betwist dat hij dat is geweest, omdat dit niet zijn mailadres is. Ook voert hij aan dat het IP-adres dat onderaan de overeenkomst staat niet van hem is. Hiltermann heeft vervolgens niet verder onderbouwd hoe De Lease Financier (en daarmee zij) aan dit mailadres komt en waaruit kan worden afgeleid dat [gedaagde] de ondertekenaar is.



De overdracht van de auto





2.10.
Hiltermann stelt dat [gedaagde] vervolgens € 15.000,- heeft betaald aan Groenzicht. Volgens haar heeft Groenzicht de auto daarna op naam van [gedaagde] gezet en ook aan hem meegegeven en daarbij zijn identiteit gecontroleerd. [gedaagde] betwist dat hij de € 15.000,- heeft betaald en ook dat de auto aan hem is meegegeven. Hij bevestigt wel dat de auto op zijn naam is gezet, maar hij voert aan dat hij daar pas achter kwam nadat hij op 5 oktober 2024 verrast werd door een kentekenbewijs per post.



2.11.
Hiltermann heeft vervolgens haar stelling niet verder onderbouwd. Ze heeft geen verklaring aangeleverd van de verkoper. Ook heeft ze geen betalingsbewijs van de aanbetaling aangeleverd.



Conclusie: het staat niet vast dat [gedaagde] de leaseovereenkomst heeft gesloten





2.12.
Wat nu dus vast staat is dat de ondertekenaar van de overeenkomst beschikt over een foto van de pasjes van [gedaagde] en een mailadres met daarin de voornamen van [gedaagde] .



2.13.
Daar tegenover staat dat [gedaagde] vanaf het begin consequent heeft aangevoerd dat hij de auto niet heeft gekocht. Zo heeft hij op 23 oktober 2024 al contact opgenomen met het RDW, naar aanleiding van een aanslag voor wegenbelasting, en laten weten “someone made a mistake and sent me a registration card for a car that wasn’t mine”. In november 2024 heeft hij daarnaast aangifte van identiteitsfraude gedaan. Ook heeft hij in januari 2025 aan Hiltermann, naar aanleiding van aanmaningen, laten weten dat er sprake is van een fout. In deze procedure heeft hij hetzelfde standpunt ingenomen. Daarmee heeft hij de stelling van Hiltermann voldoende gemotiveerd betwist, aangezien hij die betwisting moeilijk verder kan onderbouwen. De kantonrechter oordeelt daarom dat niet vaststaat dat [gedaagde] de overeenkomst heeft gesloten.



2.14.
Hiltermann beroept zich op de rechtsgevolgen van de leaseovereenkomst. Zij heeft daarom de bewijslast van haar stelling dat [gedaagde] deze overeenkomst heeft gesloten (artikel 150 Rv). Aangezien [gedaagde] stellig heeft betwist dat hij de overeenkomst heeft ondertekend, draagt Hiltermann de bewijslast dat hij die wel heeft ondertekend (artikel 159 lid 2 Rv). Aangezien het om een digitale handtekening gaat moet zij daarbij ook bewijzen dat de gebruikte methode voldoende betrouwbaar is (artikel 3:15a BW). Daarom ligt het op haar weg om inzicht te geven in de manier waarop de leaseovereenkomst tot stand is gekomen en is ondertekend.



2.15.
Hiltermann heeft bewijs aangeboden van haar stellingen. De kantonrechter geeft haar daarom een bewijsopdracht. Het is uiteraard aan haar om te bepalen hoe zij dit bewijs wil leveren, maar voor de hand liggen in ieder geval:


(getuigen)verklaringen van de verkopers van Groenzicht;


een betalingsbewijs van de aanbetaling;


de WhatsAppberichten waarmee [gedaagde] zijn gegevens aan De Lease Financier heeft gestuurd;


een bewijs van de andere manier(en) waarop [gedaagde] zijn gegevens heeft aangeleverd;


(getuigen)verklaringen van de medewerker(s) van De Lease Financier;


een verklaring van Twikey met welke bankrekening de iDIN-verificatie heeft plaatsgevonden en op wiens naam die staat.


Met name de verkopers van Groenzicht zijn van belang, aangezien zij volgens Hiltermann degenen zijn geweest die fysiek contact met [gedaagde] hebben gehad.



2.16.
Direct nadat Hiltermann bewijs heeft geleverd, mag [gedaagde] (tegen)bewijs leveren. De partijen mogen pas op elkaars bewijs reageren als het leveren van bewijs door beide partijen is afgerond. De kantonrechter beoordeelt daarna of het bewijs geleverd is.



2.17.
De kantonrechter raadt [gedaagde] aan om nieuwe juridische ondersteuning te zoeken, gezien de grote financiële belangen die met deze zaak gepaard gaan.






3De beslissing
De kantonrechter:


3.1.
draagt Hiltermann op om feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit volgt dat [gedaagde] de leaseovereenkomst met haar heeft ondertekend;



schriftelijk bewijs





3.2.
bepaalt dat als Hiltermann schriftelijk bewijs wil leveren dit bewijs uiterlijk een dag voor de rolzitting van 13 oktober 2026 om 11.30 uur in tweevoud moet zijn ontvangen op de rechtbank;



getuigenbewijs





3.3.
bepaalt dat als Hiltermann getuigen wil laten horen, zij uiterlijk een dag voor de rolzitting die hiervoor is genoemd het aantal en de personalia van de getuigen moet opgeven en de verhinderdata van de getuigen en beide partijen voor de maanden januari tot en met juni 2027;



3.4.
wijst erop dat Hiltermann na het bepalen van een datum en plaats voor het getuigenverhoor zelf de getuigen moet oproepen;



ander bewijs





3.5.
bepaalt dat als Hiltermann op een andere manier bewijs wil leveren, zij uiterlijk een dag voor de rolzitting die hiervoor is genoemd aan de kantonrechter moet laten weten hoe;



3.6.
houdt iedere verdere beslissing aan.


Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
33394




Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 oktober 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:6520, 3.9