Rechtbank Rotterdam
ECLI:NL:RBROT:2026:11581
2026-09-02
Civiel recht; Verbintenissenrecht
C/10/704915 / HA ZA 25-673
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Geschil tussen opdrachtgever en expediteur. Er is sprake van een aanvullende opdracht onder de bestaande expeditie-overeenkomst. Het is niet, althans onvoldoende gemotiveerd onderbouwd dat de expediteur in haar verplichtingen is tekortgeschoten.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (25.697 tekens)
RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/704915 / HA ZA 25-673
Vonnis van 2 september 2026
in de zaak van
SEALINER CONSOLIDATION & FORWARDING BV,
te Rotterdam,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat: mr. R.L. Latten,
tegen
VEGGIEHOUSE B.V.,
te Borger,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat: mr. M.R. Koppenol.
Partijen worden hierna Sealiner en VeggieHouse genoemd.
1De zaak in het kort
Deze zaak draait om de vraag of Sealiner in haar (expeditie)werkzaamheden voor VeggieHouse is tekortgeschoten. De betreffende werkzaamheden vonden plaats nadat de lading in de aankomsthaven was gelost van het schip, maar de rechtbank heeft vastgesteld dat de expeditie-overeenkomst door deze lossing niet is beëindigd. Er was sprake van een aanvullende opdracht onder de bestaande expeditie-overeenkomst. Dat Sealiner in haar verplichtingen onder deze overeenkomst is tekort geschoten is niet, althans onvoldoende door VeggieHouse onderbouwd. De vorderingen van VeggieHouse in reconventie worden daarom afgewezen en de niet bestreden vordering van Sealiner in conventie toegewezen.
2De procedure in conventie en in reconventie
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het incidentele vonnis van 19 november 2025 in het bevoegdheidsincident en de daaraan ten grondslag liggende stukken;- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met productie 4 tot en met 16;
- de brief van deze rechtbank van 24 februari 2026 met daarin een oproep voor de mondelinge behandeling van 10 juni 2026;
- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties 17 tot en met 19;
- de e-mail van deze rechtbank van 8 juni 2026 met daarin een zittingsagenda;
- de mondelinge behandeling van 10 juni 2026 en de ter gelegenheid daarvan overgelegde spreekaantekeningen van Sealiner en VeggieHouse.
3De feiten
3.1.
Sealiner is werkzaam als expediteur en behoort tot de MSC-groep.
3.2.
VeggieHouse is een exporteur van groente en fruit.
3.3.
VeggieHouse heeft aan Sealiner een opdracht verstrekt tot het doen vervoeren van drie containers met een lading breekpeen van Rotterdam naar Dakar (Senegal) op basis van een offerte van Sealiner van 25 november 2024.
3.4.
Sealiner heeft voor dit vervoer gecontracteerd met de zeevervoerder MSC Mediterranean Shipping Company S.A. (hierna: MSC), dan wel haar agent MSC Nederland B.V. (hierna: MSC Nederland).
3.5.
De reefercontainers met breekpeen zijn op of omstreeks 16 december 2024 gearriveerd in de haven van Dakar. Aldaar zijn de containers uit het schip gelost, op de kade gezet en ingeplugd op de elektriciteit van de terminal.
3.6.
Op 19 december 2024 is door VeggieHouse per mail aan Sealiner, naar aanleiding van een mededeling van de Senegalese overheid dat er een verbod op breekpeen zou komen, verzocht om de Sea Waybill aan te passen met als bestemming [adres 1] .
3.7.
Op 23 december 2024 heeft Sealiner twee facturen van in totaal € 35.675,00 gestuurd naar VeggieHouse voor haar expeditiewerkzaamheden met betrekking tot een ander vervoer, te weten een lading aardappelen en uien van Rotterdam respectievelijk Antwerpen naar Dakar (Senegal).
3.8.
Uiteindelijk konden de drie containers met breekpeen op 3 januari 2025 worden opgehaald voor verder vervoer. Op 6 januari 2025 liet VeggieHouse per mail aan Sealiner het volgende weten:
“Het hele proces richting [adres 1] heeft te lang geduurd .
Derhalve kunnen de wortelen daar niet meer naar toe.
De prijzen zijn daar te laag.
Ze gaan nu naar Gambia. Graag de BL aanpassen naar Gambia.
[naam 4] zit nu bij MSC Senegal maar zij zeggen (is ook logisch ) dat dit verzoek moet komen van mij en MSC Nederland.”
3.9.
VeggieHouse heeft Sealiner per brief van 9 mei 2025 aansprakelijk gehouden voor de schade als gevolg van het niet tijdig vrijgegeven zijn van de drie containers met breekpeen voor (verder) vervoer naar Bissau. In de brief doet VeggieHouse ook een beroep op verrekening met de openstaande facturen van Sealiner van 23 december 2024 met betrekking tot het vervoer van de lading aardappelen en uien.
4Het geschil
in conventie
4.1.
Sealiner vordert om VeggieHouse bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te
veroordelen om aan Sealiner te betalen € 35.675,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van € 2.500,00, met veroordeling van VeggieHouse in de (na)kosten van dit geding.
4.2.
VeggieHouse voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Sealiner, met veroordeling, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, van Sealiner in de (na)kosten van dit geding.
in reconventie
4.3.
VeggieHouse vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om voor recht te verklaren dat Sealiner aansprakelijk is voor de door VeggieHouse geleden en nog te lijden schade als gevolg van het niet tijdig wijzigen van de vrachtbrief ten aanzien van de containers met nummer [nummer 1] , [nummer 2] en [nummer 3] en de daarmee samenhangende vertraging van de afhandeling in de haven van Dakar (Senegal) en het verdere vervoer van de containers, met verwijzing naar de schadestaatprocedure teneinde de schade te laten vaststellen, met veroordeling van Sealiner in de (na)kosten van dit geding.
4.4.
Sealiner voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van VeggieHouse, met, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van VeggieHouse in de (na)kosten van dit geding.
4.5.
Op de stellingen van partijen in conventie en in reconventie wordt hierna, voor zover van belang, in gegaan.
5De beoordeling
5.1.
Gelet op de onderlinge samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zal de rechtbank deze gezamenlijk behandelen.
Standpunten van partijen
5.2.
Sealiner vordert in conventie betaling van de twee openstaande facturen voor haar expeditiewerkzaamheden met betrekking tot het vervoer van een lading aardappelen en uien (zie onder 3.7).
5.3.
VeggieHouse heeft in reactie aangevoerd dat Sealiner bij het uitvoeren van haar werkzaamheden rondom het vervoer van de lading breekpeen fouten heeft gemaakt en haar zorgplicht jegens VeggieHouse heeft geschonden. Sealiner heeft onvoldoende controle en regie uitgevoerd/gehouden over de uitvoering van een door VeggieHouse verzochte wijziging van de Sea Waybill. Ook heeft Sealiner onjuiste mededelingen gedaan over de voortgang van de wijzigingen. Door niet te zorgen voor een tijdige en correcte afhandeling van de opdracht heeft VeggieHouse schade geleden, waarvoor zij in reconventie een verklaring voor recht vordert (dat Sealiner voor deze schade aansprakelijk is) en een verwijzing naar de schadestaat teneinde de schade vast te stellen. In conventie beroept VeggieHouse zich op het opschortingsrecht van artikel 6:52 BW, althans op verrekening zoals bedoeld in artikel 6:127 BW.
5.4.
Sealiner betwist dat zij in de uitvoering van haar werkzaamheden met betrekking tot het vervoer van de lading breekpeen is tekortgeschoten. In de eerste plaats was de expeditie-overeenkomst met VeggieHouse al beëindigd op het moment dat VeggieHouse Sealiner verzocht om de Sea Waybill te wijzigen. De lading breekpeen was immers al in Dakar van het schip gelost. Sealiner kan daarom niet aansprakelijk worden gehouden. Daarnaast kon Sealiner de wijzigingen niet zelf uitvoeren en was zij hiervoor afhankelijk van (de agenten van) de vervoerder MSC, MSC Nederland en MSC Senegal. Op Sealiner rust, als expediteur, (slechts) de verplichting om informatie door te geven en te verstrekken, hetgeen zij heeft gedaan. Subsidiair betwist zij (de mogelijkheid van) schade en dat er sprake is van causaal verband. Tot slot beroept zij zich op de uitsluiting en beperking van aansprakelijkheid op grond van de Fenex-condities.
Op dit geschil is de oorspronkelijke expeditie-overeenkomst van toepassing
5.5.
Alvorens toegekomen wordt aan de inhoudelijke beoordeling, zal de rechtbank eerst beoordelen of, ten tijde van de gestelde tekortkomingen van Sealiner rondom de lading breekpeen, de expeditie-overeenkomst die partijen naar aanleiding van de offerte van Sealiner van 25 november 2024 (zie onder 3.3) zijn overeengekomen nog van kracht was. Door Sealiner is immers aangevoerd dat de expeditie-overeenkomst al was beëindigd op het moment dat de containers in de loshaven van het schip zijn gelost (voordat VeggieHouse haar verzoek om de Sea Waybill te wijzigen heeft gedaan) en dat zij daarom niet aansprakelijk kan worden gehouden voor de hierna ontstane vertraging. VeggieHouse heeft zich (eerst) tijdens de mondelinge behandeling op het standpunt gesteld dat de opdracht tot het wijzigen van de Sea Waybill een zelfstandige overeenkomst van dienstverlening is waaronder Sealiner tekort is geschoten. Dit is door Sealiner betwist.
5.6.
De rechtbank oordeelt dat de oorspronkelijke expeditie-overeenkomst ook na het lossen nog van toepassing was. Zij overweegt daartoe als volgt.
5.7.
Indien de vervoersketen waar een expeditie-overeenkomst op ziet in de loshaven stopt, zoals in het onderhavige geval, eindigt de wettelijke rol van de expediteur, in tegenstelling tot wat Sealiner heeft aangevoerd, niet direct bij het lossen. Op de expediteur rust immers op grond van artikel 8:63 lid 1 BW in geval van vertraging of schade onder meer een informatieplicht ten aanzien van de door hem gesloten vervoerovereenkomsten. Om die redenen is – anders dan Sealiner heeft bepleit - voor het beëindigen van de expeditie-overeenkomst ook niet van belang dat de onderliggende koopovereenkomst de leveringsconditie CFR bevatte en de ontvanger “2Lamp Fall Agro” verantwoordelijk was voor import en doorvoer.
De reikwijdte van een expeditie-overeenkomst zal verder afhangen van hetgeen tussen partijen is afgesproken. Uit de offerte van Sealiner van 25 november 2024 met betrekking tot het vervoer van de lading breekpeen volgt uit het kopje “kosten op bestemming (prepaid)” dat Sealiner moest regelen dat in de loshaven Dakar aan haar door VeggieHouse vooruitbetaalde “ISPS” en “port dues” zouden worden betaald. Deze opsomming sluit echter niet uit dat partijen op een later moment aanvullende werkzaamheden overeen kunnen komen. In dit geval heeft VeggieHouse op 19 december 2024 per e-mail aan Sealiner het volgende verzocht:
“Graag de BL voor de wortelen veranderen
Naam: [naam 1]
Adres: [adres 1] ”
Hierop reageerde Sealiner op dezelfde dag als volgt:
“Zie hieronder hoe ik het ga aanvragen.
Shipper:
VEGGIE HOUSE B.V. [adres 2] TEL: [telefoonnummer]
EMAIL: [e-mailadres]
Consignee:
[naam 1]
[adres 1]
Notify:
2 LAMP FALL AGRO SUARL MEDINA FALL, EN FACE DE LA POLICE 0000 THIES SENEGAL [nummer 4] ”
5.8.
In dit geval eindigde het vervoer van de lading breekpeen dus (toch) niet in Dakar, zoals oorspronkelijk was overeengekomen, omdat VeggieHouse de lading wilde laten door vervoeren naar [adres 1] . Naar het oordeel van de rechtbank heeft VeggieHouse hiermee de oorspronkelijke expeditie-overeenkomst aangepast, met aanvullende werkzaamheden voor Sealiner tot gevolg, en heeft Sealiner deze aanpassing (en aanvullende werkzaamheden) stilzwijgend aanvaard. Er is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een nieuwe expeditie opdracht (dit is ook door geen van partijen gesteld), omdat Sealiner geen nieuwe vervoerovereenkomst hoefde te sluiten. Ook is geen sprake van een zelfstandige opdracht van dienstverlening, zoals VeggieHouse nog heeft aangevoerd, zonder dat verder te onderbouwen. Als het de intentie was geweest van VeggieHouse om een nieuwe opdracht van dienstverlening te geven, waarbij Sealiner andere verplichtingen zou hebben dan die zij als expediteur heeft, dan had zij dat expliciet moeten benoemen.
De Fenex-voorwaarden zijn van toepassing op de expeditieovereenkomst
5.9.
In het incidentele vonnis van 19 november 2025 is geoordeeld dat VeggieHouse zich niet kan beroepen op vernietiging van de Nederlandse Expeditievoorwaarden (de Fenex-voorwaarden) en het daarin opgenomen forumkeuzebeding. Volgens VeggieHouse is dit oordeel onterecht waarbij het haar niet zozeer gaat om de (on)bevoegdheid
van deze rechtbank, maar om de relevantie daarvan bij de inhoudelijke verdere
beoordeling. Tegen die achtergrond heeft zij aangevoerd dat de rechtbank niet had moeten kijken naar hoe de oude link werkt, maar dat een en ander beoordeeld had moeten worden op basis van de situatie ten tijde van het sluiten van de overeenkomst. Dat de oude link op dat moment automatisch doorverwees naar de nieuwe link blijkt nergens uit en is ook niet aannemelijk, aldus VeggieHouse. Zij heeft een kopie van “The Wayback Machine” overgelegd waaruit zou volgen dat de webpagina op 17 november 2024 geen 'blokje' "voorwaarden" kende en op de pagina geen enkele aanwijzing stond naar de expeditievoorwaarden van de FENEX.
5.10.
De rechtbank overweegt dat als een rechter in een tussenvonnis over één of meer geschilpunten uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft beslist, de regel is dat de rechtbank hieraan is gebonden en dat daarvan in dezelfde instantie niet meer kan worden teruggekomen. Dit is alleen anders als de eindbeslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag. Naar het oordeel van de rechtbank is hiervan geen sprake. Nog daargelaten dat de FENEX-voorwaarden in de branche algemeen gebruikelijk zijn, is in het incidentele vonnis geoordeeld dat de algemene voorwaarden ‘gemakkelijk toegankelijk’ zijn, omdat deze via www.fenex.nl (de site waarnaar Sealiner in haar offerte heeft verwezen) onder meer opgezocht kunnen worden door gebruik te maken van het zoekveld. VeggieHouse heeft niet, althans onvoldoende gemotiveerd dat dat destijds anders was, maar heeft slechts gesteld dat de site destijds geen blokje “voorwaarden” kende.
5.11.
Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat op de expeditie-overeenkomst de Fenex-voorwaarden van toepassing zijn.
Er is geen sprake van een tekortkoming aan de zijde van Sealiner
5.12.
De rechtbank is van oordeel dat VeggieHouse niet, althans onvoldoende gemotiveerd heeft onderbouwd dat Sealiner is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen onder de expeditie-overeenkomst. Zij overweegt daartoe als volgt.
5.13.
Als expediteur was Sealiner gehouden tot het organiseren van het vervoer van de lading breekpeen naar Dakar. In die zin heeft zij voldaan aan haar verplichting door een vervoerovereenkomst te sluiten met MSC, dan wel MSC Nederland. Zoals hiervoor overwogen, eindigde het vervoer van de lading breekpeen echter niet in Dakar, maar is op verzoek van VeggieHouse de eindbestemming voor het vervoer aangepast naar [adres 1] . Zoals door Sealiner is aangevoerd en niet door VeggieHouse betwist, kon Sealiner de wijziging van de Sea Waybill en het scheepsmanifest niet zelf uitvoeren, maar moest dit worden gedaan door de agenten van MSC, MSC Nederland en/of MSC Senegal.
5.14.
Wat VeggieHouse Sealiner onder meer verwijt is dat Sealiner de informatie die zij van zowel VeggieHouse als de (agenten van) de zeevervoerder ontving, niet, althans onvoldoende op juistheid heeft gecontroleerd. Zo stond in de e-mail van Sealiner van 19 december 2025 (zie geciteerd onder 5.7), waarin zij de door te voeren wijzigen aan VeggieHouse stuurt, de onjuiste vermelding van de oorspronkelijke Senegalese ontvanger als ‘notify party’. Ook heeft Sealiner twee keer, per e-mail van 21 december 2024 en per Whatsapp bericht van 31 december 2024, aan VeggieHouse meegedeeld dat het geregeld zou zijn en dat de containers zouden worden vrijgegeven, terwijl dat toen (nog) niet het geval was.
5.15.
De rechtbank oordeelt als volgt. Vaststaat dat VeggieHouse de gegevens zoals genoemd in de e-mail van 19 december 2025 op dezelfde dag aan Sealiner heeft bevestigd. Sealiner mag dan van de juistheid van deze gegevens uitgaan. Uit artikel 8:66 lid 2 BW volgt immers dat de expediteur wel gerechtigd, maar niet gehouden is, te onderzoeken of de hem gedane opgave juist en volledig is. Sealiner heeft aangevoerd dat zij de mededelingen over het vrijgegeven zijn van de containers heeft gebaseerd op informatie die zij van de zeevervoerder ontving. Dit is niet door VeggieHouse betwist en volgt ook uit de Whatsapp berichten tussen Sealiner ( [naam 2] ) en VeggieHouse ( [naam 3] ) van december 2025, waarin onder meer het volgende wordt vermeld:
“[31-12-2024, 19:41:15] [naam 2] : Hi [naam 3] , ik kreeg te Horen dat het geregeld is.
[31-12-2024, 19:41:45] [naam 3] : Denk het niet want ik zou per mail vrijstelling krijgen
[31-12-2024, 19:41:50] [naam 3] : Niet ontvangen
[31-12-2024, 19:41:59] [naam 3] : [naam 4] is naar huis gegaan
[31-12-2024, 19:43:55] [naam 2] : Hmm [naam 5] stuurde me dat het geregeld was
[31-12-2024, 19:44:04] [naam 2] : Maar dat klopt dus niet...”
5.16.
Dat de containers niet direct door MSC Senegal werden vrijgegeven, terecht of onterecht, is volgens Sealiner geen omstandigheid waar zij invloed op had. Het tegendeel is ook niet door VeggieHouse gesteld. Daarbij komt dat VeggieHouse ook niet heeft onderbouwd dat de onjuiste opgave van de ‘notify party’ (die op korte termijn door VeggieHouse is verbeterd) en/of de onjuiste mededelingen van Sealiner over het vrijgegeven zijn van de containers hebben geleid tot (extra) vertraging.
5.17.
Niet betwist is dat Sealiner zowel verzoeken van VeggieHouse als informatie vanuit de zeevervoerder steeds tijdig heeft doorgegeven aan de zeevervoerder respectievelijk VeggieHouse. Het is niet de rol van een expediteur om zelfstandig te onderzoeken of de zeevervoerder wel de juiste stappen neemt. Het is dus niet zo, anders dan VeggieHouse aanvoert, dat Sealiner regie had moeten behouden of had moeten controleren of (de agenten van) MSC, MSC Nederland en/of MSC Senegal de wijzigingen goed zouden verwerken. Dat Sealiner als bedrijf gelieerd zou zijn aan MSC (Nederland), zoals door VeggieHouse aangevoerd, maakt dit niet anders. Onduidelijk is ook hoe Sealiner daardoor de vertraging in Senegal had kunnen voorkomen.
5.18.
Ook uit hetgeen verder door VeggieHouse is aangevoerd volgt niet dat Sealiner is tekortgeschoten in haar verplichtingen. Dat Sealiner niet MSC, dan wel MSC Nederland, had mogen inschakelen als zeevervoerder is niet, althans onvoldoende door VeggieHouse onderbouwd. Bovendien is de keuze voor MSC (Nederland) als zeevervoerder in overleg met VeggieHouse gemaakt, zoals door Sealiner is aangevoerd en niet door VeggieHouse is betwist.
5.19.
Het voorgaande betekent niet dat de rechtbank geen oog heeft voor het vele werk dat door de directeur van VeggieHouse is gedaan (volgens zijn zeggen 88 telefoongesprekken, 200 WhatsApp-berichten en het afreizen naar Dakar) om verdere schade te voorkomen.
Conclusie in conventie en in reconventie
5.20.
Uit het voorgaande volgt dat de reconventionele vordering van VeggieHouse, waarin zij onder meer een verklaring voor recht vordert dat Sealiner aansprakelijk is voor de vertraging, wordt afgewezen.
5.21.
Nu VeggieHouse geen vordering heeft op Sealiner, gaat het beroep op opschorting, althans verrekening ten aanzien van de vordering van Sealing in conventie sowieso niet op. De gevolgen van de toepasselijkheid van de Fenex-voorwaarden kunnen dus verder in het midden worden gelaten.
Verder heeft VeggieHouse geen verweer gevoerd tegen toewijzing van de vordering van Sealiner ter waarde van € 35.675,00. Deze vordering wordt daarom toegewezen. De hierover gevorderde wettelijke handelsrente wordt eveneens toegewezen, nu de vordering betrekking heeft op een handelstransactie tussen bedrijven. De verschuldigdheid van de wettelijke handelsrente is ook niet door VeggieHouse betwist.
Buitengerechtelijke incassokosten
5.22.
De vordering voor vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De rechtbank stelt vast dat Sealiner voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Zoals ook door VeggieHouse aangevoerd en door Sealiner tijdens de mondelinge behandeling is erkend, is het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De rechtbank zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief, te weten een bedrag van € 1.131,75.
Proceskostenveroordeling in conventie
5.23.
De rechtbank zal VeggieHouse als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten (inclusief nakosten) van Sealiner. De rechtbank begroot de proceskosten van Sealiner op:
- dagvaarding € 122,35
- griffierecht € 2.995,00
- salaris advocaat € 1.254,00 (1,5 punt x tarief III € 836,00) +
Totaal € 4.371,35
Proceskostenveroordeling in reconventie
5.24.
De rechtbank zal VeggieHouse als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten (inclusief nakosten) van Sealiner. De rechtbank begroot de proceskosten van Sealiner op:- salaris advocaat € 979,50 (1,5 punt x tarief II € 653,00)
Nakosten in conventie en in reconventie
5.25.
VeggieHouse moet ook de nakosten van Sealiner betalen. Dat komt neer op een bedrag van € 296,00 samen (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing).
6De beslissing
De rechtbank
in conventie
6.1.
veroordeelt VeggieHouse tot betaling aan Sealiner van € 35.675,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a BW met ingang van 14 dagen na de factuurdata tot de dag van algehele voldoening;
6.2.
veroordeelt VeggieHouse in de proceskosten, die aan de kant van Sealiner worden begroot op € 4.371,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;
6.3.
veroordeelt VeggieHouse in de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.131,75;
6.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
6.5.
wijst af het meer of anders gevorderde;
in reconventie
6.6.
wijst de vorderingen van VeggieHouse af;
6.7.
veroordeelt VeggieHouse in de proceskosten, die aan de kant van Sealiner worden begroot op € 979,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;
6.8.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad;
in conventie en in reconventie
6.9.
veroordeelt VeggieHouse in de nakosten van € 296,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als zij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet VeggieHouse € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Santema. Het is ondertekend en in het openbaar uitgesproken door de rolrechter op 2 september 2026.
3597/32
Conclusie van antwoord in reconventie onder 2.7.
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/704915 / HA ZA 25-673
Vonnis van 2 september 2026
in de zaak van
SEALINER CONSOLIDATION & FORWARDING BV,
te Rotterdam,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat: mr. R.L. Latten,
tegen
VEGGIEHOUSE B.V.,
te Borger,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat: mr. M.R. Koppenol.
Partijen worden hierna Sealiner en VeggieHouse genoemd.
1De zaak in het kort
Deze zaak draait om de vraag of Sealiner in haar (expeditie)werkzaamheden voor VeggieHouse is tekortgeschoten. De betreffende werkzaamheden vonden plaats nadat de lading in de aankomsthaven was gelost van het schip, maar de rechtbank heeft vastgesteld dat de expeditie-overeenkomst door deze lossing niet is beëindigd. Er was sprake van een aanvullende opdracht onder de bestaande expeditie-overeenkomst. Dat Sealiner in haar verplichtingen onder deze overeenkomst is tekort geschoten is niet, althans onvoldoende door VeggieHouse onderbouwd. De vorderingen van VeggieHouse in reconventie worden daarom afgewezen en de niet bestreden vordering van Sealiner in conventie toegewezen.
2De procedure in conventie en in reconventie
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het incidentele vonnis van 19 november 2025 in het bevoegdheidsincident en de daaraan ten grondslag liggende stukken;- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met productie 4 tot en met 16;
- de brief van deze rechtbank van 24 februari 2026 met daarin een oproep voor de mondelinge behandeling van 10 juni 2026;
- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties 17 tot en met 19;
- de e-mail van deze rechtbank van 8 juni 2026 met daarin een zittingsagenda;
- de mondelinge behandeling van 10 juni 2026 en de ter gelegenheid daarvan overgelegde spreekaantekeningen van Sealiner en VeggieHouse.
3De feiten
3.1.
Sealiner is werkzaam als expediteur en behoort tot de MSC-groep.
3.2.
VeggieHouse is een exporteur van groente en fruit.
3.3.
VeggieHouse heeft aan Sealiner een opdracht verstrekt tot het doen vervoeren van drie containers met een lading breekpeen van Rotterdam naar Dakar (Senegal) op basis van een offerte van Sealiner van 25 november 2024.
3.4.
Sealiner heeft voor dit vervoer gecontracteerd met de zeevervoerder MSC Mediterranean Shipping Company S.A. (hierna: MSC), dan wel haar agent MSC Nederland B.V. (hierna: MSC Nederland).
3.5.
De reefercontainers met breekpeen zijn op of omstreeks 16 december 2024 gearriveerd in de haven van Dakar. Aldaar zijn de containers uit het schip gelost, op de kade gezet en ingeplugd op de elektriciteit van de terminal.
3.6.
Op 19 december 2024 is door VeggieHouse per mail aan Sealiner, naar aanleiding van een mededeling van de Senegalese overheid dat er een verbod op breekpeen zou komen, verzocht om de Sea Waybill aan te passen met als bestemming [adres 1] .
3.7.
Op 23 december 2024 heeft Sealiner twee facturen van in totaal € 35.675,00 gestuurd naar VeggieHouse voor haar expeditiewerkzaamheden met betrekking tot een ander vervoer, te weten een lading aardappelen en uien van Rotterdam respectievelijk Antwerpen naar Dakar (Senegal).
3.8.
Uiteindelijk konden de drie containers met breekpeen op 3 januari 2025 worden opgehaald voor verder vervoer. Op 6 januari 2025 liet VeggieHouse per mail aan Sealiner het volgende weten:
“Het hele proces richting [adres 1] heeft te lang geduurd .
Derhalve kunnen de wortelen daar niet meer naar toe.
De prijzen zijn daar te laag.
Ze gaan nu naar Gambia. Graag de BL aanpassen naar Gambia.
[naam 4] zit nu bij MSC Senegal maar zij zeggen (is ook logisch ) dat dit verzoek moet komen van mij en MSC Nederland.”
3.9.
VeggieHouse heeft Sealiner per brief van 9 mei 2025 aansprakelijk gehouden voor de schade als gevolg van het niet tijdig vrijgegeven zijn van de drie containers met breekpeen voor (verder) vervoer naar Bissau. In de brief doet VeggieHouse ook een beroep op verrekening met de openstaande facturen van Sealiner van 23 december 2024 met betrekking tot het vervoer van de lading aardappelen en uien.
4Het geschil
in conventie
4.1.
Sealiner vordert om VeggieHouse bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te
veroordelen om aan Sealiner te betalen € 35.675,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van € 2.500,00, met veroordeling van VeggieHouse in de (na)kosten van dit geding.
4.2.
VeggieHouse voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Sealiner, met veroordeling, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, van Sealiner in de (na)kosten van dit geding.
in reconventie
4.3.
VeggieHouse vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om voor recht te verklaren dat Sealiner aansprakelijk is voor de door VeggieHouse geleden en nog te lijden schade als gevolg van het niet tijdig wijzigen van de vrachtbrief ten aanzien van de containers met nummer [nummer 1] , [nummer 2] en [nummer 3] en de daarmee samenhangende vertraging van de afhandeling in de haven van Dakar (Senegal) en het verdere vervoer van de containers, met verwijzing naar de schadestaatprocedure teneinde de schade te laten vaststellen, met veroordeling van Sealiner in de (na)kosten van dit geding.
4.4.
Sealiner voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van VeggieHouse, met, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van VeggieHouse in de (na)kosten van dit geding.
4.5.
Op de stellingen van partijen in conventie en in reconventie wordt hierna, voor zover van belang, in gegaan.
5De beoordeling
5.1.
Gelet op de onderlinge samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zal de rechtbank deze gezamenlijk behandelen.
Standpunten van partijen
5.2.
Sealiner vordert in conventie betaling van de twee openstaande facturen voor haar expeditiewerkzaamheden met betrekking tot het vervoer van een lading aardappelen en uien (zie onder 3.7).
5.3.
VeggieHouse heeft in reactie aangevoerd dat Sealiner bij het uitvoeren van haar werkzaamheden rondom het vervoer van de lading breekpeen fouten heeft gemaakt en haar zorgplicht jegens VeggieHouse heeft geschonden. Sealiner heeft onvoldoende controle en regie uitgevoerd/gehouden over de uitvoering van een door VeggieHouse verzochte wijziging van de Sea Waybill. Ook heeft Sealiner onjuiste mededelingen gedaan over de voortgang van de wijzigingen. Door niet te zorgen voor een tijdige en correcte afhandeling van de opdracht heeft VeggieHouse schade geleden, waarvoor zij in reconventie een verklaring voor recht vordert (dat Sealiner voor deze schade aansprakelijk is) en een verwijzing naar de schadestaat teneinde de schade vast te stellen. In conventie beroept VeggieHouse zich op het opschortingsrecht van artikel 6:52 BW, althans op verrekening zoals bedoeld in artikel 6:127 BW.
5.4.
Sealiner betwist dat zij in de uitvoering van haar werkzaamheden met betrekking tot het vervoer van de lading breekpeen is tekortgeschoten. In de eerste plaats was de expeditie-overeenkomst met VeggieHouse al beëindigd op het moment dat VeggieHouse Sealiner verzocht om de Sea Waybill te wijzigen. De lading breekpeen was immers al in Dakar van het schip gelost. Sealiner kan daarom niet aansprakelijk worden gehouden. Daarnaast kon Sealiner de wijzigingen niet zelf uitvoeren en was zij hiervoor afhankelijk van (de agenten van) de vervoerder MSC, MSC Nederland en MSC Senegal. Op Sealiner rust, als expediteur, (slechts) de verplichting om informatie door te geven en te verstrekken, hetgeen zij heeft gedaan. Subsidiair betwist zij (de mogelijkheid van) schade en dat er sprake is van causaal verband. Tot slot beroept zij zich op de uitsluiting en beperking van aansprakelijkheid op grond van de Fenex-condities.
Op dit geschil is de oorspronkelijke expeditie-overeenkomst van toepassing
5.5.
Alvorens toegekomen wordt aan de inhoudelijke beoordeling, zal de rechtbank eerst beoordelen of, ten tijde van de gestelde tekortkomingen van Sealiner rondom de lading breekpeen, de expeditie-overeenkomst die partijen naar aanleiding van de offerte van Sealiner van 25 november 2024 (zie onder 3.3) zijn overeengekomen nog van kracht was. Door Sealiner is immers aangevoerd dat de expeditie-overeenkomst al was beëindigd op het moment dat de containers in de loshaven van het schip zijn gelost (voordat VeggieHouse haar verzoek om de Sea Waybill te wijzigen heeft gedaan) en dat zij daarom niet aansprakelijk kan worden gehouden voor de hierna ontstane vertraging. VeggieHouse heeft zich (eerst) tijdens de mondelinge behandeling op het standpunt gesteld dat de opdracht tot het wijzigen van de Sea Waybill een zelfstandige overeenkomst van dienstverlening is waaronder Sealiner tekort is geschoten. Dit is door Sealiner betwist.
5.6.
De rechtbank oordeelt dat de oorspronkelijke expeditie-overeenkomst ook na het lossen nog van toepassing was. Zij overweegt daartoe als volgt.
5.7.
Indien de vervoersketen waar een expeditie-overeenkomst op ziet in de loshaven stopt, zoals in het onderhavige geval, eindigt de wettelijke rol van de expediteur, in tegenstelling tot wat Sealiner heeft aangevoerd, niet direct bij het lossen. Op de expediteur rust immers op grond van artikel 8:63 lid 1 BW in geval van vertraging of schade onder meer een informatieplicht ten aanzien van de door hem gesloten vervoerovereenkomsten. Om die redenen is – anders dan Sealiner heeft bepleit - voor het beëindigen van de expeditie-overeenkomst ook niet van belang dat de onderliggende koopovereenkomst de leveringsconditie CFR bevatte en de ontvanger “2Lamp Fall Agro” verantwoordelijk was voor import en doorvoer.
De reikwijdte van een expeditie-overeenkomst zal verder afhangen van hetgeen tussen partijen is afgesproken. Uit de offerte van Sealiner van 25 november 2024 met betrekking tot het vervoer van de lading breekpeen volgt uit het kopje “kosten op bestemming (prepaid)” dat Sealiner moest regelen dat in de loshaven Dakar aan haar door VeggieHouse vooruitbetaalde “ISPS” en “port dues” zouden worden betaald. Deze opsomming sluit echter niet uit dat partijen op een later moment aanvullende werkzaamheden overeen kunnen komen. In dit geval heeft VeggieHouse op 19 december 2024 per e-mail aan Sealiner het volgende verzocht:
“Graag de BL voor de wortelen veranderen
Naam: [naam 1]
Adres: [adres 1] ”
Hierop reageerde Sealiner op dezelfde dag als volgt:
“Zie hieronder hoe ik het ga aanvragen.
Shipper:
VEGGIE HOUSE B.V. [adres 2] TEL: [telefoonnummer]
EMAIL: [e-mailadres]
Consignee:
[naam 1]
[adres 1]
Notify:
2 LAMP FALL AGRO SUARL MEDINA FALL, EN FACE DE LA POLICE 0000 THIES SENEGAL [nummer 4] ”
5.8.
In dit geval eindigde het vervoer van de lading breekpeen dus (toch) niet in Dakar, zoals oorspronkelijk was overeengekomen, omdat VeggieHouse de lading wilde laten door vervoeren naar [adres 1] . Naar het oordeel van de rechtbank heeft VeggieHouse hiermee de oorspronkelijke expeditie-overeenkomst aangepast, met aanvullende werkzaamheden voor Sealiner tot gevolg, en heeft Sealiner deze aanpassing (en aanvullende werkzaamheden) stilzwijgend aanvaard. Er is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een nieuwe expeditie opdracht (dit is ook door geen van partijen gesteld), omdat Sealiner geen nieuwe vervoerovereenkomst hoefde te sluiten. Ook is geen sprake van een zelfstandige opdracht van dienstverlening, zoals VeggieHouse nog heeft aangevoerd, zonder dat verder te onderbouwen. Als het de intentie was geweest van VeggieHouse om een nieuwe opdracht van dienstverlening te geven, waarbij Sealiner andere verplichtingen zou hebben dan die zij als expediteur heeft, dan had zij dat expliciet moeten benoemen.
De Fenex-voorwaarden zijn van toepassing op de expeditieovereenkomst
5.9.
In het incidentele vonnis van 19 november 2025 is geoordeeld dat VeggieHouse zich niet kan beroepen op vernietiging van de Nederlandse Expeditievoorwaarden (de Fenex-voorwaarden) en het daarin opgenomen forumkeuzebeding. Volgens VeggieHouse is dit oordeel onterecht waarbij het haar niet zozeer gaat om de (on)bevoegdheid
van deze rechtbank, maar om de relevantie daarvan bij de inhoudelijke verdere
beoordeling. Tegen die achtergrond heeft zij aangevoerd dat de rechtbank niet had moeten kijken naar hoe de oude link werkt, maar dat een en ander beoordeeld had moeten worden op basis van de situatie ten tijde van het sluiten van de overeenkomst. Dat de oude link op dat moment automatisch doorverwees naar de nieuwe link blijkt nergens uit en is ook niet aannemelijk, aldus VeggieHouse. Zij heeft een kopie van “The Wayback Machine” overgelegd waaruit zou volgen dat de webpagina op 17 november 2024 geen 'blokje' "voorwaarden" kende en op de pagina geen enkele aanwijzing stond naar de expeditievoorwaarden van de FENEX.
5.10.
De rechtbank overweegt dat als een rechter in een tussenvonnis over één of meer geschilpunten uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft beslist, de regel is dat de rechtbank hieraan is gebonden en dat daarvan in dezelfde instantie niet meer kan worden teruggekomen. Dit is alleen anders als de eindbeslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag. Naar het oordeel van de rechtbank is hiervan geen sprake. Nog daargelaten dat de FENEX-voorwaarden in de branche algemeen gebruikelijk zijn, is in het incidentele vonnis geoordeeld dat de algemene voorwaarden ‘gemakkelijk toegankelijk’ zijn, omdat deze via www.fenex.nl (de site waarnaar Sealiner in haar offerte heeft verwezen) onder meer opgezocht kunnen worden door gebruik te maken van het zoekveld. VeggieHouse heeft niet, althans onvoldoende gemotiveerd dat dat destijds anders was, maar heeft slechts gesteld dat de site destijds geen blokje “voorwaarden” kende.
5.11.
Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat op de expeditie-overeenkomst de Fenex-voorwaarden van toepassing zijn.
Er is geen sprake van een tekortkoming aan de zijde van Sealiner
5.12.
De rechtbank is van oordeel dat VeggieHouse niet, althans onvoldoende gemotiveerd heeft onderbouwd dat Sealiner is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen onder de expeditie-overeenkomst. Zij overweegt daartoe als volgt.
5.13.
Als expediteur was Sealiner gehouden tot het organiseren van het vervoer van de lading breekpeen naar Dakar. In die zin heeft zij voldaan aan haar verplichting door een vervoerovereenkomst te sluiten met MSC, dan wel MSC Nederland. Zoals hiervoor overwogen, eindigde het vervoer van de lading breekpeen echter niet in Dakar, maar is op verzoek van VeggieHouse de eindbestemming voor het vervoer aangepast naar [adres 1] . Zoals door Sealiner is aangevoerd en niet door VeggieHouse betwist, kon Sealiner de wijziging van de Sea Waybill en het scheepsmanifest niet zelf uitvoeren, maar moest dit worden gedaan door de agenten van MSC, MSC Nederland en/of MSC Senegal.
5.14.
Wat VeggieHouse Sealiner onder meer verwijt is dat Sealiner de informatie die zij van zowel VeggieHouse als de (agenten van) de zeevervoerder ontving, niet, althans onvoldoende op juistheid heeft gecontroleerd. Zo stond in de e-mail van Sealiner van 19 december 2025 (zie geciteerd onder 5.7), waarin zij de door te voeren wijzigen aan VeggieHouse stuurt, de onjuiste vermelding van de oorspronkelijke Senegalese ontvanger als ‘notify party’. Ook heeft Sealiner twee keer, per e-mail van 21 december 2024 en per Whatsapp bericht van 31 december 2024, aan VeggieHouse meegedeeld dat het geregeld zou zijn en dat de containers zouden worden vrijgegeven, terwijl dat toen (nog) niet het geval was.
5.15.
De rechtbank oordeelt als volgt. Vaststaat dat VeggieHouse de gegevens zoals genoemd in de e-mail van 19 december 2025 op dezelfde dag aan Sealiner heeft bevestigd. Sealiner mag dan van de juistheid van deze gegevens uitgaan. Uit artikel 8:66 lid 2 BW volgt immers dat de expediteur wel gerechtigd, maar niet gehouden is, te onderzoeken of de hem gedane opgave juist en volledig is. Sealiner heeft aangevoerd dat zij de mededelingen over het vrijgegeven zijn van de containers heeft gebaseerd op informatie die zij van de zeevervoerder ontving. Dit is niet door VeggieHouse betwist en volgt ook uit de Whatsapp berichten tussen Sealiner ( [naam 2] ) en VeggieHouse ( [naam 3] ) van december 2025, waarin onder meer het volgende wordt vermeld:
“[31-12-2024, 19:41:15] [naam 2] : Hi [naam 3] , ik kreeg te Horen dat het geregeld is.
[31-12-2024, 19:41:45] [naam 3] : Denk het niet want ik zou per mail vrijstelling krijgen
[31-12-2024, 19:41:50] [naam 3] : Niet ontvangen
[31-12-2024, 19:41:59] [naam 3] : [naam 4] is naar huis gegaan
[31-12-2024, 19:43:55] [naam 2] : Hmm [naam 5] stuurde me dat het geregeld was
[31-12-2024, 19:44:04] [naam 2] : Maar dat klopt dus niet...”
5.16.
Dat de containers niet direct door MSC Senegal werden vrijgegeven, terecht of onterecht, is volgens Sealiner geen omstandigheid waar zij invloed op had. Het tegendeel is ook niet door VeggieHouse gesteld. Daarbij komt dat VeggieHouse ook niet heeft onderbouwd dat de onjuiste opgave van de ‘notify party’ (die op korte termijn door VeggieHouse is verbeterd) en/of de onjuiste mededelingen van Sealiner over het vrijgegeven zijn van de containers hebben geleid tot (extra) vertraging.
5.17.
Niet betwist is dat Sealiner zowel verzoeken van VeggieHouse als informatie vanuit de zeevervoerder steeds tijdig heeft doorgegeven aan de zeevervoerder respectievelijk VeggieHouse. Het is niet de rol van een expediteur om zelfstandig te onderzoeken of de zeevervoerder wel de juiste stappen neemt. Het is dus niet zo, anders dan VeggieHouse aanvoert, dat Sealiner regie had moeten behouden of had moeten controleren of (de agenten van) MSC, MSC Nederland en/of MSC Senegal de wijzigingen goed zouden verwerken. Dat Sealiner als bedrijf gelieerd zou zijn aan MSC (Nederland), zoals door VeggieHouse aangevoerd, maakt dit niet anders. Onduidelijk is ook hoe Sealiner daardoor de vertraging in Senegal had kunnen voorkomen.
5.18.
Ook uit hetgeen verder door VeggieHouse is aangevoerd volgt niet dat Sealiner is tekortgeschoten in haar verplichtingen. Dat Sealiner niet MSC, dan wel MSC Nederland, had mogen inschakelen als zeevervoerder is niet, althans onvoldoende door VeggieHouse onderbouwd. Bovendien is de keuze voor MSC (Nederland) als zeevervoerder in overleg met VeggieHouse gemaakt, zoals door Sealiner is aangevoerd en niet door VeggieHouse is betwist.
5.19.
Het voorgaande betekent niet dat de rechtbank geen oog heeft voor het vele werk dat door de directeur van VeggieHouse is gedaan (volgens zijn zeggen 88 telefoongesprekken, 200 WhatsApp-berichten en het afreizen naar Dakar) om verdere schade te voorkomen.
Conclusie in conventie en in reconventie
5.20.
Uit het voorgaande volgt dat de reconventionele vordering van VeggieHouse, waarin zij onder meer een verklaring voor recht vordert dat Sealiner aansprakelijk is voor de vertraging, wordt afgewezen.
5.21.
Nu VeggieHouse geen vordering heeft op Sealiner, gaat het beroep op opschorting, althans verrekening ten aanzien van de vordering van Sealing in conventie sowieso niet op. De gevolgen van de toepasselijkheid van de Fenex-voorwaarden kunnen dus verder in het midden worden gelaten.
Verder heeft VeggieHouse geen verweer gevoerd tegen toewijzing van de vordering van Sealiner ter waarde van € 35.675,00. Deze vordering wordt daarom toegewezen. De hierover gevorderde wettelijke handelsrente wordt eveneens toegewezen, nu de vordering betrekking heeft op een handelstransactie tussen bedrijven. De verschuldigdheid van de wettelijke handelsrente is ook niet door VeggieHouse betwist.
Buitengerechtelijke incassokosten
5.22.
De vordering voor vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De rechtbank stelt vast dat Sealiner voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Zoals ook door VeggieHouse aangevoerd en door Sealiner tijdens de mondelinge behandeling is erkend, is het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De rechtbank zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief, te weten een bedrag van € 1.131,75.
Proceskostenveroordeling in conventie
5.23.
De rechtbank zal VeggieHouse als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten (inclusief nakosten) van Sealiner. De rechtbank begroot de proceskosten van Sealiner op:
- dagvaarding € 122,35
- griffierecht € 2.995,00
- salaris advocaat € 1.254,00 (1,5 punt x tarief III € 836,00) +
Totaal € 4.371,35
Proceskostenveroordeling in reconventie
5.24.
De rechtbank zal VeggieHouse als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten (inclusief nakosten) van Sealiner. De rechtbank begroot de proceskosten van Sealiner op:- salaris advocaat € 979,50 (1,5 punt x tarief II € 653,00)
Nakosten in conventie en in reconventie
5.25.
VeggieHouse moet ook de nakosten van Sealiner betalen. Dat komt neer op een bedrag van € 296,00 samen (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing).
6De beslissing
De rechtbank
in conventie
6.1.
veroordeelt VeggieHouse tot betaling aan Sealiner van € 35.675,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a BW met ingang van 14 dagen na de factuurdata tot de dag van algehele voldoening;
6.2.
veroordeelt VeggieHouse in de proceskosten, die aan de kant van Sealiner worden begroot op € 4.371,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;
6.3.
veroordeelt VeggieHouse in de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.131,75;
6.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
6.5.
wijst af het meer of anders gevorderde;
in reconventie
6.6.
wijst de vorderingen van VeggieHouse af;
6.7.
veroordeelt VeggieHouse in de proceskosten, die aan de kant van Sealiner worden begroot op € 979,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;
6.8.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad;
in conventie en in reconventie
6.9.
veroordeelt VeggieHouse in de nakosten van € 296,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als zij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet VeggieHouse € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Santema. Het is ondertekend en in het openbaar uitgesproken door de rolrechter op 2 september 2026.
3597/32
Conclusie van antwoord in reconventie onder 2.7.